Geweld in het publieke domein heeft vele gezichten

Het debat over geweld in de publieke ruimte heeft een krachtige impuls gekregen. Aanleiding waren zaken waarbij een ogenschijnlijk willekeurig slachtoffer de dood vond. Het beeld van straatgeweld is dat het om een treffen tussen onbekenden gaat. Onderzoek in de politieregio Zaanstreek-Waterland laat echter zien dat geweld in de publieke ruimte meerdere gezichten heeft.

Het omvangrijkste onderzoek naar geweld op straat is inmiddels alweer een paar jaar oud. Terlouw, De Haan en Beke (1999) maakten op basis van politieregistraties in IJsselland en Rotterdam-Rijnmond een kwantitatieve analyse van deze geweldsvorm, die twee jaar later werd gevolgd door een kwalitatieve analyse op basis van interviews met daders, slachtoffers en getuigen (Beke, De Haan en Terlouw, 2001). Uitgangspunt voor deze analyse vormt straatgeweld tussen onbekenden.
 

Scenario's
De onderzoekers concluderen op basis van het cijfermatige deel dat geweld op straat tussen onbekenden voornamelijk optreedt in drie contexten: in de woonwijk, in het verkeer en in uitgaanscentra.
In het kwalitatieve deel van deze studie richten de onderzoekers de blik op de aanleiding en het verloop van geweldsincidenten op straat. Ze onderscheiden daarbij zes scenario's waarin geweld tussen onbekenden ontstaat en verloopt. Deze scenario's zijn hoofdzakelijk te relateren aan de eerdergenoemde drie contexten.
Zo kunnen zich volgens deze auteurs in de woonbuurt drie scenario's voordoen. Het eerste scenario scharen de onderzoekers onder de term 'eigenrichting'. Buurtbewoners ergeren zich dusdanig aan het gedrag van 'asocialen' in de buurt, dat ze besluiten eigenhandig, fysiek in te grijpen. In dit scenario is er sprake van tweezijdig geweld: beide partijen gebruiken geweld. In het tweede scenario – 'klopjacht' – hebben groepen jongeren het op onschuldige voorbijgangers gemunt. Het derde  is het 'waanzin'-scenario; hierbij zouden psychisch gestoorde verdachten op basis van waanbeelden een volkomen willekeurig slachtoffer kiezen.
In de verkeerscontext zien de onderzoekers slechts één scenario: 'de terechtwijzing'. In dit scenario is de dader zo geïrriteerd dat hij zijn zelfbeheersing verliest, en als de tegenpartij niet op zijn terechtwijzing reageert, wordt hij zo kwaad dat hij overgaat tot fysiek geweld.
In de context van het uitgaansleven zijn er twee scenario's. Het eerste is het 'tot de orde roepen'. De dader voelt zich geprovoceerd door het corrigerend gedrag van de tegenpartij en gebruikt geweld om zijn gezicht te redden. In het andere scenario, 'vechterij', grijpen groepen jongeren elke gelegenheid aan om een vechtpartij te beginnen. De aanleiding zou vaak een aantasting van het eergevoel zijn.
 

Spraakverwarring
Het onderzoek van Terlouw e.a. (1999) richt zich louter op straatgeweld tussen onbekenden. De auteurs verstaan onder geweld 'fysiek geweld, primair tegen personen gericht'. Dit sluit bedreigingen uit, evenals vernielingen, maar verkrachting en aanranding zouden – als we de definitie letterlijk nemen – wel binnen hun onderzoeksgebied vallen. Verder wordt 'op straat' opgevat als 'op de openbare weg' en onbekenden zijn hier personen die 'elkaar nooit eerder hebben gezien of elkaar slechts vaag van gezicht of naam kennen'. Het is echter de vraag of ze zelf deze laatste beperking respecteren bij het scenario 'eigenrichting', waarbij 'asocialen in de woonbuurt' worden aangepakt.
Er bestaat in Nederland geen eensluidende definitie van geweldscriminaliteit. Sommigen, zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek, rekenen bedreigingen daar wel toe en maar sommigen niet. Tot de laatste categorie hoort het onderzoek van Terlouw e.a. Hetzelfde geldt voor zeden- en vermogensmisdrijven met een gewelddadig aspect. Vernielingen horen meestal niet tot de geweldsmisdrijven, maar wel weer tot agressieve misdrijven.
Om de verwarring compleet te maken, verwijzen onderzoeksrapporten en beleidsnota's geregeld naar het 'publieke' dan wel 'private' domein. Vaak wordt daarbij impliciet verondersteld dat publiek geweld plaatsvindt in de publieke ruimte en dat huiselijk geweld zich in het private domein afspeelt. Bij nadere overdenking kan een dergelijke opdeling echter geen stand houden. Wat immers te doen met echtelieden die op straat slaags raken met elkaar of onbekenden (bijvoorbeeld een inbreker en huiseigenaar) die bij een heterdaadconfrontatie in het private domein tot een treffen met elkaar komen?
 

Zaanstreek-Waterland
Het onderzoek naar geweld in de publieke ruimte  van Zaanstreek-Waterland is breder van opzet dan het rapport van Terlouw e.a. (1999), in de zin dat ook geweldsincidenten tussen bekenden meegenomen zijn. Het onderzoek is bescheiden van opzet. Er is een representatieve steekproef van honderd processen-verbaal met bekende dader uit het bedrijfsprocessensysteem (BPS) getrokken. Hierdoor is geweld  geoperationaliseerd in BPS-termen. Gewelddadige zedenmisdrijven zijn bij het onderzoek uitgesloten. Door alleen processen-verbaal met bekende dader te nemen, mogen we aannemen dat gemelde geweldsincidenten tussen bekenden sterker vertegenwoordigd zijn in vergelijking met alle aangegeven incidenten. Wanneer het een bekende betreft, is de identiteit van de verdachte immers direct bij aangifte bekend. Anderzijds mogen we aannemen dat de bereidheid om al dan niet aangifte te doen bij geweld tussen bekenden geringer zal zijn dan bij geweld tussen onbekenden. De conclusie is dat de verhouding van geweldsincidenten tussen bekenden en onbekenden in de steekproef niet zonder meer van toepassing is op alle gemelde geweldsincidenten in het publieke domein.
Uit de steekproef blijkt dat ongeveer 40 procent van de betrokken partijen elkaar niet kent, terwijl het in 60 procent van de gevallen gaat om geweld tussen bekenden.  Aan deze percentages mag, zoals gezegd, niet te veel gewicht worden gehecht, maar het illustreert wel dat bij een aanzienlijk deel van het geweld in de publieke ruimte de partijen elkaar kennen. Het gaat om bekenden uit de buurt, van het werk, van school, of er is sprake van een familie- of vervlogen liefdesrelatie.
 

Context
Een van de eerste analyses op het gebied van 'zinloos geweld' uit de politieregio Haaglanden wijst uit dat er relatief veel incidenten in het verkeer plaatsvinden (Young e.a., 1998). Ook het onderzoek van Terlouw e.a. (1999) wijst in die richting. Volgens dit onderzoek zou ongeveer een kwart van de geweldsincidenten tegen onbekenden in de verkeerscontext optreden. Maar hoewel we in Zaanstreek-Waterland een paar incidenten binnen de verkeerscontext zijn tegengekomen, lijkt het belang van het verkeer als context bij geweldsincidenten op basis van de processen-verbaal die we hebben bestudeerd in deze regio beduidend minder. Tien van de honderd geweldsincidenten vonden plaats terwijl het slachtoffer en de verdachte zich 'in het verkeer' begaven. Vaak blijkt echter dat verkeersdeelname toevallig de fysieke context is waarbinnen het incident plaatsvindt (zie casus 3). Slechts in een enkel geval vormt verkeersgedrag ook de daadwerkelijke aanleiding (zie casus 1).
Geweld in de publieke ruimte wordt veelal geassocieerd met uitgaansgeweld. In het onderzoek van Terlouw e.a. (1999) blijkt dat ongeveer één op de vijf geregistreerde geweldsincidenten tegen onbekenden zo is te typeren. Ook in de regio Zaanstreek-Waterland neemt uitgaansgeweld een relatief belangrijke positie in. Zo vinden 26 van de honderd incidenten plaats terwijl het slachtoffer en/of de verdachte 'aan het stappen' zijn. In 18 gevallen behoren beide partijen tot het uitgaanspubliek, terwijl bij de acht andere incidenten één van beide partijen aan het werk is (bijvoorbeeld als portier).
Terlouw e.a. (1999) stellen dat eenderde van het geweld tegen onbekenden plaatsvindt in de woonwijk en verder in winkelcentra, rond scholen en in het openbaar vervoer. In Zaanstreek-Waterland vinden geweldsincidenten op uiteenlopende plekken plaats, maar de eigen buurt, school(plein) en winkelcentra scoren ook in deze regio vaak. De context lijkt echter vaak redelijk willekeurig te zijn; in die zin dat er – net als bij het verkeer – lang niet altijd een oorzakelijke relatie is tussen de context en het geweldsincident. Daarnaast zijn er geweldsincidenten in de woonbuurt die wel een duidelijke relatie met de context hebben. Burenruzie is hiervan een goed voorbeeld (zie casus 4).
 

Aanleiding geweld
Bij het bestuderen van de processen-verbaal valt op dat de verklaringen van het slachtoffer en de verdachte op een aantal punten uiteenlopen. Dat kan betrekking hebben op het feitelijk verloop van de situatie (wie heeft wie geslagen), maar ook op de aanleiding van het incident. Met andere woorden: beide partijen kunnen de situatie verschillend definiëren (zie casus 1).
Beke e.a. wijzen er op dat er groepen jongeren zijn die ogenschijnlijk zonder aanleiding geweld plegen. Zij creëren een aanleiding waaraan het toevallige slachtoffer zich niet of nauwelijks kan onttrekken. Dat fenomeen is eveneens herkenbaar in de data van Zaanstreek-Waterland (zie casus 2).
Wanneer beide partijen elkaar wel kennen, is het verhaal echter anders. Wanneer het om ex-geliefden gaat, is het geweld of de bedreiging meestal een uiting van opgekropte woede of jaloezie. In de processen-verbaal die we hebben bestudeerd, is een nieuwe vriend of onenigheid over de kinderen vaak de dieperliggende aanleiding voor het incident (zie casus 3).
Ook bij een uit de hand gelopen burenruzie kan het incident het gevolg zijn van een langer lopend conflict (zie casus 4). De aanleiding voor het incident in de woonbuurt kan een op zichzelf staand voorval zijn, maar het is natuurlijk niet uit te sluiten dat het incident in de toekomst een vervolg zal krijgen.
Voorafgaand aan het onderzoek veronderstelden we dat berovingen van een andere orde zouden zijn dan de 'gewone' geweldszaken. Dit beeld blijkt maar ten dele te kloppen. Vaak wordt tijdens een vechtpartij iets – vaak een mobiele telefoon – afhandig gemaakt (zie casus 5). In die gevallen vormt de beroving niet de aanleiding van het incident. Er wordt en passant iets van het slachtoffer meegenomen, waarna de politie het incident als beroving bestempelt.
 

Tussen huiselijk en publiek geweld
Het onderzoek laat zien dat geweld in het publieke domein zich niet één op één laat vertalen naar geweld tussen onbekenden. Grofweg kunnen we stellen dat er sprake is van een driedeling. Huiselijk geweld enerzijds, waarbij het om conflicten tussen huisgenoten gaat en anderzijds publiek geweld, waarbij het om conflicten tussen onbekenden in de publieke ruimte gaat. Daartussenin vinden we conflicten tussen bekenden – buren, collega's, schoolgenoten, ex-geliefden – die zich zowel in het (semi-)openbare als het private domein kunnen afspelen. Uit het onderzoek in Zaanstreek-Waterland blijkt dat deze 'tussengroep' een belangrijk deel van het geregistreerde geweld voor haar rekening neemt.
Wanneer de betrokken partijen elkaar kennen, kan geweld vaak worden gezien als een vorm van communicatie; tijdens een verbaal conflict wordt de argumentatie kracht bijgezet door dreigen met fysiek geweld. Het komt ook voor dat een van de partijen juist bij gebrek aan communicatieve vaardigheden (onmacht) of frustratie overgaat tot fysiek geweld.
Geweld tussen onbekenden is te onderscheiden in conflicten die voortkomen uit irritatie en geweldsincidenten die 'voor de kick' worden uitgelokt. Irritatie kan ontstaan door het gedrag van de ander of door een opmerking. Alcohol en drugs kunnen in dit verband een belangrijke ontremmers zijn. Bij geweld voor de kick  speelt groepsgedrag vaak een belangrijke rol.
 

Analyse matrix
De motieven voor geweldsgebruik bij deze tussengroep verschillen van geweldsgebruik tussen onbekenden. Deze categorie verdient dan ook een andere aanpak en dient apart te worden benoemd.
Huiselijk en publiek geweld worden meestal als tegengestelde begrippen gezien. Het probleem is echter dat de term 'huiselijk geweld' samenhangt met de relatie tussen beide partijen, terwijl 'publiek geweld' naar de fysieke omgeving verwijst. Zoals hiervoor betoogd: die termen sluiten elkaar daardoor niet uit. Aan de ene kant kunnen we een verdeling naar betrokkenen maken tussen a) familie en huisgenoten b) bekenden en c) onbekenden. Anderzijds kunnen we geweldsincidenten indelen naar het domein waarbinnen het voorval plaatsvindt: 1) privaat, 2) semi-openbaar en c) openbaar. Als we beide dimensies met elkaar 'in samenspraak' brengen, ontstaat een matrix met negen velden, die – analytisch gezien – de voorkeur verdient boven de nu vaak verwarrende begrippen huiselijk en publiek geweld. Zo is ook systematischer na te gaan op welk(e) veld(en) maatregelen van de politie of andere ketenpartners effect zullen sorteren.

[matrix]

Zo zal cameratoezicht in het uitgaanscentrum van een stad met name impact hebben op veld (9), maar ook van invloed zijn op de velden (7) en (8). Bemiddeling bij een echtelijke ruzie sorteert effect op veld (1), maar in het verlengde daarvan wellicht ook op de velden (4) en (7). Door het hanteren van deze matrix wordt duidelijker op welk segment van het geweldscomplex de nadruk ligt bij de diverse maatregelen en kunnen in het verlengde daarvan ook beter de consequenties in kaart worden gebracht.

[kader1]
Casus 1: verschil in beleving
Volgens het slachtoffer staken twee jongens in de auto voor hem herhaaldelijk hun middelvinger naar hem op. Toen ze eenmaal voor een stoplicht stonden, stapte een van de jongens uit en begon tegen zijn auto te schoppen. Hij stapte uit om de jongen tegen te houden en op dat moment sloeg de jongen hem hard op zijn neus. Vervolgens kreeg hij nog een trap in het kruis, zodat hij op de grond viel. De jongen wilde weer in zijn auto stappen, maar werd door een andere man tegengehouden tot de politie arriveerde.
Volgens de verdachte had de bestuurder van de andere auto hem bewust niet de mogelijkheid geboden om in te voegen en bleef hem ook daarna 'uitdagen'. Hij stak in reactie hierop zijn middelvinger op. De bestuurder bleef maar doorgaan en hij is toen uitgestapt. Hij zat niet lekker in zijn vel en had veel aan zijn hoofd. Geïrriteerd liep hij op de bestuurder af en vroeg hem wat het probleem was. De man stapte ook uit en wilde hem en zijn vriend slaan. Op het moment dat de man op hem afkwam, heeft hij de man uit zelfverdediging een vuistslag gegeven.
 
[kader 2]
Casus 2: gezochte aanleiding
Twee jongens zijn uit geweest. Ze lopen door het centrum van Zaandam en passeren een groep van ongeveer acht personen. Vanuit de groep komt de vraag of ze joden zijn en van voetbal houden. De jongens zeggen dat ze niet in voetbal zijn geïnteresseerd, maar áls ze een club moeten kiezen, kiezen ze voor Ajax. Een van de jongens uit de groep zegt dat ze een F-side liedje moeten zingen. Ze zeggen dat ze dit niet kunnen en lopen door. Na een paar meter wordt een van de jongens van achteren in een wurggreep vastgepakt. Hij weet zich los te wurmen, maar krijgt onmiddellijk een karatetrap in zijn gezicht. De andere jongen krijgt een vuistslag in het gezicht. Hij kon niets meer zien, maar voelde daarna nog een harde klap in het gezicht. Hierop zijn de twee jongens weggerend. Nadat de jongens hun fietsen hebben gepakt, schieten ze een paar agenten aan en melden het incident. De verdachte zegt dat hij zich vanwege overmatig alcoholgebruik weinig van het incident herinnert.

[kader 3]
Casus 3: slaags om een meisje
De ex-vriend en nieuwe vriend van een meisje zijn elkaar nooit tegengekomen, maar hebben elkaar wel via de telefoon gesproken. De één zegt dat de ander hem telefonisch heeft bedreigd; de ander beweert het tegenovergestelde. Op de avond van het incident ontmoeten de twee jongens elkaar voor het eerst. Uit getuigenverklaringen valt op te maken dat het verhaal van het slachtoffer (de ex-vriend) over het incident beter overeenkomt met wat er daadwerkelijk is gebeurd dan het verhaal van de verdachte.
Volgens het slachtoffer zat hij in zijn geparkeerde auto en praatte via het geopende portierraam met een vriend. Vanuit zijn ooghoek zag hij een jonge man op hem af komen. De man noemde zijn naam, waarop hij bevestigend antwoordde. Vervolgens trok de man het portier open en sloeg hem op het linkeroog. Hij viel naar rechts en werd nog een keer of tien op de linkerzijde van zijn lichaam geslagen en geschopt. Uiteindelijk rende de verdachte naar zijn scooter en ging er vandoor.

[kader 4]
Casus 4: burenruzie
Een Nederlands en Turks gezin hebben een gespannen burenrelatie met elkaar. Op de dag van het incident komt het Nederlandse gezin in een camper de straat inrijden. Wanneer de man de camper in zijn garage wil zetten, zegt zijn Turkse buurvrouw dat hij haar auto heeft geraakt. De man ontkent dit. Kort daarop komt ook de echtgenoot van de buurvrouw naar buiten om verhaal te halen. De man zegt vervolgens – aldus de Turkse man – 'rot op, ga terug naar je land mongool'. Hierop ontstaat een woordenwisseling, die uitmondt in duw-en-trekwerk. De Turkse man gaat naar binnen en komt terug met een honkbalknuppel. Hij gebruikt hem niet, maar wordt wel meegenomen wegens 'het uitdelen van een klap met de hand' en het dreigen met de honkbalknuppel

[kader5]
Casus 5: 'beroving'
Een 19-jarige jongen fietst na afloop van een darttoernooi in een café naar huis. Volgens zijn verklaring passeert hij op een gegeven moment drie jongens die hem om een vuurtje vragen. Hij geeft een vuurtje en fietst door. Vlak daarna hoort hij schreeuwen en schelden en ziet dat een van de jongens achter hem aanrent, vanachter zijn fiets beetpakt en hem op de grond trekt. Hij had zijn mobiele telefoon al in de hand om de politie te bellen, want intuïtief vertrouwde hij het niet. Terwijl hij valt, stuitert de mobile uit zijn hand, zodat hij de politie niet kan bellen. Als hij op de grond ligt, wordt hij meteen hard in zijn gezicht geschopt en krijgt hij meerdere klappen en schoppen tegen het lichaam. Het lukt hem om op te staan en zijn belager een klap terug te geven. Op dat moment komen ook de andere twee jongens op hem af. Ook zij slaan en schoppen hem. Hij valt weer en probeert zich klein te maken. De jongens gooien zijn fiets in zijn richting en gaan er met zijn mobiele telefoon vandoor.
De drie verdachten verklaren dat ze op weg waren naar een benzinestation om te kijken of ze daar bier konden halen. Onderweg kwamen ze een jongen op een fiets tegen, die dronken was. Eén van de verdachten heeft – naar eigen zeggen – de telefoon van het slachtoffer opgepakt en weggegooid. Alledrie de verdachten verklaren dat het nooit de bedoeling is geweest om de jongen te slaan of te beroven. Ze zeggen dat het slachtoffer hen provoceerde.

 

Literatuur
Beke, B.M.W.A., W.J.M. de Haan en G.J. Terlouw (2001) Geweld verteld: Daders, slachtoffers en getuigen over ‘geweld op straat’. WODC, Onderzoeksnotities 2001/7.
Kruize, P. (2004) Geweld in de publieke ruimte van de politieregio Zaanstreek-Waterland. Ateno.
Terlouw, G.J., W.J.M. de Haan en B.M.W.A. Beke (1999) Geweld: gemeld en geteld. Een analyse van aard en omvang van geweld op straat tussen onbekenden. Arnhem, Advies- en Onderzoeksgroep Beke.
Young, H., J. van Kan en P. Versteegh (1998) Zinloos geweld – overdreven of onderbelicht? Politie Haaglanden.

 

Abstract
Research into violence in the public domain conducted in the region Zaanstreek-Waterland reveals that the parties involved knew each other in a substantial number of the violent incidents recorded by the police. Acquaintances from the neighbourhood, work or school, a family member or a past lover.
When the parties involved know each other, the violence used is often seen as a form of communication. In verbal conflict, the message is pressed home by (the threat of) physical violence. It is also possible that one of the parties will resort to the use of physical violence precisely because of their lack of communicative skills (impotence) or out of frustration.
With violence between strangers, a distinction can be made between conflicts arising from irritation with the other's behaviour and acts of violence instigated 'for the kick'. Often, however, violence in the public domain is seen as the counterpart to domestic violence. The author points out that these terms are not mutually exclusive and argues in favour of explaining this complex term 'violence' by way of two dimensions: in terms of the relationship between the parties involved and in terms of the domain in which the incident occurs. This results in an analytical matrix consisting of nine cells

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2005, jrg. 67, nr. 1-2, p. 22-25

Dit artikel is geschreven voor de moord op Theo van Gogh.
2 Het rapport Geweld in de publieke ruimte van de politieregio Zaanstreek-Waterland is te downloaden via www.ateno.nl
3 Publieke ruimte is ruim door ons opgevat. Alle voor het publiek toegankelijke ruimten, dus ook bijvoorbeeld een café, zijn meegenomen. Alleen de private ruimten (voornamelijk de privé-woning) zijn uitgesloten.
4 Onder geweld wordt verstaan: bedreiging, beroving/tasjesroof, geweld met letsel en geweld zonder letsel (BPS-categorieën).

Voetnoten

0 reacties

Reageer op dit artikel