De tijd is rijp voor een interventieratio

Door Pier Eringa, 01 juli 2005 14:52 uur0 Waardering:

Het draaide om prestatiesturing tijdens de strategische conferentie die de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken, Openbaar Ministerie, korpsbeheerders en Raad van Hoofdcommissarissen op 9 juni in Delft hadden belegd. Maar nu de prestatieconvenanten hun nut hebben bewezen, wordt het tijd voor de volgende fase. Misschien kan de interventieratio hierin een rol spelen.

Lange tijd was het begrip 'oplossingspercentage' populair bij het Openbaar Ministerie en het Centraal Bureau voor Statistiek. Toen bleek dat dit percentage al jarenlang omlaag ging en dat de Duitse politie veel beter scoorde, gingen politici – en een enkele wetenschapper – ermee aan de haal. Voer voor de politie om in de verdediging te gaan; politiechefs en beleidsmedewerkers betoogden de afgelopen jaren in het Tijdschrift voor de Politie dat de waarde van het begrip betrekkelijk is.
Hoewel dit iets zegt over het al dan niet succesvol zijn van de politie en misschien ook over de gerichtheid en focus van de opsporing, geeft het ook aan hoe relatief het begrip oplossingspercentage is. Er bestaat geen eenduidige definitie van en er wordt geen onderscheid gemaakt tussen lichte en zware zaken. Bovendien hebben we in Europa te maken met verschillende rechtssystemen.

Vervolgens introduceerde Cas Wiebrens van het Openbaar Ministerie het begrip 'celdagequivalent'. Sommige korpschefs waren 'not amused', omdat het OM dit in zijn jaarverslag gebruikte voor een ranglijst van de korpsen. En in ranglijsten is het over het algemeen plezierig om bovenaan te staan, maar het is niet zo leuk om in het rechterrijtje onderin te bungelen. De celdagequivalent is aardig, omdat het iets zegt over zowel het aantal (misdrijf)zaken per politieambtenaar als de zwaarte van de aan het OM geleverde zaken. De combinatie van die twee elementen (de celdagequivalent) toont de ontwikkeling binnen en tussen de korpsen op het terrein van de opsporing. Goed was het om onlangs te lezen dat – met toepassing van de celdagequivalent – de prestaties van de politie door prestatieconvenanten zijn verbeterd en dat het niet leidde tot meer flutzaken voor het OM.
Toch kent ook de celdagequivalent zijn beperkingen. Het past in het rijtje van repressieve indicatoren. De vraag is of het equivalent meer zegt over de aard van de criminaliteit in de regio of dat het daadwerkelijk een aanwijzing is voor de mate van succes van het betreffende regiopolitiekorps.
 

Op zoek naar vernieuwing
Zo gaat de zoektocht verder. Een sterk punt van de prestatieconvenanten is dat het een actievere politie oplevert, die zich meer op de repressie richt. Een zwak punt is het risico dat men zich richt op makkelijk haalbare getallen, zoals het aantal zaken dat wordt aangeleverd aan het OM en het aantal staandehoudingen. De klanttevredenheid over de politie daalt. Is dat de prijs van meer repressie? Hoe krijgt preventie meer vorm? En wat is de rol van gemeenten, instellingen en andere partijen?
In mijn optiek kan de 'interventieratio' hierbij helpen. Onder interventieratio zou dan moeten worden verstaan de kans dat bij afwijkend, ongewenst of strafbaar gedrag in een bepaalde situatie een passende interventie plaatsvindt. Deze interventie is niet speciaal voorbehouden aan politie en justitie, maar vooral ook aan de relevante omgeving.

Schematisch ziet dit er als volgt uit:

[schema]

De interventieratio heeft dan betrekking op het geheel van signaleren door de omgeving tot een eventuele executie van de straf.

Wij richten ons vooral graag op het onderste deel van dit schema. In dat rijtje horen zaken als pakkans, subjectieve pakkans, oplossingspercentage, percentage afdoeningen door het OM enzovoort. Dit is een interessant gebied voor nadere studie. Mijns inziens bestaat er een grote kloof tussen de pakkans door de politie en bijvoorbeeld het oplossingspercentage. Lang niet alle keren dat de politie een boef pakt, leidt dit tot het zenden van processen-verbaal naar het OM. In Flevoland wordt ongeveer 20 procent van de p-v's niet naar het OM gezonden. Dit 'filteren voor de deur door de parketsecretaris' gebeurt wanneer men inschat dat een zaak niet leidt tot een succesvolle vervolging en is een van de oorzaken van een onterecht laag oplossingspercentage. (Vaak heeft de politie wel een dader aangehouden.)
De meeste zaken bij het OM leiden tot een interventie (OM-afdoening met een boete of werkstraf). Ook bijna alle zaken die naar de rechter gaan, leiden tot een straf of maatregel. Maar hoe zit het met de executie, de uitvoering van de straffen? Als ik daarnaar vraag, klinkt het antwoord altijd geruststellend. Toch ga ik ervan uit dat een flink deel van de verdachten die de politie aanlevert niet of deels de executie ondergaat. (Wellicht een aardig onderzoek waard voor Cas Wiebrens tijdens zijn pensionering).
 

De omgeving aan zet!
Veel interessanter is het eerste deel van het schema. Hoe groot is de kans dat in een omgeving normafwijkend gedrag wordt gezien? En hoe groot is de kans dat er iets mee wordt gedaan? Deze ratio's zeggen bijvoorbeeld iets over de sociale cohesie in een wijk. Kijken mensen liever de andere kant op, verschuilen ze zich in hun cocon of achter de geraniums? Of is er sociale controle en voelt iemand de ogen van omstanders in de rug branden als hij iets doet dat niet door de beugel kan?
Een stap verder dan het zien is het daadwerkelijk signaleren en er iets mee doen: aanspreken of ingrijpen. Zwaardere zaken kan men beter aan de politie melden, zoals de campagne Nederland Veilig aanraadt.
De volgende voorbeelden illustreren wat ik bedoel.

Het eerste voorbeeld is schoolverzuim. Een school scoort hoog op de interventieratio als een leerling die frequent verzuimt, hierop door medeleerlingen wordt aangesproken. Een volgende stap is dat docenten of de schoolleiding dit ook doen. Wanneer een leerling in zijn of haar gedrag volhardt, brengt men de leerplichtambtenaar in stelling. Overigens gebeurt dit naar mijn mening veel te weinig; scholen lossen hun zaakjes liever intern op. Opvallend is dat het aantal interventies door leerplichtambtenaren (processen-verbaal) niet in verhouding staat tot het aantal jeugdige verdachten dat de politie registreert en het aantal jonge first offenders. En dat is jammer, omdat de politie vaak pas in beeld komt als het al ernstig is misgegaan. Je zou kunnen zeggen dat er een enorme preventieve werking uitgaat van een hoge interventieratio bij de start van afwijkend gedrag.

Het tweede voorbeeld betreft overlast van scooters in een wijk. Meestal zijn het 'eigen jongeren' die een dorp of wijk onveilig of onleefbaar maken. Van de meeste scooterrijders zijn de ouders bekend. Het is interessant om te bezien hoe groot het oplossend vermogen van de jongeren zelf is. Veelal hoort kattekwaad bij de leeftijd en vertoont een klein deel van de groep onacceptabel of crimineel gedrag. In hoeverre is het onredelijk om een hoge interventieratio van jongeren onderling te vragen? Als dit niet mogelijk is, kan men proberen de ouders in te schakelen. Mocht dit ook niet lukken, dan zou dorps- of wijkraad een rol kunnen vervullen. In het dorp waar ik woon, maakt de buurt- en belangenvereniging in de dorpskrant regelmatig melding van 'algemene ergernissen', die vrij eenvoudig te herleiden zijn naar specifieke personen. De stap naar de wijkagent is vrij groot. Die schakel je pas in als je er onderling niet uit komt. Ook hier zouden gemeente, politie en bewoners moeten sturen op een grote interventieratio. Deze gaat verder dan sociale controle. Het zou een sociale-controle-plusvariant moeten zijn. Niet alleen kijken, niet alleen signaleren, maar als het even kan ook zelf doen. Frans Denkers pleitte jaren terug al voor deze vorm van zelfredzaamheid.

Onder de bevolking meten we zaken als veiligheidsgevoel, slachtofferkans en nog veel meer. Ik pleit voor het meten van en sturen op de interventieratio op vele niveaus, maar om te beginnen binnen de gemeenschap zelf. Je zou interventieratio's kunnen toedelen aan zowel leefomgevingen als instituties. Een insteek met een hoog preventief karakter, waarbij het uiteindelijk tot een repressieve aanpak kan komen. Een hoge interventieratio zou kunnen duiden op een hoog oplossend vermogen. En dit is wat we nodig lijken te hebben. Het stimuleren van en het sturen op een hoge interventieratio maakt instellingen, de wijk en de wereld veiliger. Misschien wel veel meer dan prestatiesturing en verandering van politiebestel kunnen bewerkstelligen!

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2005, jrg. 67, nr. 7-8, p. 5-6

0 reacties

Reageer op dit artikel