Hooligan-aanwas: patronen en preventie

De aanwas van hooligans heeft verschillende gedaanten. In gangbare analyses wordt nieuwe aanwas vaak ten onrechte onder één noemer gebracht. Nog daargelaten dat deze term een tautologie is, leiden generale gedachten en typeringen over aanwas tot misverstanden. Ze kunnen uitmonden in beleidsfouten. In dit artikel komen vier typen aanwas aan bod.

Bij de beschrijving van de verschillende typen hooliganaanwas maken we een onderscheid tussen tijdelijke en duurzame aanwas en tussen groepen en categorieën. De aanbevelingen waarmee we dit artikel besluiten, volgen de verschillende soorten aanwas. Dit 'maatwerk'wordt naar onze mening in veel bestaande studies en nota's node gemist.
 

De slagorde – tijdelijke aanwas 
Bij beladen wedstrijden, ook in het buitenland, is het aantal hooligans dat bereid is ver te gaan aanzienlijk hoger dan het aantal harde kern-hooligans dat trouw wedstrijden van Feyenoord bezoekt. Het geweldspotentieel is dan door een combinatie van getalsmatige macht (een hoge opkomst) en gemoedstoestand ('het wordt uitbundig') groter dan bij een doorsnee wedstrijd, en ook bepaald groter dan bij de gemiddelde risicowedstrijd. De harde kern is dan op slagorde.
De politie schat dat er bij beladen wedstrijden tussen de 300 en 400 hooligans op de been zijn die, zeker als de spanning stijgt, met elkaar kunnen versmelten. 'Halve uittreders' en 'oproepkrachten' en 'hooliganfilialen' het aantal hooligans vergroten.
N  Halve uittreders zijn oudere hooligans die in het verleden (vrijwel) altijd van de partij waren, maar die nu selectief wedstrijden bezoeken. Gewezen hooligans zijn vatbaar voor hooliganlogica en -tactieken: ze begrijpen bijvoorbeeld dat het eigenbelang is dat Feyenoord-hooligans tamelijk massaal en groepsgewijs afreizen naar steden waar confrontaties met rivaliserende hooligans niet kunnen worden uitgesloten.
N  Oproepkrachten zijn jongeren en jonge mannen uit de reguliere vriendenkring van hooligans. Ze gaan normaliter niet vaak naar Feyenoord, maar ze reizen mee als harde kern-hooligans hen min of meer uitnodigen. Ze zijn 'in' voor een wedstrijd waarvan bij voorbaat vast lijkt te staan dat het er uitbundig aan toe gaat.
N  Met een hooliganfiliaal bedoelen we groepjes Feyenoord-hooligans die – buiten Rotterdam – in een stad of streek wonen en met elkaar optrekken, ook bij wedstrijden van Feyenoord. Bij een beladen wedstrijd is de opkomst van de verschillende hooliganfilialen hoog. Dit geldt zeker voor het filiaal – voor zover dat bestaat – dat afkomstig is uit de regio van de club waartegen Feyenoord speelt. Opkomst, samenstelling en betekenis van de verschillende filialen wisselen. Er komen min of meer 'erkende' filialen uit Gouda, Dordrecht, de Achterhoek en – in mindere mate – Eindhoven.

De kans op voetbalgeweld neemt toe bij een omvangrijke slagorde. Dit komt onder meer doordat de tijdelijke aanwas om diverse redenen (massa-effecten, gebrek aan ervaring, verwachtingspatroon) wat minder calculerend opereert dan de vaste harde kern. Er wordt veel 'gezopen en gesnoven'.
De slagorde is een optelsom van wat bekend staat als near groups: in de tijd herkenbare groepjes, die voortbestaan als leden toe- of uittreden en die een zekere solidariteit hebben. De interne organisatie is bepaald niet strak, de onderlinge verschillen zijn aanzienlijk en de omvang varieert. Verschillende groepen trekken tijdelijk gezamenlijk op.
 

Pullfactoren: (half)bewuste selectie en mobilisatie
Hooligans die tijdelijk deel uitmaken van de slagorde worden (half)bewust uitgenodigd door harde kern-hooligans om een wedstrijd te bezoeken. Harde kern-hooligans en hun vrienden maken duidelijk dat het aantrekkelijk is om naar een wedstrijd te gaan. Prominente hooligans verzekeren zich van een minimumopkomsten maken hiervoor gebruik van internet, gsm en sms. Mediaberichtgeving kan leiden tot rondzingende hooliganverhalen, die tijdelijke hooligans aantrekken.
De omvang van de slagorde houdt vooral verband met de (historische) lading van een wedstrijd: onderlinge incidenten, het sportieve belang van een wedstrijd en de reputatie van de tegenstander. Bij mogelijk geweld tegen Feyenoord-hooligans is het zaak zoveel mogelijk medestanders te zoeken.
Hoe groter de kans op masculien vertier, des te meer tijdelijke hooligans bij een wedstrijd. Dit vertier bestaat zeker niet alleen uit geweld, ook drank, drugs, verbaal geweld  en ontmoetingen met gelijkgezinden en oude bekenden zijn bronnen van vermaak.
Gelegenheidshooligans – tijdelijke aanwas:
Leden van de hooliganslagorde zijn bijna altijd, veelvuldig of op voorspelbare momenten van de partij bij Feyenoord-wedstijden. Deze duurzaamheid of voorspelbaarheid ontbreekt bij gelegenheidshooligans. Gelegenheidshooligans hebben tijdelijk een aandeel in voetbalgeweld: naar aanleiding van agressieopwekkende gebeurtenissen of bij uitgelezen relkansen (zie schema 2). Dit laatste was bijvoorbeeld bij uitstek het geval bij de twee kampioenshuldigingen in de jaren negentig: in 1993 en in 1999.
Een categorie jongeren en jongvolwassenen kiest een wedstrijd of happening uit omdat ze ongeregeldheden verwachten of mogelijkheden zien tot kortstondig onstuimig vertier. Ze drinken zeer veel alcohol en gebruiken vaak drugs. Ze beleven plezier aan eventueel voetbalgeweld: om te observeren of om eraan deel te nemen.
Gelegenheidshooligans kunnen Feyenoord-aanhanger zijn, maar zijn minder fanatiek dan harde kern-hooligans. Voor sommige gelegenheidshooligans is Feyenoord de 'tweede club'. Gelegenheidshooligans hebben lage geweldsdrempels. Ze gebruiken buiten het voetbal om geregeld geweld. Dit leidt vaak tot een reeks antecedenten – in zeer schaarse gevallen betreft dit gebeurtenissen die zijn gerelateerd aan voetbal. De geweldservaringen zijn een voedingsbodem voor het gelegenheidshooliganisme: het maakt jongeren en jongvolwassenen vatbaar voor escalatieprocessen bij voetbalwedstrijden of voetbalhappenings.
 

Pullfactor: (half)bewuste zelfselectie
Hooligans uit de slagorde worden geselecteerd of gemobiliseerd. Het gelegenheidshooliganisme bestaat juist vanwege zelfselectieprocessen. Gelegenheidshooligans komen op zelfgekozen momenten op Feyenoord-wedstrijden of -happenings af. Er zijn wat pullfactoren betreft overeenkomsten met de slagorde: de historische lading van een wedstrijd of happening – deels gecultiveerd door mediaberichtgeving – is van invloed op de kansen die zij zien voor masculien vertier. Kansen op rellen, onstuimigheden en tijdelijke solidariteit trekken gelegenheidshooligans aan. De zelfselectie wordt gevoed door collectieve herinneringen aan 'aantrekkelijke' misstanden bij vergelijkbare wedstrijden en happenings in het verleden.
[Schema 2]
 

Jongerenkern en volgers – duurzame aanwas
In de tweede helft van de jaren negentig komt de 'Rotterdam jongerenkern' (RJK) op. De RJK bestaat uit circa vijftig jongeren die aansluiting hebben gevonden bij de harde kern. Ze plegen sinds ongeveer 1997 veel delicten: bij voetbalwedstrijden, maar nog meer daarbuiten. Ze zijn een ware hooliganaanwas en komen voornamelijk uit de urbane omgeving van De Kuip: uit wijken in Rotterdam-Zuid (Hillesluis en Bloemhof) en – in mindere mate – uit Crooswijk en Kralingen. Ze zetten een stap van straat naar stadion. RJK-jongeren stonden, voordat ze voor problemen zorgden bij het voetbal, bekend als de 'bankjesgroep': een groep die rondhing op en nabij de Varkenoordseweg (Zuid) en die daar de lokale orde flink verstoorde.
De jongerenkern maakt(e) zich frequent schuldig aan voetbalgeweld. Zij gebruiken het hooliganisme om status na te jagen. Dat maakt hen vatbaar voor groepsdynamische processen. Veel jongeren kopen en gebruiken forse hoeveelheden harddrugs voor, tijdens en na wedstrijden. De jongerenkern is inmiddels bekend geraakt bij politie en club. Dit draagt ertoe bij dat de RJK bij voetbalwedstrijden vandaag de dag minder problemen veroorzaakt: minder dan in het recente verleden en minder dan op andere tijden en plaatsen. Het hooliganisme van de jongerenkern is vermengd met uitgaansgeweld. Leden van de jongerenkern worden in verband gebracht met geweldsincidenten en –misdrijven en tal van ordeverstoringen in en rond uitgaanslocaties en ze gaan ook in het verkeer geregeld over de schreef. Het jongerengeweld is geregeld onberekenbaar en, ook volgens gelouterde hooligans, soms wat al te ondoordacht. Jongeren die 'dom geweld' plegen worden geaccepteerd, maar klimmen niet op in de pikorde.
Er bestaan wisselende contacten tussen de oude harde kern en RJK-jongeren. De jongeren hebben inmiddels bewezen voor Feyenoord door het vuur te willen gaan. Dit getuigt van clubbinding, ook al blijft die achter bij die van de oude harde kern.

Ook 'volgers' gebruiken op gezette tijden onberekenbaar of ondoordacht geweld. Volgers zijn jongeren die de harde kern bijna letterlijk volgen, maar die nauwelijks sociale contacten onderhouden met leden uit de harde kern. Zij willen zich als hooligan bewijzen en zijn bereid daartoe op gezette tijden geweld te gebruiken. Ze zijn mede daardoor relatief vatbaar voor groepsdynamische processen of 'massa-effecten'. Hun clubbinding blijft achter bij die van de jongerenkern. Dit verlaagt hun drempels voor geweldsgebruik. De volgers zijn minder goed dan de jongerenkern bekend bij club en politie. Dit geeft volgers wat meer bewegingsvrijheid en verkleint hun pakkans. Ze staan mede daarom bij de wedstrijd Feyenoord – Ajax vooraan om Ajacieden te beschimpen en te bestoken als die De Kuip betreden.
Vaste hooligankrachten bewaren meer afstand tot volgers dan tot de jongerenkern. Dit neemt echter niet weg dat ze volgers al snel tolereren. Harde kern-hooligans vinden het al snel vermakelijk als volgers zich te buiten gaan. De macht van het getal van hooligans wordt opgevoerd door volgers, hetgeen strategische voordelen kan opleveren. Volgers kunnen ook alleen al door hun aanwezigheid verboden activiteiten van vaste hooligankrachten afschermen. Ze zijn ook (potentiële) klanten van handelende hooligans: ze kunnen bijvoorbeeld kaarten of kleding kopen.
 

Pullfactor: aantrekkelijk voetbalgeweld
Motieven voor jongeren om te proberen hooligan te worden zijn divers, bijvoorbeeld het bezoeken van De Kuip als tiener – soms aan de hand van een vader die zelf hooligan was of is – of het observeren van hooligangeweld. Gedoging of acceptatie door echte hooligans is een belangrijke stimulans voor hooliganisme en geweld. De jongeren hebben het gevoel erbij te horen en ook maatschappelijk wat voor te stellen. Aansluiting bij het hooliganisme biedt ook exclusieve kansen op vertier, (voetbal)geweld en andere zaken waar zij op 'kicken'.  
De spillover – vooral in Rotterdam-Zuid – van straat naar stadion heeft verschillende oorzaken. Er zijn in Rotterdam-Zuid uiterst weinig aantrekkelijke en voor straatjongeren toegankelijke recreatieve of educatieve voorzieningen, zoals horecagelegenheden, fitnesscentra, scholengemeenschappen. Straatjongeren hangen rond. Vooral op autochtone overlastgevende of criminele jongeren uit Zuid heeft de geweldsreputatie van Feyenoord-hooligans aantrekkingskracht.
Wat het hooliganisme extra aantrekkelijk maakt, is ernstig en spraakmakend voetbalgeweld. Wat voor velen schokkend is, is voor bepaalde jongeren een bron van vermaak. Het dodelijke voetbalgeweld in Beverwijk (23 maart 1997) heeft bijvoorbeeld jongeren gestimuleerd het hooligantoneel te betreden. Dit onderstreept dat de voorliefde voor geweld of schokkend gedrag concurreert met clubliefde.
De huldigingsrellen op 25 april 1999 zijn voor een deel van de jongerenkern een soort rite de passage. Jongeren die toen nog niet (echt) tot de harde kern werden gerekend, mengen zich die dag volop in de rellen. Ze spelen een rol bij de schermutselingen die de opmaat zijn tot het schietincident.
[Schema 3]
 

Offenders – duurzame aanwas
In de voetbalseizoenen 1997-1998, 1998-1999 en 1999-2000 ligt het percentage first soccer offenders onder 'Feyenoord-arrestanten' steevast boven de tachtig procent: respectievelijk 81, 87 en 84 procent. De absolute aantallen stijgen in deze seizoenen van 123, via 273 naar 387. Deze overtreders zijn niet of nauwelijks bekend bij ingevoerde politiemensen of harde kern-hooligans. Er worden geregeld vriendengroepjes of broers tegelijk aangehouden voor een (first) soccer offence. In het algemeen bestaan er nauwelijks of geen onderlinge contacten tussen los van elkaar aangehouden offenders. De categorie offenders bestaat niet alleen uit first offenders. Het is een optelsom van losse ordeverstoorders die zich laten gaan, onder meer omdat ze niet rekenen op een aanhouding.
Feyenoord is een club met grote aantrekkingskracht op jongeren en jongvolwassenen met antiautoritaire sentimenten. Deze jongeren voelen zich snel gekrenkt en bij collectieve agressie leggen ze weinig zelfbeheersing aan de dag. Het gewelddadige imago van Feyenoord-hooligans werkt in de hand dat (potentiële) offenders denken dat ze zich bij wedstrijden heel wat kunnen (of behoren te) veroorloven. Feitelijk is er minder mogelijk in stadions, zeker in De Kuip: de huisregels zijn streng en de handhaving is in de laatste jaren behoorlijk aangescherpt. Offenders begrijpen minder goed dan harde kern-hooligans dat bepaalde overtredingen – vuurwerk afsteken, een groepje politiemensen fors beledigen, in het openbaar urineren – in De Kuip aanzienlijk eerder tot een aanhouding leiden dan ze elders gewend zijn.
Een deel van de offenders gebruikt geweld of pleegt delicten omdat ze bepaalde zaken 'niet pikken'. Offenders kunnen zich vergrijpen na gebeurtenissen die zij opmerkelijk snel opvatten als krenking of belediging: een Ajax-fan die in De Kuip juicht voor een Ajax-doelpunt, tegendoelpunten, scheidsrechterlijke beslissingen die nadelig uitpakken voor Feyenoord of allerlei vormen van oponthoud of supporterscongestie. Het zijn voor het grootste deel tamelijk lichte vergrijpen en eerder verbaal dan fysiek: overtredingen van de APV, het opgeven van een valse naam, het niet voldoen aan een ambtelijk bevel en het beledigen van een ambtenaar in functie. Zo nu en dan wordt hevig geweld gebruikt. Soms gebeurt dit nagenoeg zonder aanleiding.
Hoewel 'hooliganaanwas' voor veel offenders een te zwaar predikaat is, maken politiemensen en stewards zich wel degelijk zorgen over het agressieve en potentieel gewelddadige gedrag dat onbekende supporters zo nu en dan aan de dag leggen.
 

Pullfactor: 'kicken' moet kunnen
Veel agressie verplaatst zich van de straat naar Feyenoord-wedstrijden. Het imago van energieke volksclub en de kwaliteit van stadion liggen ten grondslag aan de enorme populariteit van deze club. Ook de redelijk tot goede vooruitzichten op sportieve successen van de laatste tijd dragen hieraan bij, en vanzelfsprekend de publiekslievelingen of 'sterspelers' in de selectie. Het trekt veel fatsoenlijke supporters naar de Kuip, maar dit laat onverlet dat Feyenoord een club is met grote aantrekkingskracht op jongeren en jongvolwassenen met antiautoritaire sentimenten: 'Laten we er niet omheen draaien. Er komen veel asocialen naar Feyenoord'. Deze jongeren voelen zich snel gekrenkt en bij collectieve agressie leggen ze weinig zelfcontrole aan de dag. Het gewelddadige imago van Feyenoord-hooligans werkt in de hand dat (potentiële) offenders denken dat ze zich bij wedstrijden heel wat kunnen (of behoren te) veroorloven.
 

Aanbevelingen
Slagorde en gelegenheidshooligans
In de aanloop naar een beladen wedstrijd dient na te worden gegaan wat de toon en inhoud zijn van de geruchten en verhalen die rondzingen in en rond kringen van hooligans. Dit is harde informatie; het biedt inzicht in de verwachtingspatronen van hooligans. Het zet aan tot mobilisatie van een hooliganslagorde en tot zelfselectie van gelegenheidshooligans.
In het bijzonder moet erop worden gelet of onder hooligans geweldincidenten of ongeregeldheden uit het verleden 'leven' die kunnen aanzetten tot nieuw geweld (bijvoorbeeld een vechtpartij tussen twee clubs bij een vorige wedstrijd).
De voorinformatie dient ook bij jeugdhulpverleners en bovenlokaal onder meer (hooliganfilialen) te worden verzameld. Hiervoor moeten netwerken worden opgebouwd van street-level functionarissen die in contact staan met hooligans.
Als er op een riskante dag veel tijdelijke hooligans op de been zijn, moeten zoveel mogelijk 'ogen en oren' worden gemobiliseerd om de (bewegingen van) hooligans te observeren. Naast het voor de hand liggende netwerk – supportersbegeleiders, stewards, spotters, arrestatie-eenheden – dient daarbij onder andere gebruik te worden gemaakt van medewerkers van vervoersmaatschappijen.
Als er een fors aantal deels onbekende (tijdelijke) hooligans op de been is, is het verstandig te proberen (politie)contact te leggen. Hooligans worden zo uit de anonimiteit gehaald. Dan kan worden geprobeerd hen te informeren of te beïnvloeden. Als dit mislukt, is dat op zich waardevolle informatie.
Een tijdelijke constellatie van tussen 300 en 400 hooligans – plus rivaliserende hooligans – stelt hoge eisen aan het grootschalig politieoptreden: voor aanbevelingen hieromtrent verwijzen we naar Voetbal en geweld (COT, 1999) en naar Evaluatie EK 2000: Openbare orde en Veiligheid (COT, 2000).
 

Jongerenkern en volgers – duurzame aanwas
Om te voorkomen dat criminele en overlastgevende jongeren zich naar het  stadionverplaatsen, is het verstandig het aantal voor jongeren aantrekkelijke en leerzame grootschalige voorzieningen in Rotterdam-Zuid uit te breiden: fitnesscentra, scholengemeenschappen, arbeidsorganisaties, horecacomplexen en educatieve centra. Hierbij dient zo mogelijk gebruik te worden gemaakt van Publiek-private samenwerking (PPS).
Politie en stewards moeten de strategie van 'kennen en gekend' met kracht doorzetten. Zodra jonge supporters of hooligans bekend raken, neemt hun pakkans toe en wordt het gemakkelijker om op hen in te praten. Dit vraagt om professionalisering van de stewardorganisatie, want stewards delven vandaag de dag in contacten met jonge hooligans te vaak het onderspit. Communicatie tussen enerzijds politiemensen en stewards en anderzijds street-level functionarissen kan belangrijke preventieve effecten hebben. Het voorkomt dat jongeren zich op bepaalde plaatsen misdragen zonder dat dit elders bekend raakt. Zo kan een streep worden gezet door verdeel-en-heerstactieken van jonge hooligans.
Het grote aantal jonge (Feyenoord)arrestanten en de opkomst van de jongerenkern maken het raadzaam dat het sociaal-preventieve beleid wordt versterkt. Feyenoord doet er onder meer verstandig aan overlegstructuren met de supporters(vereniging) te intensiveren. Ze raakt zo bekend met jonge fans en de kans neemt toe dat jongeren zich identificeren met fraaie kanten van de club en niet met het hooliganisme. 
De jongerenkern is inmiddels weer wat ouder: een deel werkt en beschikt over geld en auto's. Ze bezoeken ook al enkele jaren voetbalstadions en aan het hooliganisme gelieerde uitgaansgelegenheden. Het is een plausibel scenario dat zij (daar) vriendschappen sluiten met jongeren die 'kicken' op geweld, en dat deze vrienden vervolgens meegaan naar voetbalwedstrijden. Dit dient op de voet te worden gevolgd.
Systematische ordeverstoorders moeten worden aangepakt. Bijvoorbeeld door hen niet meer toe te laten tot wedstrijden (dit kan door een seizoenskaart, clubkaart of een uitkaart in te nemen) en deze uitsluiting vervolgens strikt te handhaven. Of door een stadionverbod op te leggen en dit verbod zo mogelijk en zo nodig te handhaven door middel van een meldplicht. Dit alles met het doel dat jonge hooligans elkaar vertellen dat ze op hun tellen moeten passen. Wel moet de proportionaliteit van de sancties in het oog worden gehouden: wij beschouwen een meldplicht als mogelijk sluitstuk; dit lijkt ons het meest geschikt voor personen die worden betrapt op het ontduiken van stadionverboden.
Rotterdam start een persoonsgebonden aanpak van ongeveer vijftig overlastgevende jonge hooligans tussen de 15 en 20 jaar: 'Het idee is de problemen van de jongeren op school of thuis via intensieve begeleiding aan te pakken en de ouders erbij te betrekken. We pakken ze bij hun nekvel tot ze bijvoorbeeld weer naar school gaan'.
 

Offenders
Het is van belang de communicatie met uitsupporters op hoger peil te brengen. Uitsupporters verkeren te vaak in het ongewisse over de gang van zaken bij uitwedstrijden. Dit leidt tot wrevel en ongenoegen en dat kan uitlopen op aanhoudingen. En dit heeft weer een reeks van voor de hand liggende zaken tot gevolg waarmee wel degelijk nuttige vooruitgang kan worden geboekt: tijdige duidelijkheid over de beschikbaarheid van uitkaarten; duidelijkheid over de gang van zaken rond vervoer en omwisselbiljetten (inclusief omruillocaties); duidelijke tolerantiegrenzen in trein of bus; in het uitstadion mededelingen over treintijden en eventuele wachttijden in het uitvak, et cetera. Goede communicatie met uitsupporters vergt effectieve samenwerking en informatie-uitwisseling tussen Rotterdam (politie, club), KNVB, ontvangende club en vervoersorganisaties.
Politie en club (stewards) moeten bezoekers van De Kuip in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk maken wat wel en niet geoorloofd is. Dit om te voorkomen dat offenders de orde verstoren omdat ze denken dat in De Kuip alles 'moet kunnen'. Club en politie dienen zich te realiseren dat bekend maken – bijvoorbeeld op een kaartje – iets anders is dan bekend raken.
Professionalisering van de stewardorganisatie biedt met name soelaas bij het voorkomen van ordeverstoringen door offenders, die relatief goed aanspreekbaar zijn.

[kader]
Deze analyse is gebaseerd op langdurig veldwerk onder de aanhang van Feyenoord, inclusief casestudies van spraakmakend voetbalgeweld. Ook is gebruikgemaakt van COT-onderzoeksactiviteiten op het gebied van hooliganisme en voetbalbeleid voorafgaand aan dit veldwerk en, gedurende het 'Rotterdamse' veldwerk, buiten Feyenoord en Rotterdam.
Het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement verricht permanent, in opdracht en op eigen initiatief, onderzoek naar voetbalgeweld en voetbalbeleid. COT-onderzoekers wonen jaarlijks veel (risico)wedstrijden bij en het COT beschikt over een uitgebreid archief. Het COT onderzoekt zowel de veiligheidsorganisatie als het hooliganisme.
Voor (meer) uitleg en meer aanbevelingen ter preventie van voetbalgeweld verwijzen we naar het boek ‘Rotterdamse’ hooligans: Aanwas, gelegenheidsstructuren, preventie van E.J. van der Torre en R.F.J. Spaaij, uitgeverij Kluwer, Alphen aan den Rijn, 2003, ISBN: 90 130 0090 8), te bestellen via www.cot.nl.

 

Literatuur
COT-publicaties:
Het Heizeldrama: rampzalig organiseren en kritieke beslissingen, Samsom, Alphen aan den Rijn, 1988.
Beslissen over voetbalvandalisme: een permanent probleem, Gouda Quint, Arnhem, 1991.
Manchester United – Barcelona: de gewonnen wedstrijd, in: Alert, 1992.
Rood-wit en veel blauw: UEFA-cup finale Ajax-Torino, in: Algemeen Politieblad, 1992.
De Amsterdam-Arena: evaluatie van de veiligheidsorganisatie, Leiden/Amsterdam, 1998
Voetbal en geweld: onderzoek naar aanleiding van rellen en plunderingen bij een huldiging in Rotterdam (25 april 1999), Samsom, Alphen aan den Rijn, 1999.
Evaluatie EK 2000: Openbare orde en Veiligheid, Samsom, Alphen aan den Rijn, 2000.
Feyenoord-hooligans: organisatiegraad en informatiepositie, in: Tijdschrift voor de Politie, 2000.
Hooliganisme, in: Openbare orde: ernstige verstoringen, ontwikkelingen,beleid, Kluwer, Alphen aan den Rijn, 2002.
'Rotterdamse' hooligans: aanwas, gelegenheidsstructuren, preventie, Kluwer, Alphen aan den Rijn, 2003.

Lopend onderzoek:
Intelligence en de bestrijding van voetbalgeweld. Een onderzoek naar het verzamelen en benutten van informatie ten behoeve het veiligheidsbeleid bij voetbalwedstrijden (publicatie eind 2003).

 

Abstract

Growth in hooliganism: patterns and prevention
This article catalogues the ‘growth’ in ‘Rotterdam’ hooligans: without a doubt the most notorious of Dutch hooligans. The authors differentiate between Temporary and Permanent growth.
Temporary hooligans are by far the most risky. The ‘battle array’ is a temporary addition to the hard core, by friends and acquaintances who might have a history of hooliganism. ‘Occasional hooligans’ are a category of youngsters and young adults who will go to a football match partly because of the possible tension and disruption. Temporary hooligans go because they think they will get a kick out of it, and that is risky. This calls for a firm and partially tailored safety policy.
The growth in the number of Permanent hooligans can be attributed, first and foremost, to the ‘core of youths and followers’ who aspire to status via hooliganism. The largest group is the so-called ‘offenders’: a category of youngsters and young adults with low violence thresholds, who go too far during matches, partly because they think that ‘there’s nothing wrong with it’. This requires a completely different approach from that applied to temporary hooliganism. Such customisation is necessary, but as yet lacking.

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2003, jrg. 65, nr. 4, p. 29-33

0 reacties

Reageer op dit artikel