Een filosoof/filmer kijkt naar de politie; Bij een nieuwe positie hoort een nieuw imago. Plus een nieuwe slogan en een nieuw logo

In de eerste afleveringen van deze serie heb ik beschreven hoe ik als buitenstaander en non-politievriend in mijn jaar bij de Amsterdam-Amstellandse politie nogal anders ben gaan aankijken niet alleen tegen déze organisatie, maar tegen het instituut politie in het algemeen. Niet alleen was ik aangenaam verrast over de Amsterdamse politieagenten, hun humeur en wat we vroeger hun ‘mentaliteit’ zouden noemen, in een wijder perspectief zag ik voor het eerst dat de politie zoiets kan zijn als een burgerinstrument ter zelfregulatie en ter bevordering van de kwaliteit van de samenleving.

Dat is een radicaal andere kijk op de sterke arm dan ik daarvoor had; het oude imago van de politie als grote verbieder en ‘vijand van het volk’ had zich nogal hardnekkig vastgezet in mijn hoofd. In deze laatste aflevering wil ik terugkomen op die ommezwaai in mijn beeldvorming, omdat ik vermoed dat ik niet de enige ben die met zo’n verouderd beeld rondloopt. Mijn ervaring van het afgelopen jaar kan mogelijk nuttig zijn voor de politie in haar verhouding met het publiek.

Voor aanvang, als onderdeel van de sollicitatie voor het Juxta-programma, schreef ik een essay waarin ik als burger brutaalweg enkele stellingen poneerde over een organisatie die ik toen slechts van de buitenkant kende. Ik herhaal ze even:
- de politie kan niet dweilen met de kraan open.
- de politie is geen private partij of firma die iets verkoopt aan de burgers.
- de politie is niets anders dan een vertegenwoordiger van alle burgers gezamenlijk.
De uitspraken zijn te zien als mijn ‘politiefilosofie’, geschreven vanuit een lekenpositie. Over de eerste ben ik snel anders gaan denken; het ´dweilen bij open kraan´ is juist precies wat de politie doet en waar ze goed in is. (Zie aflevering 1. De kraan werd daarom het visuele leitmotiv bij deze serie.) De andere twee stellingen lijken me onverminderd geldig, ze werden in de afgelopen afleveringen nader uitgewerkt. Als ik nu, met anderhalf jaar inside-ervaring, opnieuw zo´n lijstje zou moeten maken zou ik er misschien één of twee stellingen aan toe kunnen voegen, die de interne organisatie betreffen. Bijvoorbeeld: - de politie moet zichzelf niet constant willen veranderen (zie de vorige aflevering). Maar vooral zou ik het rijtje aanvullen met één stelling die de relatie betreft met het publiek:
- de politie moet oude imago´s van zich afschudden en haar nieuwe gezicht tonen.
Over deze stelling gaat de laatste aflevering.

 

De politie in het nieuws
Maar eerst, als tussengeschoven agendapunt, wil ik iets kwijt over de actualiteit. Ik kan me niet alleen bezighouden met de ‘potenties’ van een zo publieke organisatie als de politie en negeren dat ze in het nieuws komt op een manier die ik vanuit mijn nieuwe politie-enthousiasme zorgelijk vind. Over het aanvallen van agenten straks. Eerst iets over de rol van de (Amsterdamse) politie in wat het ´islamdebat´ genoemd kan worden.
 Een paar politie(re)acties vielen me op in de publicitaire drukte rond de aangekondigde film Fitna van Geert Wilders. Dit zei de doorgewinterde ex-politiecommisaris Joop van Riessen in de best bekeken tv-talkshow van ons land over Wilders: “in wezen zou je zeggen, we mollen hem”. En: "hij moet gewoon vandaag weg en mag niet meer boven tafel komen".  Het werd enigszins geironiseerd, toch geloofde ik mijn oren niet. De politie, ooit de absolute beschermer van staatsbelangen, verklaarde in onvervalst bargoens dat het een goed idee is om een gekozen volksvertegenwoordiger van het leven te beroven. Zo ver is de organisatie veranderd, zo door en door 'correct'  is ze geworden, dat ze rustig stelling kan nemen tégen een vertegenwoordiger van het hoogste staatsorgaan en niemand valt spontaan van zijn stoel. Leest u de zinnen nog even rustig na om goed tot u te laten doordringen welke veranderingen er in veertig jaar hebben plaatsgevonden, mr ook de huidige HC Welten vond het nodig om in zijn nieuwjaarstoespraak melding te maken van een ‘film’ die toen nog slechts aangekondigd was. (Als rechtgeaarde filmmaker vind ik de aanduiding film voor iets van 10 minuten lengte erg overdreven. Wij spreken dan van een ‘korte film’, vaak ook van een ‘filmpje’. Maar net als alle aandacht vooraf was ook de benaming van Fitna volkomen overtrokken.) "We spreken met imams om hen er van te overtuigen dat ze zich niet moeten laten provoceren.”  Praten met imams over mogelijke onrust, prachtig; maar wordt er dan óók met imams gepraat die zelf provoceren, soms zelfs haat zaaien, openlijk en uitdrukkelijk? Bijvoorbeeld tegen joden, of tegen homo´s? Komt de politie daar ook aankloppen? Beter nog: gaat de politie ook met homo´s praten om zich niet te laten provoceren door mogelijke, te verwachten toespraken van bepaalde imams?
Inmiddels is er nieuwe opschudding ontstaan rond de grote politiebetrokkenheid bij de arrestatie van en huiszoeking bij een cartoonist die anti-islamspotprenten maakte. En heeft Wilders vragen gesteld over het aanbod van de Amsterdamse politie aan haar personeel om een vertaalde Koran voor de halve prijs te kunnen aanschaffen. Mij gaat het in al deze incidenten om de schijn van partijdigheid, de schijn van selectieve handhaving die de politie hier over zichafroept.    
Als de (Amsterdamse) politie werkelijk het goede voorbeeld wil zijn wat ik ze zelf toedichtte, de bewaker van de publieke zaak en bevorderaar van het algemeen belang waarvoor ik ze heb aangezien – dan zal ze in haar opstelling allereerst de democratie moeten verdedigen. Dat wil zeggen de vrijheid om van mening te verschillen, en vaak diepgaand te verschillen. Democratie is niet met z’n allen het eens zijn en de lastige minderheid die een film(pje) wil maken de mond snoeren – het is veel lastiger dan dat: het betekent je tegenstanders aan het woord laten en het principe van tegenspraak omhelzen. Als de politie werkelijk een onpartijdige scheidsrechter wil zijn dan moet ze zich niet gek laten maken door vermoedens over wat dan ook, dan juicht ze het maken van films toe door wie dan ook en komt pas in actie als er gegronde verdenkingen bestaan over wetsovertredingen. Als ze vooraf praat, dan toch met iedereen en over álle vermeende overtredingen. En hoe is het mogelijk dat de (ex-)politie over een gekozen volksvertegenwoordiger praat op een manier die ze zich niet permitteert over criminelen? Een parlementariër bovendien die al jaren zijn leven niet zeker is, in een land waar doodsbedreiging normaal is geworden. Hoort de politie niet elke keer dat deze parlementariër ter sprake komt allereerst te zeggen dat het in dit land een misdrijf is om anderen met de dood te bedreigen, wàt ze ook beweren? Ik wil van de Amsterdamse politie, waar ik toch zo enthousiast over was, geen vals gevoel van politieke correctheid krijgen. Ik wil dat ze hun hoofd koel houden en alleen partijdig zijn ten gunste van de democratie, en ten ongunste van overtreders van de wet. Politiek bedrijven is een letter te ver.
Dat politieagenten worden aangevallen, niet omdat ze inhakken op demonstranten maar omdat ze gewoon hun werk doen, is volkomen onaanvaardbaar. Als de bewakers van de publieke zaak als boksbal gebruikt worden zijn we op een soort nulpunt van samenleven aangekomen. In de woorden van Marjolein Februari: ‘als er ooit draconische straffen nodig zijn, dan voor de mensen die politieagenten aanvallen’  Uit het vervolg zal blijken dat dit verschijnsel alles te maken heeft met een situatie die al veel te lang voortduurt, van onduidelijkheid over de positie van de politie in de samenleving.

 

De politie op dumpert
Op Dumpert.nl, een Nederlandse YouTube, is weer eens een politiefilmpje gepost, gemaakt met een mobiele telefoon. Een jongeman weigert medewerking aan een motoragent, die hem vraagt om de naam van degene aan wie hij zijn brommer heeft uitgeleend. Deze chauffeur heeft zich namelijk ernstig misdragen in het verkeer. Vier minuten van schokkerige omgekeerde 'beelden' lang probeert de agent met weinig argumenten de naam uit de jongen te trekken, en even zo lang beroept de jongeman zich op een zwijgrecht en verzet zich ertegen dat de agent hem aanraakt. Tenslotte meldt de jongen triomfantelijk dat hij 'alles heeft opgenomen'  - alsof daarmee de zaak tegen de motoragent rond is. Het 'bewijsmateriaal'  hoeft nu nog slechts te worden gepubliceerd op een van de sites die tegenwoordig dienen als volksrechtbank en de veroordeling van de agent door de publieke opinie zal een feit zijn. 
Het filmpje lijkt me typerend voor de houding die een deel van de bevolking inneemt tegenover de politie. Ze wordt gezien als een organisatie die erop uit is om ons, het volk, nodeloos te controleren, waar je natuurlijk zo weinig mogelijk aan meewerkt en als het maar even kan aan probeert te ontsnappen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van hun fouten. Het betrappen van de politie op fouten is een grote sport op Dumpert en aanverwante websites; alsof daarmee kan worden aangetoond dat het instituut belachelijk is en de burger alleen maar in de weg zit.  Het is een zorgwekkend beeld, dat overigens niet algemeen gedeeld wordt, zoals steevast blijkt uit de geplaatste reacties. Mij interesseert het omdat het filmpje èn de publicatie ervan tonen welke verwarring er heerst over wat eigenlijk de positie en rol van de politie tegenwoordig is en moet zijn. Chiquer gezegd worden hier de thema´s (politie)gezag en (politie)imago geproblematiseerd. En dat zijn op hun beurt precies de hoofdthema's van mijn Juxta-onderzoek. Positie, gezag en imago van de politie zijn samenhangende begrippen. Maar zolang de samenhang ervan niet duidelijk wordt gemaakt en samengevat tot een gemoderniseerd beeld, zullen dit soort filmpjes gemaakt en serieus bediscussieerd worden, kortom: zullen ze zinvol lijken in plaats van futiel. De verwarring hangt samen met het door elkaar bestaan van gezagsparadigma’s. Ofwel eenvoudig gezegd: (een deel van) het publiek leeft in een andere gezagswereld dan de politie zelf.

 

De gezagsparadigma's
Om dit duidelijk te maken is een kleine omweg nodig. Langs de resultaten van het onderzoek dat ik deed naar het gezag van de Amsterdamse politie, als hoofdmoot van mijn werkzaamheden in het Juxta programma. Heeft de politie tegenwoordig nog wel voldoende gezag? - was de startvraag van dit onderzoek. Veel recente publicaties spreken van ‘tanend politiegezag’ en in mediadiscussies wordt de suggestie gewekt dat het gezag van de ouderwetse autoriteiten in rap tempo verdwijnt of al verdwenen is.  Tegen deze achtergrond leek het me nuttig om uit te zoeken hoe de politie er op dit gebied nu echt voorstaat. De resultaten van mijn onderzoek zijn een geschreven rapport en een film. Het rapport bespreekt theorie en praktijk van het (Amsterdamse) politiegezag in de afgelopen decennia en in het heden. De documentaire film richt zich uitsluitend op de praktijk; ze toont hoe ‘gezag’ en ´gezaghebbend optreden´ geleerd worden door eerstejaarsstudenten van de Politieschool, zowel in de schoolbanken als in de praktijk.  Na afloop van het Juxta dienstverband zullen deze en andere Juxta resultaten aan het korps gepresenteerd worden en beschikbaar komen voor geïnteresseerden. Hier loop ik alvast op de eindproducten vooruit.
In mijn studie constateer ik met betrekking tot gezag een opvallende tegenspraak. Bezien vanuit de recente geschiedenis staat gezag, óók politiegezag, er beroerd voor. Sinds eind jaren zestig heeft zich een ware anti-autoritaire revolte voltrokken, mede gefundeerd door ideëen vanuit de wetenschap die toonden hoe gevaarlijk gehoorzaamheid aan autoriteit kan zijn. In een recent onderzoek noemt ruim de helft van de bevolking zichzelf ‘anti-autoritair’ , de revolte kan dus bepaald geslaagd genoemd worden. Het ouderwetse, strenge gezag op basis van ongelijkheid en onderschikking lijkt afgeschaft en vervangen door een houding van gelijkwaardigheid, onderhandeling en nevenschikking. Maar sommige maatschappelijke terreinen – bijvoorbeeld: onderwijs, publieke diensten, openbare orde –moeten het nu eenmaal hebben van een zekere mate van ongelijkheid. Precies daar ontstaan dan ook de grote gezagsproblemen.
In de dagelijkse praktijk echter lijkt de politie, in elk geval de Amsterdam-Amstellandse politie, weinig moeite te hebben om gezaghebbend op te treden; ze kunnen het en ze doen het ook. En op zijn beurt wordt dit gezag als nogal vanzelfsprekend geaccepteerd door het publiek. Het duidelijkst kwam dit naar voren in mijn (film)observatie van het optreden van eerstejaars studenten. Met slechts drie maanden scholing en zónder vuurwapen op zak krijgen zij op straat toezichthoudende taken te vervullen zoals surveilleren, verkeerscontroles uitvoeren en bekeuringen schrijven. Dat ging ze al snel goed af. Maar wat mij als enigszins anarchistische Amsterdammer nog meer opviel was hoe gedwee het publiek meeging met hun optreden èn met de bonnen. Ik maakte geen scheldpartijen mee, geen enkel voorbeeld van verzet. Navraag leerde dat het 'wel eens' was voorgekomen, maar als uitzondering. Ik kon niet anders dan constateren dat ondanks alle doemberichten in ´de media´ er op straat sprake is van politiegezag èn van draagvlak voor dat gezag.
Dit gezag lijkt alleen niet op de oude vorm die ik van vroeger ken, waarin de politie graag de wapenstok gebruikt tegen iedereen die protesteert. De film laat zien hoezeer het optreden veranderd is en waaruit het tegenwoordig bestaat. Het is een pratende politie geworden. Typerend lijkt me de standaardzin bij aanhoudingen, die de studenten al in hun eerst leskwartiel leren: "Meneer, u bent aangehouden! Gaat u meewerken?" Als de politie vroeger zoiets had gevraagd hadden we ons in een Monty Pythonscène gewaand - nu is het de standaardaanpak. Elke actie wordt uitgelegd en aangekondigd. Studenten leren deze aanpak, gebaseerd op de ´methode - Van der Steen´, al in hun eerste schoolmaanden. Zo begint een typisch bekeuringsgesprek met een fietser op een Amsterdams circuit: "Goedemorgen. We zijn bezig met een verkeerscontrole. Ik zag net dat u door rood licht reed. U krijgt van mij daarvoor een bekeuring. Hebt u een legitimatie bij u?" En de fietser, nee álle fietsers, blijven staan, knikken meestal en accepteren de bon van maar liefst 60 euro. Ik zal bekennen dat ik als burger meer verzet verwacht had in mijn lastige stad. Maar dit was de realiteit die ik observeerde.
In mijn analyse concludeer ik dat dit gezag van beginnende politiestudenten allereerst gebaseerd is op twee pijlers: de eerste is het uniform zelf plus de organisatie daarachter, ofwel het gezag dat het instituut politie vanuit de traditie heeft. De tweede pijler is de manier van optreden, preciezer gezegd: de aangeleerde verbale vaardigheden. Er zijn natuurlijk nog meer factoren die meetellen - fysieke vaardigheden, houding, geweldsmiddelen, wetskennis, om er maar een paar te noemen - maar ze zijn minder belangrijk dan die eerste twee. Samen vormen ze de praktische kant van wat je een nieuwe gezagsopvatting kan noemen. En nogmaals: deze opvatting is werkzaam, hij wordt op straat met succes beoefend.
Maar de eerdere gezagsparadigma’s - of ´gezagsopvattingen´, ik wil de academische discussie over terminologie hier vermijden – afkomstig uit het recente verleden, zijn ook nog  steeds werkzaam. Ten eerste het strenge, repressieve paradigma van de sixties en daarvoor, dat zijn gezag nauwelijks verbaal communiceerde en des te meer met de wapenstok en andere geweldsmiddelen. Laten we dit even GP 1 noemen. Het werd onder maatschappelijke druk vervangen door een opvatting waarin de politie de beste vriend van de bevolking wilde zijn: het nieuwe paradigma bestond uit gedogen, niet handhaven, de gezagsdrager als gelijke die zijn ouderwetse gezag gewoon niet meer uitoefent: GP2. Het is daarbij goed te bedenken dat zo´n paradigma niet alleen van belang is voor de politie die het uitoefent, maar evenzeer voor de bevolking voor wie het geldt en die er het draagvlak voor moet vormen. Essentiëel daarbij is hoe die bevolking aankijkt tegen de politie, welk beeld ze ervan heeft. Welnu:  terwijl de politie hard op weg is om GP3, communicatief gezag, in de praktijk te brengen bevindt het publiek zich nog in de wereld van GP2 en verlangt soms zelfs terug naar de oerversie. Dat gezag geen constante is maar een veranderend begrip komt nauwelijks naar voren in de publieke discussie. Daarin staat het begrip hoofdzakelijk synoniem voor het onwenselijke GP1, botte handhaving, terwijl ook zijn tegenhanger GP2, vriendelijk niksdoen, geen succes is gebleken. Een patstelling dreigt, zolang de nieuwe vorm niet gezien wordt.
De Dumpertfilmer en diens publiek leven in het gezagsloze paradigma en lachen om een politie die in hun ogen doet alsof zij nog het oude gezag van GP1 bezit. Het is alsof je de visie van de anarchisten van ’68 terughoort, zonder benul van de voortgeschreden tijd: "Haha die domme politie!" en: "kijk ons burger-rebellen toch eens anti-autoritair zijn!" Het zijn mededelingen uit een overleefd verleden. Misschien kan je de Dumperts ook zien als modernere mensen levend in de consumentenwereld van nu, waarin de politie graag een bedrijf wil zijn met de klant als koning. Dan wordt het: "Haha die domme leverancier van veiligheid die zijn zaakjes niet voor elkaar heeft!" De websites zijn een soort openbare klachtenlijn van ontevreden consumenten. En aan dat beeld heeft de politie zelf actief meegeholpen. Hoe het ook zij, geen moment wordt de politie hier gezien als een instituut dat ons vertegenwoordigt, noodzakelijk is en door de burgers samen gedragen zal moeten worden.

 

Imago-update
Het is hoog tijd alle foutieve en verouderde imago’s uit de weg te ruimen. Het publiek, en ik neem mezelf maar even als voorbeeld, heeft een volstrekt verkeerd en verouderd beeld van wat de politie is en doet. Dat beeld wordt bijvoorbeeld mede bepaald door politieseries afkomstig uit Amerika, waarin een politieagent minstens één keer per aflevering zijn pistool trekt. Hij heeft een gezag gebaseerd op geweldsmiddelen. In werkelijkheid is het vuurwapengebruik bij de Amsterdam-Amstellandse politie minimaal: een diender trekt gemiddeld eens in dertig dienstjaren zijn pistool.  Maar zulke beelden zijn wel medebepalend voor het imago, hoe ver ze ook afstaan van de realiteit. In die realiteit loopt de RPAA enkele stappen vóór op dit gezagsbeeld, maar hoe zouden we dat als burgers moeten weten behalve door een persoonlijke ontmoeting met deze politie? (Of door er anderhalf jaar in dienst te gaan?) Onderzoek wijst uit dat het politieoordeel van burgers samenhangt met de meest recente politie ervaring; maar tegelijk dat minder dan de helft van de Amsterdamse bevolking in het afgelopen jaar zo'n direct contact had.  De andere helft is voor zijn oordeel dus aangewezen op niet-persoonlijke, algemene beelden. Op imago.
Wat kan de politie hieraan doen? Het veranderen van de publieke opinie over zoiets abstracts als een gezagsparadigma, is dat niet meer iets voor een brede maatschappelijke discussie – wat dat ook moge betekenen? Nee, de politie kan er eenzijdig iets aan doen. Wat betreft het directe optreden lijkt de politie op de goede weg, getuige bovengenoemde observaties. Maar ook het andere gedeelte, van het algemene imago, kan ze actief beïnvloeden. Door te laten zien wat ze doet, waar zij staat en hoe ze daar gekomen is. Met het updaten van haar imago zal ze enige orde kunnen scheppen in de paradigmachaos. Imago betekent hier overigens méér dan wat de marketingterm gewoonlijk behelst: een reclamefilmpje en een kien bedachte PR-campagne. Het publiek heeft te weinig idee van de rol en positie die de politie inneemt, en k`an innemen in de maatschappij. De politie zelf, in elk geval het leidinggevende gedeelte, heeft dat idee wel. Na de zwenkingen en paradigmashifts van de afgelopen decennia koerst ze af op een meer onafhankelijke middenpositie tussen Staat en Straat. Bij die positie hoort, zoals ik eerder bepleitte, het verlaten van de ´bedrijfs-strategie´ en de keuze voor een opstelling als vertegenwoordigende instantie, ingebed in de bevolking.  Zonder door te slaan in het krampachtige idee om beste vriend te willen zijn. De politie moet niemands beste vriend zijn, maar ieders beste scheidsrechter - een burgerscheidsrechter. Op praktijkniveau beschikt ze, in elk geval wat de handhavende taak betreft, over een effectieve methode van optreden. Dat zijn de twee componenten waaruit het nieuwe gezagsparadigma bestaat dat zich momenteel ontwikkelt. Maar de burger moet het wel te weten komen. Bedenken en doen is niet genoeg, het zal ook verteld en getoond moeten worden. Bijvoorbeeld via de slogan en het logo.

 

Slogan en logo
´Waakzaam en dienstbaar´ luidt het huidige motto van Amsterdam-Amstelland. HC Welten liet al eens weten dat de Juxta´s wat hem betreft aan alles mochten tornen behalve aan die slogan. En toch ga ik dat doen. Niet omdat ik hem slecht vind, of onwaar. Maar omdat hij mijns inziens niet genoeg de eigenlijke positie van de polite benadrukt. Dat de politie ´waakzaam en dienstbaar´ is namens de bevolking. Er gaat nog steeds de suggestie vanuit dat de (Amsterdamse) politie een bedrijf is dat een product levert, waarmee zij zich tegenóver de bevolking plaatst . Ik zou er de voorkeur aan geven om ook het middel van de slagzin in te zetten om de politie opnieuw te positioneren, als een organisatie die optreedt namens de burgers, en dus ook gedragen zal moeten worden dóór die burgers. Als een instrument van zelfregulering, dat ook verplichtingen schept.
 Kort geleden, voordat het huidige motto landelijk werd doorgevoerd, gebruikten de verschillende regiokorpsen nog uiteenlopende motto´s en slogans, zoals een rondgang over internet leerde. De grote meerderheid draaide om het woord veiligheid, enkele richtten zich op de band met de bevolking. De sterke arm in een wijk die samenwerkt (Noord en Oost Gelderland) vond ik een stap in de goede richting. Actieve wederkerigheid.(Zuid-Holland Zuid) ook, maar te abstract. Limburg-Noord´s De politie is er voor u zou ik willen aanpassen tot: De politie is van u en voor u.  Ik ben geen goede sloganbedenker, maar ik doe toch een voorstel, al was het maar om de richting te bepalen: Van allen, voor allen.
Ook het logo kan gebruikt worden om deze grondgedachte tot uiting te brengen. Wat betekent dat huidige logo eigenlijk? Het ziet er stoer uit, maar… staat daar een boek in brand? Een wetboek soms, de grondwet misschien? Navraag leert dat het hier gaat om een samentrekking van eerdere logo´s van diverse politeorganisaties, met als eindresultaat: een wetboek met daarop een vers gegooide handgranaat! Zoiets kan alleen in Nederland: het logo van de sterke arm der wet bespot de eigen functie. In de sixties waren het nog anarchisten als Jerry Rubin die opriepen om wetboeken te verbranden, nu loopt de politie zelf ermee rond op hun pet. Om een Juxta-collega te citeren: "Mocht de politie het logo nog eens willen verpatsen, dan heeft Al-Qa'eda vast interesse."
 Als de slogan verandert zou het logo in dezelfde richting méé moeten gaan. Ik zie een beeld voor me van een (gesymboliseerde) politie die voortkomt uit de bevolking en door die bevolking gedragen wordt. Ongeveer zoals een dundoek dat supporters in voetbalstadions boven hun hoofd houden en aan elkaar doorgeven; van bovenaf gezien lijkt het dan of zo´n grote afbeelding door het stadion ´wandelt´. Zoals dat doek, zo is de positie van de politie (en van de overheid in zijn geheel, van alle instellingen voor de publieke zaak): ze beschermt ons, maar wij moeten haar actief omhoog houden. Een paar gestileerde poppetjes die met gestrekte arm een politiepet boven zich tillen? Ik roep een begaafd tekenaar/kunstenaar op om uit deze gegevens een aansprekend beeld te destilleren.

Ik wens de politie veel succes bij het dweilen, en bij het realiseren van een nieuwe positie en een waarachtig imago.

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2008, jrg. 70, nr. 7-8, p. 34-39

Pauw & Witteman, VARA Ned 1, 20 september 2007.
Nieuwjaarstoespraak 2008, hoofdcommissaris B.Welten.
De Volkskrant 12/01/08. Column n.a.v. incidenten tijdens oudejaarsnacht.
4   http://www.dumpert.nl/mediabase/114371/c238720d/motorpolitie_boos_op_brommerjongen.html
zie voor meer voorbeelden van dezelfde houding bijvoorbeeld hoofdstuk 3 van Bas van Stokkom’s studie Beledigd in Amsterdam, over klachten wegens onheuse bejegening door de politie.
zie bijvoorbeeld het drietal SMVP-publicaties rond het theme ' politiegezag', of De Volkskrant 3/11/07: De moeizame terugkeer van het gezag. Voor een uitgebreide referentielijst zie mijn rapport.
Werktitel rapport: 'De dienders en het besmette woord'. De film is in het montagestadium.
8   Scheepers, P en te Grotenhuis, M. (2000) ‘Tanend gezag van autoriteiten in een individualiserende samenleving’ in: Gunther Moor & vdVijver red. Het gezag van de politie  Dordrecht; SMVP
zie Jan Naeyé red (2006) Hard en Zacht. En mijn korte film ‘Het Vuurwapen’, 2007 productie: de Rode Draak.
10  Valerie Peeck (2007) Politiemonitor Bevolking  RPAA  pags 6,7.
11  zie aflevering 3 van deze serie 'Het vergeten contract' Het Tijdschrift voor de Politie 08/3 pags 22-26
12  zie Jerry Rubin Do it! Scenarios of the revolution (1970)
13  Met dank aan Roeland van Zeijst, Juxta.

Voetnoten

0 reacties

Reageer op dit artikel