Essenties van politiewerk Deel 2: De tijdloze taak van de politie
De nieuw geformuleerde missie van de Nederlandse politie wordt in het rapport Politie in ontwikkeling als volgt omschreven; "Waakzaam en dienstbaar staat de Politie de waarden van de Nederlandse rechtsstaat". In dit tweedelige artikel doet commissaris Helmoed Wierda een eerste verkenning naar de vraag welke relatie er bestaat tussen deze missie en de betekenis van waarden en deugden voor het functioneren van de politie.
Wat vooraf ging
In het eerste deel van dit artikel beschreef ik dat de samenleving een politie heeft die bij haar past. In deze tijd van veel maatschappelijke turbulentie is het voor de politie van groot belang goed aangesloten te blijven op de ontwikkelingen binnen de samenleving. Dit is geen makkelijke opgave omdat onze huidige tijd zich kenmerkt door een manier van samen-leven waarin gemeenschappelijke waarden en normen steeds aan betekenis lijken te verliezen. Gemeenschappelijk gedragen waarden zijn de peilers onder onze democratie. Van de politie mag verwacht worden dat zij deze democratie beschermt. Zeker in deze tijden van grote maatschappelijke turbulentie is het van belang dat de Nederlandse politie zich laat leiden door een duidelijke missie, als een baken om koers te kunnen houden in een woelig tijdsgewricht. In dit tweede deel probeer ik binnen de context een relatie te leggen tussen deze hernieuwde missie van de politie en de betekenis van waarden en deugden voor het functioneren van de politie.
Politiewerk en waarden
In deel 1 van dit artikel heb ik in vogelvlucht mijn visie op de ontwikkelingen binnen de politie als gevolg van de steeds veranderende samenleving met u gedeeld. Als ik nu met u de balans opmaak dan kom ik tot twee constateringen;
1.De samenleving heeft een politie die bij haar past
2.De politie heeft een tijdloze taak
1.De samenleving heeft een politie die bij haar past
De eerste conclusie is dat de politie in haar verschijningsvorm en imago in hoge mate volgend is aan de ontwikkelingen in de samenleving. De stelling: 'een samenleving krijgt een politie die bij haar past' lijkt te kloppen. Een tweede gevolgtrekking is dat het buitengewoon moeilijk is, zo niet onmogelijk, om autonome ontwikkeling in de samenleving te beïnvloeden via de politie. We zien in toenemende mate een roep om repressief harder optreden, strengere aanpak, hardere straffen,
meer gevangenissen en ga zo maar door. De vraag is, ook na de analyse van Zwart, Verbruggen en Boutelier , maar ook kijkend naar de rol van de politie in de afgelopen 50 jaar, of het een terechte verwachting is dat met deze andere, meer repressieve inzet van de politie, het tij in de samenleving is te keren. Het lijkt mij dat daar niet alle kaarten op moeten worden gezet. In deze tijden van grote maatschappelijk turbulentie zal de rol van de politie zich vooral richten op het bestrijden van verkeerde, zeg maar kwade, ontwikkelingen en het mogelijk maken van goede ontwikkelingen.
Zo komen we tot de nieuw voorgestelde missie van de Nederlandse politie. Een missie die door de professie van de Nederlandse politie zelf is geformuleerd en die breed wordt gedragen omdat zij voortbouwt op datgene wat politiemensen door de tijd heen zelf ervaren als hun opdracht in de samenleving. Deze missie stelt dat de politie "dienstbaar en waakzaam voor de waarden van de rechtsstaat staat".
Dit lijkt mij in een democratie een prachtige maatschappelijke opdracht aan een organisatie die, zoals veel politiemensen dat zelf innerlijk beleven, de taak heeft de vrede in de samenleving te beschermen en burgers te helpen als zij in nood verkeren.
Deze opdracht wordt door veel politiemensen als een eervol gezien. Het verwoord precies waarom de meeste politiemensen voor dit beroep kiezen. De uitvoering van deze opdracht is niet te leren uit boekjes. Het vraagt om de inzet van goed opgeleide en integere politiemensen. Deze politiemensen moeten over een sterk ontwikkeld maatschappelijk gevoel en een goed ontwikkeld innerlijk moreel kompas te beschikken. Dit is het logische gevolg
van de opdracht die de politie heeft in de samenleving!
2. De politie heeft een taak die tijdloos is
De tweede conclusie is dat in zijn aard de diepste taakstelling van de politie nooit fundamenteel ter discussie is gekomen. De politie lijkt een tijdloze taak te hebben. Prozaïsch durf ik te stellen dat deze taak voortkomt uit een innerlijk gevoelde opdracht en die gaat over het werk waar de politie altijd voor heeft gestaan en zal staan. Ik heb het dan over de essentie van politiewerk, het Wezen van de politie.
Deze tijdloze taak is wellicht – weliswaar in algemene termen - als volgt te duiden.
De politie beschermt de vrede in de samenleving
De politie staat boven de partijen en doet rechtvaardig haar werk
De politie komt altijd op voor burgers in nood.
De politie doet dat door, soms met gevaar voor eigen leven, hulp te bieden waar dat nodig is.
De politie staat voor belangrijke waarden in de democratische samenleving.
De politie beschermt de democratie.
De politie beschermt leven, vrijheid en eigendom
De politie voorkomt eigenrichting en bevordert rechtvaardigheid.
De politie draagt bij aan het reduceren van sociale onveiligheid en misstanden.
De politie is loyaal en, dag en nacht beschikbaar voor de samenleving.
Kort gezegd, de politie bestreed en bestrijdt de schendingen van bovenstaande waarden die met elkaar de rechtsorde dragen. Door alle jaren heen heeft dit altijd de volle aandacht van de politie gehad. Dat zit als het ware in het wezen van de politiemens ingebakken.
Je kunt dit ook anders zeggen. Zoals een arts zijn beroepsdomein vindt in het veld van ziekte, zo vindt de politie zijn beroepsdomein daar waar in de samenleving verstoringen plaatsvinden of waar mensen in nood zijn.
Politieoptreden richt zich vrijwel altijd op situaties, waarin het niet goed gaat. Waar kritieke situaties zijn ontstaan. Waar rust en orde is verstoord. Waar de wet wordt geminacht. Waar crisis is. Waar het normale weg is…,daar komt het politieapparaat op gang. Hoe ernstiger de situatie, hoe meer de politie in actie komt. In al die gevallen treden politievrouwen en politiemannen op, dag en nacht, 365 dagen per jaar. Dat is nu zo, dat is door alle jaren zo geweest en dat zal zo blijven.
Bezieling van politiemensen
Deze tijdloze en wezenlijke taak van de politie is het werk wat veel politiemensen bezield en waarvoor ze bij de politie gekomen zijn. Dat is ook het werk waarvan ik onder de indruk kan komen, als ik dat zie gebeuren. Dat zijn magische momenten van prachtig politiewerk. De goede luisteraar hoort ze in de vele verhalen die politiemensen elkaar vertellen.
In dit soort tijdloos politiewerk, waarbij tal van emoties een rol spelen – niet in de laatste plaats ook bij de politiemensen zelf – daar gaat het niet om ingewikkelde discussies over kerntaken, over te behalen resultaten of over wat door Ministers wordt bedacht. Het is vaak werk waar de burger, de media, politici of bestuurders geen enkel idee van heeft.
Daar gaat het naast professionaliteit en integriteit van handelen door politiemensen, vooral ook om dienstbaarheid, waakzaamheid, moed, ,onpartijdigheid, doorzettingsvermogen, inschattingsvermogen, verbeeldingskracht, improvisatietalent, om teamwork, communicatievaardigheden, om empathie en niet in de laatste plaats om compassie met je medemens en de kunst om mensen met elkaar te verzoenen.
Dan gaat het om situaties, waarin politiemensen het beste uit zichzelf halen, waarin het er echt op aankomt. Dan gaat het om precies die eigenschappen, waar mensen op verjaardagen in positieve zin over spreken. Dan gaat het om die eigenschappen, die politiemensen tot politiemensen maken. Dan gaat het om handelen, waar politiemensen hun diepste motivatie aan ontlenen om bij de politie te werken. Dit is wat politiewerk zo mooi maakt. Dat is wat politiewerk ten diepste is.
Waarom? Omdat elke politieman of –vrouw voelt dat hij of zij op dat moment iets bijdraagt aan de samenleving of misschien zelfs, iets waardevols betekent in het leven van één of enkele burgers. Wat daar gebeurt, soms op microniveau en wat meestal alle kranten, politici en wie dan ook ontgaat, dat is wezenlijk van betekenis voor de mensen voor wie politiemensen werken. Het is wezenlijk omdat het bijna altijd gaat om de waarden in de samenleving en het helpen van mensen. Op die momenten zou je kunnen zeggen dat de waarden en deugden van het leven een kompas zijn voor het handelen van politiemensen!
De rol van de politie in de samenleving
Zo kom ik bij de hedendaagse rol, die de politie naar mijn mening in deze samenleving heeft.
De huidige samenleving is turbulent. Nieuwe fenomenen volgen elkaar in rap tempo op. Waar het heengaat met de dreiging van terrorisme en met de toekomst van de multiculturele samenleving, niemand kan het voorspellen. Van stabiliteit is geen enkele sprake. Vraagstukken van 'Goed en Kwaad' zijn moeilijk te beantwoorden.
In deze tijd van voortdurende turbulentie, is het wellicht een wat bijzondere gedachte om de politie in te zetten vanuit Den Haag aangestuurde taakstellingen. Het kabinet denkt dat de politie de stabiliteit in de samenleving bevordert door het recht te handhaven en door burgers te beschermen tegen onveiligheid.
Het kabinet stelt dat zij de politie wil laten bijdragen aan stabiliteit in de samenleving.
Ik deel de opvatting van professor dr. Cees Zwart, dat deze gedachtegang een foute is. Cees Zwart stelt dat stabiliteit en turbulentie zich niet tot elkaar verhouden, waarbij nog komt dat stabiliteit een redelijk ondefinieerbaar begrip is. Voorgeschreven taken in een alsmaar veranderende samenleving hebben het grote risico in zich dat de politie net niet meer aansluit bij dat wat de steeds veranderende samenleving vraagt. Niettemin lijkt het erop dat de politie weer zwaard moet zijn in de handen van de overheid, ter bestrijding van alle ongewenste effecten die de hedendaagse culturele ontwikkeling met zich meebrengt. Dus toch een politie die het tij moet keren"…, aldus Cees Zwart
Laten we eens wat breder kijken door de vraag te stellen of ontsporingen in de samenleving tot het beroepsdomein van de politie behoren?
Professor dr. Cees Zwart introduceert in het boekje 'in gesprek over de essentie van politiewerk " de eerste gedachten over de maatschappelijke ontsporing als beroepsdomein van de politie. Kort samengevat stelt hij dat de hedendaagse samenleving vanaf 2001, na de aanslag op de Twin Towers in New York, ernstig in turbulentie is gekomen. De sociale werkelijkheid is in trilling. Er lijkt een paradigmashift gaande van een voorspelbare samenleving gericht op beheersing naar een uiterst kwetsbare samenleving. De dynamiek in de samenleving krijgt daarmee een onheilspellend, en vaak angstig karakter en is in wezen onberekenbaar. Het gevolg is, zo stelt Cees Zwart, dat sturing op voorspelbaarheid en beheersbaarheid een lachertje wordt. In deze instabiele toestand werkt sturing op uiterlijke bakens niet meer en zal het steeds meer nodig zijn de sturing vanuit innerlijke bakens te realiseren. Deze vorm van sturing is van oudsher bij de politie aanwezig, omdat de politie altijd midden in de maatschappelijke turbulentie werkzaam is. Vanuit een soort innerlijk moreel kompas is zij dan bezig de ontsporingen ten kwade te bestrijden en de ontsporingen te goede te begeleiden.
In een kwetsbare en angstige samenleving vraagt dit om bijzondere competenties, zo stelt Cees Zwart. Het vraagt om de kunst te verzoenen en het vraagt om verbeeldingskracht.
Tot slot stelt hij het volgende: "een moderne politie, zoals de onze in Nederland, staat midden in de maatschappelijke spanningen die de transitie van onkwetsbaarheid naar kwetsbaarheid met zich mee brengt. En beroepshalve zet zij zich met de kracht van de verzoening en de verbeeldingskracht in om deze transitie transparant en hanteerbaar te houden. Het domste wat men kan doen is de drieluik van verbeeldingskracht, kwetsbaarheid en verzoening aan de politie te onthouden door haar alleen maar te gebruiken als zwaard in handen van het bevoegd gezag. Het beste wat we kunnen doen is de politie als opdracht te geven om dit drieluik van verzoening, kwetsbaarheid en verbeeldingskracht verder in te kleuren en aan de samenleving te signaleren wat dit oplevert".
Beroepstrots
Aan deze interessante gedachten van Cees Zwart voeg ik toe dat sturing op innerlijke bakens om een sterke mate van bezieling en vitaliteit van de betrokken politiemensen en hun leidinggevenden vraagt. En deze staan onder druk! De meeste Politiemensen zijn intrinsiek trots op het feit dat zij bij de politie werken, maar durven dat vaak niet te uiten vanwege de kritiek die vaak ongenuanceerd over de politie wordt uitgestort. Bijna alle politiemensen hebben voor dit beroep gekozen omdat zij een bijdrage willen leveren aan de samenleving. Beschermen en helpen zitten in de genen van politiemensen. Wat mij betreft zouden politiemensen weer met een meer opgeheven hoofd mogen tonen hoe trots zij zijn dat zij een bijzondere taak in de samenleving uitoefenen. Anderzijds mogen de mensen in de samenleving wat mij betreft, met het tonen van wat meer respect en waardering, laten zien dat zijn blij zijn met hun Politie! Ga maar na, in tegenstelling tot veel andere landen heeft Nederland een goed en loyaal politie apparaat; stevig opgeleid, professioneel werkend, integer en maatschappelijk georiënteerd.
Politie en deugden
Ik heb met u gekeken naar maatschappelijke ontwikkelingen rond de veiligheid van mensen, naar effect van deze ontwikkelingen op een aantal maatschappelijke waarden en naar de rol van de politie in dit krachtenveld. Wat over blijft is mijn belofte om een relatie te leggen tussen politiewerk en deugden.
De definitie van deugden spreekt mij als mens, maar zeker als politiemens, bijzonder aan. Deugdzaam zijn betekent; 'voortdurend het goede doen en het slechte nalaten'. Een deugd is iets goeds. De deugd vraagt om actief handelen. Het is iets wat je kunt beoefenen en dit beoefenen lijken wij in deze tijd volstrekt verleerd te zijn. Goed burgerschap, deugdzaam burgerschap vereist daden. 'Fatsoen moet je doen'. Deugdzaam zijn vraagt om actie en betrokkenheid. Vanuit de optiek van de politie bezien, zou je kunnen zeggen, dat de politie dus niet alleen het Kwade moet bestrijden, maar dat de politie zich bezig moet houden met het versterken en steunen van het GOEDE. Wanneer een groep hinderlijke jeugd dreigt te ontsporen dan kun je ze streng aanpakken en straffen, maar je kunt ze daarna ook stimuleren met goede dingen aan de slag te gaan. Daarom werkt de politie samen met allerlei organisaties die daarvoor beter uitgerust zijn. En als die er niet zijn dan zit de politie vanuit haar innerlijk gevoelde besef voor deugden met die opgave. Daarom proberen politiemensen begrip te hebben voor de dak- en thuisloze mensen en halen zij hen van de straat als het ernstig vriest. Daarom proberen veel politiemensen niet iedere crimineel als een slecht mens te zien maar hopen zij dat de samenleving deze mensen, nadat ze hun straf hebben ondergaan, ook ondersteunt bij hun zoektocht naar het goede leven.
Wat mij betreft geldt voor alle politiemensen dat het bevorderen van het Goede net zo belangrijk is als het bestrijden van het Kwade. Het laatste is ons exclusieve werkterrein, het andere, het bevorderen van de positieve vrede is het terrein van alle mensen, dus ook van politiemensen.
De geschiedenis heeft vaak mooie inzichten voortgebracht Als ik de kardinale deugden van Plato en de praktische deugden van Primo Levi lees, en op mij laat inwerken, dan kan ik niet anders concluderen dat deze deugden belangrijke richtinggevers voor het werk van politiemensen zijn. In de praktijk zie ik dat zijn deze deugden vaak op een onbewust niveau sterk bepalend zijn voor het handelen van politiemensen. Dit mechanisme noem ik, daartoe geïnspireerd door de overleden Amsterdamse politiepsycholoog Frans Denkers, ook wel eens het moreel kompas van politiemensen. Uit ervaring kan ik u zeggen dat dit kompas politiemensen de weg wijst in kritische, chaotische en hectische momenten of in tijden van grote maatschappelijke onrust.
Laat ik u de praktische deugden van de filosoof Levi eens noemen en beoordeelt u zelf of u vindt dat deze deugden op politiewerk van toepassing zijn. Levi noemt als waardevolle deugden in het leven zaken als; nauwkeurig observeren, zorgvuldig en precies formuleren, ervaringen vastleggen, vindingrijk zijn, gevoel voor maat en grens tonen, fouten durven maken, zaken in perspectief zien, creatief zijn, gezond verstand gebruiken, vriendschap tonen, verhalen vertellen, humor gebruiken en speels zijn.
Laat ik de bekende zeven kardinale deugden aan deze opsomming toevoegen. We hebben het dan over deugden als voorzichtigheid, rechtvaardigheid, moed, praktische wijsheid, geloof, hoop en liefde.
Tot slot
Aan het slot van dit artikel kom ik voor mijzelf tot de conclusie dat, naast een grondig doorleefd besef van onze waarden in de samenleving, deze deugden eigenschappen zijn die in het Wezen van iedere politiemens verankerd dienen te zijn! Politiemensen dienen goed bewust te zijn van hun eervolle opdracht om de samenleving te dienen en daar op een juiste wijze op getraind en toegerust te worden. Daarmee krijgt de samenleving een "dienstbare en waakzame politie die staat voor de waarden van de rechtsstaat" .
Voor mij is het echter de vraag of de mensen in de samenleving, en ook de politiemensen zelf, het belang hiervan beseffen voor een goed en plezierig leven in een vreedzame en democratische samenleving. Ik hoop van harte dat dit inzicht, zeker in dit turbulente tijdsgewricht, aan kracht zal winnen. Naar mijn mening staat het leiderschap binnen de politie voor de uitdaging om, vanuit een grondig besef van de rol van de politie in de samenleving, het sturen op waarden en democratische beginselen boven aan de agenda te plaatsen.
Mijn hoop is dat politieleiders daarmee datgene, wat onbewust al richting geeft aan het werk van veel politiemensen, aanboren en krachtig tot bloei laten komen.Dit lijkt mij de weg om de nieuwe missie een prachtig en krachtig baken te laten zijn voor de meer dan 50.000 mensen binnen de Nederlandse politie!
1 Dit artikel is tot stand gekomen naar aanleiding van een voordracht die Helmoed Wierda op 25 maart 2006 hield op een antroposofisch congres te Amsterdam. Dit artikel is mede tot stand gekomen door een bijdrage van Jaco van Hoorn, commissaris in de regio Hollands-Midden. Ik dank de leden van de Ithaka-groep voor hun steun en inspiratie bij het schrijven van dit artikel.
2 Zie deel 1 van dit artikel
3 Wierda, Helmoed, 2005. In gesprek over de essentie van politiewerk.

Reageer op dit artikel