Blauwe belegering: hoe de vakorganisaties zelf de orde handhaafden

De politiesector wordt relatief zwaar getroffen door het kabinetsbeleid. Reden voor de politievakorganisaties om acties te organiseren, die hun voorlopig hoogtepunt beleefden tussen 11 en 23 juni. Dit artikel beschrijft de strategie van het vakbondskader om de acties ordelijk te laten verlopen.

De 'blauwe belegering' is de naam voor een voor Nederland unieke wijze van actievoeren. Het betrof een twaalf dagen durende permanente aanwezigheid bij, en 'blokkade' van, het ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijkrelaties door politiemensen in hun vrije tijd. De reden voor deze actie was dat werknemers van de sector politie mogelijk worden geconfronteerd met ingrijpende verslechteringen van hun rechtspositie.
In diensten van acht uur waren gedurende de gehele actieperiode steeds tussen de honderd en 250 politiemensen aanwezig. Op 16 juni en 23 juni waren 'piekmomenten' georganiseerd, waarbij respectievelijk 800 en 11.000 politiemensen gehoor gaven aan de oproep van hun vakorganisaties om aanwezig te zijn en actie te voeren. Zowel op straat als in de uitvalbasis werden diverse activiteiten georganiseerd, zoals briefings, lezingen, gezelschapspelen, het maken van spandoeken, muziek en toneeluitvoeringen. Meest in het oog (en vooral ook meest in het oor) springend waren de picketlines, lawaaiige optochten in actie-uitdossing, gele hesjes en bandanas, rond het ministerie.
De blauwe belegering is niet alleen qua vormgeving uniek voor Nederland, ook het feit dat de demonstranten allen politieambtenaren zijn, is bijzonder. Zij vormen als actievoerders een groep die normalerwijze object van hun eigen werkzaamheden zou kunnen zijn. Er zou een situatie kunnen ontstaan waarin politiemensen uit Den Haag, belast met ordehandhaving in hun stad, tegenover hun collega's zouden komen te staan. De Haagse politie had aangegeven dat zij zich in een dergelijke situatie zou terugtrekken en de ME of de marechaussee het werk laten doen.
Omdat het organiseren van de politieactie een enorme druk legde op de organisatie, in casu de vakbondsbestuurders, lag de prioritieit bij de ordehandhaving binnen het actiecentrum.

[hier kader]

 

Normen
Individuele normen van groepsleden zijn zeer belangrijk bij het voorspellen van groepsgedrag (zie kader). Het begrip 'norm' moet in dit verband niet worden opgevat als een diepe overtuiging, totstandgekomen in een langdurig internalisatieproces. Een norm kan ook een denkbeeld of opvatting zijn die men zich relatief snel eigen kan maken. Een enkele mededeling van een vooraanstaand vakbondsbestuurder dat de minister zich onverantwoord inhalig opstelt, kan voldoende zijn om de focus van 'woede op de minister' op te wekken. Dit effect wordt uiteraard versterkt als de menigte geen gelegenheid heeft om zich de focus of norm die de minister als tegenwerping hanteert, eigen te maken. Campagnes met posters, actiemateriaal, voorlichtingsbijeenkomsten maar ook het optreden in de massamedia vervullen een zeer belangrijke rol in het vormgeven van de norm en focus.
Waarschijnlijk vanuit een evolutionaire oorsprong hebben mensen de eigenschap om zeer snel een 'wij-zij' denken te ontwikkelen. Veelvuldig appelleren aan het wijgevoel versterkt het groepsgevoel en dus het gedrag dat in lijn met de focus of norm wenselijk wordt geacht. Het wijgevoel wordt ook versterkt door uniforme uitmonstering. Het uitdossen van groepsleden met gele hesjes en oranje bandanas laten duidelijk zien wie er bij hoort en wie niet.
De individuele norm, de focus, van een gebeurtenis, ook wel 'labeling' genoemd, is een belangrijke factor voor het verloop van een massagebeurtenis. Daarnaast blijkt de mate van lichamelijke opgewondenheid, 'arousal' in vaktermen, een rol te spelen. Hoe hoger de arousal, des te meer kans op een ontsporing. De derde belangrijke factor is de emotionele duiding van een en ander. Focus of norm is een cognitieve factor. Als er daarnaast een emotionele (negatieve) duiding aan de demonstratie vastzit, zijn alle risicofactoren voor een ontsporing aanwezig. Aangrijpingspunten voor ordehandhaving liggen dus in beïnvloeding van de focus, de arousal en de emotionele duiding van het geheel.
Ook politiemensen zijn gevoelig voor groepsdynamiek. Dit houdt in dat demonstraties van politiemensen ook uit de hand zouden kunnen lopen.
De kans hierop is echter relatief klein, omdat politiemedewerkers bij hun indiensttreding zijn geselecteerd op persoonlijkheidskenmerken als gevoel voor rechtvaardigheid en een meer dan gemiddelde gezagsgetrouwheid.
 

Actiebereidheid
Succesvol actievoeren vereist een grote actiebereidheid van de leden van de politievakorganisaties. Actiebereidheid is, zeker als die acties in eigen tijd moeten plaatsvinden, geen vanzelfsprekendheid. Hiervoor moet een sense of urgency worden opgeroepen en het probleem worden uitvergroot met bijvoorbeeld actiemateriaal. In dit geval waren het fictieve loonstroken, die het mogelijke effect van het voorgestane beleid inzichtelijk maakten. Ook de posters waarop Remkes en collegaministers werden uitgebeeld werden als slagers en saneerders van de sector politie, waren effectief. Om er zeker van te zijn dat iedereen werd bereikt, hebben de voorzitters van de bonden hun leden persoonlijk aangeschreven. In dit schrijven appelleerden zij aan de ernst van hetgeen de leden boven het hoofd hangt en nodigden hen nadrukkelijk uit om bij acties aanwezig te zijn.
Tot slot vonden in alle korpsen bijeenkomsten plaats, waar een team van voorbeeldig samenwerkende landelijke vakbondsbestuurders gloedvolle betogen hield. Hoewel de aantallen bezoekers aanvankelijk tegenvielen, bleken deze bijeenkomsten cruciaal voor het succes van de acties die erop volgden. Ook het feit dat de concurrentie en animositeit tussen de samenwerkende vakorganisaties volledig naar de achtergrond waren verdreven, versterkte het gevoel van urgentie.
Op dit soort momenten blijken de vertakkingen van de vakorganisaties binnen alle korpsen goud waard. Lokale kaderleden vormen regionale actiecomités die goed zichtbaar en aanspreekbaar zijn, en spannen zich in om de actiebereidheid te vergroten en de voorwaarden voor participatie te scheppen.
 

Ordehandhaving
Een grote actiebereidheid brengt risico's mee voor een ordelijk verloop van de acties. Door de actiebereidheid te vergroten en vervolgens actie te voeren, richt men zich volledig op de uiterst onwenselijke gang van zaken met betrekking tot de rechtspositie. 'Wij zijn woedend omdat er van ons onredelijke en onacceptabele offers worden gevraagd'. Dit is de drijfveer die mensen naar Den Haag of Goes bracht, waar de aftrap van acties plaatsvond. Die werkelijkheid gaat gepaard met een enorme emotie. De verslechteringen die de politie boven het hoofd hangen, zijn van dien aard dat sommige collega's in financiële moeilijkheden komen. Ook waren er postactieven die zich geschoffeerd en gemarginaliseerd voelden. Actievoeren brengt ook arousal mee: een lange busreis, een wandeltocht, spreekkoren, warmte, een hoop lawaai, de confrontatie met de mensen op wie je boos bent.
Een sterke sturing op actiebereidheid en vermindering van het risico op ontsporingen gaan dus moeilijk samen. Binnen dit krachtenveld hebben de organisatoren van de blauwe belegering invulling moeten geven aan hun verantwoordelijkheid.
 

Eigen organisatie
Een wezenlijk onderdeel van de acties waren de briefings, waarin duidelijk werd verteld wat wel en wat niet was toegestaan. De briefings vonden op verschillende tijdstippen plaats: in de bussen naar en van Den Haag, en op de plek waar de acties plaatsvonden.
Onze actie mocht bij voorkeur niet leiden tot spanningen binnen de politieorganisaties. Het was dus belangrijk dat wij ons positief uitlieten over de hoofdcommissarissen, die zijn gebonden aan allerlei voorschriften. Via de media lieten de vakorganisaties weten dat hun bazen moesten worden beschouwd als werknemers en leden van vakorganisaties. Ze zeiden er begrip voor te hebben dat de politiechefs zich niet openlijk achter de acties schaarden. Zo suggereerden ze, zonder ook maar iemand in een moeilijke positie te plaatsen, dat de bazen het eigenlijk eens waren met bonden en actievoerders.
De meer of minder manifeste aanwezigheid van enkele hoofdcommissarissen was natuurlijk een extra steun. Vakbonden hebben dat publicitair zeker niet maximaal uitgebuit en volstonden met de mededeling dat een hoofdcommissaris niet alleen maar formeel deel uitmaakt van de delegatie van minister Remkes, men ook de dagelijkse zorg voor het politiepersoneel heeft. De politiechefs lieten overigens door hun houding blijken een en ander perfect aan te voelen.
Een ander belangrijk aandachtspunt betrof samenwerking met de Haagse politie; de intensieve contacten leidde tot uitstekende resultaten. Ondergeschiktheid aan de regels van de rechtsstaat heeft steeds vooropgestaan. Het terughoudende, vriendelijke en deskundige optreden van de Hagenaars drukte ons van minuut tot minuut met de neus op onze eigen verantwoordelijkheid.
 

Relatie met de buurt
Hoewel de relatie met de buurt niet tot de interne ordehandhaving kan worden gerekend, is het belangrijk deze factor toch daarbij te betrekken. Het managen van deze verhoudingen kan doorwerken in de sfeer van de acties. Jammer genoeg is het niet gelukt een gevoel van saamhorigheid met de buurt te creëren. Dit is ook begrijpelijk: de ondernemers klaagden over omzetverlies. Naar mijn idee waren ze nog bozer dan ze zeiden te zijn; met de politie maakt niemand graag ruzie. Hetzelfde geldt voor buurtbewoners; een aantal omwonenden en werkenden in omliggende kantoren had naar eigen zeggen veel last van de acties. Wij waren op deze reacties voorbereid. Met een charmeoffensief – huisbezoek, brieven, bloemen en plantjes, een concert – hebben we getracht de mensen een nieuwe kijk op onze acties te geven. Er was zelfs e-mail verkeer tussen omwonenden en de vakorganisaties. Deze acties hadden echter een beperkt effect.
 

Optreden minister
Het meest riskant tijdens de blauwe belegering waren de momenten waarop de minister zich op uitnodiging van de vakorganisaties vertoonde. De 'belichaming van het kwaad' riep heftige reacties op. Om de gemoederen enigszins te temperen, prezen de vakbondsbestuurders de minister om zijn moed om steeds weer 'in het hol van de leeuw' zijn beleid te verdedigen. Zij wilden de negatieve focus van de demonstranten, die tot uiting kwam in het soms bezigen van zeer agressief en luid taalgebruik, neutraliseren. Kenmerkend was een (eigenlijk ook wel grappig) incident dat zich voordeed tijdens de laatste piekbijeenkomst. Voor het podium stonden tientallen collega's van de eigen ordedienst, die een buffer vormden tussen de minister en de duizenden actievoerders. Een van hen voerde zijn taak uitzonderlijk ijverig uit. Terwijl hij al te opdringerige collega's met harde hand terugduwde, keek hij herhaaldelijk over zijn schouder in de richting van de minister, die hij met luide stem 'leugenaar' noemde.
Tijdens zijn laatste optreden op 23 juni nam de minister zelf een enorm risico, toen hij de vakorganisaties openlijk beschuldigde van het aanleveren van onjuist feitenmateriaal in hun berekeningen. Afgezien van het feit dat dit niet waar is, deed hij dit op een raar moment; in de weken daarvoor had hij immers ruimschoots de tijd gehad deze zienswijze te ventileren. Vanwege de risico's op ordegebied weerstonden de vakbonden de verleiding om hier nu publiekelijk op in te gaan.
 

Positieve emoties
Om de emoties te dempen, werd op gezette tijden muziek ten gehore gebracht. Op de klanken van bijvoorbeeld het succesnummer van Frans Bauer: 'Heb je even voor mij' werd een vriendelijker sfeer gecreëerd. Af en toe leek het wel een feest ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de politie.
Tijdens een grimmige actie als deze kun je natuurlijk focus en emotie beïnvloeden door de ernst van de beleidsvoornemens te relativeren. Dit zou echter ten koste van de actiebereidheid gaan; de mensen zouden zich afvragen waarom ze überhaupt aan de actie meededen. Demping van emotie en focus moet dus van iets anders komen. Het is zaak om naast de negatieve kanten – de reden van de actie – iets positiefs te zetten. Vakbondsbestuurders hebben dat tijdens de briefings en de piekmomenten herhaaldelijk gedaan, door te wijzen op het goede resultaat van de acties tengevolge van de maximale druk op het ministerie. Ook prezen ze de enorme solidariteit en collegialiteit binnen de politiesector, kwalificaties die de actievoerders zelf ook regelmatig bezigden. Naast boosheid was 'kippenvel' een breed ervaren emotie, die onder meer werd gevoed door de rituelen bij het aflossen en verwelkomen van actievoerders. Nieuwkomers werden onthaald door soms duizenden applaudisserende collega's, die zich in dikke rijen aan weerszijden van de Turfmarkt hadden opgesteld.
 

Logistiek
Ook de logistiek stond in het teken van ordehandhaving. Niet alleen verdienen leden die gehoor geven aan de oproep van hun vakorganisatie het om op een voortreffelijke manier onthaald te worden, maar ontevredenheid over slechte voorzieningen kan tot irritaties leiden. Dit geldt voor de catering, maar ook voor onduidelijkheid over het programma, de op- en uitstapplaatsen voor de bussen, vertrektijden, enzovoort. Goede logistieke voorzieningen en rustmomenten voorkomen een staat van arousal en verminderen de kans op ontsporingen.
De blauwe belegering is naast een bijzondere actievorm ook te beschouwen als een doelgerichte activiteit van een middelgrote groep mensen, die vraagt om management en leiderschap. Dat betekent dat alle activiteiten die daarbij horen, zoals beïnvloeden, beheersen, sturen, verduidelijken en coachen ook nodig zijn voor een goed verloop van de actie. De neiging bestaat echter om hier geen aandacht aan te besteden; het gaat immers om een tijdelijke activiteit van volwassen en taakrijpe mensen. Toch is gebleken dat vakbondsbestuurders de actievoerders én elkaar moesten aanspreken op gedrag. Dat is niet altijd leuk. We staat er immers in onze vrije tijd, we hebben een gemeenschappelijk doel, en we zijn het roerend eens over het nut van de zaak. Maar juist in die situaties is het goed om elkaar aan te spreken. Een vergoelijkende glimlach van een bestuurder wanneer een actievoerder een overtreding begaat, kan worden opgevat als een aansporing om hiermee door te gaan. Bovendien is het moeilijk om later op dat gedrag terug te komen. Anders gezegd: het afwijken van voorbeeldgedrag werkt escalatie in de hand. Hoewel het soms verleidelijk was om iemand ergens niet op aan te spreken, is dit uiteindelijk toch een cultuurkenmerk van die ordehandhaving geworden.
 

De toekomst
Medio juli 2005 zijn de acties opgeschort. Het valt niet te zeggen of er een vervolg op komt. Hopelijk komen partijen via het overleg tot elkaar. Toch zijn nieuwe acties niet uit te sluiten. De focus van de actievoerende zal dan negatiever zijn dan de vorige keer. Dit stelt weer hogere eisen aan de strategie van de interne ordehandhaving.

De kans op het ontsporen van grootschalige evenementen neemt toe als deelnemers aan het evenement, gemeenschappelijk, een negatieve cognitieve norm, focus of label hanteren voor hun aanwezigheid of participatie, er eveneens sprake is van een negatieve emotionele duiding, en daarnaast een bepaalde mate van arousal aanwezig is. Systematische sturing op afzwakking van elk van deze factoren door bijvoorbeeld het stellen van vergunningsvoorwaarden doet de kans op escalaties dalen. Net zoals dat binnen de blauwe belegering' is gebeurd, dienen beleidsvorming en ordehandhaving expliciet onderwerp van gesprek te zijn.

 

[kader]
Massagedrag
Over gedrag van individuen in menigten is veel gezegd en geschreven. De Amerikanen Staub1 en Waller2 presenteren beiden onderzoeksresultaten op dit gebied en bespreken zowel werkzame als onzinnige inzichten als het gaat om groepsgedrag en gedrag van mensen in menigten. Voor wie het naadje van de kous wil weten; de door beiden gebruikte bronnen zijn zeer aan te bevelen. Dit artikel beperkt zich tot het beschrijven van de belangrijkste kennisregels die een rol hebben gespeeld in de wijze waarop ordehandhaving binnen de blauwe belegering heeft plaatsgevonden.
In tegenstelling tot wat Le Bon3, Freud4 en Niebuhr5 in de eerste helft van de vorige eeuw beweerden, leidt deelname aan groepen niet (automatisch) tot verminderde moraliteit, verminderd zelfbewustzijn en agressiviteit bij de leden van die groep.
Deïndividuatie6 zou mensen in groepen kwetsbaar maken voor antinormatief gedrag, ontremming, verlies van eigen verantwoordelijkheid en zelfbewustzijn. Onderzoeksresultaten in deïndividuatieonderzoek verschaffen echter geen eenduidig beeld die de hypothese ondersteunen. Niettemin is de deïndividuatie-theorie in de praktijk van de politie populair.
Postmes en Spears7 onderzochten wat er met normen van individuen gebeurt als men blootstaat aan een gedeïndividualiseerde situatie zoals het anoniem verkeren in grote groepen. Daar waar de deïndividuatietheorie voorspelt dat in die situatie persoonlijke normen hun richtinggevende kracht verliezen, en altijd antinormatief gedrag zou versterken, vonden zij juist het tegendeel. Gedeïndividualiseerde condities leiden simpel gezegd tot een versterking van in de groep levende sociale normen. Dit betekent dat groepscondities en anonimiteit een versterkende werking hebben op gedrag dat volgens de leden van zo'n groep goed of wenselijk is. Consequentie daarvan is dat de sociale norm die leeft bij individuen van veel grotere invloed is op het groepsgedrag, dan de omvang van de groep, of de mate van anonimiteit die men daarin geniet. Groepswerking is niet meer en niet minder een versterking van het gemiddelde van preferenties die bij de leden van die groep leven. Als individuele hooligans een positieve attitude hebben ten opzichte van rellen en geweldpleging zal groepsvorming dit effect versterken met alle gevolgen van dien. Als individuele politiemensen het als goed en rechtvaardig beschouwen om op te komen voor hun eigen rechtspositie dan zal een groep demonstrerende politiemensen dit gevoel versterken. Groepen zijn dus niet inherent slecht of goed. Het waren groepen die democratie brachten in Tsjechië maar het zijn ook groepen die zich te buiten gaan aan moordpartijen en andere gewelddadigheden, schrijft Waller in zijn overzicht.
[kader]

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2005, jrg. 67, nr. 9, p. 29-32

1 Staub, Ervin, The psychology of good and evil, Cambridge, ISBN 0521 52880 1, 2003.
2 Waller, James, Becoming evil, Oxford press, ISBN 0195148681, 2002.
3 Le Bon, Gustav, The crowd; A study of the popular mind, 1895.
4 Freud, Siegmund, Group psychology and analysis of the ego, 1921.
5 Niebuhr, Ronald, Moral man and immoral society, 1932.
6 Het verschijnsel dat mensen in groepen zich minder zorgen zouden maken over de beoordeling van hun eigen gedrag door anderen.
7 Postmes&Spears, Psychological Bulletin, 1998.

Voetnoten

0 reacties

Reageer op dit artikel