Alles onder controle; De privatisering van de veiligheid in Nederland
Jarenlang smeekte men om meer blauw op straat. Maar in plaats daarvan zien we een onbestemd grijzigblauw van beveiligers en toezichthouders het publieke domein betreden. De particuliere beveiliging rukt op in Nederland. We kijken ernaar en weten niet goed wat we ervan moeten vinden. Er is geen landelijk beleid en lokale overheden worstelen met de vraag of ze de beveiligingsbedrijven in moeten huren en hoe dat dan moet. De concrete vraag is wie werkt waar en voor wie? De principiƫle vraag is of particuliere partijen eigenlijk wel geschikt zijn om publieke waarden te garanderen?
Particuliere beveiliging is geen nieuw fenomeen. De Nachtwacht van Rembrandt is daar de stille getuige van. Deelname daaraan gold in die tijd als goed burgerschap en dat was niet voor iedereen weggelegd. In de negentiende eeuw werd deze vorm van private veiligheid grotendeels verdrongen door een overheidsgestuurde politiemacht. De natiestaat claimde met succes het geweldsmonopolie en bouwde aan een politie-apparaat van thans 53.000 werknemers. Toch heeft ook de particuliere beveiliging de laatste decennia een enorme vlucht genomen.
Veiligheid werd topprioriteit en beveiliging big bussiness. De zichtbaarheid van beveiligers gaat geleidelijk die van de politie overtreffen. De omzet van de particuliere beveiliging groeide in twintig jaar met meer dan 700% tot ruim 1,3 miljard euro. Volgens tellingen van de branchevereniging VPB zijn er 250 tot 400 bedrijven in Nederland actief. Drie ondernemingen domineren de markt; het gaat hier om multinationale giganten die over de hele wereld zitten. Waar de politie beschikt over 36.000 fte executief personeel, begint de beveiligingsbranche met 26.049 fte aardig in de buurt te komen.
Het bedrijfsleven is tot op heden de grootste klant van particuliere beveiligingsfirma’s. Veiligheid is tegenwoordig immers een standaard onderdeel van adequate bedrijfsvoering en die realiseert men via inhuur. Dit geldt onverkort voor organisaties in de publieke sector als het gaat om gebouwen of specifieke personen (Wilders bijvoorbeeld). Context, taken en bevoegdheden zijn dan redelijk overzichtelijk. Maar geleidelijk zien we de beveiliging - in een minder duidelijke rol - ook de straat op komen. Deze ontwikkeling heeft de overheid altijd proberen te keren, maar lijkt nu niet meer te houden.
Autoriteit
Beveiligers ontlenen hun autoriteit aan huisregels en toegangsvoorwaarden. Als u een stadion of een luchthaven bezoekt geeft u impliciet toestemming voor het fouilleren van het lichaam en het doorzoeken van persoonlijke bezittingen. In het publieke domein hebben zij in principe geen enkele bijzondere bevoegdheid, behalve als ze buitengewoon opsporingsambtenaar (Boa) zijn. Boa’s mogen voor kleine overtredingen bekeuren. Zij kunnen als zodanig worden ingehuurd door gemeenten, het openbaar vervoer en andere publieke diensten. Maar zij hebben geen andere dwangmiddelen dan een ander: het burgerarrest met proportioneel geweld.
Ook op justitieel terrein is sprake van een kentering. De multinational Group 4 Securicor (G4S) levert medewerkers aan het gevangeniswezen, inclusief asielzoekerscentra en uitzetcentra. Wat begon als noodoplossing voor de ‘bolletjesslikkers’ heeft geleid tot een stevige positie in de detentiewereld. G4S geeft ook trainingen aan overheidsfunctionarissen. De beveiligingsbranche speelt gretig in op de toenemende ruimte die de overheid biedt. Zeker nu de markten van winkelcentra en bedrijventerreinen een verzadigingspunt bereiken, bestaat er behoefte aan nieuwe wingebieden.
Nauwelijks zicht
Ondanks de geleidelijke verschuiving van staatmonopolie naar particuliere beveiliging heeft de overheid nauwelijks zicht op de branche. Het is relatief eenvoudig een vergunning te verkrijgen: een beveiligingsdiploma en politiescreening zijn genoeg. Maar politieregio’s verschillen nogal in de gehanteerde criteria. Bekend is dat aanvragers gaan ‘shoppen’: in de ene regio afgewezen proberen zij het bij een andere opnieuw. En mocht het dan nog niet lukken, dan kan voor een luttel bedrag het beveiligingsuniform eenvoudig in een dumpzaak worden verkregen. Controle is er niet of nauwelijks. Geen politieprioriteit.
Hoeveel bedrijven er in totaal actief zijn is dan ook weinig inzichtelijk. Volgens gegevens van het Ministerie van Justitie ligt het aantal vergunninghouders rond de tweeduizend. Dat zijn er heel wat meer dan enkele honderden die de branchevereniging in kaart heeft gebracht. Wat doen al die andere houders van een vergunning daar dan eigenlijk mee? Bedrijven zijn wettelijk verplicht een jaarverslag bij Justitie in te leveren, maar het is niet bekend of dat ook gebeurt of wat daarmee gedaan wordt. De overheid heeft dus zeer beperkte inzicht in de branche, maar maakt er wel steeds meer gebruik van.
Geen paniek
Het lijdt geen twijfel dat de groei van particuliere beveiliging doorzet. Zij levert wat men vraagt. De parkeerwacht in Amsterdam is bijvoorbeeld bij hetzelfde bedrijf in dienst als de volledig bewapende private eenheden in oorlogsgebieden. Beveiliging is een op expansie gerichte markt die de ruimte neemt die zij krijgt. In diverse gemeenten worstelt men met de vraag hoever de privatisering van de veiligheidszorg moet gaan. Daarbij gaat het om het domein én om de bevoegdheden. De laatste liggen weliswaar wettelijk vast, maar daar zal geleidelijk aan gemorreld gaan worden indien het domein zich uitbreidt. Er zijn al geluiden om beveiligers te voorzien van wapenstok en pepperspray.
Maar ook zonder deze bevoegdheden is er reden voor zorg. Af en toe komen incidenten waar beveiligers bij betrokken zijn in het nieuws: een recente roof in de Amsterdamse stadsbibliotheek, een dode tijdens Beatstad-festival dit jaar in Den Haag en een ander dodelijk slachtoffer tijdens een Formule 1-evenement in Rotterdam vorig jaar. Wat er precies is voorgevallen, is onduidelijk. Hoe de beveiligers hun werk doen is sowieso onbekend terrein. Zijn burgers eigenlijk wel bereid deze vorm van quasi-handhaving te accepteren?
Het aanspreken van bijvoorbeeld hangjongeren of uitbundige feestgangers is geen gemakkelijke klus. Doorgewinterde politiemensen hebben hier soms al problemen mee, laat staan particuliere beveiligers en toezichthouders met een bescheiden opleiding, weinig ervaring en zonder bevoegdheden. Met of zonder extra bevoegdheden: beide vormen van optreden kunnen negatieve consequenties hebben voor de legitimiteit van veiligheidszorg. Is er aanleiding tot paniek? Nee. Maar er is wel behoefte aan meer regie. Particuliere beveiliging kan een legitieme plaats krijgen in het publieke domein, onder de conditie dat die goed geregeld is.
Criteria
Voor de inzet in het publieke domein gelden naar ons idee drie criteria. De inzet en aansturing moeten duidelijk zijn voor burgers, gericht op het open houden van het publieke domein en onderhevig aan democratische controle. Dat betekent dat gemeenten en politiekorpsen een goed overzicht hebben van de (legale en illegale) beveiligingsinitiatieven die in hun jurisdicties worden ontplooid. Vervolgens dienen overheden te zorgen voor duidelijke coördinatie en communicatie naar burgers, bijvoorbeeld over de te treffen klachtenregeling.
De lokale overheid zal de regie over de veiligheidszorg meer naar zich toe moeten trekken op basis van landelijke richtlijnen. De sector die nog het meest geschikt is voor privatisering is het verkeer. Het gaat hier om relatief neutrale ordeningsprincipes, waarvan de handhaving nu vaak de rechtshandhaving in de weg staat. Burgers hebben in gelijke mate recht op veiligheid en dezelfde behandeling voor de wet. Derhalve is het cruciaal dat particuliere beveiligers en toezichthouders onderschikt blijven aan de politie. Het geweldsmonopolie is niet voor niets een overheidsmonopolie geworden.

Reageer op dit artikel