Corruptie bij de politie

Door Frank Hoogewoning, 01 oktober 2009 10:02 uur1 Waardering:

Punch, Maurice (2009), Police Corruption. Deviance, accountability and reform in policing. Collumpton, Devon (UK): Willan Publishing, 281 pag. ISBN 978 18 439 2410 4.

Fout is fout! Gesprekken met de politie in de binnenstad van Amsterdam (Boom, 1976) is de titel van het eerste boek dat ik ooit over de politie las. Van de hand van Maurice Punch. De opbrengst van een observerende studie van zes maanden aan het Bureau Warmoesstraat. Halverwege de jaren zeventig, net voordat de Amsterdamse politie onder vuur kwam te liggen wegens corruptie. Hoewel de titel anders suggereert, lag de focus van Punch toen niet op afwijkend gedrag. Niettemin verwijst hij in zijn recent verschenen, Engelstalige boek Police Corruption. Deviance, accountability and reform in policing naar zijn Amsterdamse tijd, waarin zijn belangstelling voor het onderwerp werd gewekt. De indrukwekkende bibliografie van Punch telt inmiddels een groot aantal publicaties over normafwijkend gedrag en corruptie.

Politiewerk en corruptie gaan hand in hand, zegt Punch in de openingszin van dit boek over het verontrustende en tegelijkertijd fascinerende verschil tussen politiemensen als wetshandhavers en als wetsovertreders. Punch verwerpt het denkbeeld dat het bij corruptie gaat om ‘rotte appels’. Veeleer is er sprake van een ‘rotte kist’ of misschien wel van een ‘rotte boomgaard’. Het gaat bij corruptie niet zozeer om het in de fout gaan van afzonderlijke politiemensen, maar om het falen van de politie als institutie. Dat verklaart ook waarom corruptie wijd verbreid is en we periodiek geconfronteerd worden met corruptieschandalen in verschillende landen, in verschillende politieorganisaties en op verschillende niveaus binnen de organisaties. Corruptie is geen individueel probleem, maar een verschijnsel dat samenhangt met de omgeving, de aard van de organisatie, het werk dat politiemensen doen en de politiecultuur, aldus Punch.

Punch analyseert gevallen van corruptie en beschrijft de verschillende vormen die het kan aannemen. Aan bod komen voorbeelden uit de Verenigde Staten (New York, Chicago, Los Angelos, Miami), het Verenigd Koninkrijk (Londen, Noord-Ierland) en Nederland (Amsterdam, IRT-affaire). Daarbij komt Punch tot een ruime definitie van het begrip. Aan de hand van drie typologieën laat hij zien dat een breed scala aan afwijkend gedrag valt onder de noemer van corruptie. Niet alleen gedrag om eigen gewin, zoals het aannemen van geld of goederen, of het bestelen van arrestanten (‘bent for self’), maar ook het overtreden van regels om betere resultaten te krijgen, zoals liegen in de rechtszaal of het rommelen met bewijsmateriaal om een veroordeling te verzekeren (‘bent for job’). In afwijking van de gangbare definities, gaat corruptie bij Punch over alle gevallen waarin sprake is van misbruik van autoriteit, van schending van de ambtseed, het vertrouwen (van collega’s, de organisatie en het publiek) en de rechten van collega’s, verdachten en burgers – de slachtoffers van corruptie. Het draait om uiteenlopende gedragingen, van het aannemen van een kopje koffie zonder te betalen tot regelrechte misdaden begaan door politiemensen (‘police crimes’).

Punch besteedt ook aandacht aan de weg waarlangs politiemensen tot afwijkend gedrag komen en aan de rationaliseringen die ze – eenmaal betrapt – aandragen voor hun handelen. Het erbij willen horen of althans als nieuwkomer niet willen afwijken van wat blijkbaar gebruikelijk is op de werkvloer, komt daarbij steeds als een belangrijk element naar voren. Wat ten opzichte van het formele paradigma van de politie geldt als naggen (norm-afwijkend gedrag vertonen), is soms een onderdeel van de ongeschreven regels op de werkvloer. Dat geldt in het algemeen binnen de politie, maar in het bijzonder waar er gewerkt wordt met relatief zelfstandige, gespecialiseerde eenheden, zoals teams gericht op drugs, gokken of prostitutie. Verantwoording, of beter het gebrek eraan, is hierbij het sleutelbegrip. Het afleggen van verantwoording, vanaf het laagste leidinggevende niveau, is één van de remedies die Punch met nadruk naar voren brengt.

De visie op corruptie als institutioneel probleem heeft uiteraard consequenties voor de manier waarop corruptie zou moeten worden bestreden. Punch richt zich dan ook op maatregelen op het niveau van de organisatie. Daarbij moeten, aldus Punch, alle institutionele variabelen worden betrokken: leiderschap, middelen, werving, training, standaards, toezicht, moraal, controle mechanismen, relaties met de omgeving en de bereidheid te leren van fouten. In een bijlage worden tot slot mogelijke onderdelen van een anticorruptiestrategie kort gepresenteerd. Ook hier ligt de focus op het institutionele. In zijn gedrevenheid om aan te tonen dat de ‘rotte appel’ metafoor niet deugt, gaat Punch voorbij aan de mogelijkheden om ook individuele politiemensen te veranderen. Dit terwijl zijn typologie van soorten politiemensen (passieve grass eaters, aggressieve meat eaters, en birds die geconfronteerd met corruptie gauw de andere kant op kijken) juist aanknopingspunten in deze richting lijken te bieden in aanvulling op de institutionele maatregelen.

Dat laatste laat onverlet dat de heldere opzet van dit boek en de gedegen analyses, in combinatie met de vlotte verteltrant van Punch en zijn bloemrijke Engels, dit boek maken tot verplichte, maar aangename kost voor iedereen die met de politie en met politiewerk begaan is. Eerlijk is eerlijk!
 

 

Klik hier voor meer boekbesprekingen en rapporten »

 

 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie jrg. 71, nr. 9

1 reacties

Lachwekkend. De politie en met namen in brabant is zo corrupt als het maar zijn kan. de korpsleiding schuift het af op de burgemeester, deze schuift af op beleidsmedewerkers, en de corrupte agent, die naait gewoon een volgende vermeende verdachte
Ik heb een klacht over deze reactieirene op 27 augustus 2011 19:19 uur

Reageer op dit artikel