Het geheim van een goed korps
Hoe is vast te stellen dat de politie haar werk goed doet? Wat is, met andere woorden, het geheim van een goed korps? Op 9 september troffen politiechefs elkaar in slot Zeist rond dit thema. Ofschoon het ultieme antwoord op de vraag niet is gevonden, heeft de bijeenkomst vele interessante gezichtspunten opgeleverd. Een terugblik. Er is veel aandacht voor de kwaliteit van het politiewerk. Ooit begonnen met beleidsplannen en een ingrijpende reorganisatie, is intussen een uitgebreid instrumentarium ontwikkeld om de politie de maat te nemen. Deze ontwikkeling heeft iets van een zoektocht naar de heilige graal: hoe kan worden vastgesteld dat de politie haar werk goed doet? Een kleine honderd politiechefs bogen zich begin september op een congres in slot Zeist over de vraag wat het geheim van een goed korps is.
Het congres begon al ver voor 9 september. De korpschefs kregen het verzoek te reageren op dat enkele zinnetje: het geheim van een goed korps. Uit de reacties sprak een grote resultaatgerichtheid. Zo luidde de mening van Peter Vogelzang: 'Zeer resultaatgericht zijn is een must. Dat is een stimulans en geen afrekenmechanisme'.
Het geheim valt voor de korpschefs in niet onbelangrijke mate terug te voeren op leiderschap. Bert Poelert benadrukte het belang van vitaal leiderschap door de gehele organisatie, het inspireren van mensen en het gebruiken van symbolen. Co Hoogendoorn zocht het geheim in het korps zelf en in zijn aanvoerder. 'Water loopt van boven naar beneden; als er beneden geen water is, dan gebeurt er niets. De inspiratie van "boven" is dus van eminent belang. Het is zaak het korps op een charismatische manier op sleeptouw te nemen en daarmee van hoog tot laag een gevoel te vestigen van: dit is ons korps, daar moet je van afblijven. Dat geeft mensen vertrouwen en voedt hun trots. Het korps krijgt hiermee van binnenuit een gezicht dat door de omgeving wordt herkend en gewaardeerd.'
Naast resultaatgerichtheid en leiderschap wezen korpschefs op de voorwaarde van een sterke externe gerichtheid. Zo gaf Ruud Bik aan dat een goed korps de symboliek van de politiefunctie waardeert, aanvoelt wat de samenleving wil en inzet op horizontale samenwerking in plaats van verticale sturing. Erik Akerboom verbond het leveren van goede prestaties aan verbinding met de burger en vindt dat de politie daarin te weinig verrassend is.
Ook termen in de sfeer van bezieling werden vaak genoemd. Wim Velings noemde liefde en zingeving: 'Als je als korps intern veel plezier hebt, mensen goed in hun vel zitten en zich veilig en geborgen voelen, dan lever je prestaties waar ook de burger trots op is.' Jan Wilzing zei het zo: 'Neem geen genoegen met de middelmaat, maar zoek steeds de grenzen op. Wij doen het steeds beter, maar nooit goed genoeg'.
Korpschefs werken niet alleen in maar ook aan hun organisatie. Ook op dit terrein werden enkele verwijzingen naar het geheim aangetroffen. Peter Vogelzang riep op de eenvoudige werkzaamheden op eenvoudige wijze te organiseren. De mate van standaardisatie mag best nog toenemen zodat hier geen energieverlies optreedt.
De cijfers
Het geheim wordt dus vooral verklaard vanuit resultaatgerichtheid, omgevingsgerichtheid, leiderschap en bezieling. Elementen waarmee gemakkelijk de stap kan worden gezet naar het kwaliteitsstelsel. In zijn openingswoord richtte Piet Dijkshoorn, directeur van het Kwaliteitsbureau, het vizier naar buiten. Het kwaliteitsstelsel kent verschillende fasen. In de fase waarnaar politie Nederland op weg is getuige de uitslag van de audits, krijgt de burger, de klant – zowel intern als extern – steeds meer betekenis. De uitslag van de politiemonitor geeft reden tot optimisme over wat de politie van deze ontwikkeling mag verwachten. Het veiligheidsgevoel is sinds 1993 met zes10 procent toegenomen. De tevredenheid van burgers over het laatste politiecontact laat in de laatste monitortwee jaar eveneens een ontwikkeling ten goede zien. Merkwaardig genoeg wordt deze ombuiging niet op het conto van de politie geschreven. Bij een vergelijking van het vertrouwen van burgers in hun politie in enkele Europese landen blijkt Nederland met 59 procent (Denemarken 90 procent) in de achterhoede te verkeren. Alleen Spanje, Frankrijk en België (met 52 procent de laagste) oogstten een magerder waardering. Wanneer echter de Nederlandse politie vergeleken wordt met andere instituties neemt zij bij de vraag naar vertrouwen een vierde plaats in, vlak na de TV, de radio en de liefdadigheidsinstellingen. Grote ondernemingen, de overheid in zijn algemeenheid en politieke partijen scoren aanzienlijk lager. Nederland heeft kennelijk een kritische bevolking en wanneer men dat in aanmerking neemt, valt het vertrouwen in de politie nog mee!
Zichtbaarheid
Met enkele prikkelende filmbeelden werd een bruggetje gemaakt naar het volgende onderdeel. Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, sprak het gezelschap vanaf het scherm toe. Bij een eerdere gelegenheid had Schnabel als ingrediënten voor publiek leiderschap genoemd: aardig, vaardig, waardig. 'De politie is zich steeds meer bewust van het belang van haar zichtbaarheid in de openbare ruimte. Gaat daarin zelfs zover dat ze zich te paard in het winkelcentrum laat zien; buiten Sinterklaas doet geen hond dat, aldus Schnabel. Burgers vinden dat geruststellend. Het is goed dat iemand verantwoordelijkheid neemt voor het toezicht. Dat kan niet aan camera's worden overgelaten. Het valt toe te juichen dat de politie weer prijs stelt op het tentoonstellen van haar zichtbaarheid. Daarmee straalt ze uit dat het hier om een belangrijke maatschappelijke opdracht gaat'. De winst die daaruit volgt, zal nog effectief moeten worden gemaakt door cijfers waaruit blijkt dat de productiviteit vooruitgaat.
Piet Deelman van het regiokorps Twente en Frans Heeres van Midden- en West-Brabant ontvouwden vervolgens in het filmpje hun geheim van een goed korps. Beiden hadden recht van spreken. Het korps Twente scoorde goed in de politiemonitor en kwam als beste uit de bus bij de prestatiebeloning door de minister. Het korps Midden- en West-Brabant scoorde als hoogste in de auditronde op basis van het INK-managementmodel en ontving in het voorjaar de onderscheiding van het Instituut voor Nederlandse Kwaliteit. Voor Piet Deelman school het geheim in wat Frans Denkers ooit noemde 'er zijn'. Duidelijk zijn over waar je voor staat en dat ook doen. Frans Heeres onderstreepte het belang van luisteren naar de omgeving en vakbekwaam waarmaken wat je belooft. Hij voegde hieraan toe dat het auditresultaat reden is voor trots maar dat tegelijkertijd de uitslag van de politiemonitor een aansporing vormt dit succes ook om te zetten in tevredenheid van burgers.
Een goed gesprek
Na de tune van het gelijknamige radioprogramma van de VPRO met Marjan Luif, volgde 'een goed gesprek' van Natacha Kuit met Jelle Kuiper. Een gesprek (een hoorcollege vond een enkeling) waarin uiteenlopende zaken werden aangeroerd. Onmiskenbaar was hier een man aan het woord die veel van zijn vak en zijn mensen houdt. 'Liefdevol als het kan, streng als het moet', luidt het parool voor de Amsterdamse dienders. Een parool dat ook voor Jelle Kuiper geldt, getuige de opgave die hij zichzelf stelt om in de hoofden en harten van zijn mensen te komen. Wat er zoal langs kwam? Een bloemlezing:
'Het is hartstikke knap om politiewerk te doen in een wereld waarin iedereen het beter weet. Je bent scheidsrechter in het publieke domein. Het gaat er dan om de wedstrijd niet dood te fluiten, geen thuisfluiter te zijn en het spel te snappen. Ga er maar aan staan.' 'De politie is uit op gedragsverandering, vooral door "er te zijn". Vroeger wachtte je daarbij op een aanwijzing. Zo werd ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag begrepen. Nu geldt het eigen initiatief. Dat is nodig want de politiemensen op straat zouden nog actiever dan nu informatie moeten verzamelen. Het zou niet moeten voorkomen dat we in een wijk bij toeval op een hennepkwekerij, terrorisme of heling stuiten.'
'Beelden zijn in deze tijd welhaast belangrijker dan de werkelijkheid. Het gaat niet zozeer om wat de politie doet in de samenleving, maar veel meer om wat mensen denken dat de politie doet.' 'De politie wordt aangestuurd op basis van verkeerde indicatoren. Stel voor dat een aangifte van diefstal van een fiets straks in één minuut wordt opgenomen. Is dat dan niet te snel?' 'Politiewerk lijkt op dat van een illusionist. Een goede performance en een goed imago zijn erg belangrijk.'
-'Veel criminaliteit betreft het stelen van spullen. Deze aangiften worden eigenlijk gedaan omdat de verzekeringsmaatschappij dat verlangt. Waarom doen mensen dan geen aangifte bij deze verzekeraars? Nu treedt de politie op als witwasserij voor foute aangiften. Met de informatie van de verzekeraars is de politie heel wel in staat om de fenomenen te bestrijden; daarvoor hoeft ze die aangiften niet allemaal zelf op te nemen.'
-'Het kan verkeren. Eens was er het pleidooi voor een witte fietsenplan. Dat kwam er niet maar is er nu eigenlijk wel. Alleen heet het nu stelen. Toch hoeven we niet met criminaliteit te leven. Alles wat we willen, dat lukt ook. De politie is zeer wel in staat om fenomenen te bestrijden, kijk maar naar het probleem van veelplegers. Het kan alleen niet allemaal tegelijk. Het geheim zit dan ook in het maken van keuzes. Met een te grote spreiding van de energie gaat het effect verloren. Focussen is de boodschap.'
-'De Nederlandse politie is maatschappelijk goed ingebed en daarmee uniek in Europa. Het is jammer dat we op dit moment te maken hebben met een wat narrige overheid. De vraag is in hoeverre deze overheid een overheid van de burgers wil zijn. Dat betekent dat ze de politie niet overal mee moet laten zitten als ware deze het vuilnismannetje van de samenleving.'
-'De grootste problemen liggen altijd voor je. Je moet je voorbereiden op die toekomst, want als ze er eenmaal is, moet je er klaar voor zijn. Een veranderde mindsetting vergt jaren. Je moet daarvoor steeds van buiten naar binnen reflecteren.'
'Het mooie van deze periode is het ondernemerschap. De ruimte die dit biedt aan de bedrijfsvoering moet goed worden benut', zo besloot hij het gesprek.
Napraten
Na dit goede gesprek was het de beurt aan de deelnemers om per tafel uit te wisselen wat het gesprek bij hen had opgeroepen. Het geheim van Jelle Kuiper werd gevonden in zijn vermogen ingewikkelde dingen op zijn hurken uit de doeken te doen. Er wordt gestuurd vanuit de visie dat de politie onderdeel is van een veiligheidsconcept.
De gesprekken richtten zich veelvuldig op leiderschap. Leiderschap doet er toe mits het authentiek is, trouw aan zichzelf, niet wijkt voor tegenslagen, risico's neemt en bescheidenheid paart aan dominantie op basis van overtuiging in plaats van macht. Er is lef nodig om te sturen op uitstraling en uiterlijke verschijning (piercings, gebruik weed etc.).
Een goed korps ziet kans om aan prestatiesturing betekenis te geven en te groeien naar een meer resultaatgerichte bedrijfscultuur. 'We zouden veel meer openheid moeten geven over onze performance. We moeten verbindingen leggen tussen cijfers en de belangen van burgers'. De controlfunctie moet minder ad hoc (incidentgestuurd) worden ingericht. Dit vraagt van de politie een opstelling waarin ook termen passen als 'traag loyaal', 'een rechte rug' en 'scharrelruimte'. Het sturen van zelfsturende professionals is overigens een kunst op zich. Verscheidene malen viel in dit verband het belang van 'moresbijeenkomsten' te beluisteren.
In enkele gesprekken kwam de relatie van BZK met de korpsen ter sprake. Het lijkt erop dat deze op een betrekkelijk eenvoudige manier te verbeteren valt. Het zou de ondernemingslust van korpsen stellig goed doen. Het optreden van de burgemeester van Maastricht viel te beluisteren als illustratie voor de energieke werking die daarvan uit kan gaan.
Er is begrip voor de behoefte prestaties van de politie meer en beter zichtbaar te maken. De wijze waarop dat gebeurt, vergt nog veel ontwikkeling; elke grote reis begint met een eerste stap. Wat gemist wordt is een waarderend woord van de minister over de ontwikkelingen bij de politie. Die waardering is wel merkbaar tijdens diens werkbezoeken. Daarbuiten overheerst de door Kuiper gesignaleerde narrigheid. Aan de andere kant mag het politiek-bestuurlijk denken binnen de politie best wat meer ontwikkeld worden, zo viel ook te beluisteren.
Het vuilnismannetje van Kuiper kwam ook nog even langs. Niet erg, zo'n rol. Als er dan maar wel een sorteermachine op is aangesloten om alles wat is opgehaald goed verwerkt te krijgen. De les van Midden- en West-Brabant en Twente werd als volgt samengevat: je moet het INK volgen met het gezicht naar de burger en dit consequent toepassen. Tevredenheid meet je bij je 'first responders'.
Over vertrouwen gesproken
Voor de overstap naar het volgende onderdeel werden opnieuw enkele filmbeelden vertoond. Paul Schnabel hield zijn gehoor voor dat burgers vertrouwen hebben in de persoon van de agent en erop rekenen dat deze fatsoenlijk te werk gaat. Dat wil niet zeggen dat de burger gelooft dat de agent effectief is. Bij politie hebben burgers een beeld van een bureaucratie waarin veel papier omgaat en weinig boeven worden gevangen. Dat beeld beperkt zich niet tot de politie alleen. De burger is door de jaren heen steeds minder gaan vertrouwen op instituties. Burgers komen zelf voor hun belang op en stappen daarvoor naar de media of de wethouder. Of ze organiseren zich. Zelfs ouderen schrikken daar niet voor terug; actie voeren heeft zich ontwikkeld tot een aanvaardbaar instrument, waarmee de politie heeft leren omgaan. In het filmpje werd dit treffend geïllustreerd door Annie Verdoold, gekend en erkend actievoerster, die het daarmee zelfs tot Rotterdammer van het jaar bracht. Met succes heeft zij de acties geleid in de wijk Spangen om de leefbaarheid weer op een acceptabel peil te brengen. Ze was daarin geslaagd, mede dank zij de steun van de politie zo vertrouwde ze haar gehoor via het scherm toe. De politie zette zich in voor hetzelfde doel, begreep waar het om ging, kende de mensen en nam hen serieus, luidden Annies complimenten.
Bart Nooteboom, hoogleraar Innovatiebeleid in Universiteit Tilburg nam het gezelschap mee in wat vertrouwen vermag. 'Vertrouwen' is een term die we vaak en gemakkelijk in de mond nemen maar waarvan we nauwelijks meer weten dan wat Thorbecke ons ooit voorhield: het komt te voet en gaat te paard. In de Visie op dienstverlening van de directie Bedrijfsvoering van de raad van hoofdcommissarissen wordt vertrouwen van burgers in hun politie aangeduid als het ultieme criterium voor een goede politie. Vertrouwen dat, mocht zich ooit een situatie voordoen waarin mensen afhankelijk zijn van de politie, deze er voor hen zal zijn. Alle reden dus om bij een congres over het geheim van een goed korps stil te staan bij de betekenis en werking van het begrip vertrouwen.
Nooteboom onderstreepte dit belang door te wijzen op de legitimatie die vertrouwen geeft aan het werk van de politie en daarmee het voorkomen van eigenrichting. Sprekend over vertrouwen maakt Nooteboom onderscheid tussen competentie en intentie. Verstaat de politie haar vak en kun je daarbij rekenen op integriteit en toewijding? Interessant in dit verband is de beoordeling van de kwaliteit. Politiewerk is een ervaringsproduct, een geloofsproduct, zo hield Nooteboom zijn toehoorders voor. Voor de beoordeling van de kwaliteit daarvan verplaatsen mensen zich in wat waarneembaar is: het uiterlijk, het gedrag. Vergelijk het met een bezoek aan een ziekenhuis waarbij je bent aangewezen op het geloofsproduct dat de specialist te bieden heeft. Met een kalme verschijning in een schone witte jas en een aandachtige houding weet zo'n arts in belangrijke mate vertrouwen te vestigen. Meer is er vaak ook niet. Dat geldt ook voor de politie. De mening van anderen en de openheid van de organisatie kunnen daarin ook nog het nodige in betekenen. Openheid, ook in de zin van het toegeven van fouten. Er is sprake van een wisselwerking tussen vertrouwen in het individu en het systeem. Een goede ervaring met een politiefunctionaris komt het vertrouwen in 'de politie' ten goede; en omgekeerd natuurlijk. Zo goed als ook geldt dat wantrouwen wantrouwen oproept. Ten slotte gaf Nooteboom zijn gehoor nog twee adviezen. Een ketting is zo sterk als de zwakste schakel. Neem dus geen afstand van andere partners in de veiligheidsketen door de eigen positie al te zeer te markeren. Daarnaast pleitte hij voor duidelijkheid. 'Voorkom dat op basis van misverstanden een verkeerd oordeel wordt gegeven', zo besloot bij zijn bijdrage.
How to be good?
'What makes a good police force?', zo begon Vic Towell, plaatsvervangend korpschef van Surrey, zijn even energieke als enthousiaste bijdrage. 'Good leaders, good people, good plan and good luck', zo luidde het antwoord. Het publiek verwacht leiderschap. Zodra politiemensen het bureau uitstappen, wordt verwacht dat ze de zaken in goede banen leiden. 'Helpen wij onze mensen leider te zijn in het publieke domein?', vroeg hij zich af.
Towell nam het gezelschap mee in PPAF, het police performance assessment framework dat het nationale beleidsplan verbindt met performance monitoren. Het model kent twee domeinen, één vanuit het gezichtspunt van de burger en één vanuit dat van de organisatie. De burgerfocus is opgebouwd uit tevredenheid, vertrouwen en rechtvaardigheid (integriteit). Met de gebruikte indicatoren (vijf groepen) wordt per korps een performance-monitorkaart vervaardigd. Bij het werk in de wijk wordt gebruik gemaakt van PSA's, public set agreements. Het is van belang problemen zodanig te wegen dat maatwerk kan worden geboden. Ongeveer tachtig procent van de burgers is tevreden over het optreden van de politie; alleen dokters en verpleegsters doen het beter, aldus Towell. Overigens blijkt het vertrouwen van burgers in hoge mate gediend met aandacht voor huiselijk geweld, zo leert de ervaring van de Engelse collega's.
Bij de beoordeling van de resultaten wordt elk korps vergeleken met het gemiddelde van gelijksoortige andere korpsen. Een afwijking van tien procent roept de strenge vraag op wat hiervan de oorzaak is. Op zo'n moment is bepaald geen sprake van vrijblijvendheid. Niettemin maakte hij ook enkele relativerende opmerkingen. 'Van alleen wegen wordt het varken niet vet'. Met andere woorden: met meten alleen ben je er niet. Towell besloot zijn bijdrage door het geheim achter het succes van een gevierde ijshockeyspeler te onthullen. 'Het was niet zijn schaatstalent, niet de snelheid die hij bereikte, niet zijn fysieke kracht noch een combinatie van dit alles. Het geheim was eenvoudig dat hij altijd schaatste waar de puck was.'
Epiloog
Het is met het geheim van een goed korps als met de heilige graal. Niemand weet of deze bestaat of heeft bestaan. Niemand weet wat deze precies is en hoe hij eruitziet. Niemand weet of de graal ooit is gevonden. Het geheim van een goed korps is op 9 september in Slot Zeist evenmin ontdekt. Dat stond van tevoren eigenlijk al vast. Toch is het onze plicht de zoektocht voort te zetten. Goed zoeken is de enige manier om er bij in de buurt te komen. Wordt vervolgd.
Abstract
On 9 September, almost all 100 Chief Constables met at Slot Zeist to discuss the theme "What is the secret of a good force?". Although the ultimate answer to this question was not found, the meeting did generate a lot of interesting points of view.
The Chief Constables were asked to respond to that simple question: the secret of a good force. According to the Chief Constables, the secret can mainly be explained in terms of an orientation towards results, a focus on the environment, leadership and inspiration.
Paul Schnabel, director of the Social and Cultural Planning Office, addressed the gathering from the screen. He mentioned the following ingredients for public leadership: pleasant, proficient, praiseworthy. "The police is increasingly aware of how important it is to have a visible presence on the streets. They even go so far as appearing on horseback in shopping centres; unheard of unless it's 'Sinterklaas'", says Schnabel. The public finds this reassuring. It's good to know that someone is taking responsibility for policing. This cannot be left to CCTV. It is to be applauded that the police is again putting store by its visible presence. In this way, it sends out a signal that an important social duty is involved here".
This was followed by "a good conversation" between Natacha Kuit and Jelle Kuiper, retiring Chief Constable of Amsterdam. Here was a man who unmistakably loved his job and people very much. Lovingly if possible, strictly if necessary – that is the motto of the Amsterdam police. A motto to which Jelle Kuiper also subscribes, as witnessed by the task he set himself, to conquer the hearts and minds of his people.
Bart Nooteboom, professor of Innovation Policy at the University of Tilburg, addressed the gathering about the power of confidence. Confidence is a term that trips easily off the tongue, and is frequently used, but about which we know little more than what Thorbecke once impressed upon us: it comes on foot and leaves on horseback.
What makes a good police force? This is how Vic Towell, deputy Chief Constable of Surrey, opened his energetic and equally enthusiastic talk. Good leaders, good people, good plan and good luck, was his answer. The public expects leadership. As soon as police officers leave the station they are expected to steer things in the right direction. Are we helping our people to be leaders in the public domain, he wondered.

Reageer op dit artikel