Implementatiekunst

Door Claudia Verhagen, 01 maart 2009 19:27 uur0 Waardering:

Implementatiekunst, Gids voor realistisch veranderen, Marcel Kuhlman en Brigitte Hoogendoorn, okt 2008, 362 pag’s, ISBN 9789055946297.

Implementatiekunst is een boek, ingedeeld in drie blokken. In het eerste blok wordt ingegaan op de filosofie achter implementatiekunst: klassieke veranderstrategieën werken niet meer, er is geen lineaire route van A naar B. Dit komt deels een beetje obligaat over maar is misschien onvermijdelijk als start van het boek. Daarna geven de auteurs aan wat zij verstaan onder implementatie: duidelijk méér dan slechts invoering van een nieuw systeem.
In blok twee wordt beschreven hoe de implementatie-aanpak kan zijn. Er komt veel aan bod, van de persoon van implementatiekunstenaar (verder regisseur genoemd), het stellen van de juiste diagnose over de onderhavige case tot verschillende interventiemethoden en –technieken. Tevens wordt een model behandeld dat uitgaat van vijf basisvragen, zes implementatiefacetten en 11 werkzame principes. Dit laatste staat in een mooi plaatje weergegeven, dat weinig toelichting behoeft. Het derde blok is een verzameling van bijdragen van anderen. Onduidelijk blijft, of deze bijdragen specifiek voor dit boek zijn opgesteld. Het gaat hier om korte en soms minder korte verdiepingen op een aantal thema’s omtrent verandering.

Deze gids voor realistisch veranderen roept een onbestemd gevoel op. Het klopt allemaal wel wat er staat, maar of het lezen van dit boek je nu echt verder helpt? De eerste regel op de omslagtekst is pakkend: “Hoe krijg ik ze zover?”. Dit zal bij elke leidinggevende of projectmanager een gevoel van herkenning oproepen. Op het einde van de omslag is er nog steeds herkenning: echter nu van typisch adviseur/consultant jargon: “een spectrum van concepten, methoden en technieken wordt toegankelijk gemaakt.”, “vermogen om meerdere en soms conflicterende realiteiten toegankelijk te maken als bron voor groei en ontwikkeling van mensen in organisaties”, en “interventiereportoire wordt opgerekt”. De auteurs zien de lezer eerder als een collega/adviseur dan als een (project-) manager in een organisatie waar wordt veranderd. Er worden veel methoden en technieken opgesomd en dat komt op een gegeven moment teveel over als een serie uittreksels uit andere boeken. Een aantal wordt uitgebreider toegelicht, door de auteurs proeverij genoemd. Dit is voor de lezer zeker geschikt om globale kennis op te doen, maar om zélf toe te passen is verdieping absoluut nodig. Er hadden meer praktische voorbeelden in gemogen van gemaakte keuzes uit de praktijk. Het boek is geschikt om up to date te zijn over huidige implementatietheorieën en technieken en collega adviseurs kunnen ermee op weg geholpen worden bij hun eigen trajecten. Het zal ook ongetwijfeld gebruikt gaan worden als literatuur bij cursussen van de Pentascope Academy, waaraan de auteurs verbonden zijn, en daar is het boek waarschijnlijk goed op zijn plaats.

De op de kaft getoonde schilderskwasten passen naar mijn mening goed bij het onderwerp: je hebt verf, verschillende kwasten, verfsoorten en technieken maar het is de schilder die het werk bepaalt. Om dit te kunnen, is overdracht van vakmanschap nodig: die tips die de meester geeft aan de leerling die voor houvast zorgen in moeilijke momenten. Dergelijke momenten zijn schaars in het boek. Een krachtige stelling (die overigens al op de omslag te vinden is) wil ik u tot slot niet onthouden: veranderingen zijn niet te mangeren of te plannen maar de eigen interventies en gedrag wel. Dát soort opmerkingen onthoud je.


 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, jrg 71, 2009,nr. 2

0 reacties

Reageer op dit artikel