Decentraal, tenzij: Nu het 'tenzij' nog

Er is iemand op mysterieuze wijze om het leven gekomen. De lokale politie is bezig met het sporenonderzoek en met het horen van getuigen. Plotseling verschijnen grote grijze auto's. Mannen met donkere pakken en zonnebrillen stappen uit. De leider stapt op de plaatselijke politiechef af en zegt: 'wij zijn van de FBI. Bedankt voor de moeite, maar vanaf hier nemen wij het over'. Vervolgens zijn er twee plots mogelijk. De held, een FBI-man, lost de zaak op ondanks de tegenwerking van de incapabele of zelfs corrupte lokale sheriff. In de andere versie ligt de sympathie bij de plaatselijke politie. De dorpsagent is de arrogante en bureaucratische FBI te slim af.

Zo gaat het althans volgens Hollywood. Men kent daar twee zekerheden: het misdrijf wordt altijd opgelost en de plaatselijke en de landelijke politie zullen nooit samenwerken.
Onlangs laaide de discussie over de noodzaak van landelijke recherchecapaciteit weer op. Daarbij lieten alle betrokkenen weten dat we 'natuurlijk niet naar een 'Nederlandse FBI toe moeten'. Op zichzelf ben ik het daar volledig mee eens. Ons politiebestel is niet gebaat bij de invoering van een dienst met een eigen jurisdictie die onafhankelijk opereert ten opzichte van de op regionale leest geschoeide politie. De mogelijkheden tot vereniging van het landelijke met het regionale niveau zijn echter niet zo somber als de filmscenaristen het graag doen voorkomen.

Een lichtend voorbeeld deed zich voor in de nasleep van de aanslagen op 11 september 2001.
Direct na de aanslag kwam de Raad van Hoofdcommissarissen bijeen om gezamenlijk een aanpak te formuleren voor toekomstige terroristische dreigingen. Men stelde scenario's op om adequaat op verschillende vormen van dreiging voorbereid te zijn. Het opvallende is niet zozeer de getoonde daadkracht – die ben ik wel gewend van de politie – maar het feit dat men het blijkbaar moeiteloos eens werd over landelijk gecoördineerde recherche-inzet in voorkomende gevallen. Keurig zijn de taken over de twee niveaus (lokaal/regionaal en landelijk/internationaal) verdeeld zonder dat territoriumdrift of angst voor het landelijke aan de besluitvaardigheid in de weg stond. Ook de vermeende juridische, organisatorische of staatkundige bezwaren die bij dergelijke initiatieven naar voren plegen te worden gebracht, bleken even geen opgeld te doen. Ik kan de in die septemberdagen door de Nederlandse politietop aan de dag gelegde voortvarendheid en samenwerkingsbereidheid niet anders dan als verfrissend bestempelen.


Over eigen schutting kijken
Let wel, ik wil hier niet beweren dat het aan onwil van korpschefs ligt dat men bij eerdere gelegenheden onvoldoende over de eigen schaduw van de regio heen heeft kunnen stappen om tot een landelijke recherchevoorziening te komen.
De grondgedachte van de politiereorganisatie van 1994 was 'decentraal, tenzij'. Het is dan een logisch gevolg dat de chefs van de toentertijd opgerichte korpsen meer oog hebben voor de eigen regio dan voor het centrale niveau. Op zichzelf betekende de vorming van de regiokorpsen en het KLPD een duidelijke verbetering ten opzichte van de verbrokkelde structuur van de voormalige rijks- en gemeentepolitie. De regiokorpsen bieden de voordelen van de grotere schaal zonder dat de lokale binding daar onder heeft geleden.
Ik geloof ook niet dat er nu veel politiemensen van toen er rouwig om zijn dat hun district of rayon is opgegaan in een groter verband. De verdeling van zaken over de verschillende niveaus binnen een regio is een logisch en als natuurlijk ervaren proces geworden waarbij geen behoefte meer bestaat aan de oude grensconflicten. Om me te beperken tot die politietaak waar het OM het meest direct mee te maken heeft, de vormgeving van de opsporing op decentraal niveau is in die zin geslaagd te noemen. Nooit echter is er een sluitende oplossing gekomen voor de aanpak van die vormen van criminaliteit die zich op (inter)nationaal niveau voordoen. De effectiviteit van de kernteams inclusief het landelijk rechercheteam en de verschillende faciliteiten bij het KLPD wordt nog in te belangrijke mate bepaald door de decentrale oriëntatie van de politie.

Wat nu nog ontbreekt bij de politie is de mogelijkheid om flexibel in te spelen op kwesties die het regionale niveau overstijgen. Niet altijd wordt de misdaadgroepering die in verschillende regio's tegelijk actief is als zodanig behandeld. De korpsen en de parketten slagen er nog onvoldoende in om over de eigen schutting heen te kijken. Bovendien is de wijze waarop Nederland buitenlandse rechtshulpverzoeken afhandelt verre van adequaat. Voorts betekent het feit dat de bovenregionale inzet overwegend vanuit het perspectief van de regio's wordt ingevuld, dat te weinig rekening kan worden gehouden met het feit dat opsporing niet alleen een verantwoordelijkheid is van de 26 korpsen, maar ook van de vier bijzondere opsporingsdiensten en de Koninklijke Marechaussee.
 

Wanneer landelijk?
Bij de vormgeving van het huidige politiebestel is de eerste component van het uitgangspunt 'decentraal, tenzij' naar behoren ingevuld. Nu is het zaak om het werk te voltooien en ook voor het 'tenzij' een goede inbedding te vinden. Eerlijk gezegd is vanuit het OM bezien de te kiezen organisatorische constructie minder belangrijk, als de oplossing maar bijdraagt aan de samenhang in de opsporing. Als de invoering van een landelijke voorziening, hiërarchisch boven de regiokorpsen geplaatst, om overigens begrijpelijke redenen op verzet stuit, dan zal de landelijke recherchecapaciteit op een andere manier zijn plaats moeten krijgen.

Er moet voor de inzet van de landelijke capaciteit een helder besluitvormingsmechanisme bestaan. Daarbij hoort een mechanisme waarmee zinvol de opsporing kan worden opgeschaald als een zaak meer vertakkingen heeft dan aanvankelijk voorzien. De landelijke capaciteit is echter niet alleen voor langlopende, complexe onderzoeken, maar ook voor de eerste opvang van zaken. Soms is het nodig dat vanaf een centraal punt snel wordt bezien welke regio het voortouw dient te nemen bij een onderzoek, bijvoorbeeld als er signalen vanuit het buitenland binnen komen dat een bepaald transport op komst is. Het landelijke niveau fungeert dan kortstondig als verdeelpunt, waarna een bepaalde regio het onderzoek op zich neemt. Het gezag over deze landelijke recherchecapaciteit behoort logischerwijs bij het Landelijk Parket. Een dergelijk systeem kan alleen werken als het Landelijk Parket voor de toedeling van zaken zeggenschap heeft. Waar we in ieder geval van af moeten, is dat er geleurd moet worden met zaken met een landelijke of internationale importantie.
 

Twee bevoegde niveaus
Op zichzelf levert het bestaan van landelijke recherchecapaciteit ingepast in het huidige regiostelsel de mogelijkheid op dat twee niveaus van de politieorganisatie gelijktijdig bevoegd zijn een bepaalde zaak aan te pakken. Zo komen we weer bij het beeld van de plaatselijke sheriff versus de FBI-agent. Dat beeld miskent echter dat politieorganisaties wel degelijk in staat en bereid zijn tot samenwerking. We hebben dat de afgelopen jaren kunnen zien binnen de regio's en ook tussen de korpsen onderling. Binnen een korps kan voor de aanpak van een bepaalde problematiek vrij eenvoudig worden opgeschaald van een lokaal naar een regionaal niveau en ook weer terug, omdat een en ander zich afspeelt binnen één organisatie. Onze opdracht voor de komende jaren is om voor de politie als geheel het 'tenzij' in te vullen op een zelfde manier als dit binnen een regiokorps reeds gebeurt. In de nasleep van 11 september hebben de korpschefs laten zien dat het wel degelijk mogelijk is om voor de terrorismebestrijding in gezamenlijkheid te komen tot een strategie en taakverdeling die alle niveaus van de politieorganisatie omvat. Ik kan me niet voorstellen dat die wil tot eendrachtige samenwerking zou ontbreken waar het gaat om de aanpak van georganiseerde misdaad.
 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2002, jrg. 64, nr. 1-2, p. 13-14

0 reacties

Reageer op dit artikel