Dienstbaarheid, dankbaarheid en nederigheid
Hoewel de politie slechts zijdelings aan de orde komt, is het recent verschenen boek Niemand is iets zonder de ander té bijzonder om het niet onder uw aandacht te brengen. In eerste instantie komen titel en cover tam en braaf over. Dat verandert als u het boek openslaat.
Auteur Jeffrey Wijnberg is praktiserend psychotherapeut. Hij heeft een provocatieve stijl van coachen. Die stijl hanteert hij ook in zijn boek. Leidend thema is dat u niet op aarde bent om uzelf te dienen maar een ander.
Meerdere hoofdstukken gaan van start met de frase ‘ieder mens is uniek’. Ontnuchterend merkt Wijnberg op, dat wie zich erop vóórstaat uniek te zijn, in feite weinig bijzonders te melden heeft. Immers, zijn wij niet allemaal uniek? De werkelijk waarde van een mens wordt bepaald door de mate van waardering door de ander. Mocht u denken dat u werkelijk wat voorstelt omwille van uw functie, goede contacten, of andere bijzondere talenten dan gaat Wijnberg graag de confrontatie met u aan.
Zo vergelijkt hij politieagenten, leraren en bijvoorbeeld huisvrouwen met deurmatten. De deurmatten in onze samenleving zijn er om de medemens te dienen. Daar is volgens Wijnberg niets mis mee, behalve dat de meesten niet als deurmat gezien willen worden. Enkelen verzettten zich zelfs na verloop van tijd tegen deze rol, omdat zij zich als voetveeg gebruikt voelen. Wijnberg stelt dat ‘gebruikt worden’ niets is om je voor te schamen. Het is prachtig om nuttig te zijn voor samenleving of medemens. Overvraagd worden is geen reden om te klagen maar iets om trots op te zijn: kennelijk ben je erg belangrijk en nódig. Je verzetten tegen de rol van deurmat heeft geen zin: iedereen is ergens iemands deurmat en bovendien stelt Wijnberg: wees blij dat iemand je nodig heeft, anders zou jouw bestaan nutteloos zijn en ben je gedoemd jouw levenslust te verliezen. Ter illustratie geeft hij een mooie verbastering van een Engels spreekwoord: ‘If you can’t beat them, enjoy them’.
Ook machtigen in de samenleving worden door Wijnberg onder handen genomen. Machtigen hebben een sterk ik-gevoel omdat zij van buitenaf worden gevoed door taken, opdrachten en plichten die hen het gevoel geven een zinvol bestaan te leiden. Dat hoog ik-gevoel geeft zelfvertrouwen echter dit zelfvertrouwen is gebaseerd op een illusie. De machtige mens is nutteloos indien de ander (bijvoorbeeld de eerdergenoemde deurmat) zijn diensten niet meer nodig heeft of hij anderszins aan de kant wordt gezet omdat er geen behoefte meer aan hem is. Of dat nog niet genoeg is, degradeert hij de machtige mens (bijvoorbeeld de ambitieuze, goedverdienende man) tot ‘geldautomaat’. Alleen door een betrouwbare betaalautomaat te zijn, kan een man imponeren en een vrouw (blijvend) aan zich binden.
Ongeacht de positie in de maatschappij, geldt volgens Wijnberg dat hoe meer je te bieden hebt, hoe meer je bent. Het gaat daarbij niet om de eigen behoeften maar of een ander behoefte heeft aan wat je aan te bieden hebt. Dus moet geetaleerd worden wat men heeft om door een ander gezien en gewaardeerd te kunnen worden. Relaties ontstaan en houden slechts stand indien betrokkenen elkaar iets te bieden hebben. Op het moment dat de een voor de ander geen ‘nut’ heeft, loopt de vriendschappelijke of andersoortige relatie gevaar en vermoedelijk op zijn eind. Wijnberg stelt dat hier geen probleem in schuilt zolang betrokken partijen zich geen illusies maken. Kinderen zijn hierin puur. Zij schamen zich er niet voor om medemensen als gebruiksvoorwerpen te zien. Ouders zijn een trampoline om hogerop te komen, vader is een geldautomaat en moeder zorgt voor (bijna) al het andere.
De vele simplificerende en confronterende vergelijkingen die Wijnberg in zijn boek doet, bevatten herkenbare kernen van waarheid en werken met regelmaat op de lachspieren. Met voorbeelden uit Wijnbergs praktijk en vriendenkring illustreert hij zijn prikkelende visie. Hij brengt daarbij ook nuance aan: er is verschil tussen gebruiken en misbruiken, asserviteit is prima om grenzen aan te geven mits je daarin niet doorslaat en een mens kan op verschillende manieren en op verschillende terreinen zijn waarde hebben. Maar nergens doet hij iets af aan zijn visie, dat een mens pas waarde heeft als hij iets unieks te bieden heeft voor een ander.
Wijnberg kenschetst onze tijd als een periode waarin individualisme hoogtij viert. Wie assertief is wordt als succesvol gezien. Maar individualisme en assertiviteit zijn doorgeslagen naar ongezond egoïsme, brutaliteit en arrogantie. Als praktiserend psychotherapeut ziet Wijnberg de negatieve gevolgen daarvan. Volgens Wijnberg heeft het ik-tijdperk zijn langste tijd gehad. Hij pleit voor een levenshouding van dienstbaarheid, dankbaarheid en nederigheid. Een dergelijke levenshouding maakt het moeizame zoeken naar de zin van het bestaan in zichzelf, overbodig. Hoe genoemde levenshouding in de dagelijkse praktijk vorm te geven, wordt in het boek niet uitgewerkt.
Niet alleen ‘de mens’ is weinig uniek. Niemand is iemand zonder de ander is eerder verschenen onder de titel Het anti-assertiviteitsboek. Delen van het boek verschenen eerder als column van Wijnberg in De Telegraaf. Toch is het boek een aanrader. Het is vermakelijk en verfrissend en helpt bij het relativeren van bijvoorbeeld zware verantwoordelijkheden en overvolle agenda’s. Ook biedt het inspiratie om eens op een andere wijze de bekende, klagende medewerker tegemoet te treden.
Wijnbergs boek is doorspekt met humor en herkenbare voorbeelden. De illustraties in het boek bestaan uit belevenissen van dokter Sigmund, een creatie van Peter de Wit. De strips zijn erg grappig en roepen de vraag op: zou Sigmund de vragen stellen die Wijnberg in zijn praktijk wat ál te confronterend vindt?
Met alle confronterende stellingen en voorbeelden belooft Wijnberg de geest te zuiveren van overtollig ego en tracht hij aan te zetten tot een andere manier van denken en leven. Hij doet daartoe een dappere poging en na lezing blijft er zeker wat van zijn gedachtegoed hangen. Voor een andere stijl van leven schiet een boek tekort. Daarvoor zit het ik-tijdperk teveel in ons systeem. Wijnbergs schrijven is inspirerend en prikkelend, maar voor een persoonlijke en/of culturele ommezwaai is heel wat meer nodig.
CV
Jeffrey Wijnberg (2009), Niemand is iemand zonder de ander, Scriptum, ISBN 978 90 5594 6846,112 pagina’s.

Reageer op dit artikel