Het tastbare geheugen van de politie
Waar veel musea het erfgoed dat zij verzamelen alleen gebruiken om nostalgische sentimenten van bezoekers te bevredigen, wil het Nederlands Politiemuseum (NPM) verdergaan. Goed geƫxploiteerd politie-erfgoed kan bijdragen aan een aantal kerntaken op het gebied van politieonderwijs en de communicatie met de burger. De mogelijkheden op dat gebied worden op dit moment (her)ontdekt.
In elk museum draait het om het erfgoed dat er bewaard wordt: de collectie. Zonder collectie kunnen er geen tentoonstellingen worden ingericht. Maar het maken van tentoonstellingen is niet het enige doel van een collectie. Het Nederlands Politiemuseum kan in één tentoonstelling misschien 1000 objecten tentoonstellen, maar bewaart in haar depots – naast een archief en bibliotheek – zo’n 100.000 voorwerpen. En daar is een goede reden voor.
Erfgoed is emotie
In het woord ‘erfgoed’ ligt besloten dat het betrekking heeft op het verleden. Dat verleden kan heel dicht tegen de actualiteit aan zitten: wat gisteren is gebeurd, is vandaag alweer geschiedenis. Juist vanwege de combinatie van ‘oud’ en ‘actueel’ kan politie-erfgoed zowel voor burgers als voor politiemensen een interessant communicatiemiddel zijn. De kracht van erfgoed is de authenticiteit ervan: het museum garandeert haar bezoekers dat een tentoongestelde surveillanceauto geen replica is en dat de verhalen van de toenmalige bestuurders van het voertuig echt hun eigen belevenissen zijn. Erfgoed biedt een museumbezoeker ook mogelijkheden om met zo veel mogelijk zintuigen kennis te nemen van de geboden informatie. De emotionele waarde van erfgoed als communicatiemiddel wordt groter als men – naast kijken en luisteren – ook kan voelen, ruiken of misschien zelfs proeven.
De confrontatie met ‘echt’ politie-erfgoed biedt zowel burgers als politiemensen de mogelijkheid om zich tijdens de interactie sterk verbonden te voelen met de identiteit van de politie.
Het Nederlands Politiemuseum is sinds begin 2007 tijdelijk gesloten voor publiek en streeft naar de realisering van een modern publieksgebouw. Uiteraard zal het politie-erfgoed daar centraal staan. De nieuwe laagdrempelige tentoonstelling zal gericht zijn op een zeer breed publiek dat met oude en nieuwe ‘hardware’ van de politie wordt verleid om nieuwe inzichten over het politiewerk te verwerven. Het museum zal aanhaken bij de primaire interesse van veel bezoekers voor bijvoorbeeld voertuigen en uniformen om vooral de ‘achterkant’ van het politieverhaal te belichten. Met de objecten aan de ‘voorkant’ van het verhaal staat uiteindelijk de rol van de politie in de samenleving en vooral de politieman of -vrouw zelf centraal.
Een paar voorbeelden van die benadering:
- Korte filmpjes op interactieve computers geven op een speelse manier informatie over en ‘achter’ de tentoongestelde objecten. Bezoekers kunnen deze informatie vanaf de zuil rechtstreeks doormailen naar huis, om de informatie daar nog eens rustig tot zich te nemen.
- Via touchscreens met afbeeldingen van objecten kunnen bezoekers ook zelf objecten selecteren. Een speciaal aan de touchscreencomputer verbonden mechanisme zorgt ervoor dat het betreffende object daadwerkelijk tevoorschijn komt of aangelicht wordt. Een begeleidend filmpje vertelt ondertussen op het beeldscherm het verhaal over de mensen achter dit object. Een BMW van de Unit Motorondersteuning van de Dienst Verkeerspolitie van het KLPD, een witte Kever van de Amsterdamse Gemeentepolitie, een in beslag genomen vlindermes, een dienstwapen, het vaandel van het korps Rijksveldwacht, een bomverkenningskoffer, een knevelketting, een megafoon, de kepie van Bromsnor uit ‘Swiebertje’.
- Vooral politiespecialisaties bieden goede hands on-mogelijkheden en geven tegelijkertijd meer inzicht in het politiewerk: een ‘spoedcursus museum-ME’er’ onder leiding van een museummedewerker, uiteraard met helmen, schilden en wapenstokken, het zelf oplossen van een misdrijf, waarbij daadwerkelijk sporen worden veiliggesteld. En in een door bezoekers te bedienen authentiek werkende meldkamer ervaren ze participerend in een simulatie de onvoorspelbaarheid van het politiewerk en de lastige dilemma`s waarvoor politiemensen zich vaak gesteld zien.
Het zijn slechts voorbeelden van wat er mogelijk is met erfgoed in een laagdrempelige tentoonstelling. Het erfgoed zorgt voor de affectie bij de bezoeker die hem ontvankelijk maakt voor de ‘boodschap’ die we graag aan de burger willen overbrengen.
Krachtenbundeling
De tijd voor een lift off van het politie-erfgoed lijkt rijp. Er is momenteel veel aandacht voor politiegeschiedenis. Ongetwijfeld speelt de publicatie van het onderzoek De geschiedenis van de Nederlandse politie onder leiding van prof. dr. Cyrille Fijnaut op 13 februari 2007 daarbij een grote rol. Wellicht dat ook de onmiskenbare algemene opleving van de belangstelling voor geschiedenis in Nederland daaraan bijdraagt.
Onlangs publiceerde het Nederlands Politiemuseum haar beleidsplan voor de komende jaren. Het museum streeft naar de realisatie van een eigen publieksgebouw waar jaarlijks minimaal 50.000 bezoekers kunnen worden ontvangen. Maar het museum wil ook intensief samenwerken op het gebied van onderwijs en publieksvoorlichting. Vooral de Politieacademie en de collegamusea ziet het Nederlands Politiemuseum de komende jaren als belangrijke samenwerkingspartners. Bij die samenwerking staan krachtenbundeling bij het verzamelen en beheren van politie-erfgoed, en het verbinden van de kennis over de politiegeschiedenis aan het erfgoed centraal.
Van Ledden Hulsebosch
Dit pleidooi voor het inzetten van politie-erfgoed ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van het politiewerk is niets nieuws onder de zon. Het verzamelen van materiaal voor een museum als wezenlijke bijdrage aan het politiewerk gebeurde een eeuw geleden ook al. De Amsterdamse apotheker Christiaan Jacobus van Ledden Hulsebosch (1877-1952) verwierf internationale bekendheid, omdat hij als eerste in Nederland op systematische wijze kennis vergaarde en introduceerde op het gebied van de criminologische scheikunde en natuurkunde en omdat hij nieuwe technieken introduceerde, zoals de toepassing van ultraviolet licht bij sporenonderzoek. Hij leverde ook een grote bijdrage aan de introductie van de dactyloscopie in Nederland. Zijn apotheek groeide uit tot een modern laboratorium voor wetenschappelijk onderzoek, onder andere voor justitie. In 1914 richtte Van Ledden Hulsebosch de eerste school voor wetenschappelijk politieonderzoek op. Kort daarna ging hij ook advieswerk doen voor de technisch-wetenschappelijke recherche van de Amsterdamse politie. In 1919 richtte het Korps Rijksveldwacht een opleidingsschool op waar Van Ledden Hulsebosch les gaf. Essentieel bij zijn werk was de criminologische verzameling die Van Ledden Hulsebosch aanlegde. Deze diende vanaf 1929 als basis voor het toenmalige Amsterdamse Politiemuseum, waar het dienst deed als instructiemateriaal voor politiemensen. Een belangrijk deel van deze verzameling bevindt zich nu in de depots van het Nederlands Politiemuseum.
Het werk van Van Ledden Hulsebosch kenmerkte zich dus onder andere door een nauwe verwevenheid van enerzijds het vergaren en uitdragen van kennis en anderzijds het verzamelen en tentoonstellen van materiaal.
Deze beweging zal de komende jaren hopelijk worden hervat: het integraal, systematisch en samenhangend verzamelen van materiaal, informatie en kennis ten behoeve van het politiewerk.
Versnippering
Dat het verzamelwerk van Van Ledden Hulsebosch uiteindelijk niet is uitgegroeid tot een onlosmakelijk onderdeel van de politieorganisatie heeft meerdere oorzaken. De grote hoeveelheid reorganisaties die de politie de afgelopen eeuw kenmerkten hebben ongetwijfeld bijgedragen aan de verregaande versnippering van het verzamelde erfgoed. Die versnippering droeg er in ieder geval aan bij dat het verzamelen en beheren van dat erfgoed lang niet altijd even deskundig gebeurde. De versnippering bracht met zich mee dat nergens voldoende geld en menskracht was om duurzaam een professionele standaard te ontwikkelen waarlangs dat verzamelen gebeurde. Politieverzamelingen hebben sinds Van Ledden Hulsebosch dan ook vooral een marginaal bestaan geleid.
Dat marginale bestaan van het politie-erfgoed is ook ingegeven door de manier waarop Nederlanders in het algemeen omgaan met hun musea. Met zo’n 1200 musea heeft Nederland vrijwel de hoogste museumdichtheid ter wereld. En de politie draagt aan die nationale cultuurversnippering haar steentje bij: de talloze archieven en historische musea waar politie-erfgoed onderdeel uitmaakt van een bredere collectie niet meegerekend, wordt alleen al door korpsen en particuliere stichtingen (zoals het NPM) een historische collectie in stand gehouden. In vogelvlucht: het Nederlands Politiemuseum (Apeldoorn), het Museum der Koninklijke Marechaussee (Buren), de Historische Collectie politie Rotterdam-Rijnmond, het Politiemuseum Zaandam, de Stichting Collectie Mr. P. Frima (Warnsveld), en een aantal kleinere historische collecties in het bezit van diverse regiokorpsen, zoals Limburg-Noord (Venlo) en Gelderland-Midden (Velp).
Dat onlangs een selectie forensische foto’s uit de periode 1965-1985 uit het archief van de politie Amsterdam-Amstelland werd geselecteerd voor een tentoonstelling en een boek, bewijst dat ook binnen korpsen materiaal bewaard wordt dat uiteindelijk een ‘erfgoedstatus’ krijgt.
Op zichzelf hoeft geografische versnippering geen bezwaar te zijn. Er kunnen bijvoorbeeld goede redenen zijn om lokaal te verzamelen. Een goed voorbeeld daarvan is de historische collectie van de politie Rotterdam-Rijnmond, die beheerd wordt door politiemensen die deskundig zijn op het gebied van de Rotterdamse situatie en die bovendien beschikken over het noodzakelijke netwerk binnen en buiten het korps dat voor het verzamelen van materiaal en kennis nodig is.
Krachtenbundeling is echter wel onontbeerlijk om het erfgoed doelmatig te exploiteren. Het Nederlands Politiemuseum spant zich in om de randvoorwaarden voor die krachtenbundeling te creëren. Daarvoor was het nodig om de afgelopen jaren eerst in eigen huis orde op zaken te stellen.
Het ‘ZOEK!’-project
Dankzij een bijdrage van de Raad van Hoofdcommissarissen kon van 2002 tot 2006 in het Nederlands Politiemuseum een project worden uitgevoerd dat voor de toekomst van het hele politie-erfgoed van betekenis kan zijn. Van de 130.000 voorwerpen die het museum in 2002 nog bezat, zijn er 30.000 afgestoten, op grond van weloverwogen criteria. De overige 100.000 zijn allemaal gefotografeerd en systematisch geregistreerd in een geautomatiseerde collectiedatabase. Met uitzondering van privacygevoelig materiaal en voorwerpen met een veiligheidsrisico is deze collectiedatabase door iedereen te raadplegen op de website van het museum (www.politiemuseum.nl). De bijdrage van de korpsen maakte het ook mogelijk om voorwerpen die zozeer vervallen waren dat voor hun voortbestaan moest worden gevreesd, konden worden gerestaureerd of geconserveerd.
Met de voltooiing van het project, dat de naam ‘ZOEK!’ meekreeg, is een methode tot stand gebracht die het voor het eerst mogelijk maakt om systematisch te werk te gaan en collectiebeleid te ontwikkelen voor de lange termijn. Vanaf nu wordt elk aangeboden voorwerp getoetst aan het geformuleerde verzamelgebied, voordat het in de collectie wordt opgenomen (of niet). Omdat collega-instellingen rechtstreeks in de NPM-database kunnen zien of bepaalde objecten zich in de collectie van het Nederlands Politiemuseum bevinden, kan in de toekomst worden voorkomen dat materiaal ongewenst (bewaren kost ruimte, tijd en geld) op meerdere plaatsen wordt verzameld. Hiermee kan niet alleen worden voorkomen dat op meerdere plaatsen hetzelfde materiaal wordt verzameld, maar is het ook makkelijker geworden om materiaal uit te lenen voor tentoonstellingen, voorlichtings- of onderwijsprojecten.
Tijdens het ‘ZOEK!’-project zijn veel kinderziektes overwonnen. Er is nu een solide basis ontwikkeld voor het verzamelen en beheren van politie-erfgoed. Die basis vraagt om een vervolg.
Zoek verder!
Een voor de hand liggend streven is natuurlijk het maken van één collectiedatabase, waarin alle informatie van relevante verzamelende instellingen bijeen is gebracht. Dit is echter een ingewikkeld en tijdrovend proces, waarvan nog niet vaststaat of uitvoering ervan rendabel is. Belangrijk is in ieder geval dat het Nederlands Politiemuseum de bij haar opgebouwde expertise op het gebied van collectiebeheer kan uitwisselen (voorwaarde: tijd en geld) met collega-instellingen. Een eerste, zeer eenvoudige stap zal nog deze zomer gezet worden: het NPM opent de website www.politiegeschiedenis.nl, die in eerste instantie vooral verwijst naar andere relevante collectiedatabases en verzamelende collega-instellingen. In de toekomst kan deze site uitgroeien tot een handzame portal voor iedereen die geïnteresseerd is in politie en politiegeschiedenis.
Het zou bijvoorbeeld een goede plek kunnen zijn waar suggesties te vinden zijn voor onderzoeksonderwerpen op het gebied van politiegeschiedenis. Studenten en onderwijsgevenden krijgen op die manier misschien vaker een zetje in de rug om curricula, scripties of publicaties aan dit onderwerp te wijden.
Betere uitwisseling van informatie tussen musea kan ook leiden tot een efficiëntere manier van verzamelen en informatiekoppeling. Wat in het ene museum al verzameld wordt, hoeft een ander museum bijvoorbeeld niet meer te verwerven. Bovendien kunnen er makkelijker inhoudelijke dwarsverbanden aangebracht worden tussen deelcollecties van respectievelijke verzamelende instellingen, waardoor de objecten als informatiedrager nog meer betekenis krijgen.
Doelmatig afstootbeleid
De vraag of materiaal bij een van de musea terechtkomt, hangt veel te vaak af van het al dan niet bestaan van willekeurige persoonlijke contacten. Omdat binnen korpsen geen eenduidige richtlijnen bestaan voor het afstoten van materiaal ten behoeve van historische collecties, hangt de uiteindelijke bestemming van dit materiaal vrijwel altijd af van die persoonlijke contacten. En daarmee is de verwerving van nieuwe objecten nog te vaak een toevalstreffer. Hierdoor komt materiaal nogal eens terecht bij verzamelaars die zich niet gebonden voelen aan de internationaal erkende regels die professionele musea zichzelf opleggen. Het komt daardoor zelfs voor dat materiaal dat ooit door een korps werd afgestoten door een museum bij commerciële partijen moet worden gekocht.
Afspraken tussen korpsen onderling en tussen korpsen met musea moeten voorkomen dat materiaal ten onrechte direct of indirect vernietigd wordt of in handen komt van handelaren.
Korpsen moeten er op hun beurt op kunnen rekenen dat het materiaal bij deze musea in goede handen is. Mede daarom zijn ook onderlinge afspraken tussen musea nodig met betrekking tot het hanteren van minimale eisen, bijvoorbeeld op het gebied van integer verzamelen, verantwoord materiaalbeheer, ontsluiting van informatie en onderlinge afstemming van beleid.
Verdieping van de informatie
Het resultaat van het in 2006 afgesloten ‘ZOEK!’-project is dat van alle voorwerpen minimaal de basisgegevens (zoals de herkomst, de plaats waar het is opgeslagen, de omvang en dergelijke) zijn vastgelegd. Vanaf nu gaat het erom dat vooral de informatie ‘achter’ al deze objecten wordt gegenereerd. Daarbij staat de context van het object centraal.
Het is natuurlijk niet erg zinvol om 100.000 objecten stuk voor stuk van een achtergrondverhaal te voorzien. In de eerste plaats is de gemiddelde kans dat iemand ooit van dat verhaal gebruik zal maken dan bijzonder klein. Ten tweede zouden daarmee tientallen mensjaren gemoeid zijn. Ten derde zijn de achtergrondverhalen van veel objecten geheel of gedeeltelijk hetzelfde.
Omdat de collectiedatabase nu volledig is geautomatiseerd, is het mogelijk om meerdere aantallen objecten aan hetzelfde thema te verbinden. Met een doordacht plan van aanpak kan daarom in hoog tempo worden bereikt dat de collectiedatabase een mer à boire is voor iedereen die geïnteresseerd is in politiegeschiedenis. Koppelingen met andere – niet-historische – databases ligt in de toekomst voor de hand. Daarbij moet gedacht worden aan de kennisdatabases die beschikbaar zijn bij de Politieacademie en (diensten van) korpsen en andere (overheids)instellingen: catalogi van bibliotheken, mediatheken en archieven. Hierdoor zal het mogelijk worden om bij een zeer groot aantal thema’s zowel over de actualiteit, het historische perspectief, als over de materiële kant informatie te vergaren.
Het Nederlands Politiemuseum wil ook gaan experimenteren met de mogelijkheden die een open database biedt om snel veel informatie te kunnen koppelen aan de objecten. We hebben daarbij een Wikipedia-achtige structuur voor ogen, die in principe door iedereen zowel kan worden geraadpleegd, als aangevuld. Politiemensen en oud-politiemensen zullen vervolgens worden aangemoedigd om die aanvullingen aan te bieden. In dit experiment zal uitgebreid aandacht besteed worden aan de beheersbaarheid van dit systeem, het voorkomen van internetvandalisme en aan de identificeerbaarheid van de bron van de toegevoegde informatie.
Conservering en restauratie
Uiteraard moet erfgoed niet alleen onder goede omstandigheden worden bewaard, vaak moet het ook worden geconserveerd, of zelfs gerestaureerd. In het kader van het ‘ZOEK!’-project zijn wat dat betreft belangrijke vorderingen gemaakt. Maar ook in de nabije en verdere toekomst is er wat dat betreft nog veel activiteit nodig. Erfgoed vergt voortdurend onderhoud.
Tot slot
Het Nederlands Politiemuseum benadert deze zomer eerst de verzamelende instellingen en daarna de korpsen om over afstemming te praten. Wellicht worden die afspraken uiteindelijk vastgelegd in een of meerdere convenanten. Daarmee verschaft de politie zichzelf een nieuw middel om zichzelf intern en extern te profileren. Van Ledden Hulsebosch was een eeuw geleden al op de hoogte van die mogelijkheid.

Reageer op dit artikel