Gelderse korpsen steken hun nek uit: Vergaande samenwerking tussen regio's Midden en Zuid
De politieregio's Gelderland-Midden en Gelderland-Zuid gaan op 17 terreinen vergaand samenwerken. De regio's kennen elkaar al goed, maar beide korpsen willen het aantal samenwerkingsgebieden sterk uitbreiden. Het doel is de schaarse politiecapaciteit zo gericht en efficiƫnt mogelijk in te zetten om de kwaliteit van het politiewerk in beide regio's te vergroten.
Landelijk stijgt het aantal geregistreerde misdrijven. Tegelijkertijd blijven nu zaken 'op de plank' liggen, omdat politiekorpsen eenvoudigweg geen tijd hebben alles in behandeling te nemen. Vooral dat laatste is moeilijk uit te leggen aan de burger. Overheid en burgers vragen daarom steeds vaker om slagvaardig optreden van de politie. Dat kunnen korpsen alleen waarmaken als zij duidelijke prioriteiten stellen en de beschikbare politiecapaciteit daarop zo goed mogelijk afstemmen. In de discussie over de landelijke recherche werd duidelijk dat ook meer en betere samenwerking tussen verschillende regio's bijdraagt aan een slagvaardiger politie.
De politieregio's Gelderland-Midden en Gelderland-Zuid hebben nu het voortouw genomen om dit handen en voeten te geven. De korpsen gaan komend jaar op 17 gebieden nauwe samenwerking aan: behalve op het justitiële vlak en op het terrein van de executieve ondersteuning gaan verschillende stafonderdelen (facilitair bedrijf, Personeel & Organisatie, Communicatie, et cetera) samenwerken.
Voorgeschiedenis
De plannen hiervoor ontstonden ongeveer een jaar geleden. De korpsleidingen van beide politieregio's spraken elkaar voor die tijd regelmatig over samenwerking op het gebied van technische en tactische recherche ondersteuning (OT, STO, etc.). Daarnaast is voor de twee regio's een aantal jaren geleden een nieuw IBT-centrum ingericht voor het trainen en opleiden van de collega's uit de twee korpsen en kwam er een gemeenschappelijke Parketpolitie.
Op basis van deze positieve ervaringen hebben de twee korpsleidingen het idee opgevat de samenwerking breder gestalte te geven. Daarop is besloten een inventarisatie te maken van andere gebieden waar samenwerking tussen de twee regio's kan bijdragen aan efficiencyverbetering, kwaliteitsverhoging, continuïteit en kostenbesparing.
Forensisch onderzoek
Het instellen van een interregionale technische recherche is één van de voorstellen voor vergaande samenwerking tussen de regiokorpsen Gelderland-Midden en Gelderland-Zuid. Door nieuwe ontwikkelingen, onder ander op het gebied van DNA-onderzoek, digitale sporen, wordt het forensisch onderzoek meer en meer een belangrijke en onmisbare schakel in het opsporingsproces. Dit vereist in de nabije toekomt forse investeringen in middelen, huisvesting en opleidingen. Het gezamenlijk vormgeven van de technische recherche – toegerust op haar toekomstige taakstelling – brengt voor beide regio's grote voordelen met zich mee. Een grotere flexibiliteit bij inzet, het gemeenschappelijk en dus efficiënt investeren in materieel en huisvesting alsmede het kunnen garanderen van meer continuïteit op de verschillende deskundigheidsgebieden zijn daar voorbeelden van. Verder zal worden onderzocht hoe het samenwerkingstraject kan worden ingezet om de kanteling van zaakgerichte naar informatiegerichte opsporing sneller te realiseren.
Andere disciplines waarin zeer waarschijnlijk vergaand samengewerkt zal worden zijn: verkeer, arrestantenzorg, informatiecoördinatie, facilitair bedrijf, grootschalig optreden (ME, SGBO's) en intranet.
In totaal liggen er nu acht grote samenwerkingsprojecten en negen 'minder complexe' samenwerkingstrajecten op de tafel.
Programmatische aanpak
Een programmabureau heeft met lijnfunctionarissen een eerste verkenning en verdieping van in totaal 32 mogelijke samenwerkingsverbanden uitgevoerd. Als uitgangspunt voor het verkennen van de samenwerkingsmogelijkheden is uitgegaan van het feit dat er bij samenwerking sprake moet zijn van een lange-termijnrelatie en een win-winsituatie, waarbij kennis, capaciteit en/of middelen vanuit een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid worden ingezet. Doelen die hierbij aan de orde komen zijn:
N het verhogen van de externe prestaties/productkwaliteit en de dienstverlening/service aan afnemers;
N het verbeteren van de interne vermogens door het stapelen/delen van kennis, capaciteitsuitwisseling, talentontwikkeling, et cetera;
N risico- of kostenreductie.
De vorm van samenwerking is sterk contextafhankelijk en kan variëren van een contractvorm, waarin werkafspraken worden gemaakt, tot het geheel of gedeeltelijk samenvoegen van organisatieonderdelen.
Binnen de programmatische aanpak is een fasering aangebracht waarbij na elke fase een beslismoment wordt voorgelegd aan het management van beide regio's. Door het toepassen van programmamanagement is een stuurgroep in staat om een aantal inspanningen tijdelijk en doelgericht te managen. Omdat dit proces intern met de nodige gevoeligheden gepaard gaat, worden hierbij vanzelfsprekend ook beide ondernemingsraden nauw betrokken.
Binnen het totaalkader voor het programma worden voor de verschillende fasen de volgende resultaten nagestreefd.
[kader]
Op dit moment is de concept-intentieverklaring voor de samenwerking door de stuurgroep (bestaande uit de twee voltallige korpsleidingen) vastgesteld, na deze besproken te hebben met de twee regionale managementteams. Momenteel brengen de regio's de organisatorische en financiële consequenties van de samenwerking op een zeventiental gebieden in kaart.
Noviteit
Beide regio's zijn zich ervan bewust dat het voor Politie Nederland een noviteit is om op zoveel verschillende terreinen samenwerking vorm en inhoud te geven. De afgelopen periode is het besef gegroeid dat de verantwoordelijkheid voor veiligheid en leefbaarheid nooit door één partij kan worden waargemaakt. De verwevenheid met andere maatschappelijke vraagstukken, de omvang en de toenemende complexiteit van de veiligheidsonderwerpen, brengt onzes inziens met zich mee dat vergaande samenwerking tussen politieregio's geboden is.
De intentie om de samenwerking vergaand vorm te geven, dient niet te worden opgevat als voorbode van een op handen zijnde fusie. De eigen identiteit van de korpsen staat hoog in het vaandel, maar wel is duidelijk dat de toenemende externe druk op de korpsen ertoe leidt dat nieuwe wegen ingeslagen moeten worden. Wij zijn van mening dat buurregio's, met een vergelijkbare korpsopbouw en problematiek, daarin elkaar zichtbaar kunnen en moeten versterken.

Reageer op dit artikel