Commissies van toezicht politiecellen: last of lust?

Commissies van toezicht politiecellen zorgen ervoor dat de rechten van arrestanten worden gewaarborgd en dat de arrestantenzorg optimaal is. Esther van Dongen, Laurens Kobus en Sophie Laarman deden vorig jaar onderzoek naar het functioneren van de commissies. Gekeken is onder meer of er een discrepantie is tussen wetgeving en praktijk.

Jarenlang was de arrestantenzorg bij veel politiekorpsen een ondergeschoven kindje. Enkele gebeurtenissen leidden ertoe dat de arrestantenzorg meer aandacht kreeg. Zo overleed in 1988 kraker Hans Kok in een politiecel te Amsterdam. Naar aanleiding van dit incident stelde het gemeentelijke politiekorps Amsterdam een Commissie van toezicht politiecellen in. Toen in 1991 in Haaglanden in een politiecel brand was uitgebroken, werd daar een vergelijkbare commissie ingesteld. En nadat vervolgens de politieregio Brabant-Noord een commissie van toezicht had ingesteld, werd dit ook in andere politieregio's overwogen. In een brief aan het Korpsbeheerdersberaad verzochten de commissies Amsterdam-Amstelland, Haaglanden en Brabant-Noord dringend om het instellen van een commissie te bevorderen.2 Vervolgens werden in de politieregio's Zuid-Holland-Zuid en Flevoland Commissies van toezicht politiecellen ingesteld.
De positieve ervaringen met deze commissies waren voor Kamerlid Halsema aanleiding om een motie in te dienen. Zij verzoekt de minister 'zorg te dragen dat in elk van de politieregio's een commissie van toezicht voor de politiecellen wordt ingesteld, met vergelijkbare functies en bevoegdheden als die voor de penitentiaire inrichtingen'. Op 26 januari 1999 nam de Tweede Kamer de motie-Halsema aan.
 

Wettelijke plicht
In 2001 is de wettelijke plicht tot het instellen van Commissies van toezicht politiecellen vastgelegd in artikel 16a van het Besluit beheer regionale politiekorpsen. Lid 4 van dit artikel bepaalt dat de korpsbeheerders de opdracht hebben om regels vast te stellen over de voor een adequate taakvervulling benodigde bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van een commissie van toezicht en de benoeming en het ontslag van haar leden.
In artikel 16a van het Besluit beheer regionale politiekorpsen staat dat een Commissie van toezicht politiecellen een orgaan is dat toezicht houdt op huisvesting, veiligheid, verzorging en bejegening. Dit doet een commissie door (onaangekondigde) inspecties in politiecellencomplexen te verrichten.3 Zij wordt ingesteld door de korpsbeheerder en bestaat uit ten minste drie en ten hoogste twaalf onafhankelijke leden. Bij de samenstelling van een commissie wordt rekening gehouden met de benodigde maatschappelijke en bestuurlijke deskundigheid en de ervaring van de leden. Een commissie heeft als taak gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen aan de korpsbeheerder en inlichtingen te geven over aangelegenheden betreffende politiecellencomplexen. Verder kan de korpsbeheerder een commissie belasten met het behandelen van en het adviseren over klachten als bedoeld in artikel 61 van de Politiewet 1993, voorzover die klachten betrekking hebben op aangelegenheden betreffende politiecellencomplexen. Jaarlijks legt een commissie aan de korpsbeheerder verantwoording af over haar werkzaamheden.
 

Onderzoek
Doel van het onderzoek Commissies van toezicht politiecellen; op zoek naar grenzen (2004) was het in kaart brengen van wetgeving die betrekking heeft op de commissies en het functioneren van deze commissies in de praktijk.4 Daarbij is gekeken of er een discrepantie is tussen de wetgeving en de praktijk. Bij het onderzoek zijn alle 19 regionale Commissies van toezicht politiecellen betrokken.5 Om het onderzoek zo volledig mogelijk te maken, zijn verder de commissies van toezicht van het Korps Landelijke Politiediensten en de Koninklijke marechaussee onderzocht.
De commissie van toezicht heeft betekenis voor de politieorganisatie. Interessant hierbij is de vraag of de commissie een last of een lust is.
Wij hebben in ons onderzoek gekeken naar de samenstelling van commissies, de invulling van de toezichtstaken, de reikwijdte van het toezicht, de werkwijze van de commissies en het contact met de politie. Een aantal van deze onderwerpen zullen hier de revue passeren.
 

Samenstelling
Het Besluit beheer regionale politiekorpsen geeft geen richtlijnen met betrekking tot het soort beroepsgroepen dat al dan niet in een commissie moet respectievelijk mag zijn vertegenwoordigd. In feite is geen enkele beroepsgroep uitgesloten. De Nota van Toelichting geeft enkele voorbeelden van beroepsgroepen die in een commissie vertegenwoordigd kunnen zijn. Genoemd worden: raadsleden, (GGD-)artsen, advocaten, hoogleraren (strafrecht), reclasseringsambtenaren en schooldirecteuren. Ook een ervaringsdeskundige als een penitentiair inrichtingsdirecteur kan in een commissie zitting nemen. In veel commissies van toezicht zijn enkele van deze beroepsgroepen vertegenwoordigd.
Om een goede invulling te kunnen geven aan de toezichtstaken van de commissies verdient het aanbeveling dat bepaalde disciplines verplicht worden gesteld, met name personen met medische, juridische of bouwtechnische kennis.
Een ingeslotene is een rechtssubject, een drager van in beginsel dezelfde rechten en plichten als iedere andere burger.6 Grondrechten gelden in beginsel voor alle ingeslotenen, tenzij op grond van een wettelijke basis een beperking van het (grond)recht is toegelaten. Er zijn internationale en nationale regelingen die uitsluitend bepalingen bevatten die voor ingeslotenen gelden. Om deze reden heeft het voordelen iemand met juridische kennis als lid in een commissie deel te laten nemen. Daarnaast is het wenselijk iemand met bouwtechnische kennis in een commissie op te nemen, aangezien huisvesting een van de kerntaken van het toezicht is. Zo kan een commissie bijvoorbeeld in het kader van nieuwbouwprojecten een rol spelen.
Ten slotte is onzes inziens een deskundige op het gebied van de psychiatrie onmisbaar als lid van een Commissie van toezicht politiecellen.
 

Psychiatrische patiënten
De populatie van psychiatrische patiënten in politiecellen groeit de laatste jaren steeds harder. Omdat men het er grotendeels over eens is dat een politiecel geen geschikte verblijfplaats is voor een psychiatrische patiënt, hebben veel commissies hun bezorgdheid geuit over deze ontwikkeling.
Artikel 2 van de Politiewet 1993 bepaalt dat de politie onder meer tot taak heeft in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels hulp te verlenen aan hen die deze behoeven. Deze taak wordt onder andere ingevuld door artikel 25 van de Ambtsinstructie voor de politie, Koninklijke marechaussee en bijzondere opsporingsambtenaren. Bij het uitoefenen van haar taken draagt de politie er zorg voor dat personen die onmiddellijk gevaar opleveren voor de openbare orde, veiligheid of gezondheid van derden, of voor zichzelf, van openbare plaatsen worden verwijderd en zo mogelijk worden overgedragen aan hun eigen zorgkader. Indien de politie vermoedt dat een persoon die gevaar voor zichzelf of anderen veroorzaakt geestelijk gestoord is, waarschuwt zij een arts.
De Nationale ombudsman zegt hierover dat hulpverlening door de politie geschiedt op basis van vrijwilligheid aan de zijde van de burger.7 Wenst de burger niet geholpen te worden op de wijze die de politie voor ogen staat, dan mag de politie in beginsel haar hulp niet aan de burger tegen diens (uitdrukkelijke) wil opdringen, met name niet wanneer daarmee inbreuk zou worden gemaakt op wettelijk beschermde rechten of vrijheden van de burger. De ambtsinstructie verleent geen bevoegdheid hiertoe. Iemand tegen zijn wil meenemen naar het politiebureau om hem daar door een arts te laten onderzoeken vormt een beperking van zijn vrijheid en een aantasting van zijn fysieke integriteit. Hiertoe bestaat in het kader van de hulpverlenende taak geen wettelijke basis. Buitenwettelijke vrijheidsbeneming is alleen te rechtvaardigen tijdens een noodtoestand. Een noodtoestand doet zich pas voor, indien het beoogde doel de maatregel noodzakelijk maakt en het doel niet (ook) op een andere wijze kan worden bereikt. De politie kan in het kader van hulpverlening pas ingrijpen als er sprake is van een persoon die onmiddellijk gevaarlijk is voor de openbare orde, veiligheid of gezondheid van derden of voor zichzelf.
Het is dus onwenselijk om psychiatrische patiënten op te nemen in een politiecel waar geen gepaste hulp voorhanden is. De Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) is verantwoordelijk voor de behandeling van mensen met een psychiatrische stoornis die (als gevolg daarvan) overlast veroorzaken.8 Vanuit de GGZ zal dan ook een oplossing voor het probleem moeten komen, bijvoorbeeld een opvangcel bij de GGZ. Samenwerking in opvang, begeleiding en eventuele behandeling van de arrestanten met een psychiatrische stoornis is noodzakelijk.
 

Onafhankelijkheid
Het eerste lid van artikel 16a van het Besluit beheer regionale politiekorpsen bepaalt uitdrukkelijk dat een Commissie van toezicht politiecellen uit onafhankelijke leden moet bestaan. Burgers en arrestanten kunnen door onafhankelijk toezicht op de arrestantenzorg meer vertrouwen in de politie krijgen. Transparantie geeft inzicht in de manier waarop politie omgaat met arrestantenzorg.
Er bestaan geen richtlijnen voor de onafhankelijkheid van leden. Gezien het onafhankelijkheidsvereiste lijkt het onmogelijk dat een politieambtenaar zitting heeft in een Commissie van toezicht politiecellen. In hoeverre is een commissie van toezicht immers nog onafhankelijk van de politie als een commissielid in dienst is bij de politie en wellicht meegaat tijdens inspecties of zelf inspecties verricht? In dat geval zou er een verstrengeling van belangen kunnen optreden. Anderzijds is denkbaar dat een commissielid juist beter functioneert als hij de gang van zaken in het politiekorps kent en verschillende contacten heeft binnen dit korps. Om de integriteit beter te bewaken, zou een tussenoplossing gevonden kunnen worden door bijvoorbeeld iemand van een ander korps zitting te laten nemen in een commissie.
 

Toezichtstaken
Artikel 16a van het Besluit beheer regionale politiekorpsen vermeldt dat een commissie in ieder geval vier toezichtstaken heeft: huisvesting, veiligheid, verzorging en bejegening van ingeslotenen. Een veelomvattend toezicht is van belang om bedrijfsblindheid bij de politie te voorkomen.

Op het gebied van huisvesting zijn al veel adviezen gegeven. Een voorbeeld is een advies waarin materialen van een celmuur niet goed waren gekozen. Door de aanwezigheid van te ruwe muren ontstaat het gevaar dat arrestanten zich verwonden. Vaak hangen adviezen met betrekking tot huisvesting nauw samen met het aspect veiligheid. Vooral op het gebied van veiligheid is grote vooruitgang geboekt. Veel korpsen hebben naar aanleiding van adviezen van commissies ontruimingsplannen opgesteld en verbeterd en ontruimingsoefeningen gehouden.
Onder de toezichtstaak 'verzorging' valt onder andere het gebruik van medicijnen in een politiecellencomplex. In het korps Gelderland-Zuid is nagegaan hoe andere korpsen omgaan met medicijnverstrekking en -beheer om te kijken of het in hun regio beter geregeld kan worden. Op die manier kan een bijdrage worden geleverd aan de kwaliteit van de arrestantenzorg. Gebleken is dat veel korpsen de medicijnen laten voorschrijven door een (GGD-)arts, maar de verstrekking geschiedt door de arrestantenverzorgers zelf. Bij deze werkwijze is de kans op fouten groter dan wanneer een verpleegkundige of arts de medicijnen verstrekt. Voor de commissies liggen hier mogelijkheden adviezen ter verbetering te geven.
Bejegening speelt een grote rol in de arrestantenzorg. In de praktijk blijkt dat commissies hieraan veel aandacht besteden. Volgens commissies is een goede bejegening effectief voor de begeleiding en de verzorging van arrestanten. Een rustige sfeer heeft een positieve invloed op de gemoedstoestand van arrestanten. Dit heeft op zijn beurt weer een gunstige uitwerking op de werksfeer en veiligheid van arrestantenbewaarders.

Uit het onderzoek is gebleken dat commissies zich niet beperken tot de vier toezichtstaken genoemd in artikel 16a van het Besluit beheer regionale politiekorpsen. Aspecten als de personele bezettingsgraad, werkomstandigheden en de opleiding van arrestantenverzorgers kunnen van belang zijn om te voldoen aan de bejegening en veiligheid in een politiecellencomplex. In de praktijk is gebleken dat vooral 's nachts sprake is van een (te) lage personele bezettingsgraad in politiecellencomplexen. Er zijn gevallen bekend waarbij slechts één persoon ’s nachts toezicht hield op de arrestantenafdeling. Dit kan leiden tot situaties waarbij de veiligheid niet kan worden gewaarborgd. Commissies kunnen in dergelijke gevallen zeker hun waarde hebben.
Natuurlijk kan de politie ook zelf de commissie informeren welke toezichtaspecten aandacht behoeven.
 

Reikwijdte van bevoegdheden
Op het moment van aanhouding is er al sprake van vrijheidsontneming. Met het oog hierop is het van belang vervoer van arrestanten onder het toezicht van de commissies te laten vallen, terwijl dit in de praktijk nog lang niet altijd het geval is. Vanzelfsprekend is dat de veiligheid van een arrestant ook in een politiewagen gewaarborgd moet zijn. Te denken valt hierbij aan de aanwezigheid van gordels.

Op grond van artikel 16a van het Besluit beheer regionale politiekorpsen houden Commissies van toezicht politiecellen toezicht op ingeslotenen in politiecellencomplexen. Ondanks deze definitie is het in de praktijk voor veel commissies onduidelijk welke cellen onder het begrip 'politiecellencomplex' vallen. Vallen ophoudkamers en plaatsen waar tijdens grootschalige evenementen arrestanten worden opgehouden ook hieronder?
Het komt voor arrestanten verblijven op plaatsen waarop geen toezicht wordt gehouden. Belangrijk is dat alle arrestanten, waar zij ook verblijven, onder toezicht van een commissie vallen. Op deze manier heeft de politie een onafhankelijk toezicht op alle arrestanten die onder hun verantwoordelijkheid vallen. Deze mening wordt gedeeld door vele commissies. Dit versterkt de legitimiteit van het politieoptreden.
 

Klachten
Naast een commissie van toezicht heeft ieder politiekorps een klachtencommissie. De klachtencommissie wordt actief nadat een klacht is ingediend en handelt dus repressief. Een commissie van toezicht daarentegen heeft te allen tijde de mogelijkheid toezicht te houden op ingeslotenen in politiecellencomplexen en werkt dus preventief. Beide commissies kunnen een bijdrage leveren aan de kwaliteitsverbetering van arrestantenzorg.
Een goed optreden van een commissie van toezicht kan leiden tot een vermindering van klachten. Voorkomen is immers beter dan genezen.
 

Conclusie
Een onafhankelijke commissie ziet toe op de rechten van gedetineerden en kan voor de politie als hulpmiddel fungeren om de kwaliteit van de arrestantenzorg te verbeteren. Het onafhankelijk toezicht leidt tot transparantie. Verder versterkt het de legitimiteit van het politieoptreden. Dit kan leiden tot meer vertrouwen van arrestanten en burgers in de politie.
Voor een hoog kwaliteitsniveau van arrestantenzorg is het noodzakelijk dat een commissie van toezicht goed functioneert. Een goed contact tussen een commissie van toezicht en politie is hierbij onmisbaar.
Commissie van toezicht politiecellen; soms misschien een last, maar meestal toch een lust!

 

[kader]
Commissies van toezicht zijn bevoegd om onaangekondigd en te allen tijde een cellencomplex te bezoeken. De politie ervaart dit zeker niet altijd als prettig. Een bezoek kost de politiemedewerkers tijd en moeite; zij moeten de commissieleden te woord staan en rondleiden. Afhankelijk van de drukte binnen het cellencomplex hebben politiemedewerkers het gevoel dat de commissie hen voor de voeten loopt. Daarnaast leveren zij kritiek op het werk van de politie, hetgeen bemoeizuchtig kan overkomen. Soms veroorzaakt dat een gevoel van wantrouwen bij de politiemedewerkers. Vroeger werden commissies van toezicht met argusogen bekeken, maar in de loop der tijd hebben ze hun betekenis volop bewezen.
[einde kader]

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2005, jrg. 67, nr. 11, p. 14-17

1 Het onderzoek Commissies van toezicht politiecellen; op zoek naar grenzen diende als afstudeerscriptie van mevrouw mr. S.V. Laarman en de heer L.P.C.Kobus. Het conceptverslag van dit onderzoek vormde de basis voor een symposium dat de Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie (SMVP) op 12 november 2004 in het regiokantoor van de Politie Zuid-Holland-Zuid in Dordrecht heeft georganiseerd. Begin 2005 bracht de SMVP een symposiumbundel uit, waarin het definitieve onderzoeksverslag is opgenomen met als titel ‘Toezicht op politiecellen’.
2 Brief aan het Korpsbeheerdersberaad, Amsterdam, Den Haag, Den Bosch, januari 1996.
3 In de Nota van Toelichting gepubliceerd in het Staatsblad 2000, nr. 544 inzake artikel 16a van het Besluit beheer regionale politiekorpsen staat beschreven dat het denkbaar is dat enkele malen per maand een (onaangekondigd) bezoek aan een politiecellencomplex zal worden gebracht, afhankelijk van de grootte van een politieregio en het aantal en de capaciteit van de politiecellencomplexen in die regio.
4 Verschillende documenten, zoals jaarverslagen, zijn juridisch geanalyseerd. Daarnaast zijn er open interviews gehouden met leden van de commissies en de betrokken politieambtenaren.
5 Er zijn 25 politiekorpsen en maar 19 Commissies van toezicht politiecellen; enkele commissies houden toezicht op meerdere korpsen, waardoor er voor ieder korps een commissie is. 
6 Dit staat beschreven in artikel 15 lid 4 Grondwet.
7 Nationale ombudsman, rapport 2004/136.
8 Dijk, D. van, Toezicht op politiecellen, Ziekte op straat, Stichting SMVP Producties, Dordrecht, 2005, p.141. Dhr. Van Dijk is psychiater GGZ Dijk en Duin te Castricum.

Voetnoten

0 reacties

Reageer op dit artikel