Duurzame ontwikkeling – een nieuwe uitdaging voor de Politie

Duurzame ontwikkeling is een begrip dat steeds vaker en nadrukkelijker naar voren komt. Bijna dagelijks wordt in de media over duurzame ontwikkeling gesproken en geschreven. In tal van maatschappelijke initiatieven wordt er aandacht aan geschonken. Zo spreken we tegenwoordig over duurzaam toerisme, duurzaam bouwen en duurzaam beleggen.

In zijn film en boek  ‘An inconvenient truth’ schets Al Gore op indringende wijze het lot van de wereld als de principes van duurzame ontwikkeling geweld worden aangedaan. Verschillende politieke leiders onderstrepen in woord en geschrift het belang van duurzaam handelen. Het nieuwe kabinet maakt duurzaamheid tot een belangrijke pijler en rode draad van zijn beleid.
Wat is echter de achtergrond, de definitie en de doelstelling van duurzame ontwikkeling? Op welke wijze kan vorm en inhoud aan duurzame ontwikkeling gegeven worden en wie speelt hierbij welke rol?  Wat is de mogelijke betekenis voor de politie en welke consequenties heeft dat?

 

Ontstaan van het begrip duurzame ontwikkeling
De overlevering wil dat het begrip duurzame ontwikkeling voor het eerst gebruikt wordt in de bosbouw, aan het begin van de 18e eeuw. De kern ervan was dat houtkap en aanplant zodanig onderling afgestemd moesten worden dat bossen ook op langere termijn hun voor de samenleving zo essentiële productie-functie konden behouden.

In de internationale politieke arena en het internationale milieurecht kwam duurzame ontwikkeling op de agenda door het rapport van de commissie-Brundtland (Our Common Future, 1987) . Dit rapport markeert een ontwikkeling in voorafgaande decennia waarin in steeds meer zorg ontstond over de vervuiling van het milieu en de uitputting van natuurlijke hulpbronnen als kennelijke gevolgen van de economische groei. Niet zelden waren grote milieu-ongevallen een extra trigger voor die bezorgdheid. Denk bijvoorbeeld aan de vergiftiging van de Rijn door de rampzalige brand bij chemieconcern Sandoz in Basel (1986). Diverse, inmiddels beroemde, publicaties en pamfletten droegen door de jaren heen eveneens bij aan de toenemende ongerustheid: 1962 - Silent Spring , 1972 - Limits to Growth  (bekend als het Rapport van de Club van Rome).

Het internationale betekenis van duurzame ontwikkeling wordt ook gemarkeerd door de betrokkenheid van de Verenigde Naties bij het onderwerp. De VN-Conferentie voor Milieu en Ontwikkeling in Rio de Janeiro (1992) maakte duidelijk dat milieu en sociaal-economische ontwikkeling sterk met elkaar samenhangen.
Als vervolg op Rio vond tien jaar later de Wereldtop voor Duurzame Ontwikkeling in Johannesburg plaats (2002). Deze conferentie gaf opnieuw en op versterkte wijze momentum om internationaal aan vorm, inhoud en implementatie van duurzame ontwikkeling te werken. In Nederland werden de resultaten van Johannesburg vertaald in het strategische actieprogramma Duurzame Daadkracht . Dit programma beschrijft concrete activiteiten voor de belangrijkste duurzaamheidsthema’s.

De meest gebruikte definitie van duurzame ontwikkeling is die van de commissie-Brundtland:
'Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien'
Bij duurzame ontwikkeling gaat het derhalve niet alleen om ‘hier en nu’, maar ook om ‘daar en later’. Bij beslissingen over hetgeen wij hier en nu doen (of nalaten) moet steeds afgewogen worden welke gevolgen deze op termijn en ook elders kunnen hebben.
Hoe mooi en wervend de definitie van duurzame ontwikkeling ook moge zijn, lijdt deze aan algemeenheid en (dus) vaagheid. Het is daarom lastig het begrip te operationaliseren en voor de praktijk hanteerbaar te maken. Wat betekent duurzame ontwikkeling concreet voor het handelen van overheden, burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties?

 

De drie dimensies van duurzame ontwikkeling
Van bepalend belang is dat duurzame ontwikkeling niet alleen over milieu- en natuurwaarden gaat, maar meer dimensies bestrijkt. Meestal wordt het begrip een bredere betekenis gegeven door het te verbinden met 3 dimensies of kapitalen:
De sociaal-culturele dimensie, de ecologische dimensie en de economische dimensie. Deze 3 dimensies, ook wel kapitalen genoemd, worden vaak aangeduid als 3xP (‘triple P’): People, Planet, Prosperity

 

People
Rechtvaardige verhoudingen tussen en eerlijke kansen voor (groepen van) mensen is een belangrijke voorwaarde om in samenlevingen en menselijke verbanden  - op welk schaalniveau ook - tot duurzame ontwikkeling te komen.
Voorbeelden:
Duurzame ontwikkeling vereist dat werknemers onder gezonde en veilige omstandigheden, met een eerlijk loon en met kansen op professionele ontplooiing kunnen werken.
Bij de inkoop van consumptiegoederen en producten is het zaak erop te letten dat deze niet door kinderarbeid vervaardigd zijn.

 

Planet
Natuur en milieu kunnen niet grenzeloos belast worden door aantasting, uitputting en vervuiling. Op enig moment dreigt een situatie waarbij de ecologische basis voor het bestaan van huidige of toekomstige generaties, hier of elders in het geding komt.
Voorbeelden:
Duurzaam beheer van bossen voorkomt dat houtkap leidt tot grootschalige ontbossing en aantasting van de rijkdom aan soorten (biodiversiteit).
Beheersing van grondwateronttrekking, bemesting en gebruik van bestrijdingsmiddelen voorkomt aantasting van hoeveelheid en kwaliteit van het grondwater en maakt ook in de toekomst veilig gebruik mogelijk.

 

Prosperity
Bij economische activiteiten (productie, diensten) gaat het om meer dan financieel rendement. Het is van belang om met de levering van producten en diensten bij te dragen aan maatschappelijke welvaart en welzijn – het gaat om winst en waarden. In dit verband wordt in de private sector vaak gesproken over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Voorbeelden:
Bedrijven ondersteunen maatschappelijke initiatieven in de plaats van vestiging of elders.
Bedrijven gebruiken grondstoffen die op duurzame wijze geproduceerd zijn en maken producten die aan het eind van hun gebruiksfase geen of een beheersbare stroom schadelijke afvalstoffen opleveren.

Soms wordt aan de drie P’s een vierde van Proces of Participatie toegevoegd, dit om te onderstrepen dat duurzaamheid alleen kans van slagen heeft als er bij de actoren (burgers, bedrijven en overheden) voldoende draagvlak voor bestaat.

Voor duurzame ontwikkeling is nodig dat bij het maatschappelijke handelen de verschillende dimensies/kapitalen in onderling verband en op evenwichtige en samenhangende wijze in beschouwing genomen worden. Dit impliceert bijvoorbeeld dat effecten van het ene domein in tijd of plaats niet afgewenteld mogen worden naar andere domeinen. Zo mag economische vooruitgang niet ten koste gaan van het milieu of van sociale omstandigheden. Ook moet balans gezocht worden tussen bescherming van het leefmilieu en de economische en sociale draagkracht voor noodzakelijke maatregelen.

 

Actoren voor duurzame ontwikkeling
Verschillende partijen hebben een verantwoordelijkheid om duurzame ontwikkeling in de praktijk te brengen.
Het (internationale) bedrijfsleven heeft inmiddels aanzienlijke ervaring met het onderwerp. Diverse sectoren, zoals de chemische industrie, banken en verzekeraars, geven invulling aan duurzame ontwikkeling door een goede balans te zoeken tussen sociaal/culturele, ecologische en economische aspecten van hun activiteiten om zo Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen in de praktijk te brengen. De overheid en brancheorganisaties stimuleren deze visie op ondernemen door gerichte faciliteiten op gebied van kennisontwikkeling en netwerken.
Uiteraard kunnen ook burgers direct of indirect bijdragen aan duurzame ontwikkeling. Zo kunnen ze door hun gedrag als consument van invloed zijn. Aanschaf van producten met milieukeur, zuinig gebruik van energie en water en scheiding van afval zijn hiervan voorbeelden.
Om duurzaamheid praktisch gestalte te geven moeten actoren kennis en competenties verwerven om duurzame afwegingen en keuzes te maken. Daarom is voor het onderwijs een belangrijke taak weggelegd om burgers, professionals en organisaties effectieve leerprocessen aan te bieden. In dit verband moet het programma Leren voor Duurzame Ontwikkeling genoemd worden . Op het niveau van het hoger onderwijs, is het netwerk Duurzaam Hoger Onderwijs actief.

De overheid heeft als taak beleid op het gebied van duurzame ontwikkeling te formuleren en te stimuleren en sturen dat dit beleid bij actoren tot implementatie en uitvoering komt. Goed beleid en bestuur (‘governance’) van lokaal tot mondiaal niveau is essentieel om duurzame ontwikkeling mogelijk te maken.
Om goed bestuur mogelijk te maken is cruciaal dat wet- en regelgeving en spelregels geformuleerd worden waaraan alle actoren – ook de overheden zelf - zich moeten houden. Waar spontane naleving tekort schiet, moeten door of namens de overheid instrumenten en middelen ingezet worden om naleving te bevorderen, zonodig handhavend op te treden en eventuele strafbare feiten op te sporen.

Hoewel een belangrijk deel van de uitvoering en implementatie door anderen opgepakt moet worden, kan de overheid niet volstaan met verwijzen naar die actoren. Er ligt er ook bij de overheid zelf een verantwoordelijkheid om als organisatie concreet en tastbaar bij te dragen aan duurzame ontwikkeling. In dit verband wordt wel gesproken van de voorbeeldfunctie van de overheid.

 

Politie en duurzame ontwikkeling
Het voorgaande impliceert dat ook de Politie – als grote overheidsdienst - zich op het thema duurzame ontwikkeling zou moeten oriënteren. Wat betekent duurzaamheid voor de rol en taak van de politie? Wat betekent het voor de politie als organisatie? Welke bijdrage aan duurzaamheid kan de politie leveren? Het antwoord op die vragen kan vanuit 2 invalshoeken geformuleerd worden.

1. Externe oriëntatie
Het is (helaas) niet vanzelfsprekend dat verantwoordelijke maatschappelijke actoren zich spontaan conformeren aan beleid en wet- en regelgeving die beogen bij te dragen aan de bescherming van duurzame waarden. Waar regels geschonden worden is een respons van bevoegde autoriteiten nodig om naleving te bevorderen, de normen te handhaven en overtreders op te sporen, opdat recht gedaan wordt aan de doelstellingen en belangen van duurzame ontwikkeling.
Willen de betreffende instanties, waaronder de politie, deze taak adequaat kunnen uitvoeren, dan zal het onderwerp duurzame ontwikkeling volwaardig moeten worden meegenomen in de prioriteitstelling en programmering van hun activiteiten. Daartoe zal kennis aanwezig moeten zijn (of ontwikkeld moeten worden) over de relevante regelgeving, de kenmerken en effecten van niet-duurzaam handelen en de mogelijkheden/bevoegdheden daartegen op te treden. Hierbij is van belang dat vanuit de optiek van elk van de 3 P’s en hun onderlinge samenhang geredeneerd, geoordeeld en gehandeld wordt. Dit kan verhelderd worden met enkele voorbeelden.
- Een belangrijke bedreiging van duurzaamheid gaat uit van de (internationale) overtreding van regelgeving ter bescherming van bedreigde soorten flora en fauna, zoals neergelegd in het CITES-verdrag . Handhaving en opsporing van illegale handel in deze moet ook in Nederland voldoende aandacht en prioriteit ontvangen. Een recente rapportage in het kader van de internationale CITES-bijeenkomst in Den Haag (juni 2007) bracht hierover echter twijfel naar voren .
- Afvalstoffen worden op aanzienlijke schaal illegaal verscheept naar ontwikkelingslanden. Vaak worden ze daar onder slechte arbeidsomstandigheden en aantasting van natuur en milieu voor hergebruikt verwerkt. Regelrecht dumpen komt helaas ook voor . Deze praktijken zijn zeer funest voor duurzaamheid en roepen om stevige handhaving en opsporing.
- Niet alleen op het internationale toneel speelt aantasting van duurzaamheid. Duurzame ontwikkeling heeft ook dichter bij huis betekenis. Een leefbare en veilige buurt, aanpak van overlast en criminaliteit en het bevorderen van sociale cohesie dragen bij aan duurzaamheid in wijken, buurten en steden. De politie heeft hier een rol vanuit toezicht, handhaving en opsporing en kan samen met relevante partners uit het bestuur en maatschappelijke organisaties bijdragen aan de ontwikkeling en ondersteuning van veiligheid op duurzame leest.

2. Interne oriëntatie
Een overheid die vindt dat andere maatschappelijke actoren de uitgangspunten van duurzame ontwikkeling moeten volgen, moet zelf het goede voorbeeld geven. Met het oog hierop is het programma Duurzame Bedrijfsvoering Overheid (DBO)ontwikkeld. Dit programma vloeit voort uit de Nederlandse implementatie van de internationale afspraken van de al genoemde wereldtop in Johannesburg in 2002 en kent enkele specifieke aandachtsvelden. Duurzaam inkopen, energie en mobiliteit en milieumanagement zijn  belangrijke elementen van duurzame bedrijfsvoering.

 

Duurzaam inkopen
De definitie van duurzaam inkopen luidt: "Het toepassen van milieuaspecten en sociale aspecten in alle fasen van het inkoopproces zodat dit uiteindelijk leidt tot de daadwerkelijke levering van een product, dienst of werk dat aan deze milieuaspecten en sociale aspecten voldoet." 
Het kabinet heeft bepaald dat alle overheden duurzaamheid moeten meenemen als vast onderdeel bij hun  inkoop van  producten, goederen en diensten en bij aanbestedingen. Dit gaat om een bedrag van ca. 30 miljard Euro per jaar. Daarmee is de overheid zelf een belangrijke speler op de markt. Per kamermotie  is vastgelegd dat de Rijksoverheid in 2010 voor zijn volledig inkoopvolume overwegingen van duurzaamheid als zwaarwegend criterium laat gelden. (resultaatsverplichting). Om overheden hierin te stimuleren en te ondersteunen, is het programma Duurzaam Inkopen ontwikkeld . Uit de rapportage over DBO in 2006 kwam naar voren dat overheden vooruitgang boeken, maar dat onderlinge verschillen groot zijn. De departementen kwamen tot een score van ca. 50% duurzame inkoop, met uitschieters naar beide extremen .
De Nederlandse Politie is een omvangrijke organisatie. Met ruim 50.000 medewerkers is de politie een van de grootste overheidsdiensten. Voor haar primaire en secundaire processen koopt de politie tal van zaken in houdt zij vele voorzieningen in stand. Dit gaat om aanzienlijke bedragen en volumes. Belangrijke inkooppakketten waarvoor de politie duurzaamheid zou moeten afwegen zijn bijvoorbeeld: bedrijfskleding, ICT-voorzieningen, schoonmaak, drukwerk, catering en huisvesting. Verder zijn het wagenpark en energieverbruik belangrijke factoren.

 

Energie en mobiliteit
Gebruik van energie veroorzaakt belasting van het milieu en doet vaak een beroep op eindige en niet-hernieuwbare voorraden energiedragers. Vanuit duurzaamheid geredeneerd, zou de politie bijvoorbeeld kunnen inzetten om energie klimaatneutraal in te kopen. Uiteraard is zuinig en efficiënt gebruik van energie ook van belang.
Het thema mobiliteit raakt aan een aantal facetten van duurzaamheid. Naast energiegebruik en emissies, speel hier ook het sociale aspect van de veiligheid. De politie is een organisatie die vanwege haar functie en rol vaak bij uitstek mobiel moet zijn. Dat betekent echter onverminderd dat de wijze van realisering en inrichting van die mobiliteit aan elementen van duurzaamheid getoetst zou moeten worden. Dit geldt bijvoorbeeld bij beslissingen over de aanschaf van het wagenpark. Brandstofverbruik en emissiefactoren moeten evenzeer meegewogen worden als functionaliteit, veiligheid, comfort, prijs en bedrijfszekerheid. Verder ligt het in de rede voor locaties en bijeenkomsten expliciet beleid ten aanzien van vervoersmanagement te formuleren en te implementeren. Hiermee kan gestuurd worden op andere vervoersmodaliteiten dan het ‘automatisme’ auto. Gelet op de grote impact van vliegen op duurzaamheid, passen hieromtrent expliciete afwegingen t.a.v. nut en noodzaak. Hierbij kan overwogen worden om vliegreizen via CO2-compensatieprogramma’s klimaat-neutraal te maken

 

Milieumanagement
Zorg voor het milieu kan in de organisatie het best geborgd worden met een  milieumanagementsysteem. Een dergelijk systeem, al dan niet gecertificeerd volgens gangbare normen, biedt een basis om gestructureerd aandacht aan alle milieugevolgen van de bedrijfsvoering te schenken. Veelal vormt een milieuprogramma met concrete doelstellingen de basis voor een milieumanagementsysteem. Dit stelt de organisatie in staat zijn impact op het milieu in beeld te brengen, te evalueren, te rapporteren en op een gerichte manier voortdurend te verminderen.
In veel organisaties is milieumanagement een specifiek onderdeel of gevolg van een milieubeleidsverklaring, waarin het strategische management zijn betrokkenheid bij en leiderschap voor een (pro)actief milieubeleid verwoordt. Niet zelden is een milieumanagementsysteem een integraal onderdeel van kwaliteitszorg.
Een zorgvuldig beheer en naleving van vereiste milieuvergunningen, maakt deel uit van een milieumanagementsysteem. Bewustwording, opleiding en training van medewerkers is eveneens een aspect dat in het systeem geborgd hoort te zijn.

 

Hoe verder van hier?
Deze globale beschrijving en verkenning zou het startpunt kunnen zijn om bij de politie nadrukkelijk werk te maken van duurzame ontwikkeling. Om op betekenisvolle wijze duurzaamheid in de primaire en secundaire processen van de korpsen op te nemen, zal een traject van bewustwording, onderzoek, ontwikkeling van kennis en competenties en implementatie nodig zijn.
Om te weten waar men heen wil, is allereerst nodig om te onderzoeken waar men zich bevindt. Het zou daarom zinvol zijn als enkele korpsen de uitdaging aangaan te (laten) onderzoeken waar zij staan op de ‘ladder van duurzaamheid’, zowel qua interne als externe oriëntatie. De resultaten zullen tevens aangeven waar een korps in termen van duurzaamheid verbetering kan boeken. Ook mag verwacht worden dat de onderzoeken politie-brede leerstof in de vorm van best-practices en onderlinge benchmarking opleveren.

Een basis voor geschetst onderzoek kan mede ontleend worden aan het strategische document Politiemilieuplan 2011 . In dit plan is het belang van het thema duurzaamheid voor de politie nadrukkelijk onderstreept. Binnen de Politieacademie heeft het College van Bestuur inmiddels ingestemd om een onderzoek naar duurzaamheid in de bedrijfsvoering en taakuitoefening te starten.

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2007, jrg. 69, nr. 9, p. 4-9

Lector Verkeer&Milieu – Duurzame Handhaving, Politieacademie, Apeldoorn
Voor een bespreking van hetgeen de mijnbouwkundige Carlowitz hierover in 1713 schreef in Sylvicultura Oeconomica, zie H. van Zon, “Duurzame ontwikkeling in historisch perspectief”, p 19-21 (2002), in de serie Vakreviews Duurzame Ontwikkeling van het netwerk Duurzaam Hoger Onderwijs (www.dho.nl).
Our Common Future: World Commission on Environment and Development, Oxford University Press, Oxford, 1987
R. Carson, Silent Spring: Houghton Mifflin, Boston 1962
D. Meadows et al., Rapport van de Club van Rome – De grenzen aan de groei, Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen, 1972
Duurzame Daadkracht – Actieprogramma duurzame ontwikkeling. Nationaal deel, Minsteries van VROM en BuZa, juli 2003
Oorspronkelijk werd i.p.v. Prosperity (welvaart) de term Profit (winst) gebruikt. Deze term is sterker gericht op de private sector; zie J. Elkington, Cannibals with Forks. The Triple Bottom Line of 21st Century Business: Capstone, Cornwall 1997. Na Johannesburg 2002 wordt vaker Prosperity gebruikt.
Zie onder meer het door het Ministerie van EZ gesubsidieerde kenniscentrum MVO dat zich met name op het midden- en kleinbedrijf richt ( www.mvonederland.nl) en www.mvo.ez.nl.
Het programma Leren voor Duurzame Ontwikkeling 2004 – 2007 is een programma van de ministeries van LNV, VROM, BuZa/OS, OCW, EZ en VenW, de provincies en de Unie van Waterschappen. Het doel is om te leren hoe in de praktijk duurzame afwegingen beter gestalte kunnen krijgen. Gefocust wordt op het onderwijssysteem (pijler 1), de lerende overheid (pijler 2) en leren in maatschappelijke besluitvormingsprocessen (pijler 3).
10  Zie www.dho.nl
11  CITES (Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora) is een international verdrag dat de grensoverschrijdende handel in bedreigde planten en dieren en de producten daarvan (bijv. kaviaar en ivoor) reguleert. Het verdrag is momenteel ondertekend door 171 landen. CITES is geïmplementeerd in de EU-wetgeving en werkt rechtstreeks in de lidstaten. De handhaving en strafmaat is in Nederland geregeld via de Flora- en Faunawet.
12  Wereld Natuur Fonds, Het product biodiversiteit – de mondiale, EU- en Nederlandse handel in CITES-soorten, mei 2007
13 Denk aan de gevaarlijke afvalstoffen uit de Probo Koala, die in 2006 in Abidjan/Ivoorkust voor een ramp zorgden.
14  Zie ref. 9
15  motie-Koopmans/De Krom (29800-XI, nr. 130) dd 30 juni 2005, bij stemming kamerbreed gesteund.
16  Het programma Duurzaam Inkopen is een initiatief van het Ministerie van VROM en ondergebracht bij SenterNovem: www.senternovem.nl/duurzaaminkopen.
17  SenterNovem, Monitor duurzame bedrijfsvoering overheden 2006, Barneveld, februari 2007.
18  Hierbij kan gedacht worden aan compensatieprogramma’s als Green Seats – maar er is ook kritiek op betekenis en effect van dergelijke initiatieven.
19  Milieu in Ontwikkeling – Politiemilieuplan 2011. Geaccordeerd door Board Handhaving van de RHC, mei 2007.

Voetnoten

0 reacties

Reageer op dit artikel