IGP: achtergronden en uitwerking

Door Rudie Neve, 01 mei 2009 11:46 uur0 Waardering:

Ratcliffe, Jerry (2008), Intelligence-Led Policing. Collumpton, Devon (UK): Willan Publishing, 265 pag., ISBN 978 1 84392 339 8.

Over Intelligence Led Policing is al aardig wat geschreven, ook in Nederland, maar pas sinds kort beschikken we over de enige correcte vertaling: Intelligence Gestuurd Politiewerk (IGP). Dat is de verdienste van het nieuwe boek 'Intelligence-Gestuurd Politiewerk: de doctrine van de politieacademie', uitgebracht door het lectoraat Recherchekunde van de Politieacademie (zie ook TvdP nr 3, p. 22). We moesten het eerder doen met de kreupele vertaling Informatie Gestuurde Politie; door sommigen ‘onder protest’ gebruikt (De Hert e.a., Tijdschrift voor Criminologie, 2005). Maar laten we het hebben over Ratcliffe’s boek. De auteur beantwoordt tot op zeker hoogte aan een cliché: hij werd door een ongeluk uitgeschakeld als bobby in Londen en belandde zo in de criminaliteitsanalyse. Hij ging studeren en werd hoogleraar in Australië en in de VS. Zijn boek is bedoeld als leerboek voor analisten en biedt tegelijk een diepgravende analyse, die relevant is in een land waar het Nationaal Intelligence Model naar het Britse voorbeeld is opgezet. Ratcliffe behandelt IGP in verhouding tot andere benaderingen, zoals problem oriented policing, compstat en community policing en kiest daarbij voor een kritische toon, zonder de lezer zijn mening op te dringen.

Intelligence-Led Policing werd voor het eerst bekend in Engeland, waar begin jaren ’90 door de Audit commission werd geconstateerd dat criminaliteit niet wordt teruggedrongen met traditioneel politiewerk. Sindsdien is IGP wellicht de meest succesvolle benadering van politiewerk, zeker in termen van verspreiding in politiekorpsen over de hele wereld. Zoals dat vaker gaat met politieconcepten is het lastig te duiden wat er precies onder wordt verstaan, omdat elk korps er weer een eigen draai aan geeft. Alvorens een dappere poging tot definitie te doen introduceert Ratcliffe de crime funnel, ofwel misdaadtrechter. Bovenaan gaan de gepleegde delicten in de trechter, onderaan komen veroordelingen er uit. In de VS en Engeland worden op elke duizend gepleegde misdrijven ongeveer vier mensen veroordeeld. Bij achtereenvolgens aangifte, registratie, opsporing, vervolging en berechting valt telkens een aanzienlijk deel van de delicten uit de boot. Ergo: het ongericht en reactief opsporen en vervolgen van daders kan nooit veel effect hebben op de totale criminaliteit. Ratcliffe trekt twee conclusies. Allereerst zou er veel meer aandacht moeten komen voor preventie, omdat alleen ‘bovenaan’ de trechter echt resultaat geboekt kan worden. Dit is uiteraard niet alleen een zaak van de politie. Daarnaast stelt hij dat de aandacht van de politie vooral gericht zou moeten worden op het kleine deel van de daders dat verantwoordelijk is voor een groot deel van de misdrijven, de prolific and serious offenders. Anders gezegd: Ratcliffe bepleit wat in Nederland bekend is als een persoons- (of dader-)gerichte aanpak en daarin kan IGP volgens hem het verschil maken. Zo komt hij tot zijn eigen definitie. Hij ziet IGP als een sturingsmodel en een managementsfilosofie, waarbij criminaliteitsanalyse een belangrijke rol speelt in de ondersteuning van een objectief besluitvormingsmodel, dat zich richt op preventie en op het terugdringen en verstoren van criminaliteit. IGP voedt zowel het strategisch management als effectieve handhavingsstrategieën die zich vooral richten op de stelselmatige daders, aldus Ratcliffe. Bij de targets denkt hij aan mensen voor wie een criminele carrière dreigt, zoals jonge criminelen die betrokken zijn bij overvallen en autodiefstal.

Bij de ontwikkeling van het concept ‘intelligence’ wordt aangehaakt bij Davenports DIK (data, informatie, kennis) continuüm. Intelligence wordt daaraan toegevoegd als een vorm van in zijn context geduide informatie (kennis) die gericht is op handelen, op actie. DIKI dus. Analisten moeten niet alleen goede inzichten in een criminaliteitsprobleem leveren, maar er ook voor zorgen dat ze daadwerkelijk invloed hebben op het besluitvormingsproces. Wat dit betreft duidt een recente studie van Van Calster en Vis (Panopticon, 2008) op grotere acceptatie van criminaliteitsanalyse in de Nederlandse korpsen in vergelijking met Engeland, waarvoor Ratcliffe verwijst naar werk van Nina Cope.

Een groot deel van het boek is gewijd aan de presentatie van het analytisch kader dat Ratcliffe het 3i Model noemt: interpret, influence, impact. Analisten interpreteren de criminele omgeving, beïnvloeden met hun producten het management en dat leidt er als het goed is toe dat besluiten worden genomen die daadwerkelijk een impact hebben. Oftewel dat criminaliteit wordt verminderd, criminele samenwerking wordt verstoord en de veiligheid toeneemt. Hiermee is ook het belang van evaluatie voor een succesvolle invoering van IGP in een lerende organisatie geduid.

Het is interessant om het boek van Ratcliffe eens naast de genoemde uitgave van de Politieacademie te leggen, dat volgens de titel zelfs een doctrine moet zijn.
 

 

 

Bron: het Tijdschrift voor de Politie, jrg.71, nr.5, 2009

0 reacties

Reageer op dit artikel