Cause oriented policing: Een antwoord op onveiligheid in een complexe samenleving

Dit artikel schetst een model dat politiewerk bundelt onder de noemer COP, Cause-Oriented Policing. COP is bedoeld als een leidraad voor politieleiders. Het kan behulpzaam zijn bij het formuleren van een antwoord op de vragen die vanuit de complexe samenleving op hen afkomen.

De ervaren onveiligheid staat hoog op de publieke en politieke agenda. Het kabinet heeft dit opgepakt en vastgelegd in de nota Naar een veiliger samenleving. In 2003 tekenden de korpsbeheerders een landelijk convenant én een regionaal prestatieconvenant met de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie. Het hogere doel is dat Nederland veiliger moet worden. De gedachte erachter is dat een betere prestatie van de politie resulteert in minder criminaliteit en dat weer in minder onveiligheidsgevoelens bij de burgers. Want dat laatste is cruciaal. Stel dat de politie erin slaagt de criminaliteit in 2006 met 25 procent te reduceren, maar de onveiligheidsgevoelens blijven gelijk, dan blijft de ervaren onveiligheid even stevig de publieke en politieke agenda domineren (zie figuur 1).
Omdat de werkelijkheid aanzienlijk complexer is, heb ik op basis van wetenschappelijke literatuur een meer omvattend theoretisch model opgesteld en getoetst aan gegevens uit de Politiemonitor Bevolking.1 Dit model bestaat uit vier hoofdindicatoren, die elk vele subvariabelen kennen (zie figuur 2)

Uit dit onderzoek komt de buurt als zeer bepalende factor naar voren. De buurt  in de zin van de sociale organisatie, de sociale kwaliteit en de sociale cohesie van de buurt. De wijze waarop de politie acteert, kan daaraan positief bijdragen. Het gaat erom de buurt te betrekken bij het aanpakken van criminaliteit en overlast. Daarnaast laat het model zien dat het acteren van de politie ook rechtstreeks van invloed is op onveiligheidsgevoelens, nog los van de vraag of dit leidt tot daling van de criminaliteit. Andere aanbevelingen zijn het ontwikkelen van een mediabeleid voor de politie (positieve berichtgeving) om onveiligheidsgevoelens te verminderen, en een paradigmaverschuiving van bedrijfsmatige sturing van de politie naar een causale sturing.2 Dit artikel richt zich op de betekenis van causale sturing voor de politie.

 

Paradigmaverschuiving
Een harde aanpak van criminaliteit leidt niet automatisch tot een groter gevoel van veiligheid.3 Een veilige, beheersbare en voorspelbare samenleving vergt een bredere kijk, die begint bij de directe leefomgeving van burgers. Los van de – op zich gerechtvaardigde – wens dat de politie goed presteert, is aangetoond dat een veiliger Nederland iets meer vraagt dan hogere prestatie-indicatoren van de politie. De notie achter de prestatieconvenanten is gebaseerd op 'het paradigma van bedrijfsmatige sturing'. Dat beschouwt de politie als een bedrijf dat producten levert. Die producten worden gedefinieerd. Er is een bepaalde input, het bedrijf kent een bepaalde throughput, dat resulteert in een meetbare output. Deze output heeft effect op de omgeving, waardoor een bepaalde outcome ontstaat,. iIn dit geval zou dat meer veiligheid moeten zijn. Aangenomen wordt dat het verbeteren van de output, gemeten in prestatie-indicatoren, de beoogde outcome teweegbrengt. Hier gaat de redenering echter mank; er wordt namelijk geen rekening gehouden met de specifieke regionale en lokale omstandigheden. Verminderen en vermeerderen van onveiligheid zijn geen outcome van een bepaald product, onveiligheid is een complex maatschappelijk verschijnsel.
De oorzaken zijn heel divers en verschillen per gemeente, per buurt, maar ook door de tijd. Als de politie wordt ingezet om een bijdrage te leveren aan 'het veiliger maken van Nederland' zal moeten worden gestuurd op het aanpakken van de oorzaken. Dit vereist een gedifferentieerde, op de lokale situatie toegesneden aanpak. Het is een ander paradigma, waarin de analyse van en reactie op de oorzaken van onveiligheid centraal staan, een 'paradigma van causale sturing'.

 

COP-Paraplu
Dat brengt ons tot de betekenis van wat ik noem cause oriented policing (COP)3, ofwel de oriëntatie van de politiezorg op de oorzaken van onveiligheid(sgevoelens). Dit begrip behelst een aantal kenmerken voor politiebeleid, die zijn samengevat in de term COPPER:
– causaal denken;
– omgevingsgericht;
– professioneel;
– persoonlijk;
– effectief; 
– reputatie.

Elk kenmerk bestaat uit één of meer elementen, die aan de 'COP-paraplu' kunnen worden opgehangen (zie het schema op pag….).

1.Causaal denken
Causaal denken, dat wil zeggen oriëntatie op de oorzaken van de veiligheidsproblemen is de paraplu voor het leiderschap bij de politie. Het is het overkoepelende inzicht waaraan vele vormen van politiezorg en managementinstrumenten moeiteloos kunnen worden gehangen.
Veiligheid(sgevoel) in een leefgemeenschap is de resultante van een veelvoud van (f)actoren, waarbij geen van de (f)actoren het primaat mag of kan claimen.
Veiligheid(sgevoelens) en in het verlengde daarvan leefbaarheid en maatschappelijke integriteit zijn primair uitkomsten van de leefgemeenschap zelf. Burgers, instellingen en overheid maken zelf (on)veiligheid. Dit blijkt onder meer uit de grote aantallen interacties die zonder problemen tussen mensen verlopen. De interacties die niet goed verlopen (bijvoorbeeld burenruzies of misdrijven zoals woninginbraken, mishandelingen), zijn eerder uitzondering dan regel. Een aantal van deze interacties komt als meldingen en aangiften bij de politie terecht. In deze visie begint veiligheid dus bij sociale zelfredzaamheid en sociale zelfregulering van een leefgemeenschap.

Ons onderzoek heeft geleerd dat oorzaken van onveiligheid(sgevoelens) verschillen per gemeente of zelfs per buurt en bovendien in de tijd veranderen.
Als een buurt het zelf niet kan oplossen, moet zij met succes een beroep kunnen doen op de overheid. Bij onmiddellijke bedreigingen van de veiligheid moet de buurt erop kunnen rekenen dat de politie het probleem voor hen aanpakt. Opsporen van criminaliteit is daarbij een heel belangrijke factor in het ontdekken van de oorzaken van onveiligheid.
Als je criminaliteit voorstelt als water op straat, kun je het opsporingsproces van de politie definiëren als dweilen. Als het echt droog moet worden op straat is het natuurlijk heel wat effectiever als de overheid niet alleen dweilt, maar ook op zoek gaat naar de kraan die open staat. Daarom is het van belang te denken in termen van oorzaak en gevolg. Hoe beter de politie er in slaagt veroorzakers van criminaliteit op te sporen, des te beter is zij ook in staat aan te geven waar de oorzaken liggen van het criminele gedrag. Als de politie en de partners in het veiligheidsbeleid in staat zijn die oorzaken te (laten) opheffen, grijpen zij veel effectiever in dan wanneer zij alleen de symptomen bestrijden.

2.Kenmerk: omgevingsgericht
Elementen: gebiedsgebonden politiezorg en integrale veiligheidszorg
Omgevingsgerichtheid kenmerkt zich door meerdere elementen. In de eerste plaats heeft het gevolgen voor de wijze waarop de politie haar organisatie inricht.
De visie op veiligheid heeft namelijk behoorlijk verstrekkende consequenties voor de inrichting van de organisatie. De visie vraagt om een volstrekt open en geïnteresseerde houding van de politie naar die leefgemeenschap. Dit veronderstelt een consequente nieuwsgierigheid naar hoe de lokale samenleving haar (on)veiligheid 'organiseert'. In feite kan men spreken van een 'continue verkenning van de (werk)omgeving'. De politiewerkzaamheden die de burger rechtstreeks raken, dienen daarom zoveel mogelijk gebiedsgebonden te worden georganiseerd, zodat de politie optimaal afstemt en inspeelt op de (on)veiligheidssituatie van een lokale gemeenschap én op de lokale gemeenschap zelf (zie kader 1).

In de tweede plaats heeft omgevingsgerichtheid gevolgen voor de wijze waarop de politie haar rol vervult bij de aanpak van veiligheidsproblemen en wie zij daarbij inschakelt.
De visie veronderstelt dat vele actoren in de lokale samenleving de veiligheid(sgevoelens), leefbaarheid en maatschappelijke integriteit (kunnen) beïnvloeden. Dit impliceert dat de politie haar werkzaamheden zo inricht dat communicatie met die actoren kan plaatsvinden. Hierdoor kunnen afstemming, samenwerking en wederzijdse beïnvloeding ervoor zorgen dat veiligheid(sgevoelens), leefbaarheid en maatschappelijke integriteit toenemen. In dit kader zijn de gemeenten en het Openbaar Ministerie zeer prominente actoren. Niet alleen spelen zij een belangrijke rol in het lokale veiligheidsbeleid, maar in de persoon van de burgemeester en van de officier van justitie oefenen zij ook het gezag uit over de politie. Deze constateringen betekenen dat de politie zich in het beleidsnetwerk van veiligheidsactoren (organisaties en burgers) gedraagt als een 'aanjager' en als een 'vernieuwer' met het doel partners te bewegen – in samenwerking en binnen de eigen verantwoordelijkheid – de veiligheid in het gebied te verhogen.

3.Kenmerk: professioneel
Elementen: risicomanagement, probleemgeoriënteerde politiezorg, professionalisme van organisatie en individuele medewerkers
Ook professionaliteit van de politie kenmerkt zich door meerdere elementen.
De visie veronderstelt dat de politie haar eigen verantwoordelijkheden in de samenleving zonder meer waarmaakt. Het volstrekt eigene van de politietaak is gelegen in het geweldsmonopolie. De politie is de enige organisatie die met dwang en desnoods met geweld mag ingrijpen in de gang van zaken in de samenleving.
Om veiligheid positief te beïnvloeden, leggen burgers en politiek een grote claim op de politie. De vraag naar politiediensten overtreft altijd het aanbod. Vergroten van de capaciteit van de politie leidt meestal niet tot meer evenwicht omdat vergroten van de capaciteit onherroepelijk leidt tot een grotere vraag vanuit de bevolking.4 Met andere woorden, de politie zal – in samenspraak met het bevoegd gezag – altijd moeten kiezen wat zij wel zal aanpakken en wat niet.
Willen zijwe professioneel tot deze keuzes komen dan leidt deze redenering tot de conclusie dat risicomanagement uitgangspunt moet zijn bij de besluitvorming. Risicomanagement is een besluitvormingsmethode gebaseerd op risico's (zie kader 2). Het is gericht op onzekerheidsreductie in plaats van zekerheidsperfectionering. Het onderliggende doel van risicomanagement is de meest efficiënte oplossing te vinden voor een probleem ('waar voor je geld').
Voor de politie gaat het erom tot een identificatie te komen van die problemen die het grootste risico vormen voor de veiligheid(sgevoelens) in een gebied. Dit brengt ons bij problem-oriented policing5.
De dynamiek van de samenleving, nieuwe opkomende probleemgebieden, veranderingen in de lokale samenlevingen, de steeds wisselende en veranderende verwachtingen, vergen van de politieorganisatie en van de individuele politiemensen een hoog professioneel niveau (zie kader 3).

4.Kenmerk: persoonlijk
Element: menselijke maat
Dit kenmerk brengt de benadering van problemen op menselijk niveau. Het gaat daarbij om vragen als: wie heeft er last van? Wie kan het mij vertellen? Wie zijn de veroorzakers? Wie kan er wat aan doen? Wie krijgt dat voor elkaar?
Causaal denken legt dan ook meer de nadruk op de onveiligheidsgevoelens en minder op de objectieve onveiligheid. De maatschappelijke impact wordt namelijk veel meer veroorzaakt door de reactie van mensen op verschijnselen van criminaliteit dan door de criminaliteit zelf. Als de reactie van een buurt op overlastveroorzakende jongeren bestaat uit het verzamelen van de krachten uit de buurt om die jongeren – binnen de wettelijke grenzen en al dan niet met mobiliseren van politie en gemeentelijke overheid – in het gareel te krijgen, dan zou dat uiteindelijk de veiligheidsgevoelens alleen maar verstevigen. Buurtbewoners leren elkaar daardoor beter kennen, leren op elkaar vertrouwen en bouwen samen aan de gemeenschap in hun buurt. Als de reactie echter bestaat uit het vergrendelen van de deuren, de kinderen onder de keukentafel laten spelen en 's avonds de deur niet meer open doen, dan 'atomiseert' de buurt. Buurtbewoners gaan zich gedragen als losse atomen, de samenhang uit de buurt verdwijnt en de onveiligheidsgevoelens slaan toe (zie kader 4).

Het geeft eens te meer aan dat de politieonze professie uit meer bestaat dan alleen het genereren van tabellen met cijfers over criminaliteit en politieprestaties. Op zich is het uitstekend om tabellen met cijfers als uitgangspunt te nemen, maar dat is slechts het begin. Waar het om gaat is het ontdekken van het verhaal achter die cijfers. Wat is de betekenis ervan? De betekenis voor burgers op straat, in wijken en in buurten? Dit betekent dat problemen worden gedefinieerd op het persoonlijke niveau van burgers in wijk en buurt. De politie is als geen ander in staat de doorstap te maken naar die wereld achter de cijfers. OnzDe straatprofessionals kunnen persoonlijk vaak zo vertellen waar het probleem precies zit, wie de veroorzakers zijn, hoe het komt en wie er wat aan kan doen.
Het benaderen van problemen tot op persoonlijk niveau betekent dus in feite dat we de menselijke maat toegevoegden wordt aan onzde oriëntatie op cijfers.

5.Kenmerk:effectiviteit
Elementen: informatiegestuurde politie, bedrijfsmatige sturing, planning en support, prestaties en effecten
Het kenmerk 'effectiviteit' brengt vele elementen van bedrijfsmatige sturing onder de COP-paraplu. Deze worden achtereenvolgens behandeld. De bedrijfsmatige sturing wordt uiteraard gekoppeld aan de aanpak van de veiligheidsproblemen.
 
Scannen, analyseren, identificeren en definiëren
Wat we in de lokale samenleving waarnemen aan risico's voor de veiligheid waargenomen wordt is input voor het beleid. Om een beeld te krijgen van de veiligheidsproblemen in het gebied is een continue scanning van het (werk)gebied noodzakelijk. Immers, de samenleving is dynamisch en aan verandering onderhevig.
Alle informatie die kan worden ontsloten, moet worden gebruikt. Onderzoek en systematische analyse vinden plaats aan de hand van:
-– gegevens en analyses uit de Politiemonitor Bevolking; deze biedt de mogelijkheid per wijk te onderzoeken waardoor de onveiligheidsgevoelens van de bewoners worden veroorzaakt;
-– cijfers uit de criminaliteitsbeeldanalyses, veelal gebaseerd op de geregistreerde criminaliteit;
-– informatie uit gerichte fenomeenonderzoeken, zoals onderzoek naar geweld in de regio of onderzoek naar woninginbraken;
-– 'zintuigspecifieke' informatie en interpretaties van cijfermatige analyses van (straat)professionals; zo kan een wijkagent concrete informatie uit de wijk aanleveren over oorzaken van bepaalde verschijnselen; dit is van groot belang voor het begrip van 'het verhaal' achter de cijfers en voor de te formuleren interventiestrategie;
-– informatie van andere organisaties;
-– andere geregistreerde gegevens en informatie ('open' bronnen).

De informatiehuishouding in de korpsen en het sturingsconcept op de operationele bedrijfsvoering (denk bijvoorbeeld aan briefing en debriefing, en sturingsoverleg op operationele zaken) dienen hierop afgestemd te zijn.
Dit is een continu proces. Aan de hand van de scanning en de analyse worden de veiligheidsproblemen geïdentificeerd en gedefinieerd.

 

Plan
Bij het plannen wordt allereerst gekozen welke veiligheidsproblemen worden aangepakt.
In de aanpak is effectiviteit het leidende beginsel. Als we oorzaken weggeneomen worden, is de kans groot dat we het verschijnsel gewoonweg geëlimineerden wordt. Dat is overigens niet de enige vorm van effectiviteit. Oorzaken zijn vaak wel te beïnvloeden, maar niet altijd volledig weg te nemen. Behalve het totaal elimineren van een probleem bestaan nog de volgende vormen van effectiviteit7:
-– reduceren van het aantal incidenten dat het probleem creëert;
-– reduceren van de ernst van die incidenten;
-– ontwerpen van methoden voor een betere behandeling van die incidenten;
-– verwijderen van het probleem van de politie(ke) agenda.

De beleidsontwikkeling is een zaak voor meer actoren dan de politie alleen. Dit ligt in het verlengde van het algemeen geaccepteerde gedachtegoed van integraal veiligheidsbeleid. Bij het plannen van interventiestrategieën is het dus zaak ook de rollen en prestaties van anderen dan de politie te definiëren en hen daarop aan te spreken. Het is zaak ieders prestaties 'smart' (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden) te formuleren. Verder is het van belang de beoogde outcome te formuleren. De geplande interventiestrategieën dienen te leiden tot effectiviteit ten aanzien van de gedefinieerde veiligheidsproblemen, zoals hierboven geformuleerd. De plannenmakers doen er dan ook goed aan te formuleren welke effectiviteit zij denken te bereiken.

 

Do
De volgende stap is het uitvoeren van de afgesproken interventiestrategieën en monitoren van de voortgang van de activiteiten, de geleverde prestaties en de effecten op het veiligheidsprobleem.

 

Check
Binnen de verschillende organisaties, waaronder de politie, zullen leidinggevenden hun personeelsleden aanspreken op het al dan niet halen van de afgesproken prestaties. Maar ook de partners in veiligheid zullen elkaar onderling moeten aanspreken.
Daarnaast dienen de effecten onderwerp van gesprek te zijn, vooral de veronderstelde causaliteit tussen interventie en effect. Interne borging binnen de politieorganisatie kan plaatsvinden door managementgesprekken tussen korpsleiding en districtschefs en op de andere managementniveaus. Deze gesprekken zijn bij uitstek het gremium waar door middel van planning en control op een bedrijfsmatige manier verantwoording kan worden afgelegd over de prestaties. Het is ook bij uitstek het gremium waar door middel van planning en support op een professionele wijze de dialoog kan worden aangegaan over de vraag of de interventie echt heeft gewerkt. Of wat er nog meer voor nodig kan zijn om het beter te laten werken, of wat er voor nodig is om de niet-beoogde bijeffecten te elimineren enzovoorts.

 

(Re)act
Het spreekt vanzelf dat de uitkomsten van de check kunnen leiden tot een nieuwe impuls voor de planning van interventies, of wellicht tot een andere definitie van het probleem of de beoogde effectiviteit.

6.Kenmerk: reputatie
Elementen: reputatiemanagement en communicatiebeleid
De causale link met onveiligheid(sgevoelens) en de reputatie van de politie is eenvoudig. De psychologie erachter laat zich als volgt beschrijven. Er kunnen wel bedreigingen van veiligheid bestaan in onze samenleving, maar de burger kan vertrouwen op onze politie op het moment dat hij haar werkelijk nodig heeft. Dan is hij veilig en leeft hij in een rechtvaardige wereld.
Het najaarscongres van de Raad van Hoofdcommissarissen van 2003 stond in het teken van reputatiemanagement. Het belang in onze huidige samenleving, waarin media ons lijken te brengen van hype naar hype, is erg groot. De Politiemonitor leert ons dat ongeveer dertig procent van de Nederlandse bevolking in een jaar contact heeft met de politie. Het betreffen ook contacten over kleinigheden. Veel mensen spreken dus niet uit eigen (recente) ervaring met de politie. Zij gaan af op verhalen van 'horen zeggen', op vroegere ervaringen van henzelf of op wat via de media tot hen komt.
Onveiligheidsgevoelens worden slechts voor een deel beïnvloed door angst voor criminaliteit. Volgens Van der Vijver (1993) wordt een ander deel verklaard door een gevoel van maatschappelijke onrust. Het gaat dan eigenlijk meer om het gevoel dat het in ons land uit de hand dreigt te lopen. Wie heeft het hier eigenlijk nog voor het zeggen? Wie vertoont er echt leiderschap in ons land? Het gaat daarbij om het gevoel van paniek in de samenleving, de vraag of de overheid het nog wel allemaal in de hand heeft. Het is dus zaak dat de politie de veiligheidsproblemen niet alleen adequaat aanpakt, maar dit ook over het voetlicht brengt. Dit is ook goed voor de stemming in het land en voor de reputatie van de politie. Omdat reputaties echter vaak worden gemaakt en gebroken door anderen, sorteert het het meeste effect als anderen – gezaghebbenden – zeggen dat de politie het goed doet.

Om gevoelens van onveiligheid te verminderen, dient de communicatie over de successen van de politie weldoordacht te gebeuren. Stel dat de politie elke week succesvol is in het oprollen van criminele bendes en de pers hierover breeduit informeert. Dit kan de reputatie van de politie goed doen, zij is immers succesvol in het bestrijden van de criminaliteit. Het kan echter ook het beeld oproepen dat er wel erg veel criminele bendes actief zijn! Hiermee is het dilemma geschetst. Wanneer de successen van de politie breed uit worden gemeten, kan het de onrust verminderen. Het laat zien dat men op de politie kan rekenen. Anderzijds kan het de onrust juist vermeerderen, het beeld kan ontstaan dat het toch wel heel erg gesteld is met de onveiligheid in ons land.
De politie zal dus naast reputatiemanagement ook een weldoordacht communicatiebeleid moeten ontwikkelen om gevoelens van maatschappelijke onrust te verminderen en te voorkomen.

Dit artikel is mede gebaseerd op de doctoraalscriptie die ik schreef ter afsluiting van de studie Politicologie en Bestuurskunde (variant Politie- en veiligheidsstudies) aan de Vrije Universiteit (onder begeleiding van drs. Karin Lasthuizen en prof. Leo Huberts) en het daarna gepubliceerde hoofdstuk. Deels is het ook gebaseerd op de notitie 'Op Koers' van de regiopolitie Gooi en Vechtstreek. Ik bedank Karin Lasthuizen en Leo Huberts voor hun commentaar op een eerdere versie van dit artikel.

 

Literatuur/Referenties
-Eck, J.R., Spelman W., Hill, D., Stephens, D.W., Stedman, J.R. & Murphy, G.R. (1987) Problem Solving: Problem-Oriented Policing in Newport News. Washington D.C.: Police Executive Research Forum, vermeld in: Goldstein, H. (1990). Problem-Oriented Policing. New York, McGraw-Hill.
-Eeuwijk, B.A.P. van, (2002) Het verhaal achter de cijfers, Acteren van de politie en onveiligheidsgevoelens van burgers. MA -Thesis Policestudies. Vrije Universiteit Amsterdam. Almere.
-Goldstein, H. (1990) Problem-Oriented Policing. New York, McGraw-Hill.
-Lasthuizen, Karin, Ben van Eeuwijk en Leo Huberts (2003). Police and the Community: How Policing Can Reduce Feelings of Insecurity. Results from Survey Research in The Netherlands. Paper for International Police Executive Symposium (IPES), Tenth Annual Meeting Bahrain, October 11-15, 2003 'Police and the Community'.
-Lasthuizen, Karin, Ben van Eeuwijk en Leo Huberts, (2004) Feelings of insecurity in communities: what does really matter? Result of survey research in the Netherlands, in: Van der Vijver, K. en Terpstra, J. (editors), Urban safety: problems, governance and strategies, Enschede, University of Twente, the Netherlands
-Lipsky, M. (1980). Street level bureaucracy. Dilemma's of the individual in public services, New York, Russel Stage Foundation.
-Regiopolitie Gooi en Vechtstreek (2003), Op koers, Hilversum.
-Vijver, C.D. van der (1993). De burger en de zin van Strafrecht. Lelystad, Koninklijke Vermande

[kader1]
Een recent voorbeeld van het belang van gebiedsgebondenheid vinden we terug op de dag van de moord op Theo van Gogh. De Amsterdamse korpschef Bernard Welten sprak op de persconferentie uit dat hij alle buurtregisseurs had opgedragen de wijken in te gaan. Zij moesten contact maken met de mensen in de buurt om in te voelen hoe mensen reageerden, hoe het stond met de angst en gevoelens van bedreiging. Dit gebeurde in het hele land, ook de (lokale) bestuurders pakten hierin hun verantwoordelijkheid op.

[kader 2]
Een mooi recent voorbeeld van het toepassen van risicomanagement op een veiligheidsprobleem is de aanpak van veelplegers. De Raad van Hoofdcommissarissen is erin geslaagd deze problematiek landelijk op de publieke en politieke agenda te krijgen. De notie dat een relatief kleine groep criminelen verantwoordelijk is voor het grootste deel van de ervaren criminaliteit heeft geleid tot een probleemgeoriënteerde aanpak, gericht op de daders. In het hele land is hier op regionaal en lokaal niveau invulling aangegeven.

[kader 3]
Een recent voorbeeld van een professionele benadering is een van de reacties op de dreiging van terrorisme. De AIVD maakt nu voor de tweede keer in enkele jaren een ronde langs de politiekorpsen om voorlichting te geven aan wijkagenten en andere professionals van de politie over het herkennen van signalen van radicalisering. Dit stelt onzde straatprofessionals in staat in hun eigen gebied deze signalen waar te nemen en door te geven.


[kader 4]
Een recent voorbeeld van een 'atomiserende' reactie in een buurt betreft de commotie over de Diamantbuurt in Amsterdam. Wangedrag van jongeren was er de oorzaak van dat een gezin de deuren vergrendelde en uiteindelijk besloot te verhuizen. Het 'atomiseren' ging zo ver dat er sprake was van 'verdamping'. De verontwaardiging was groot. 'Waar moet het naar toe met Nederland als gezinnen niet meer veilig in hun eigen buurt kunnen wonen en verdreven worden?' Het voorbeeld toont aan dat vooral de reactie op de criminaliteit – de verhuizing – de aanleiding was tot gevoelens van maatschappelijke onrust.
 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2005, jrg. 67, nr. 1-2, p. 11-15

1 Van Eeuwijk, 2002.
2 Lasthuizen, Van Eeuwijk en Huberts, 2004.
3 Tijdens een presentatie op het IPES-congres (International Police Executive Symposium) in 2003 heb ik een aantal kenmerken voor politiebeleid gepresenteerd. De term Cause-Oriented Policing is later bedacht als 'paraplu'.
4 Lipsky, 1980, 33-39.
5 Goldstein, 1990
6 Lasthuizen, Van Eeuwijk en Huberts, 2004.
7 Eck and Spelman et al., 1987, 5-6.
8 Lasthuizen, Van Eeuwijk en Huberts, 2004.

Voetnoten

0 reacties

Reageer op dit artikel