Getuigenbescherming in Nederland - de praktijk belicht

01 oktober 2010 15:56 uur0 Waardering:

Getuigenbescherming in Nederland - de praktijk belicht Het programma Getuigenbescherming van de Nederlandse overheid heeft het afgelopen jaar volop in de aandacht gestaan. Bij de behandeling van strafzaken, in de media en in de Tweede Kamer bestond brede belangstelling voor het onderwerp, wat laat zien dat het ‘speciale verdwijnprogramma van justitie’ bij menigeen tot de verbeelding spreekt.1 De hoogste tijd om getuigenbescherming in Nederland eens te belichten vanuit het perspectief van degenen die het programma van binnenuit kennen en dagelijks met de uitvoering belast zijn.

Het Nederlandse Team Getuigenbescherming (TGB) bestaat sinds 1995. Sinds haar oprichting heeft het team meer dan 200 personen beschermd in het kader van 108 Nederlandse en 36 internationale getuigenbeschermingsprogramma’s (projecten die op verzoek van een ander land zijn overgenomen). Het merendeel betreft getuigen, maar ook partners, kinderen (waarvan enkele zijn geboren tijdens het programma) en enkele andere familieleden. Een aanzienlijk deel van deze personen wordt tot op de dag van vandaag nog steeds beschermd. Het betreft een gevarieerd gezelschap met diverse achtergronden; een prototypische getuige heeft het Nederlandse Team Getuigenbescherming niet kunnen identificeren in haar vijftienjarig bestaan. Twee kenmerken vormen hier een uitzondering op. Allereerst zijn de meeste beschermde getuigen man. Daarnaast is er grofweg onderscheid te maken tussen twee typen getuigen: de getuige zonder en de getuige met criminele antecedenten. De laatste groep is daarbij oververtegenwoordigd. Ruim 80 procent van alle beschermde getuigen in Nederland heeft criminele antecedenten, waarvan ruwweg een derde tevens verdachte is in de zaak waarover hij kan verklaren.

 

In Nederland komen getuigen in aanmerking voor beschermingsmaatregelen wanneer er sprake is van ernstige en serieus te nemen dreiging die het gevolg is van het verlenen van medewerking aan de opsporing of vervolging van strafbare feiten. Het kan daarbij voorkomen dat de dreiging van dusdanige aard is dat ook de veiligheid van partners en/of familieleden in het geding is en deze in de beschermingsmaatregelen worden betrokken. Voor alle getuigen geldt dat de minister van Justitie verantwoordelijk is voor het treffen van maatregelen voor de bescherming van bedreigde getuigen. Dit geldt ook voor getuigen die zelf verdacht zijn van een misdrijf (zogenoemde kroongetuigen) en getuigen die reeds veroordeeld zijn.2 De maatregelen worden getroffen voor de duur van de dreiging en hebben geen permanent karakter.

 

Bij getuigenbescherming in Nederland zijn verschillende, onderling van elkaar afhankelijke, partijen betrokken. Allereerst natuurlijk de getuige waarvoor deelname aan een getuigenbeschermingsprogramma een ingrijpende verandering in zijn of haar leven betekent. Een verandering die het nodige vraagt aan veerkracht en aanpassingsvermogen van de te beschermen persoon. Niet alleen heeft een getuige te maken met (levens)dreiging en verplaatsing naar een nieuwe leefomgeving. Ook moet hij3 (leren) omgaan met een leven volgens strikte regels en structuur, hetgeen noodzakelijk is om zijn veiligheid te kunnen (blijven) garanderen.4 Het Team Getuigenbescherming (TGB) van het Korps landelijke politiediensten is het uitvoerend orgaan dat zorg draagt voor de veiligheid en afscherming van te beschermen getuigen in Nederland en hun eventuele gezinsleden. Daarnaast begeleiden de medewerkers van het TGB getuigen bij de overgang van hun ‘oude’ leven naar een nieuw bestaan en hebben zij zeer frequent contact met getuigen om praktische zaken te regelen. De grondslag voor alle maatregelen die in het kader van getuigenbescherming worden getroffen, is de zorgplicht die op de overheid rust om getuigen te beschermen wanneer zij in verband met het afleggen van een verklaring in een strafzaak serieus worden bedreigd. Binnen de overheid is het Landelijk Parket, en meer specifiek de officier van justitie belast met getuigenbescherming, verantwoordelijk voor de advisering over de invulling en naleving van deze zorgplicht.

Het succes van een getuigenbeschermingsprogramma hangt in belangrijke mate af van de samenwerking tussen de hiervoor genoemde partijen. Daar komt bij dat de getuige, vooral in de beginfase van een beschermingstraject, vaak intensief contact heeft met een aantal andere partijen die allemaal hun eigen rol vervullen. Denk aan de advocaat die het belang van de getuige verdedigt; de CIE en/of zaaksofficier van justitie, de CIE en de tactische recherche die verder onderzoek doen naar de strafbare feiten. Dit maakt een getuigenbeschermingsprogramma tot een complex onderdeel van de opsporing waarin verschillende belangen een rol spelen en de afstemming tussen de verschillende partijen voortdurend aandacht vraagt.

 

Het treffen van beschermingsmaatregelen voor de veiligheid en afscherming van getuigen is een opzichzelfstaand traject. Dit betekent bijvoorbeeld dat de invulling van getuigenbeschermingsmaatregelen geen deel uitmaakt van een eventuele deal die een (kroon)getuige met justitie kan sluiten.5 De deal heeft betrekking op eventuele strafvermindering en daarin wordt hooguit opgenomen dat de officier van justitie belast met het strafrechtelijke onderzoek zal bevorderen dat beschermingsmaatregelen worden getroffen. Maatregelen die het TGB neemt, en de afspraken die het daarover maakt met een getuige, worden afgestemd met de officier van justitie belast met getuigenbescherming en na goedkeuring door het College van procureurs-generaal vastgelegd in een getuigenbeschermingsovereenkomst. Belangrijk is dat getuigen zich uiteindelijk ook willen en kunnen houden aan de te maken afspraken om deze maatregelen effectief te laten zijn.

Hierna zal nader worden ingegaan op hoe getuigenbescherming in Nederland in de praktijk wordt uitgevoerd en welke mogelijke gevolgen dit heeft voor de betrokken partijen.

 

Leven als beschermde getuige

Een leven onder getuigenbescherming brengt buitengewone omstandigheden met zich mee. Zo kunnen getuigen bijvoorbeeld een nieuwe identiteit krijgen, waardoor er als het ware sprake is van een zogenoemde ‘sociale dood en hergeboorte’ en zij hun voormalige leven en identiteit moeten ‘begraven’. Daarnaast staat een nieuw bestaan voor beschermde getuigen in het teken van het verbergen van het verleden en wie ze in werkelijkheid zijn6, worden contacten met familie en/of vrienden op zijn minst drastisch beperkt en leven zij soms de rest van hun leven met de (doods)angst voor represailles.7 Kortom, deelname aan een getuigenbeschermingsprogramma kan om een aantal redenen tot persoonlijke en sociale stress leiden. Dit betekent dat opname in een programma vaak een heftige ervaring is met soms verstrekkende gevolgen. Het is daarom belangrijk dat getuigen zelf de afweging maken of zij zich willen en kunnen conformeren aan het leven in een getuigenbeschermingsprogramma.
Het is goed om te benadrukken dat, ondanks deze bijzondere omstandigheden, veruit het grootste deel van de beschermde getuigen erin slaagt om opnieuw zelfstandig een leven op te bouwen onder begeleiding van het Team Getuigenbescherming. Een groot deel van de problemen kan namelijk verklaard worden door aanpassingsproblemen die mensen ervaren.8 Problemen die eindig zijn of in ieder geval aan intensiteit afnemen na verloop van tijd. Zo laat onderzoek in de Verenigde Staten zien dat stress met betrekking tot het aanpassen aan een nieuwe identiteit zichtbaar afneemt na een periode van twee jaar.9

 

In Nederland worden de meeste programma’s uiteindelijk succesvol afgerond en komt het slechts in enkele uitzonderlijke situaties voor dat de beschermde getuige en het TGB voortijdig afscheid van elkaar nemen.10 Dat betekent dat van de bijna 150 projecten waarvoor het TGB verantwoordelijk is (geweest) in de afgelopen jaren, de projecten waarbij sprake was van een dergelijk voortijdig afscheid op één hand te tellen zijn. Bovendien is geen enkele deelnemer die onder de bescherming van het TGB valt (of viel) ooit slachtoffer geworden van hun potentiële bedreiger(s). Volgens deze standaard is het getuigenbeschermingsprogramma in Nederland uiterst effectief.11 Een belangrijke oorzaak van het voortijdig afscheid nemen komt voort uit het feit dat er soms sprake is van het niet uitkomen van verwachtingen aan de zijde van een getuige. Een belangrijke taak van het TGB (en de overige betrokken partijen) is dan ook om voldoende aandacht te besteden aan de verwachtingen van een getuige voorafgaand aan opname in een getuigenbeschermingsprogramma.

 

De dagelijkse praktijk leert dat het begeleiden van beschermde getuigen vaak een complexe aangelegenheid is. De omstandigheden waarin beschermde getuigen zich bevinden zijn hier deels debet aan. Soms blijken getuigen echter ook lastig tevreden te stellen te zijn en een hoog verwachtingspatroon te hebben. Het gedrag dat hieruit voortvloeit, kan deze getuigen en de medewerkers van het TGB in de problemen brengen of zelfs veiligheidsrisico’s veroorzaken. Een mogelijke verklaring voor deze problematiek is dat een groot deel van de getuigen afkomstig is uit het criminele milieu.12 Zo heeft in Nederland bijvoorbeeld meer dan 80 procent van de getuigen criminele antecedenten. Over het algemeen zijn deze getuigen niet gewend om te gaan met de strakke regels en procedures die inherent zijn aan opname in een programma. Daarnaast kan het zo zijn dat zij juist wel gewend zijn om er een dure en afwisselende levensstijl op na te houden. Een levensstijl die moeilijk valt te continueren wanneer zij eenmaal worden opgenomen als beschermde getuige.13 Vooral bij dit type getuigen speelt het vroegtijdig aandacht besteden aan de mogelijkheden en onmogelijkheden binnen een getuigenbeschermingsprogramma een belangrijke rol. Getuigenbescherming betekent namelijk niet een leven op mooie palmenstranden en lekker in de zon zitten. In de praktijk wordt voor getuigen zo veel mogelijk een nieuwe situatie gecreëerd die vergelijkbaar is met de oude. Er treedt een probleem op wanneer getuigen gewend zijn een extravagant, opwindend leven te leiden en zij grote sommen (crimineel) geld tot hun beschikking hebben. Een dergelijke levensstijl past niet binnen een getuigenbeschermingsprogramma. Immers, hoe opvallender iemand zich gedraagt, hoe moeilijker het wordt om hem of haar onopgemerkt af te schermen.14

 

Daarnaast kan alleen legaal en aantoonbaar inkomen en vermogen in aanmerking komen voor eventuele compensatie. Er treedt daarmee een discrepantie op indien een (groot) deel van de inkomsten niet aantoonbaar legaal is. Ook betekent deelname aan een getuigenbeschermingsprogramma niet dat schulden automatisch worden gesaneerd of dat getuigen opnieuw kunnen starten met een blanco strafblad. Het uitgangspunt bij het treffen van beschermingsmaatregelen is dat geen enkele derde partij nadeel mag ondervinden van het feit dat iemand zich in een getuigenbeschermingsprogramma bevindt. Dat betekent bijvoorbeeld dat een getuige altijd de schulden en criminele antecedenten die hij heeft blijft behouden.

 

Veiligheid en afscherming

De bescherming van bedreigde getuigen in Nederland staat primair in het teken van twee elementen. Ten eerste dienen maatregelen te worden genomen die de veiligheid van de te beschermen getuige (en zijn of haar gezinsleden) garanderen en ten tweede moet deze getuige (en eventuele gezinsleden) zodanig worden afgeschermd dat zijn ware identiteit niet aan het licht kan komen in een nieuwe, veilige omgeving. Alle andere maatregelen en/of procedures in het kader van getuigenbescherming zijn hieraan ondergeschikt. Om op professionele wijze zorg te dragen voor de veiligheid en afscherming van beschermde getuigen worden medewerkers van het TGB op zorgvuldige wijze getraind om naast de operationele aspecten van het werk tevens aandacht te besteden aan de meer ‘zachte’ kant van getuigenbescherming. Zo vindt bijvoorbeeld gedurende een beschermingstraject ook een gedragsmatige ‘monitoring’ van getuigen plaats, zodat – daar waar nodig – tijdig aanvullende (al dan niet externe) deskundigheid of begeleiding kan worden ingeschakeld. Ongeacht het traject is er iedere keer weer sprake van maatwerk.

Om hier een inschatting van te maken vindt, onder andere, een oriënterend gesprek met de potentiële getuige plaats. In dit gesprek worden met de getuige de mogelijkheden en onmogelijkheden van getuigenbescherming besproken. Wanneer alle partijen het er over eens zijn dat zij met elkaar verder willen praten, volgt een zogenoemde ‘intake’ met de getuige. Hierin komen alle relevante thema’s aan bod die van invloed kunnen zijn op het effect van de vereiste veiligheids- en afschermingsmaatregelen (voor een overzicht van het gehele proces, zie tabel 1).

 

 

De zorgplicht van de overheid

Het treffen van beschermingsmaatregelen voor ernstig bedreigde getuigen in Nederland komt voort uit de zorgplicht die op de overheid rust zoals beschreven in het Besluit getuigenbescherming. Het betreft een verplichting om zorg te dragen voor de veiligheid van een getuige omdat deze door zijn medewerking aan een strafzaak ernstig wordt bedreigd. Om die dreiging te kunnen pareren zal de overheid beschermingsmaatregelen moeten treffen. Die kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het elektronisch beveiligen van een woning, het verzorgen van een (tijdelijk) verblijf elders of het verschaffen van een tijdelijke identiteit.15 De afspraken die de overheid maakt met een te beschermen persoon binden de overheid aan een inspanningsverplichting de betrokken persoon zo goed mogelijk te beschermen. Dit is geen resultaatsverplichting.16

 

Het uitgangspunt is daarbij dat de overheid verantwoordelijk kan worden gehouden voor het wegnemen van een dreiging die niet het resultaat is van het eigen handelen van een getuige. Indien iemand, tegen alle waarschuwingen in, zichzelf of anderen in gevaar brengt dan kan de overheid in redelijkheid niet meer aan de zorgplicht gehouden worden. Dit wil overigens niet zeggen dat iemand dan per direct aan zijn lot wordt over gelaten. Vanuit de zorgplicht zal de overheid zich altijd inspannen om iemand op verantwoorde wijze de overstap te laten maken naar een leven buiten het getuigenbeschermingsprogramma, ook ongeacht het verloop en/of de uitkomst van een strafzaak. Het eenzijdig stopzetten van beschermingsmaatregelen door de overheid vindt overigens alleen plaats in zeer uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld wanneer getuigen afspraken in het kader van hun bescherming op zeer ernstige wijze en bij herhaling schenden.17 Omdat de invulling van de beschermingsmaatregelen ten aanzien van een getuige geen deel uitmaakt van een eventueel strafrechtelijke deal, hoeft een opzegging van de getuigenbeschermingsovereenkomst niet te betekenen dat daarmee ook een einde komt aan de door de getuige met de overheid gesloten deal.

 

Conclusie

Getuigenbescherming heeft als kerntaak het zorg dragen voor de veiligheid van een te beschermen getuige. Deze taak is zoals beschreven veelomvattend maar geeft tegelijkertijd ook de grenzen van het werkterrein van het Team Getuigenbescherming aan. De maatregelen die in het kader van getuigenbescherming worden genomen, zullen immers direct bij moeten dragen aan de veiligheid en afscherming van te beschermen getuigen.

Het uitgangspunt daarbij is dat de getuigenbeschermingsmaatregelen, en daarmee het contact van het Team Getuigenbescherming met een getuige, in beginsel eindig zijn. De maatregelen die in het kader van getuigenbescherming worden getroffen, hebben tot doel om de getuige op een veilige manier in sociaal, fysiek en financieel opzicht zelfredzaam te laten zijn. Deze taak wordt op een professionele en succesvolle wijze uitgevoerd.

Getuigenbescherming in Nederland kan en wil een belangrijke bijdrage leveren aan de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Daarvoor wordt op een intensieve wijze samengewerkt met de CIE en de tactische recherche. Hierbij bestaat een wederzijdse afhankelijkheid, immers zonder opsporingsactiviteiten geen getuigen en zonder getuigenbescherming geen optimale veiligheid voor bedreigde (kroon)getuigen.

Vijftien jaar getuigenbescherming heeft geleerd dat een aantal thema’s, zoals de (gevolgen van) persoonlijke en sociale stress voor getuigen en hun naasten en de vaak onrealistische verwachtingen van een getuige over een leven in een getuigenbeschermingsprogramma, een niet te verwaarlozen rol spelen bij het uitvoeren van een getuigenbeschermingsprogramma. Het heeft daarnaast ook laten zien dat iedere zaak zijn eigen, vaak unieke kenmerken heeft. Daarom zal het Team Getuigenbescherming voortdurend op maat gesneden beschermingsmaatregelen treffen en zijn methodieken blijven doorontwikkelen, in dienst van de bestrijding van ernstige vormen van zware en georganiseerde criminaliteit.

 

Auteurs zijn:

Psycholoogonderzoeker Korps landelijke politiediensten
Chef Team Getuigenbescherming Korps landelijke politiediensten
Beleidsmedewerker Landelijk Parket - Getuigenbescherming

 

Referenties

Besluit getuigenbescherming, 2005. In Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden (2006). http://www.st-ab.nl/wettennr04/0475-052_Besluit_getuigenbescherming.htm.
Fyfe, N. R. & McKay, H. (2000). Desperately seeking safety. Witnesses’ experiences of intimidation, protection, and relocation. British Journal of Criminology, 40, 675-691.
Fyfe, N. R. & Sheptycki, J. (2006). International trends in the facilitation of witness co-operation in organized crime cases. European Society of Criminology, 3, 319-355.
Koedam, W.S. (1993). Clinical considerations in treating participants in the federal witness protection program. The American Journal of Family Therapy, 21, 361-368.
Lensink, H. & Husken, M. (2009). Het probleem kroongetuige. Vrij Nederland. Retrieved from http://www.vn.nl/Standaard-media-pagina/HetProbleemKroongetuige.htm.
Montanino, F. (1984). Protecting the federal witness: Burying past life and biography.
The American Behavioral Scientist, 27, 501-528.
Van den Heuvel, J. & Huisjes, B. (2009). De gevallen engel: Eén man tegen de Hells Angels. Nederland: House of Knowledge in samenwerking met Uitgeversmaatschappij De Telegraaf B.V.
Van der Heijden, T. (2004). Witness protection Combating organised crime: Best practice surveys of the Council of Europe (pp. 15-42). Strasbourg: Council of Europe Publishing.

Bron: het Tijdschrift voor de Politie, jrg.72, nr.8, oktober 2010

Noten
1 Van den Heuvel & Huisjes, 2009.
2 Besluit getuigenbescherming, 2005, Stb. 2006, nr. 21.
3 Daar waar ‘hij’ staat geschreven in dit artikel kan ook ‘zij’ worden gelezen.
4 Koedam, 1993.
5 Zie bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam, 27 april 2010, LJN BM2493.
6 Montanino, 1984.
7 Fyfe & McKay, 2000.
8 Koedam, 1993.
9 Montanino, 1984.
10 Nova, 9 maart 2009.
11 Van der Heijden, 2004; zie ook U.S. Marshals Service: http://www.usmarshals.gov/witsec/index.html.
12 Zie ook, Fyfe & Sheptycki, 2006.
13 Koedam, 1993.
14 Zie ook, Lensink & Husken, 2009.
15 Besluit getuigenbescherming, 2005, Stb. 2006, nr. 21, p. 7.
16 Besluit getuigenbescherming, 2005, Stb. 2006, nr. 21, p. 11.
17 Nova, 9 maart 2009.
 

Voetnoten

0 reacties

Reageer op dit artikel