... En het bleef rustig in Amsterdam-west
Een incident met een verongelukte Marokkaanse jongen in Amsterdam-Slotervaart begin dit jaar leidde niet tot ernstige ongeregeldheden. Sterker nog: de relatie tussen de politie en de Marokkaanse gemeenschap is beter dan ooit. Het bewaren van de vrede wordt de komende tijd dé uitdaging voor de politie. Een divers politiekorps kan hierbij helpen. En ook: een goede relatie met de wijk en geïnspireerd leiderschap.
Op woensdag 12 januari 2006 zag een in burger geklede politieambtenaar een bromfiets met draaiende motor. Hij stapte uit zijn voertuig en liep naar de bromfiets. Op dat moment verscheen een Marokkaanse jongen. Zijn verschrikte blik verraadde dat hij de politieambtenaar herkende. Hij sprong op de bromfiets en ging er als een haas vandoor. De politieambtenaar stapte in zijn auto, meldde het voorval via de mobilofoon aan het wijkteam en ging op zoek naar de jongen. Hij trof hem ernstig gewond op de grond liggend in een zijstraat aan; hij was tegen een lantaarnpaal aangereden. Reanimatie mocht niet meer baten; de jongen overleed ter plaatse.
Slotervaart-rellen
Het incident vond plaats in het stadsdeel Slotervaart. Dit stadsdeel kwam in 1998 in het nieuws door een rel op en rond het August Allebéplein. Nadat de buurtregisseur een Marokkaanse jongen had aangehouden, kwam een grote groep Marokkaanse jongeren én ouderen in opstand tegen de politie. Er werd met stenen gegooid, en de Mobiele Eenheid voerde charges uit. Pas toen Marokkaanse ouders (de ouders van de jongen?) met eigen ogen hadden gezien dat de aangehouden jongen – in tegenstelling tot de wilde geruchten – nog leefde en niet werd mishandeld, keerde de rust weer.
Na dit incident is een groot aantal (met name bestuurlijke) projecten in het leven geroepen om de leefsituatie in dit stadsdeel te verbeteren. Begin 2005 kwam er een nieuw wijkteambureau, en wel op het August Allebéplein.
Een goede naam komt te voet en gaat te paard! Hoewel in de afgelopen jaren heel veel is verbeterd, refereren de media bij elk incident in het stadsdeel Slotervaart nog steeds aan de 'rellen rond het August Allebéplein in 1998'. De negatieve reputatie van deze buurt is nog versterkt door het feit dat zowel Mohammed B. als Samir A. hier opgroeide.
Nieuw incident
De komst van het nieuwe wijkteambureau heeft bij de bevolking tot verschillende reacties geleid: een grote meerderheid is blij met meer politie in de buurt, maar probleemjongeren denken er anders over. Al enkele maanden voorafgaand aan het incident van 12 januari waren er signalen dat de spanning tussen de politie en de jongeren toenam. Het verscherpte handhavingsbeleid van het nieuwe wijkteam zou irritatie opwekken bij jongeren, die zich 'gezocht' voelden. Bovendien had zich op 29 november 2005 een ander incident voorgedaan: vier Marokkaanse jongens waren in een gestolen auto op de vlucht geslagen voor de politie. De bestuurder verloor in een bocht de macht over het stuur en reed met hoge snelheid tegen een boom. De chauffeur overleed ter plaatse. Hoewel deze jongen niet uit Amsterdam-West kwam (maar uit de Diamantbuurt in Amsterdam-Zuid!), lag dit incident bij de jongeren in Slotervaart nog vers in het geheugen.
In de loop van de avond verschenen groepjes Marokkaanse jongeren tegenover het politiebureau August Allebéplein. Enkelen probeerden de groep op te hitsen. Zij stelden de politie verantwoordelijk voor de dood van de Marokkaanse jongen. De politie zou de betreffende jongen al langere tijd hebben opgejaagd, en het ongeluk zou zijn veroorzaakt door een achtervolging door de politie. De berichtgeving op de lokale televisie versterkte dit beeld. De wijkteamchef had deze avond zelf dienst en organiseerde versterking vanuit het korps. De groep Marokkaanse jongeren groeide uit tot zestig à tachtig man, het wijkteam kreeg versterking van enkele buurtregisseurs en motorrijders, een groep ruiters, vier hondengeleiders en een groep surveillanten op mountainbikes. Alle ingrediënten waren aanwezig voor een rel.
Buurtregisseurs
Naast het versterken van het toezicht en de handhaving in repressieve zin, is in de afgelopen jaren aanzienlijk geïnvesteerd in de relatie met de Marokkaanse gemeenschap. Met name in het gebied rond het August Allebéplein hebben de buurtregisseurs een bepalende rol gespeeld. Zij waren de afgelopen jaren het gezicht van de politie en hebben veel energie gestoken in het opbouwen en onderhouden van de relatie tussen de politie en de Marokkaanse gemeenschap. Een zichtbaar resultaat hiervan is de in 2000 met de Hein Roethofprijs bekroonde oprichting van de groep Marokkaanse buurtvaders. Een ander initiatief is: 'En nu iets positiefs!' Een groep probleemjongeren wordt ingezet bij het opknappen van oude meubelen, die zij naar een ziekenhuis, school of weeshuis in Marokko brengen.
Maar ook in repressieve zin is veel gedaan. Diverse hardekerners zijn aangehouden en in de openbare ruimte wordt consequent geverbaliseerd voor overtredingen. En met behulp van de shortlist-methode zijn alle problematische jeugdgroepen in kaart gebracht. Voor elke groep is in samenwerking met het stadsdeel en het Openbaar Ministerie een integraal plan van aanpak ontwikkeld. In deze aanpak gaat het vooral om maatwerk. Zo worden risicojongeren (en hun ouders) begeleid door hulpverleners en de hardekerners opgespoord en vervolgd.
De aanpak
Op de avond van het incident zijn de buurtregisseurs van deze buurt onmiddellijk in dienst geroepen. Zij hebben direct contact gelegd met hun netwerk, met name de moskee, het jongerencentrum en de buurtvaders. Mede door de in de afgelopen jaren gegroeide vertrouwensrelatie kwamen zij snel in actie. Zo opende het jongerencentrum ’s avonds direct zijn deuren en probeerden jongerenwerkers op straat de jongeren naar het centrum te dirigeren. Tegelijkertijd gingen de buurtvaders gelijk de straat op om de gemoederen wat tot bedaren te brengen. Cruciaal hierbij was de vertrouwensrelatie die de afgelopen jaren was opgebouwd; doordat alle netwerkpartners door de politie werden gebrieft, konden zij alle wilde verhalen en speculaties direct ontzenuwen. En natuurlijk werden zij eerder geloofd dan de politie!
Ook de buurtregisseurs waren op straat. Zij spraken met de jongeren en probeerden hen tot bedaren te brengen. Bij velen lukte dit. Toch was ook een repressief optreden nodig. Nadat er stenen naar politiemensen waren gegooid en een auto in de brand was gestoken, hebben politiemensen in burger twee snelle aanhoudingen verricht: de grootste opruier en een jongen die met een fles terpentine rond liep, werden onder dekking van een groep beredenen aangehouden. In 1998 was de aanhouding het flitspunt voor de rel, op deze avond werd hiermee de angel uit het conflict gehaald. Eén voor één verlieten de jongeren de buurt. Toen de rust was weergekeerd, gooiden twee jongens stenen naar het politiebureau August Allebéplein. Er sneuvelden drie ruiten.
Hoewel het was gelukt om een potentieel ernstige ordeverstoring te voorkomen, kopte Het Parool de volgende dag: 'Rel in Amsterdam-West'. Ook de lokale televisiezender AT5 plaatste het incident onder een vergrootglas.
Herdenking
Op donderdag 13 januari werd op een middelbare school een flyer verspreid, waarin ter herdenking aan de overleden jongen een stille tocht op vrijdagavond werd aangekondigd. Die dag vond veel overleg plaats tussen het wijkteam, de jongerenwerkers, de moskee en de buurtvaders. Zij waren unaniem van mening dat er geen stille tocht moest plaatsvinden. De familie van de overleden jongen was er geen voorstander van en de religieuze leiders waren van mening dat een stille tocht niet in de traditie van de islam paste.
Vanuit de politieorganisatie werden deze beraadslagingen gevoerd door de wijkteamchef, zijn plaatsvervanger en twee buurtregisseurs. Dat een van hen van Marokkaanse afkomst is, was een belangrijke succesfactor. Vanwege zijn contacten in de Marokkaanse gemeenschap speelde hij een belangrijke verbindende rol. Nadat hij samen met de stadsdeelvoorzitter een bezoek had gebracht aan de moeder van de overleden jongen, had hij contact met de van origine Marokkaanse wethouder Aboutaleb, die eveneens een bezoek aan de familie bracht. Ook deze bezoeken speelden een belangrijke rol bij het voorkomen van een escalatie van de situatie.
Ondanks de oproep in de moskee en het jongerencentrum om niet aan een stille tocht deel te nemen, verschenen op vrijdagavond enkele honderden Marokkaanse jongeren uit de gehele stad op de plek waar de jongen was overleden. Vanuit de politie was alleen een groep buurtregisseurs zichtbaar. Zij hoefden geen moment in actie te komen. De Marokkaanse jongerenwerkers, de buurtvaders en enkele informele leiders dirigeerden de groep naar een school. Hier konden zij hun rouw uiten. De jongerenwerkers spraken hen toe en riepen hen op om na afloop van de bijeenkomst terug te gaan naar hun eigen buurt en geen problemen te veroorzaken. En zo is het die avond – op één uitgebrande auto na – gegaan.
In de weken na dit incident zijn diverse initiatieven genomen om de relatie en de communicatie tussen de Marokkaanse jongeren, oudersen en de politie verder te verbeteren. Deze initiatieven kwamen in belangrijke mate uit de Marokkaanse gemeenschap zelf. Zo worden plannen ontwikkeld voor een jongerenraad, waardoor jongeren worden betrokken bij het bestuurlijke beleid in het stadsdeel, en wordt op 31 maart 2006 een bijeenkomst georganiseerd voor jongeren, jongerenwerkers en de politie.
[kader]
Succesfactoren
Waardoor is het gelukt om een situatie die alle ingrediënten in zich had om uit te groeien tot een rel, om te buigen tot een aanleiding om de relatie tussen de politie en de Marokkaanse gemeenschap verder te verstevigen?
N De Marokkaanse gemeenschap nam zelf de verantwoordelijkheid. Met name de Marokkaanse jongerenwerkers speelden een cruciale rol bij de deëscalatie van het conflict. Maar ook diverse andere Marokkaanse ouderen én jongeren speelden een positieve rol op straat.
N De buurtregisseurs benutten hun door de jaren heen opgebouwde netwerk. Hoe beter deze voorposten voor de politie zijn verankerd in hun buurt, des te groter is hun vertrouwenspositie. Het feit dat een van hen van Marokkaanse komaf is, verbeterde de communicatie, verbreedde het Marokkaanse netwerk en vergrootte het vertrouwen van de Marokkaanse gemeenschap in de politie.
N De wijkteamchef en zijn plaatsvervanger overlegden met de informele leiders binnen de Marokkaanse gemeenschap. Dit was een niet te onderschatten succesfactor. In niet-westerse culturen spelen status en hiërarchie vaak een veel grotere rol dan in onze egalitaire cultuur. Het feit dat de chef zelf contact zocht met het moskeebestuur en de imam werd bijzonder op prijs gesteld.
N Ook de ketenpartners speelden een goede rol. Het feit dat zowel de stadsdeelvoorzitter als de (Marokkaanse) wethouder een bezoek brachten aan de moeder van de overleden jongen kweekte veel goodwill.
N (Direct) na het incident zijn alle Marokkaanse netwerkpartners op de hoogte gesteld van de juiste toedracht van het ongeval. Dankzij de vertrouwensrelatie twijfelden zij niet aan de betrouwbaarheid van deze informatie, die zij op hun beurt deelden met de jongeren. Het snel verspreiden van de juiste informatie is van cruciale betekenis. Een van de oorzaken van de rel in 1998 was het gerucht dat de aangehouden jongen op het politiebureau werd gemarteld.
N Het politieoptreden bestond uit een goede mix van tegenhouden en repressie. Echt kwaadwillenden luisteren naar niemand. Op het moment dat op de bewuste avond strafbare feiten werden gepleegd, is op het juiste moment repressief opgetreden. Naast het investeren in de relatie met probleemjongeren blijft het stellen van duidelijke grenzen essentieel.
[einde kader]
Gevolgen voor het beleid
De vraag is natuurlijk of het de volgende keer weer goed gaat. In hoeverre hebben we niet gewoon mazzel gehad? Voor een deel, denk ik, hebben we inderdaad geluk gehad. Geluk dat de Marokkaanse jongerenwerkers zo'n goede rol speelden, geluk dat de imam een helder standpunt innam en dit uitdroeg aan de gelovigen. Maar: geluk dwing je af. Om met Johan Cruyff te spreken: 'als je niet schiet, kan je niet scoren'.
Op een aantal gebieden kunnen we het schieten nog aanzienlijk verbeteren:
N Het voeren van een actief diversiteitsbeleid is cruciaal voor het bewaren van de vrede in de buurten in de komende jaren. Politieambtenaren uit minderheidsgroeperingen vervullen hierbij een zeer belangrijke brugfunctie. Een divers samengestelde politie wordt door minderheidsgroeperingen herkend als 'hun' politie. Het vergroot de legitimiteit van het politieoptreden, het gezag op straat en het versterkt zowel haar informatiepositie als haar professionaliteit. Diversiteit binnen de politie is dan ook geen keuze, hier moet een enorme inhaalslag worden gemaakt!
N Verdere verankering van de politie in de buurten is noodzakelijk. De buurtregisseurs moeten actief investeren in hun relatie met onder andere bewoners, jongerenwerkers, scholen en religieuze instellingen. Het opbouwen en onderhouden van relaties moet plaatsvinden op het moment dat er geen crisis is. Als je wacht totdat een incident zich voordoet en je hen echt nodig hebt, ben je te laat!
N Het aangaan van relaties met de omgeving is ook een kerntaak van leidinggevenden. Het onderhouden van een netwerk mogen zij niet volledig overlaten aan de buurtregisseurs. Districts- en wijkteamchefs moeten (veelal in samenspraak met de buurtregisseurs) hun eigen netwerk opbouwen. Hierdoor kunnen zij beter aanvoelen en inschatten wat er leeft op straat en hoe effectief de politie daarbij opereert. Bovendien gaat er een zeer krachtig signaal van uit als de hoogst verantwoordelijke in een wijk belangstelling toont voor bewoners uit minderheidsgroeperingen.
N Het belang van geïnspireerd leiderschap zal de komende jaren toenemen. Zowel in de voorfase als rondom het incident werd leiderschap getoond. Er werd actief gestuurd op het betrekken en informeren van zowel de ketenpartners als de Marokkaanse gemeenschap. Op de avond van het incident had de wijkteamchef zelf de leiding en besloot op het juiste moment om tot aanhouding over te gaan. Dit droeg bij aan de deëscalatie van het conflict. Maar ook na een dergelijk incident is geïnspireerd leiderschap nodig voor het afwenden van de 'crisis na de crisis', het geven van de juiste richting aan het wijkteam en het regisseren van de ketenpartners, zodat elke betrokkene de verantwoordelijkheid op zich neemt die hem of haar past. Dit is leiderschap dat zich moeilijk laat vertalen in cijfers. Bij het opstellen van de nieuwe prestatieconvenanten dient hiermee nadrukkelijk rekening te worden gehouden.

Reageer op dit artikel