‘Vergeet nooit wat je teleenheid is’: DEX 2000, een mooi beeld van wat de politie op haar bordje krijgt
De meeste misdaadanalisten weten hem wel te vinden, maar vraag een willekeurige politieman of -vrouw naar Leen Prins of DEX 2000 en ze zullen je vragend aankijken. Toch is het Prins die met zijn Criminaliteitskaart laat zien hoe goed deze mannen en vrouwen hun werk doen. We spraken hem op zijn werkplek bij KLPD dNRI in Zoetermeer over zijn ‘uitvinding’, over de haken en ogen bij het meten en over de toekomst van zijn systeem.
Hij was voorbestemd voor ‘de tuin’, deze zoon van een glastuinder uit De Lier. Maar Leen Prins ‘hield niet van bagger’. En omdat zijn moeder niet van lanterfanters hield, vroeg Leen aan de plaatselijke fietsenmaker of hij hulp kon gebruiken. Hij kon de volgende dag beginnen.
Tien jaar werkte hij als rijwielhersteller, leerde alles over fietsen en bromfietsen, leerde – in dienst bij een automonteur – voor elektromonteur en haalde zijn middenstandsdiploma. Inmiddels was hij 27, getrouwd, had een kind en het gezin begon eisen te stellen. Leen besloot de fietsen vaarwel te zeggen en op zoek te gaan naar iets anders. Maar wat?
Een buurman, die in Delft bij de politie zat, suggereerde hem bij de politie te solliciteren. Leen werd aangenomen en kon in Leusden naar de politieschool op de uitdrukkelijke voorwaarde dat hij iets zou doen aan zijn Nederlands. Hij had zijn schepen achter zich verbrand, werkte zich een slag in het rond en slaagde met zeven negens. Vanwege zijn ‘technische achtergrond’ kwam hij snel bij de verkeersdienst terecht. ‘Politie ging toen ook nog over de afstelling van de verkeerslichten. Dan kreeg je met statistieken te maken, moest je berekenen hoe dat zat met verkeersstromen, lengtes van personenauto’s in verhouding met vrachtauto’s.’
CBS-lijsten
Leen doorliep de politieorganisatie op een voor die tijd reguliere manier, switchend van surveillancedienst naar recherche en weer terug. Telkens werd hij gevraagd voor klussen die met technische, rekenkundige systemen te maken hadden. In 1986 kreeg hij zijn eerste computer thuis: een Philips MSX. In die tijd ongeveer kwam ook de eerste HKS-monitor binnen. ‘Bij de recherche vroegen ze me meteen, weer vanwege mijn technische achtergrond, om de CBS-lijsten in te vullen. Ik had er weinig trek in om dat allemaal met de hand te doen, en dat zei ik ook. “Je bekijkt maar hoe je ’t doet, maar ’t moet wel goed gebeuren”, werd er gezegd. Toen ben ik thuis achter de pc gekropen, en zo heb ik eigenlijk het vak geleerd. Het programmaatje dat ik toen heb gemaakt, wordt nu nog in Den Haag gebruikt voor die lijsten.’
Vraag en aanbod
In 1994 kwam de reorganisatie en Leen werd gevraagd wat hij van plan was. Hij was op dat moment adjudant bij de surveillancedienst in Naaldwijk, maar kon niet blijven. ‘Ik vond alles best, als ik maar niet naar Den Haag hoefde; want “een Westlander wil niet naar Den Haag”. Ik kreeg een prachtige functie aangeboden: ploegchef Analyse. In Den Haag. Toen heb ik de knop omgedraaid en ben er vol voor gegaan.’
De strategisch analisten in Den Haag werkten weliswaar op beeldscherm maar verder vrijwel handmatig, turvend met de pijltjestoets. Leen ontwikkelde direct een module zodat dat turven niet meer nodig was. Men was razend enthousiast en er werd direct flink beroep gedaan op zijn inventiviteit met systemen. Leen ontwierp allerlei handigheidjes om de gegevensverwerking te vergemakkelijken. ‘We hadden bijvoorbeeld heel weinig ruimte op de computer, dat waren nog maar heel kleine schijfjes. Ik was ook systeembeheerder, en dan had ik een hoekje vrijgemaakt in de HKS-schijf zodat er ’s nachts gegevens naartoe konden worden geschreven en die konden dan ’s ochtends opgehaald worden. Dan kon ik onze analisten ’s ochtends direct al antwoord geven op allerlei vragen. Op die manier is DEX 2000 ontstaan; een wisselwerking tussen de klant en mij, vraag en aanbod, zo snel en zo goed mogelijk. En omdat ik uit het vak kwam, wist ik vaak ook wat ze wilden hebben. Als je een IT’er bent, moet je eerst weten wat zo’n analist precies doet en wat zo iemand nodig heeft.‘
Criminaliteitskaart
Het hoge woord is eruit: DEX 2000. Maar, wat doet DEX eigenlijk?
Leen legt uit: ‘Er komt een melding binnen, die wordt in het bedrijfsprocessensysteem (BPS) opgeslagen. BPS kun je vergelijken met het oude ‘dagrapport’. Oneerbiedig zou je BPS een “formulierenpoeper” kunnen noemen, je kunt erin zoeken op tekst. Bepaalde informatie uit BPS wordt gebruikt in het herkenningssysteem (HKS); hierin wordt de te gebruiken informatie gestructureerd met behulp van het landelijk meldingsformulier (LMF). HKS koppelt het misdrijf via een code aan een wetsartikel. En dan komt DEX. Eigenlijk doet DEX niets anders dan de informatie uit HKS tellen en in een overzicht zetten.’
En dat tellen doet DEX blijkbaar erg goed.
AanvankelijkIn opdracht van de Raad van Hoofdcommissarissen (aanvankelijk via ABRIO) werkte Leen het in Haaglanden ontwikkelde systeem uit voor landelijk gebruik, zodat het onderzoeksteam bij de dienst Nationale Recherche Informatie (DNRI) hiermee de landelijke criminaliteitskaart (LCK) kon schrijven. Sindsdien is Leen vanuit Haaglanden gedetacheerd bij de DNRI van het KLPD voor landelijke ondersteuning.
In de LCK staan aard, omvang en spreiding van criminaliteit, op landelijk, regionaal en gemeentelijk (tot aan wijk-) niveau.
‘Er zit één groot “maar” aan’, remt Leen ons enthousiasme, ‘de korpsen moeten wel. leveren. Zonder gegevens begin je niets.’ ‘Grappig is dan weer’, vervolgt hij, ‘dat de korpsen die aanvankelijk niet of weinig leveren, zichzelf terugzien in het overzicht. In hun kolommen staat dan gewoon een nul.’
Leen schetst het beeldend: ‘De grote baas wil weten of het goed gaat; dan kan-ie rustig gaan slapen. Als het niet goed gaat, dan maakt ie zich druk, schudt een ander wakker en wil weten wat er niet goed gaat. Die ander loopt op zijn beurt naar de strategisch analisten om informatie en zij gaan weer te rade bij DEX 2000.’
Er is dus een belang voor de korpsen om hun gegevens te leveren; al was het maar vanwege de onderlinge competitie. ‘En voor de NRI zit er ook een aardige kant aan de Criminaliteitskaart, namelijk de communicatie met de korpsen’, voegt Leen toe. ‘Had de oude CRI nogal eens de naam van “halen, halen, halen en niets brengen”, met DEX 2000 leveren de korpsen gegevens in voor de Criminaliteitskaart, maar ze krijgen de cd-rom met DEX 2000 ervoor terug (om eigen analyses te kunnen verrichten) én de data die ze hebben ingeleverd, maar nu veredeld, gemakkelijker te lezen, “platgeslagen” in een overzichtelijk schema.
Moeilijk systeem?
DEX werkt in een Windows-omgeving en is een pc-applicatie. ‘Netwerkapplicaties zijn voor mij te ingewikkeld’, zegt Leen. ‘Ik ken mijn beperkingen. Daar komt ook nog bij dat het risico op fouten veel groter is als je met meer mensen tegelijk aan zo’n systeem werkt’. Internationale toepasbaarheid van DEX is om diezelfde reden niet aan de orde; de Nederlandse datahuishouding is tamelijk uniek. Over de gebruiksvriendelijkheid van DEX stelt Leen laconiek dat er grofweg twee manieren zijn om DEX te gebruiken: ‘Met letterlijk één druk om de knop levert DEX je gegevens over om het even welk specifiek item. Zo simpel is het. Aan de andere kant kun je ook met een druk op de knop alle gegevens toegankelijk stellen en kun je zelf combinaties gaan maken.’
Dilemma
Zoals gezegd telt DEX, op basis van de gegevens uit HKS, gegevens over de soorten delict uit de korpsen. Op basis daarvan wordt het criminaliteitsbeeld in Nederland bepaald. Zou je echter, om een goed criminaliteitsbeeld te kunnen krijgen, niet ook moeten meten op basis van veroordeelden – en daadwerkelijk gestraften? Ofwel, zou je voor een zuiver(der) criminaliteitsbeeld niet ook – of, niet juist! – de gegevens van het OM nodig hebben?
Leen onderkent het dilemma: ‘We zijn daar al wat langer mee bezig. Het Parket Generaal heeft zijn eigen “Leen Prins”, maar het op gang krijgen van gegevensuitwisseling kost tijd. Bijkomend probleem is dat bij de politie de teleenheid “PV” geldt en bij het OM de teleenheid “verdachte”.’
Waarmee we aan een ander essentieel punt raken bij het meten. Leen kan er voor zijn gevoel niet vaak genoeg de nadruk op leggen: ‘Hou rekening met je tel-eenheid, zeker als je gegevens onderling gaat vergelijken.’ Hij geeft maar weer een voorbeeld. ‘Laatst was er sprake van een brandstichting. Bij betreding van het huis worden de lijken van zes mensen aangetroffen. Ga je dit nu vastleggen als zes moorden of als één delict waarbij zes slachtoffers zijn gevallen? Essentiële vragen, die van grote invloed kunnen zijn op de statistieken – en uiteindelijk op maatschappelijke kwesties als veiligheidsbeleving.
Informatiegestuurd werken
Inmiddels is de politieorganisatie ervan doordrongen dat ze informatiegestuurd moet werken om te kunnen voldoen aan de eisen die aan haar worden gesteld. Zou je kunnen stellen dat DEX 2000 een hoeksteen vormt voor deze vorm van werken?
Leen is voorzichtig: ‘Je moet één ding goed voor ogen houden: het gevaar bestaat dat je je eigen metingen beïnvloedt door de prioriteiten die je jezelf oplegt. Maar als je niet in die valkuil trapt, kun je wel een mooi beeld krijgen van alles wat de politie op haar bordje krijgt, ja. En zo draagt DEX zeker bij aan het idee van informatiegestuurde politie.'
[In kader]
Praktijk
Dex 2000 veredelt de gegevens die door regio’s worden ingevoerd. Vervolgens is het mogelijk om binnen enkele seconden de veelplegers boven water te halen. Onmiddellijk is het zichtbaar wie in de regio de meeste delicten pleegt en op wie de aandacht gericht dient te worden. Deze gegevens aangevuld met de kennis over de verdachte in de korpsen heeft inmiddels op vele plaatsen geleid tot succesvol beleid. Met andere woorden: ‘de boeven zijn gevangen!’ en daar was het allemaal om te doen, toch?

Reageer op dit artikel