Illicit: How Smugglers, Traffickers and Copycats are Hijacking the lobal Economy by Moises Naim

Door Bert Wijbenga, 01 maart 2009 18:21 uur0 Waardering:

Illicit: How Smugglers, Traffickers and Copycats are Hijacking the Global Economy by Moises Naim

Wat neem je als politieman mee op vakantie? Meewarig wordt je aangekeken als het antwoord luidt dat dat toch in ieder geval enkele politiebladen en wat vakliteratuur betreft. Ondergetekende heeft zich de wintersportvakantie van dit jaar beperkt tot maar 1 boek, maar wel zo’n goed boek dat het de concurrentie met de gemidelde Dan Brown of Stephen King roman heel goed aan kan. Tussen de lange latten en de gluhwein was er de voortdurende verleiding verder te lezen in deze eye-opener van Moises Naim. En anders dan menige waarschuwende wetenschapper of journalist, blijft deze auteur niet hangen bij het stipuleren van het probleem, maar geeft hij ook handvatten voor de altijd aanwezige vraag van praktijkmensen : What to do?

 

Het gaat over de onwettige (illicit, red.) wereldwijde handel, die gaandeweg een schokkende vermoedelijk 1/3e deel van de totale wereldhandel is gaan uitmaken. De inhoudsopgave is meteen al een mooie opsomming van tot welke domeinen de illegale handel zich heeft weten uit te strekken: wapens (from small arms to loose nukes!), drugs, mensenhandel of slavernij, intellectueel eigendom en copyright, witwassen, beschermde diersoorten, menselijke organen, afvalverwerking, kunst en antiek. Op een gedocumenteerde en overtuigende wijze bewijst hij zijn punt dat deze handel zeer ver doordrongen is in onze wereld en meer dan ooit tevoren in de geschiedenis. Verklarende elementen zijn de nationale grenzen, waar overheden zich aan hebben te houden en zich door beperkt weten, terwijl diezelfde grenzen de criminele handelaren veel business opportunities opleveren. Ook de wereldwijde ict mogelijkheden, de financiële supersnelle transactiemogelijkheden en niet in het minst de indrukwekkende logistieke mogelijkheden van deze tijd geven de onwettige handel wind in de zeilen. Wat echter onveranderd is gebleven is de werkwijze van de penose: corrumperen van functionarissen, geweld of dreiging met geweld, valse documenten, smokkelen, etcetera. Wat ook onveranderd is gebleven is de drijfveer: geld, geld en nog eens geld. En om aan illusies van dat het vanzelf minder zal gaan worden maakt Naim een helder eind: ‘For now, the trend is toward more. More trafficking, more black holes, more conflict and confusion, and borders that remain porous despite government attempts to seal them.
Waarom is deze handel erg? Deze vraag krijgt relatief gezien weinig aandacht in het boek. Giftige dumpplaatsen in derde wereldlanden met doden en invaliden als gevolg, smerige exploitatie van mensen voor sex of arbeid, wijd-verspreide verslaving aan gevaarlijke genotsmiddelen, faciliteren van levensvernietigende oorlogen door wapenleveranties en ga zo maar door. De penose handelaren verrijken zich ten koste van een hoge prijs bij andere wereldburgers. Wat vervolgens de kenmerken zijn van juist deze vormen van criminaliteit vind ik een heel sterke paragraaf van het boek, omdat het meteen zo veel impliceert over de te kiezen aanpak. Ik noem ze hier alle zes:
- Illicit trade
- is driven by high profits, not low morals;
- is a political phenomenon;
- is more about transactions than products;
- cannot exist without licit trade;
- involves everyone; and
- Governments can’t do it alone.

Wat de aard van de onwettige handel is en hoe ernstig het is voor het welzijn in de wereld maakt Naim heel duidelijk. Zijn oordeel over de effectiviteit van de overheid om de illegal handel aan te pakken evenzeer: ‘Despite all the rethoric and colossal resources devoted to stemming the tide, governments are universally losing the battle against traffickers.’ Tot mijn grote instemming en bewondering sluit hij het boek hier niet mee af, maar wel met een hoofdstuk 12 getiteld ‘What to do’. Dit hoofdstuk opent met de bemoedigende woorden ‘It isn’t hopeless’, waarna hij in acht paragrafen ingaat op wat acht noodzakelijke elementen zijn van een kansrijke aanpak dan wel terugdringing van de onwettige handel in de wereld. In deze uitwerking betoont Naim zich een betrokken en goed ingevoerde kenner van de onwettige handel, met een realistisch en praktisch oog voor wat wel en niet mogelijk is, zonder te vervallen in pessimisme. Juist met dit hoofdstuk als bekroning maakt hij van Illicit een zeer informatief en inspirerend boek voor allen die beroepsmatig betrokken zijn bij de strijd tegen de onwettige handel in welke verschijningsvorm dan ook.
Wat een absolute schoonheidsfout in Illicit voor mij is, is de te grote hoeveelheid tekst en de hoge mate van herhaling, die hij bezigt om zijn betoog te voeren. Dit is een verhoogde drempel die niet nodig was, als hij ten minste honderd van zijn ruim driehonderd pagina’s had weten te schrappen. Niet zelden moest ik mij (en dat lag toch echt niet aan de après-ski) door herhalingen of onnodige uitweidingen heen knokken. De beloning kwam dan altijd weer in een latere paragraaf of boeiende alinea.
Verrassend vond ik het moment waarop Naim de enorme wereldwijde inspanning tegen terrorisme na de aanslag op het WTC op de beruchte datum 9/11 inriep als voorbeeld van wat mogelijk is als overheden en bedrijven en burgers wereldwijd de strijd verklaren aan een kwaadwillende groep. Tussen de regels door roept hij de suggestie op dat een dergelijk breed en krachtig offensief noodzakelijk is om de onwettige handel terug te dringen. Ook hier betoont hij zich overigens een genuanceerd schrijver als hij ook de minder succesvolle kanten van de’War on terrorism’ benoemt. Het volgende citaat van een douane-officier is hier zeer illustratief: ‘I used to sleep wondering what new trick the smugglers and crooks and –since September 11- the terrorists would pull on us, but now I found myself awake worrying sick because I knew that our internal strife was making life far easier for all of them at a time when we needed to be at our most effective. I knew how quick, creative and dangerous the bad guys are. And here we were spending all the time in meetings and watching Powerpoint presentations by lawyers and politicians.’


 

 

 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, nr. 2, 2009

0 reacties

Reageer op dit artikel