Impressie van een hondenbaan

Door Claudia Verhagen, 01 maart 2009 20:38 uur1 Waardering:

Dr. Janine Janssen (2008), Hondenbaan. 100 jaar honden bij Politie Haaglanden, Den Haag: Politie Haaglanden, 64 pp., ISBN 978 90 788 5306 0

 

‘Als u mij geen mensen kunt geven, geef mij dan honden’. Ruim honderd jaar geleden deed de Belgische hoofdcommissaris Van Wesemael een verzoek aan het stadsbestuur om extra personeel. Zijn verzoek werd niet ingewilligd. Met deze historische woorden legde de hoofdcommissaris de basis voor de huidige hondenbrigades bij politiekorpsen over de gehele wereld. De Haagse hondenbrigade is de oudste van Nederland. Ter ere van het honderdjarige bestaan werpt korpscriminologe Janine Janssen een blik in de keuken van de Haagse hondenbrigade. Een historische analyse is het helaas niet. Hiervoor is volgens Janssen teveel historisch materiaal verloren gegaan.
Het prille begin van het werken met politiehonden vinden we aan het eind van de negentiende eeuw, als Van Wesemael drie honden in dienst neemt om de politietaken in Gent te ondersteunen. Inspecteur Rothpletz startte in 1908 de eerste hondenbrigade in Nederland. Deze eerste chef Hondenbrigade is zich kennelijk dán al bewust van het belang van een goed imago van de politie. Hij haalt fel uit naar fokkers die menen dat politiehonden vals en kwaadaardig moeten zijn.

Politiehondentrainer van het eerste uur Kessler had aandacht voor het individuele karakter van de hond en pleitte voor een diervriendelijker halsband. De eerste politiehondenschool, de verschillende inzichten ten aanzien van verwerving van honden, de steeds belangrijker wordende certificering; het komt allemaal aan bod in het boek.

Interessant wordt ‘Hondenbaan’ waar Janssen haar interesse voor dieren in de criminologie de ruimte geeft. De relatie tussen mens en dier is helaas niet altijd verheffend. Ook honden kunnen dader óf slachtoffer worden van diverse vormen van geweld, zoals thuisgeweld. Dierenkwelling door kinderen op jonge leeftijd kan een voorspeller zijn van later gewelddadig gedrag. De thema’s dierenrechten en dierenactivisme worden kort aangehaald, maar helaas worden deze onderwerpen nauwelijks uitgewerkt en niet gelinkt aan het werken met politiehonden.

Naast een aantal leuke weetjes uit de historie brengt Janssen voor de gemiddelde politiemedewerker weinig nieuws. Ook de mogelijkheden van een AOE (aanhoudings- en ondersteuningseenheid) -hond kunnen bekend worden verondersteld. Enkele anekdotes fleuren het boek op. Zo heeft een bewakingshond in Engeland uit jaloezie de peperdure teddybeer van Elvis Presley verscheurd en zou het een fabeltje zijn dat drugsspeurhonden verslaafd zijn aan drugs.

Het boek is gelardeerd met korte interviews, waarbij Janssen de honden zelf aan het woord laat. Drugshond Laya is nog wel vermakelijk: zij is gepensioneerd maar gaat nog graag in de kinderkamers van haar nieuwe gezin 'op zoek naar verdovende middelen'. Explosievenhond Tosca is aanmatigend door te stellen dat de politieleiding niet snapt hoe bijzonder de samenwerking tussen mens en hond is. De irritatie slaat toe als Janssen diensthond Nicky laat zeggen dat de rechtspositie van de diensthond matig is en dat er meer aandacht moet zijn voor de emoties van het dier. Door vervolgens een jaloers paard aan het woord te laten, gaat Janssen finaal over de kop.

Kortom, een weinig serieus boek met enkele leuke wetenswaardigheden en vooral een prachtige vormgeving, dat het goed zal doen als relatiegeschenk.

 


 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, jrg 71, 2009, nr. 3

1 reacties

spannend verhaal en leuk geschiedenis.
Ik heb een klacht over deze reactiepukkie de mechelaar op 17 januari 2014 09:43 uur

Reageer op dit artikel