Het managen van publieke evenementen: lessen voor Nederland uit een internationale vergelijking

Door Otto Adang, 01 juni 2011 08:11 uur0 Waardering:

Het managen van publieke evenementen: lessen voor Nederland uit een internationale vergelijking De strandrellen die op 22 augustus 2009 in Hoek van Holland plaatsvonden zijn voor de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) en de burgemeester van Rotterdam aanleiding geweest onderzoek te laten verrichten naar de (dreiging van) grootschalige ordeverstoringen en groepsgeweld tijdens evenementen en/of grootschalige gebeurtenissen.

Parallel aan dit door het COT en Bureau Beke verrichtte (en vorig jaar gepubliceerde ) onderzoek heeft het programma Politie & Wetenschap opdracht gegeven aan het lectoraat Openbare Orde & Gevaarbeheersing van de Politieacademie om een internationaal vergelijkend onderzoek te doen naar collectief geweld en ordehandhaving bij evenementen. Het internationaal vergelijkende onderzoek was verkennend van aard en vond plaats in Duitsland, Groot-Brittannië en Zweden aan de hand van gepubliceerde studies/ evaluaties en interviews met politie-experts. De resultaten van het onderzoek bevestigen, en kunnen samengevat worden met, het initiatie/ escalatie model van collectief geweld dat in zijn oorspronkelijke vorm gebaseerd is op in Nederland rond voetbal- en protestevenementen verzamelde gegevens en dat nu uitgebreid kan worden aan de hand van de internationale gegevens.

 

Het onderzoek liet zien dat, ongeacht de verschillen tussen de drie landen (bijvoorbeeld met betrekking tot wetgeving en politieorganisatie) er een aantal duidelijke trends waren met betrekking tot het managen van publieke evenementen.

1. waar een behoefte aan verandering gevoeld wordt (of werd in het recente verleden) was er geen behoefte aan nieuwe bevoegdheden of wijzigingen in wetgeving. In plaats daarvan was er behoefte aan een beter begrip en gebruik van bestaande bevoegdheden;
2. waar een behoefte aan verandering gevoeld wordt (of werd in het recente verleden) was er geen behoefte aan een uitbreiding van het wapenarsenaal. Voor wat betreft uitrusting werden andere behoeften geformuleerd of wijzigingen doorgevoerd;
3. waar een behoefte aan veranderingen/ aanvullingen in uitrusting gevoeld wordt (of werd in het recente verleden) was dat gerelateerd aan 1) persoonlijke bescherming van agenten 2) communicatieapparatuur voor politieonderlinge communicatie 3) communicatieapparatuur voor communicatie met deelnemers aan publieke evenementen 4) apparatuur die bijdraagt aan een verbeterde verzameling van informatie 5) apparatuur die bijdraagt aan een verbeterde bewijsverzameling of 6) apparatuur/ uitrusting/ voertuigen die bijdragen aan een verhoogde flexibiliteit en mobiliteit;
4. er is een algemene trend in de richting van toenemende flexibiliteit waarbij de politie als geheel of verschillende eenheden eenvoudig kunnen switchen tussen verschillende benaderingen, mobiel zijn en op- en af kunnen schalen
5. er is een algemene trend om in toenemende mate wetenschappelijke inzichten toe te passen bij het management van publieke evenementen;
6. er is een algemene trend om meer aandacht te besteden aan bewijsgaring om zo de kwaliteit van aanhoudingen te vergroten en de kans op succesvolle vervolging te vergroten (bijvoorbeeld bewijsvergaringsteams in Groot Brittannië, intelligence en interventie teams in Duitsland) en de voorkeur te geven aan een dadergerichte aanpak boven een collectieve aanpak met massa-aanhoudingen of insluitingen;
7. er is een algemene trend om meer aandacht te besteden aan debriefings na 'problematische' gebeurtenissen, het identificeren van goede werkwijzen en de uitwisseling van leerervaringen tussen korpsen (bijvoorbeeld nationale debriefings in Groot Brittannië, peer reviews in Zweden);
8. er is een algemene trend om gebruik te maken van een 'vriendelijk en strenge' strategie gebaseerd op het faciliteren van vreedzaam gedrag en een graduele, gedifferentieerde en informatiegestuurde benadering die de mogelijkheden voor dialoog, communicatie met vroegtijdige laagprofiel, gerichte interventies. Zweden ontwikkelde zijn speciale politie tactiek SPT, Berlijn de 'strategie van de uitgestoken hand' en Groot Brittannië is trots op het 'Britse model'. In toenemende mate worden 'dialoogeenheden' gevormd (bijvoorbeeld anticonflict teams in Duitsland, dialoogpolitie in Zweden);
9. er is algemene overeenstemming over het belang van goede intelligence met betrekking tot bekende geweldplegers, net zoals er breed ontevredenheid is over de kwaliteit van de intelligence en er breed onderkend wordt dat intelligence over bekende geweldplegers aangevuld moet worden met een begrip van contextgebonden gevoeligheden en de dynamiek van menigten.

 

De internationale trends vertegenwoordigen in feite een toenemende bewustwording van de mechanismen die kunnen leiden tot collectief geweld en van de interventies die meer en minder succesvol zijn. Voor Nederland kunnen de gesignaleerde internationale trends opgevat worden als even zovele aanbevelingen. Dat betekent het volgende:
• inzetten op flexibiliteit;
• gebruikmaken van wetenschappelijke inzichten;
• meer aandacht voor bewijsgaring en vervolging;
• meer aandacht voor debriefing en het identificeren en uitwisselen van goede werkwijzen;
• doorontwikkelen en consequent toepassen van een vriendelijke en strenge aanpak.

 

De volgende concrete lessen en goede werkwijzen kunnen vooral relevant zijn voor Nederland:
- de wijze waarop de politie in Zweden zich voorbereidt op evenementen met verhoogd risico, waarbij commandanten van verschillende niveaus een aantal dagen of weken van te voren bij elkaar komen en een dag of een dagdeel besteden aan het bediscussiëren van de aanpak en het gezamenlijk doorwerken van een aantal 'wat-als' scenario’s;
- de wijze waarop politie in Engeland zich voorbereidt op EDL(English Defense League)-demonstraties, waarbij een commandant het korps bezoekt waar het meest recent een vergelijkbare demonstratie heeft plaatsgevonden om van de ervaringen daar te leren;
- de manier waarop in Zweden invulling is gegeven aan het leren en delen van ervaringen door middel van peer reviews, waarbij commandanten van verschillende korpsen gestructureerde observaties verrichten bij ordehandhaving en in een vast format feedback geven;
- de wijze waarop in Engeland ervaringen met betrekking tot EDL-demonstraties worden verzameld en gedeeld via door het NPIA (National Policing Improvement Agency) gecoördineerde nationale debriefings;
- de wijze waarop invulling gegeven wordt aan bewijsgaring en vervolging voor openbare orde feiten in Engeland (bewijsgaringteams) en Duitsland (intelligence en interventieteams);
- het gebruik van 'dialoog/ anticonflict'-eenheden zoals dat gebeurt in Duitsland en Zweden;
- de flexibele wijze waarop verschillende eenheden opereren zoals in Berlijn;
- de wijze waarop verbinding gelegd wordt tussen onderzoek en praktijk zoals dat in Zweden gebeurd is met het oog op het ontwikkelen van een meer evidence-based aanpak van public order management.

 

Terugkijkend naar het incident dat de aanleiding was voor het onderzoek, de geweldsuitbarsting op het dancefeest in Hoek van Holland, kan in het licht van de resultaten van het internationale onderzoek vastgesteld worden dat, waar de uitkomst van deze gebeurtenis uitzonderlijk en extreem was, de mechanismen die een rol speelden dat niet waren. De belangrijkste lessen uit Hoek van Holland en uit het internationale onderzoek zijn dan ook vooral gelegen in een hernieuwde bewustwording van waar het steeds om gaat bij het managen van publieke evenementen: een gedegen voorbereiding, het voorkomen en beperken van gelegenheden voor ongestraft geweldgebruik, het monitoren van het gedrag van betrokkenen, het vroegtijdig, kleinschalig interveniëren en het op een geloofwaardige wijze vriendelijk en streng hanteren van tolerantiegrenzen.

 

 

Otto Adang is lector Openbare Orde & Gevaarbeheersing, Politieacademie

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, jrg. 73, nr 5, juni 2011

0 reacties

Reageer op dit artikel