Dekt de vlag de lading?

Door Leen Bakker, 01 april 2010 11:32 uur0 Waardering:

Dat het antwoord op vraag Wat doet de politie? niet simpel is blijkt al uit het editoriaal van het Cahier nr. 13 van de reeks Politie Studies. Daarin wordt aangegeven ‘Dit Cahier stelt de meest eenvoudige vraag Wat doet de politie? maar levert wellicht het meest complexe antwoord op aller-tijden’.

In het Cahier, dat zich niet altijd even soepel laat lezen, komt in het perspectief van de laatste grote organisatorische veranderingen binnen de Belgische en Nederlandse politie, een aantal wetenschappelijke beschouwingen aan de orde omtrent de uitvoering van de politietaak op het gebied van de interventie / noodhulp versus de wijkgerichte aanpak en hoe dit wordt aangestuurd. Het gaat om een inzicht in het samenspel van functies en taken die kunnen worden ondergebracht onder de noemer ‘basispolitiezorg’ of ook wel ‘gebiedsgebonden politiezorg’ genoemd. De taakuitvoering van het meer gespecialiseerde politiewerk zoals het gebied van de opsporing en de grootschalige ordehandhaving blijven in het Cahier buiten beschouwing.

Echt vernieuwende inzichten als het gaat om de aanpak van het politiewerk komt men in het Cahier niet tegen; of het moet het gegeven zijn dat er in de aard en het karakter van het politiewerk aan de basis, al vele decennia geen echte wezenlijke verandering is gekomen in wat de politie doet. En dit ondanks alle vernieuwingen in aanpak, werkwijze en organisatie.
Menig politieman/vrouw zal na lezing van dit boek zichzelf afvragen of het wellicht beter zou zijn als de politie zich wat minder zou laten sturen door steeds wisselende management-hypes. En meer directe aandacht en energie zou besteden aan het operationele werk aan de basis. Dat de politie met wat zij doet, toch ook een belangrijke bijdrage levert aan het ‘cement’ dat het huis van de samenleving bij elkaar moet houden komt in het Cahier niet echt uit de verf.

Wat nu uiteindelijk de meest markante overeenkomsten en/of verschillen zijn tussen de Belgische en Nederlandse politie wordt overgelaten aan het oordeel van de lezer zelf.
Al lezende komt het beeld naar voren dat de verhouding tussen de politie en de bevolking in België formeler is dan in Nederland en daardoor wellicht wat afstandelijker. Tegelijkertijd is de invloed van het lokale bestuur op de lokale politie in België veel directer. Met een financiering van de (196) lokale politiezones voor meer dan 60 procent door lokale gelden en een gekozen burgemeester als gezagdrager is de relatie van de lokale politie met de bevolking juist weer heel direct. De Belgische burgers geven hun politie een tevredenheidscore van 78 tot zelfs 87 procent. Een gegeven waar de Nederlandse politie niet snel aan toe zal komen.
Natuurlijk kan de lezer zich afvragen of de Nederlandse politie het nu echt zo slecht doet, danwel bedenken dat de Nederlandse bevolking kritischer is, of dat de Belgische politieman/-vrouw meer gezag heeft bij de bevolking dan haar Nederlandse collega’s. Maar het is wel een constatering die aandacht verdient.

Een belangrijke overeenkomst is dat zowel in België als in Nederland de administratieve last (hoewel soms sterk verschillend van karakter) verhoudingsgewijs een buitenproportioneel beslag legt op de beschikbare politiecapaciteit. Hoewel dit reeds langere tijd als een wezenlijk probleem wordt ervaren is hier in geen van beide landen tot op heden een goede oplossing voor gevonden. Een bijdrage over hoe om te gaan met deze administratieve last en de steeds groeiende bureaucratie binnen het planning- en controlproces wordt node gemist.

Zowel binnen Nederland als België is er voortdurend discussie over de optimale politieorganisatie en wat deze nu wel en niet moet/mag doen. Uiteraard zijn er belangrijke verschillen in de organisatie van de politie in beide landen. Maar er zijn ook overeenstemmingen zoals het beroep dat de bevolking doet op de politie, of de voortdurende noodzaak van heldere leiding en sturing binnen het politiebedrijf. In dat verband zijn de bijdragen van de Belgische korpschefs Dirk van Nuffel en Marc Snels, zeker het lezen waard (zie voor een interview met Dirk van Nuffel: www.websitevoordepolitie.nl/interviews). Al is het alleen al om wat er geleerd kan worden uit de recente vorming van de Belgische lokale en federale politie in het perspectief van de discussie die nu op gang is gekomen omtrent de gewenste schaalvergroting van de Nederlandse politie.

Het antwoord op de vraag ‘Wat doet de politie?’ spitst zich in dit Cahier toe tot twee, weliswaar belangrijke, aspecten van het politiewerk. Is deze titel de vlag die de lading dekt? Het blijft de vraag, voor mij niet echt. In het Cahier wordt een aantal zaken belicht over de organisatie en het werk van de Belgische en Nederlandse politie die nuttig zijn als studie object, als naslagwerk en waar zeker nog wat van valt te leren. Maar daarmee is dit Cahier nog niet direct een bestseller.

 

Isabel Verwee, Eddie Hendrickx, Frits Vlek (eds., 2009), Wat doet de politie? Cahiers Politie Studies nr. 13, Maklu-Uitgevers, ISBN 9789046602508, 306 pagina’s.

 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, jrg. 72, april 2010, nr. 3

0 reacties

Reageer op dit artikel