Het informatieproces rond voetbalwedstrijden: Structuur, knelpunten, kansen

Op 23 maart 1997 vond op een afgelegen terrein bij Beverwijk de meest gewelddadige confrontatie tussen voetbalsupporters plaats uit de Nederlandse geschiedenis. Deze bewuste confrontatie tussen hooligans van Ajax en Feyenoord heeft de politieke, bestuurlijke en media-aandacht voor het voetbalvandalismebeleid onevenredig doen toenemen. Vanuit verschillende hoeken wordt gehamerd op beleidsintensiveringen en het aangaan of versterken van samenwerkingsverbanden. Speerpunt daarbij is het in politiekringen gelouterde begrip informatiepositie. Informatie wordt gezien als een effectief middel voor zowel repressie als preventie van voetbalgeweld. Zowel op landelijk als regionaal niveau is fors geïnvesteerd in onderzoek naar het informatieproces rond voetbalwedstrijden. Nu, ruim vijf jaar na dato, is het zaak om de resultaten van deze herbezinning onder de loep te nemen. Hoe is het gesteld met de informatiepositie van de politie? Welke knelpunten zetten de informatiepositie onder druk?

In dit artikel taxeer ik de politiële informatiepositie. Dit geschiedt aan de hand van een gevalsstudie: het informatieproces rond wedstrijden van Feyenoord, de club uit Rotterdam Zuid.  Deze keuze is heel bewust. Feyenoord-hooligans genieten al jaren een haast unieke geweldsreputatie, gestoeld op diverse grootschalige ordeverstoringen tussen Feyenoord-hooligans en rivalen enerzijds en tussen de hooligans en politie anderzijds.  Daar komt nog bij dat ze allerhande substituten voor fysiek geweld hanteren. De commotie rond de documentaire Ajax, daar hoorden zij engelen zingen (december 2000) en de spreekkoren tijdens de open dag van Feyenoord (31 juli 2002) spreken in dit verband boekdelen. Kort gezegd gaat er van de Feyenoord-hooligans een duurzame dreiging uit. Het is deze dreiging die de drijfveer vormt achter de grote inspanningen die het politiekorps Rotterdam-Rijnmond verricht om grip te krijgen op de hooligans, met als doel voetbalgeweld te voorkomen dan wel te beperken. Zo zijn na de rellen bij Beverwijk diverse onderzoeken ingesteld, waarbij verbetering van de informatiepositie centraal stond.
Uitgangspunt van het artikel is het benoemen van knelpunten en kansen, om concrete opties te kunnen bieden voor verbetering van de politiële informatiepositie. Mijns inziens worden de verworven inzichten op deze wijze beter benut dan bij louter descriptie van de status-quo. Wel wordt ter verduidelijking eerst de informatiestructuur bondig weergegeven, waarbij ik inga op informatiestromen, actoren en interactiepatronen.
 

Inwinnen van informatie
Het informatieproces kent drie fasen: informatieverzameling, informatieverwerking en informatie-uitwisseling. In de praktijk vervult het korps Rotterdam-Rijnmond een centrale rol in alle fasen van het informatieproces rond wedstrijden van Feyenoord. Een aantal politiefunctionarissen van het korps is door de jaren heen enorm veel te weten gekomen over hooliganisme in het algemeen en de harde kern van Feyenoord in het bijzonder. Het gaat hierbij onder meer om stadioncommandanten en medewerkers van de Regionale Inlichtingendienst (RID) en Supporters Begeleidingsgroep (SBG). De kennis die zij bezitten heeft niet zozeer betrekking op een bepaalde wedstrijd, als wel op bepaalde patronen en trends in hedendaags voetbalgeweld. Het grote voordeel is dat deze kennis minder gevoelig is dan informatie die wordt ingewonnen via contactpersonen. Ook is ervaringskennis objectiever dan zachte informatie. Ervaringskennis maakt het mogelijk om bepaalde zachte of acute informatie op waarde te kunnen schatten.
In de aanloop naar een wedstrijd verzamelen de RID en SBG informatie die kan bijdragen aan het bepalen van de veiligheidsrisico's. Beide diensten trachten vooral harde, direct inzetbare informatie in te winnen. Zij begeven zich voorafgaand aan de wedstrijd tussen de supportersschare en proberen te peilen welke voornemens of gedachten er leven onder supporters en hooligans. In het uitgaansleven of tijdens vakanties volgen zij de harde kern min of meer op de voet. Soms praten hooligans bewust of onbewust hun mond voorbij over wat er mogelijk gaat gebeuren. Hierbij valt zoal te denken aan informatie over aantallen meereizende supporters bij een uitwedstrijd of voornemens om geweld te gebruiken. Dergelijke informatie is in meer of mindere mate concreet en kan worden geverifieerd via contactpersonen die zijn ingevoerd in het hooligancircuit.
Naast ervaringskennis en harde informatie speelt zachte informatie een belangrijke rol bij de voorbereiding op voetbalwedstrijden. Het grootste deel van deze informatie bestaat uit geruchten: verhalen die worden rondverteld en moeilijk op waarde zijn te schatten. Vaak wordt het oorspronkelijke verhaal verdraaid of worden bepaalde onderdelen uitvergroot. Desondanks kunnen geruchten wel degelijk nuttig zijn. Via geruchten raakt de politie op de hoogte van wat er leeft onder supporters en hooligans. Geruchten zijn vaak gemakkelijker te vernemen dan harde informatie die wordt ingewonnen via contactpersonen. Evenals ervaringskennis vormen geruchten een toets voor het politieconcept.
Een relatief nieuwe bron van informatie is het internet. Hierop is een schat aan informatie te vinden over allerlei zaken aangaande hooliganisme. Dit heeft ertoe geleid dat de politie ook via deze weg speurt naar bruikbare informatie omtrent mogelijke ordeverstoringen door hooligans. De RID scant geregeld de diverse hooligansites. Het gros van de verhalen op het net is echter overtrokken of regelrecht verzonnen, hetgeen distilleren van relevante informatie ernstig bemoeilijkt. Veel dreigementen en aankondigingen over confrontaties tussen hooligans berusten niet op waarheid, maar veeleer op overenthousiasme of opschepperij van zelfverklaarde hooligans en supporters. In de anonieme wereld van het internet is het eenvoudig om supporters van een andere club uit te dagen zonder daarbij enig risico te lopen op een fysieke confrontatie. De RID is zich hiervan bewust en weet daarnaast dat bruikbare informatie meestal niet via deze weg kan worden ingewonnen. Hooligans communiceren liever via mobiele telefoons of e-mail.
 

Informatiepositie als fundament voor beleid
De ingewonnen informatie vormt de basis van de informatiepositie van de politie. Echter, de overige fasen in het informatieproces zijn minstens zo belangrijk. Verzamelde informatie dient verwerkt en uitgewisseld te worden alvorens zij daadwerkelijk wijdverbreid kan worden gebruikt. De drie fasen in het informatieproces vormen tezamen een dynamisch geheel, waarbij de grenzen tussen de afzonderlijke fasen soms vaag zijn. Op basis van verzameling, verwerking en uitwisseling van informatie wordt een risicoanalyse opgesteld. Een risicoanalyse bevat hoofdzakelijk informatie over de verwachte veiligheidsrisico's. Daarnaast wordt, in het verlengde hiervan, de besluitvorming inzake het te voeren beleid ondersteund. Hierbij staat met name de vaststelling van beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen van het politieoptreden centraal. Op twee manieren probeert men deze doelstellingen te verwezenlijken.
 

Communicatie over vele schijven
Verwerking van informatie, dat wil zeggen de opslag van verzamelde gegevens, geschiedt op verschillende niveaus. De RID en SBG stellen op basis van ingewonnen informatie eigen dossiers op. Deze dossiers kunnen informatie bevatten over de risico's van specifieke wedstrijden, maar ook over personen. De SBG beschikt over een berg aan relevante informatie over hooligans. Zij registreert met name de harde informatie die haar ten gehore komt, bijvoorbeeld informatie over gepleegde delicten of stadionverboden. Zachte informatie wordt op een meer informele wijze opslagen, bijvoorbeeld in een notitie of in het geheugen. De Infodesk houdt ook een 'voetbaldossier' bij. Hiertoe verwerken de informatierechercheurs de informatie die hen bereikt. Een deel van het dossier behelst informatie uit open bronnen. Het overige deel bestaat uit de harde en zachte informatie die de Infodesk aangeleverd krijgt van andere actoren.
Uitwisseling van informatie geschiedt op velerlei wijzen. De RID en SBG informeren de politiefunctionarissen die leiding geven bij de desbetreffende wedstrijd. Informatie-uitwisseling heeft in veel opzichten een informeel karakter. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat de gang van zaken in en rond het stadion redelijk beheersbaar is. Ook wordt er al jaren op deze wijze gewerkt, waardoor de nodige routine is opgebouwd. De RID zoekt contact met het politiekorps van de tegenstander. Hierbij staat de zogenoemde brengplicht centraal. Een week voor de wedstrijd verstrekt de RID van de bezoekende regio de beschikbare informatie aan de RID van de ontvangende regio. Meer in het algemeen leveren de werkzaamheden van de RID harde informatie op. De relatie met contactpersonen is zakelijker en formeler dan die van de SBG. Daarnaast is er sprake van een driehoeksrelatie tussen RID, SBG en Infodesk. In de Infodesk wordt de door de RID en SBG verzamelde informatie vastgelegd. De Infodesk tracht zachte informatie hard te maken door deze informatie via verschillende bronnen te verifiëren.
Een andere informatiebron is het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV). Het CIV heeft goede formele en informele contacten in binnen- en buitenland die veel concrete informatie opleveren en zet deze informatie uit bij zijn contactpersonen binnen de regio Rotterdam-Rijnmond. Sluitstuk is het veelvuldige contact tussen de politie en Bureau Veiligheid van Feyenoord. De veiligheidscoördinatoren van Feyenoord draaien reeds vele jaren mee en beschikken over kennis van zaken. Ook houden zij er goede contacten op na in andere voetbalsteden en tevens in internationaal verband.
Op basis van de bewerkte informatie wordt een Beoordeling van Toestand (BvT) opgesteld. De BvT bevat onder meer alle relevante informatie en de veiligheidsrisico's en is mede gebaseerd op de ervaringsdeskundigheid van politiefunctionarissen. Naast de BvT zijn (informele) mondelinge risicoanalyses zeker zo belangrijk. Uiteindelijk wordt, op grond van de verschillende risicoanalyses, binnen de lokale driehoek een plan van aanpak geformuleerd.
 

Inschatting van risico's: ervaring, informatie, intuïtie
De voetbalunit van de politie Rotterdam-Rijnmond heeft de laatste jaren veel ervaring opgedaan met het verzamelen en interpreteren van informatie en geniet een aanzienlijke hoeveelheid beleidsvrijheid. Met name de SBG vervult een belangrijke rol. Zij legt haar oor te luisteren bij hooligans en is in staat concrete informatie te combineren met ervaringskennis. Hierdoor weet de SBG de veiligheidsrisico's over het algemeen goed in te schatten. Deze risico-inschatting is te typeren aan de hand van drie begrippen: ervaring, informatie en intuïtie. Er is sprake van een wisselwerking tussen ratio en intuïtie, hetgeen zich uit door de wijze waarop zachte informatie (geruchten; volkservaringen) wordt afgewogen. In beginsel kan niet worden beschikt over volledige informatie, waardoor op basis van de wel beschikbare informatie dient te worden gekomen tot een satisficing outcome. Deze uitkomst behelst een weloverwogen risicoanalyse die deels gebaseerd is op relevante informatie, maar zeker ook op de ervaringskennis en verwachtingen van goed ingevoerde politiefunctionarissen. Zij herkennen analoge probleemsituaties uit het verleden. Deze herkenning stelt hen in staat een bepaalde situatie snel in te schatten.
 

Knelpunten
Ondanks de effectieve wijze waarop het korps zijn informatiepositie heeft ingericht, zet een aantal knelpunten de informatiepositie duurzaam onder druk. Het is van groot belang deze knelpunten te identificeren en vervolgens te reduceren of – idealiter – weg te nemen, om zo de kwaliteit van de informatiepositie te verbeteren. De geconstateerde knelpunten worden hierna in kaart gebracht.
 

Transparantietekort
Het politiekorps Rotterdam-Rijnmond heeft de laatste jaren enorm geïnvesteerd in zijn informatiepositie met betrekking tot voetbalgeweld. De meest opvallende verandering in het informatieproces is dat men dit is gaan zien als een continue bezigheid en er derhalve een speciale voetbalunit is ingericht binnen het korps. Om deze unit daadkrachtig te maken, is getracht de informatiestructuur te vernieuwen. Het belangrijkste instrument dat hiertoe bijdraagt, is de regionale Infodesk. De potentiële waarde van de Infodesk wordt echter nog niet optimaal benut. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat de andere actoren reeds jaren volgens een eigen organisatiecultuur werken: een cultuur, waar de Infodesk vooralsnog niet vlekkeloos in past. De actoren stellen soms het belang van de eigen dienst boven het belang van de politieorganisatie als geheel. Dit heeft ertoe geleid dat een aantal contacten zich buiten de officiële informatiestructuur om beweegt. Deze contacten ondermijnen de slagkracht en legitimiteit van de informatiepositie, omdat zij ondoorzichtig en ontraceerbaar zijn. Daarnaast tasten zij de meerwaarde van de Infodesk aan, aangezien deze dienst in grote mate afhankelijk is van de informatie die haar wordt aangeleverd. Meer in het algemeen kan gezegd worden dat de geconstateerde organisatiecultuur in combinatie met het gevoelige karakter van de informatie kan leiden tot grote communicatiestoornissen tussen de verschillende diensten en niveaus.
 

Gebrek aan koppeling van gegevens op landelijk niveau
Het is soms ingewikkeld om in de informatiesystemen van andere korpsen te zoeken, hetgeen door veel politiefunctionarissen als bijzonder vervelend wordt beschouwd. Niet alle gegevens kunnen met één klik op de knop worden opgevraagd, zoals bijvoorbeeld wel mogelijk is in het Herkenningsdienst Systeem (HKS). Er kunnen zich in de praktijk problemen voordoen als gevolg van gebrek aan gekoppelde informatiesystemen. Het korps Rotterdam-Rijnmond beschikt slechts over informatie over de tegenstanders van Feyenoord in de mate waarin deze informatie door het desbetreffende korps wordt verstrekt. Soms is deze informatie onvolledig, waardoor het gevoerde politieconcept ontoereikend kan blijken. Daarnaast is de Infodesk vrij 'Rotterdam-gericht'. De dienst 'kent' voornamelijk harde kernleden uit de regio Rotterdam-Rijnmond en heeft weinig achtergrondinformatie over hooligans van buiten deze regio. Informatie over hooligans van buiten de regio blijft in veel gevallen beperkt tot gegevens over gepleegde voetbaldelicten.
Naast de formele beperkingen spelen onvolkomenheden op informeel niveau een grote rol bij de knelpunten in de informatiepositie. De relatie met andere korpsen is niet in alle gevallen vruchtbaar te noemen. Oorzaak hiervan is onder meer het ontbreken van een vertrouwensrelatie tussen de verschillende korpsen. Gezien het veelal gevoelige karakter van de informatie is het belangrijk dat men elkaar vertrouwt. Dit vertrouwen ontbreekt nogal eens.
 

Selectieve doorstroming van informatie
Veel kennis blijft hangen bij de actoren in het veld. Er staat maar weinig op papier. Deze kennis is derhalve niet of niet gemakkelijk opvraagbaar en inzetbaar. Politiemensen op operationeel niveau willen informatie ook niet altijd registreren in verband met de bescherming van de bron. Daarnaast komt relevante informatie, die bij bepaalde onderdelen van de politie voorhanden is, niet in alle gevallen bij de verantwoordelijke politiefunctionarissen terecht. Gebrek aan inzicht in en gevoel voor wat het bevoegde gezag en de politietop moet weten, zijn hier mede debet aan.  De politieleiding is op haar beurt niet altijd in staat de informatie op waarde te schatten. Deze problematiek is terug te voeren op de kloof tussen strategisch en operationeel niveau. Hoewel het informele contact tussen de betrokken actoren over het algemeen als goed wordt ervaren, schiet de communicatie met de politieleiding soms tekort. Politiefunctionarissen op operationeel niveau menen dat de leiding geen verstand van zaken heeft en dat zij geen gehoor geeft aan initiatieven of klachten. Een politiefunctionaris noemde het instellen van de GBO-regeling bij bepaalde wedstrijden als voorbeeld. Naar zijn mening werkt deze regeling juist geweld en onvrede in de hand, maar de politieleiding luistert hier volgens hem nauwelijks naar. Dergelijke onderlinge meningsverschillen kunnen de positie van de actoren ondermijnen en de moeizaam opgebouwde contacten met de harde kern onder druk zetten.
 

Late informatie
Informatie over mogelijke ordeverstoringen raakt veelal kort voor of zelfs tijdens of na de wedstrijd bekend. Hooligans leven als het ware van wedstrijd naar wedstrijd en maken geen vooruitlopende plannen. Zij anticiperen op gelegenheden die zich al dan niet spontaan voordoen, bijvoorbeeld door lacunes in het politieconcept. De informatie wordt concreter naarmate de gebeurtenis dichterbij komt. Het is moeilijk om beleid hierop af te stemmen. Op het laatste moment kan er nog cruciale informatie binnenkomen, bijvoorbeeld via 'spotters', die het noodzakelijk maakt het gehele scenario om te gooien. Dit geldt met name voor spontane ordeverstoringen. Het politieconcept is veelal te rigide om hier nog adequaat op in te kunnen spelen. Hierdoor komen de verantwoordelijke politiefunctionarissen (bijvoorbeeld de Algemeen of Operationeel Commandant) onder druk te staan.
 

Bronbescherming in het gedrang
Zowel de RID als SBG verkrijgen veel informatie via contactpersonen. Deze informatie wordt regelmatig benut bij strafrechtelijk (voor)onderzoek naar delicten die zijn gepleegd door hooligans en heeft reeds zijn vruchten afgeworpen bij de identificatie, aanhouding en vervolging van hooligans die strafbare feiten hebben gepleegd. Informatieverstrekking door contactpersonen aan politiefunctionarissen heeft tevens een keerzijde. Ze brengt de RID en SBG in een lastig parket. Beide diensten ondervinden hinder van het ontbreken van een sluitend juridisch kader. Het is niet mogelijk om bronnen af te schermen, hetgeen tot gevolg heeft dat contactpersonen vaak bang zijn dat hun identiteit bekend raakt. Uit angst voor represailles van de hooligans over wie zij klikken, stellen ze zich terughoudend op tegenover politiefunctionarissen waardoor niet al hun kennis boven tafel komt.
 

Fragiele contacten met hooligans
Een van de kerntaken van de SBG is het onderhouden van contacten met supporters, een taak die voortvloeit uit het politieprincipe 'kennen en gekend worden'. Er is door de jaren heen een soort informatiecircuit ontstaan waaruit de supportersbegeleider aardig kan opmaken wat er leeft binnen de harde kern. In deze situatie kan hij soms zelfs invloed krijgen op hooligans en hen desgewenst sturen, in de trant van 'doe dat nou niet' of 'er hangt je een hoge straf boven het hoofd als je dat doet'. Een dergelijke positie wordt pas bereikt na jaren van intensief werk. De SBG – en in geringere mate de RID – moet balanceren tussen loyaliteit aan de politieorganisatie en concessies aan de hooligans. Ondanks het feit dat de supportersbegeleiders veel met de hooligans optrekken, worden ze over het algemeen toch gewantrouwd door de hooligans. Ze zien soms kleine vergrijpen van hooligans door de vingers om de opgebouwde relatie niet te verstoren. Deze concessies brengen hen in een lastig parket. Waar houdt informatieverzameling op en begint de grens van het ontoelaatbare? In de praktijk blijkt deze grens moeilijk te trekken. Overtredingen als drugshandel en –gebruik worden over het algemeen door de vingers gezien, maar bij delicten als openlijke geweldpleging ligt dit anders. Onderlinge schermutselingen worden getolereerd, maar geweld jegens anderen wordt hard aangepakt. De 'winst' is vooral te behalen door hooligans bij bepaalde zaken te assisteren. Voorbeeld hiervan is het regelen van de begrafenis van een hooligan, maar ook het begeleiden van een hooligan die in beroep wenst te gaan tegen een stadionverbod.
 

Betrouwbaarheid van bronnen
Veel informatie die de politie in haar bezit krijgt, dient op waarde te worden geschat. Steeds vaker bereiken haar geruchten die moeilijk zijn te verifiëren. De politie tracht dit te doen via contactpersonen. Hen wordt gevraagd of zij de geruchten kunnen bevestigen. De operationele diensten taxeren hoe betrouwbaar hun bron is. Tot voor kort wisten zij veelal wel in hoeverre een bepaald contactpersoon betrouwbaar was. Politiefunctionarissen kenden zijn of haar positie in de gelederen van de hooligans. Tegenwoordig is de harde kern van Feyenoord minder homogeen dan vroeger. De sociale cohesie is sterk afgenomen. Hierdoor is de informatiepositie van contactpersonen en daarmee het kennisniveau van de politie afgebrokkeld. Bovendien schermen hooligans bewust informatie af uit angst voor lekken. Hooligans verstrekken ook desinformatie: door het verspreiden van valse informatie proberen zij de politiefunctionarissen op het verkeerde been te zetten. Dit gebeurt overigens niet altijd bewust. Ook door verdraaiing van de werkelijkheid (zogenaamde 'indianenverhalen') kan desinformatie ontstaan.
 

Afbrokkeling van kennis- en ervaringsniveau
De laatste jaren is het kennis- en ervaringsniveau binnen de voetbalunit enigszins teruggelopen. Dit is terug te voeren op een aantal zaken. De SBG heeft de laatste jaren meermalen te kampen gehad met personeelswisselingen. Als gevolg hiervan is veel kennis en ervaring binnen de SBG verloren gegaan, aangezien het gros van de informatie niet is vastgelegd. Nieuwe medewerkers moeten vanaf nul beginnen. Zij dienen in korte tijd zoveel mogelijk kennis op te doen en contact te leggen met de harde kern. De nieuwe SBG'ers hebben zich goed ingewerkt gezien de relatief korte tijd dat ze in het vak zitten. Desondanks is met het vertrek van enkele politiefunctionarissen een berg aan ongeschreven kennis en ervaring verloren gegaan.
Naast de personele wisselingen binnen de SBG is nog een andere factor van invloed op de afbrokkeling van het kennis- en ervaringsniveau. Na de rellen bij Beverwijk is de harde kern van Feyenoord uit elkaar gevallen en versplinterd. Een aantal hooligans heeft een langdurig stadionverbod opgelegd gekregen. Anderen zijn uit het wereldje gestapt om andere redenen, bijvoorbeeld door wroeging of gezinsvorming. De harde kern manifesteert zich tegenwoordig meer in kleinere groepjes en is daarmee heterogener geworden. Daarnaast is er een nieuwe lichting hooligans die zich door het gebeuren bij Beverwijk is gaan interesseren voor voetbalgeweld: de jongeren. Zij beginnen zich steeds meer te profileren. Kenmerkend voor deze groep is het enorme druggebruik. Ook zijn de jongere hooligans harder en onberekenbaarder dan de oude harde kern. Daar waar de ouderen zich soms rustig hielden, bestaat er bij de jongeren een enorme bewijsdrang. Ervaren hooligans houden zich gedeisd als de pakkans groot is. Bij de jongeren ontbreekt het vaak aan dergelijk calculerend gedrag. Dit heeft tot gevolg dat het voor de SBG moeilijk is om met hen in contact te komen. De nieuwe lichting hooligans is hier namelijk niet van gediend. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de SBG vooral contacten heeft met de oude harde kern en in veel mindere mate met de jongeren.
 

Duurzame stress
Het feit dat de SBG de laatste jaren te kampen heeft gehad met een wisselende personeelsbezetting is bij ingevoerde politiefunctionarissen wel bekend. De oorzaak hiervan wordt echter minder erkend. De werkdruk die het SBG-werk met zich meebrengt, lijkt de grootste veroorzaker te zijn van het personeelsverloop. De leden van de SBG maken veel overuren, aangezien zij slechts een magere personele bezetting kennen en desondanks overal mee naar toe dienen te reizen. Tevens raakt de SBG soms verwikkeld in benauwde situaties, bijvoorbeeld als hooligans zich en masse fysiek of verbaal tegen hen keren. Dergelijk leed is soms moeilijk te verwerken en kan leiden tot tijdelijke of definitieve uittreding.
 

Kansen: drie dimensies
De negatieve teneur van de benoemde knelpunten impliceert niet dat het met de informatiepositie van politie Rotterdam-Rijnmond slecht is gesteld. Met name de effectiviteit van de informatiepositie is groot. Verantwoordelijke politiefunctionarissen worden zelden verrast door onvoorziene risico's. Ervaring, intuïtie en informatie blijken een solide combinatie op basis waarvan uitgebalanceerde besluitvorming plaats kan vinden. De knelpunten geven wel aan dat de informatiepositie op sommige punten tekort schiet en dat bepaalde aspecten verbetering behoeven. Onderstaand wordt een eerste aanzet gegeven voor verbetering van de informatiepositie. De geconstateerde knelpunten fungeren hierbij als leidraad. 
 

Reductie van communicatiestoornissen
Gebrekkige communicatie zet de informatiepositie onder druk. In de toekomst dient derhalve meer aandacht te worden geschonken aan de reductie van communicatiestoornissen tussen de verschillende diensten en organisatieniveaus. Hierbij wordt gedoeld op zowel formele als informele informatieoverdrachten. Het belang van informeel contact is groot, aangezien de ingewonnen informatie grotendeels gevoelig van aard is. Informatieoverdrachten doen hun voordeel met een vertrouwensrelatie: tussen operationele diensten onderling, maar zeker ook tussen werkvloer en leiding. Deze vertrouwensrelatie dient ten grondslag te liggen aan de onderlinge communicatie. Hierdoor kan het vertrouwen van de operationele diensten in de politieleiding worden vergroot met als gevolg dat de leiding beter op de hoogte wordt gesteld van relevante informatie. Opbouw van een vertrouwensrelatie is verder van cruciaal belang bij grensoverstijgende aangelegenheden, zoals informatie-uitwisseling tussen verschillende districten (huldiging in het centrum van Rotterdam), korpsen (uitwedstrijden; afgesproken confrontaties) en landen (EK 2000; Europese wedstrijden).
 

Vergroting van transparantie
De informatiepositie kenmerkt zich door een transparantietekort. Inzichtelijke informatiestromen zijn onontbeerlijk, niet in de laatste plaats omdat de politie als overheidsorganisatie tegemoet dient te komen aan kwaliteitseisen als efficiency en rechtmatigheid. In concreto zullen de verschillende operationele diensten op een ietwat andere wijze met elkaar moeten communiceren. Door een gecentraliseerd netwerk op te zetten, kan worden voorkomen dat bepaalde informatiestromen ondoorzichtig en ontraceerbaar zijn en dat daardoor cruciale informatie verloren gaat. Idealiter vormt een regionale of zelfs landelijke dienst voor openbare ordevraagstukken het middelpunt van dit netwerk. Hierdoor kan ook de systematische opslag van informatie worden bevorderd.
Tevens dient de transparantie van bronnen te worden vergroot, bijvoorbeeld door invoering van een sluitend juridisch kader dat voorziet in duidelijke richtlijnen voor de raadpleging en bescherming van bronnen bij strafrechtelijk onderzoek.
 

Netwerkverbreding
Het informatienetwerk rond voetbalwedstrijden van Feyenoord strekt zich uit tot de voetbalunit, de RID, het CIV, de Infodesk en Bureau Veiligheid van Feyenoord. Er is weinig structurele informatie-uitwisseling met andere basiseenheden of diensten van het korps. In de praktijk blijkt dit problematisch gezien de kennis en informatie die bij bepaalde diensten buiten de informatiestructuur voorhanden is: met name bij wijkagenten en jongerenwerk. Omdat veel hooligans met regelmaat delicten plegen buiten het voetbal – individueel of in groepsverband – zijn de wijsheden van straatwerkers onontbeerlijk voor een sluitende aanpak van hooliganisme.
Daarnaast is informatie-uitwisseling met andere korpsen van vitaal belang. Immers, een significant deel van de Feyenoord-hooligans is woonachtig buiten de regio Rijnmond, hetgeen de voetbalproblematiek een grensoverschrijdend karakter aanmeet. Keerzijde is dat met de uitbreiding van het informatienetwerk de kans op informatiestoornissen toeneemt. Zorgvuldige incorporatie van bijvoorbeeld wijkagenten, jongerenwerk en contactpersonen in andere politieregio's is in dit verband noodzakelijk om de beschikbare kennis en informatie optimaal te kunnen benutten.
 

Overweging
Een eerste vraag die rijst bij het opperen van kansen voor verbetering van de informatiepositie is de haalbaarheid van deze ideeën. Een optimale informatiepositie is in de praktijk onhaalbaar. De politie beschikt in beginsel niet over volledige informatie. Daarnaast heeft de politie te kampen met capaciteitsproblemen (personele onderbezetting). Verbetering van de informatiepositie dient te geschieden vanuit het oogpunt van maximale onzekerheidsreductie in plaats van onzekerheidsuitbanning. Een zekere mate van onvoorspelbaarheid en onzekerheid is – helaas – inherent verbonden aan ordeverstoringen en crisissituaties.
Een tweede discussiepunt is de generaliseerbaarheid van de gepresenteerde onderzoeksresultaten. Mijns inziens is hier sprake van een tweesnijdend zwaard. Enerzijds is de voetbalproblematiek in Rotterdam bepaald groter dan in de meeste andere politieregio's. Ook geniet het informatieproces rond voetbalwedstrijden een hoge prioriteit binnen het korps Rotterdam-Rijnmond, hetgeen zeker niet voor alle korpsen geldt. Anderzijds wordt door meerdere politiekorpsen getracht om de informatiepositie duurzaam te verbeteren. De benoemde knelpunten en kansen kunnen in dit verband fungeren als lessen of signalen.

 

Summary
The violent confrontation between rival hooligans from Ajax and Feyenoord (23rd March 1997), with its deadly result, has enormously increased the attention paid to football violence in the Netherlands, by the politicians, managers and the media. Various policy initiatives and co-operative relationships have been formed in order to suppress the phenomenon. The main thrust of this has been to improve the intelligence that the police have about hooligans.

This article discusses the state of intelligence about the hooligans of Feyenoord Rotterdam The aim is to identify the bottlenecks and chances for improvement in intelligence. The insights presented here are based in interviews with police officers, policy makers, hooligans and others that are involved.

A number of bottlenecks compromise the intelligence available to the Rotterdam police:
• A lack of transparency of the sources and flow of intelligence
• A lack of collation of intelligence at national level
• Selective passing on of information
• Information is often available too late
• The protection of sources often cannot be guaranteed, which leads to many sources being unforthcoming for fear of retribution
• The contacts between police officers and hooligans are fragile
• The trustworthiness of sources cannot always be accurately assessed
• Changes in personnel lead to reduction in the level of knowledge and experience, because much (sensitive) information is not written down
• Personnel shortages lead to continual stress

The bottlenecks identified here demonstrate some gaps in police intelligence. Particular aspects should be improved. Three dimensions of opportunity can be

1. Reduction of breakdowns of communication between agents and levels in the organisation. Information transfer is facilitated if there is a relationship of trust between the various agents, between the police leadership and workplace and between different police forces and countries. These relationships of trust act as a brake on communication breakdowns and can improve the throughput of sensitive information.
2. Increase of transparency. Setting up a centralised information network can prevent some intelligence being opaque and untraceable and the resultant loss of crucial information. The transparency of sources should also be improved, for instance by implementing a watertight judicial framework that defines clear procedures for accessing and protecting sources.
3. Broadening the network. Some information that is available to (for example) local officers or youth workers is not sufficiently utilised. Considering how closely hooliganism and (youth) criminality are intertwined, generally speaking, (many hooligans commit offences in their daily lives) this information and knowledge is essential. Information exchange with other forces is also vitally important, since a significant proportion of Feyenoord hooligans live outside the Rotterdam region. The problems of football are not confined by borders. 


 

Bron: Tijdschrift voor de Politie, 2002, jrg. 64, nr. 11, p. 26-31

Vgl. H.I., Wilensky, Organizational Intelligence, Knowledge and Policy in Government and Industry, Basic Books, New York, 1967.
Zie voor een interessante parallel: M. Zannoni, Informatie in het middelpunt. Een onderzoek naar de informatievoorziening van beleidsambtenaren richting de verantwoordelijk bewindspersoon, Universiteit Leiden, 2002.
Zie voor nadere uitwerking en precisering van de aanbevelingen: Spaaij, 2001, pp. 117 e.v.

Voetnoten

0 reacties

Reageer op dit artikel