In veilige handen? : Direct gekozen burgemeesters in relatie tot openbare orde, veiligheid en politie

In dit artikel geven wij de bevindingen weer van een vergelijkend onderzoek naar de relatie tussen de aanstellingswijze van de burgemeester en zijn taken op het terrein van openbare orde, veiligheid en politie in vier Europese landen: Duitsland, België, Engeland en Spanje . Twee landen hebben recent ontwikkelingen doorgemaakt in de aanstellingswijze van de burgemeesters (Duitsland en Engeland) of zullen die gaan doormaken (België). Dit biedt de mogelijkheid te onderzoeken in hoeverre de veranderingen in de aanstellingswijze gepaard zijn gegaan met veranderingen in de taak en/of de taakopvatting van de burgemeesters ten aanzien van openbare orde, veiligheid en politie. Daarnaast is Spanje als vergelijkingsland relevant. In dat land is uitdrukkelijk gekozen voor een sterke burgemeesterspositie en is de burgemeester tevens hoofd van de plaatselijke politie.

De plannen van de regering om nog in deze kabinetsperiode over te gaan tot een direct gekozen burgemeester verkeren in een vergevorderd stadium. Er is inmiddels een hoofdlijnennotitie van het kabinet. Hierin wordt ook ingegaan op de taken van burgemeesters ten aanzien van openbare orde, veiligheid en politie. Dat lijkt logisch. Het rechtstreeks verkiezen van de burgemeesters zou immers hun neutraliteit kunnen doen afnemen of zelfs teniet kunnen doen. Dat, al of niet vermeende, verlies van neutraliteit zou dan vervolgens de kwaliteit van de taakbehartiging ten aanzien van openbare orde en veiligheid kunnen beïnvloeden. Andersom zou de rechtstreekse en eigen democratische legitimatie van de burgemeester ook het belang van openbare orde en veiligheid in de gemeentelijke beleidsprocessen kunnen versterken.

In de 'Hoofdlijnennotitie direct gekozen burgemeester' van het kabinet wordt gesteld dat er weinig redenen zijn te tornen aan de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Nederlandse burgemeester op het gebied van openbare orde, veiligheid en politie. Er past zelfs een versterking van zijn coördinerende rol ten aanzien van het handhavings- en veiligheidsbeleid. Toch wordt gedacht aan een aanvulling op het bestaande stelsel van 'checks and balances' door verbreding van de aanwijzingsbevoegdheid van de minister van BZK ten aanzien van de handhaving van de openbare orde in de gemeente (art. 16 van de Politiewet 1993). Een dergelijke verbreding zou nodig kunnen zijn voor gekozen burgemeesters die weinig bestuurlijke ervaring hebben.

Hoe is met deze kwesties omgegaan in het buitenland en welke lessen kunnen wij leren van ervaringen elders? Hierna beschrijven wij per land de huidige feitelijke situatie. Ook gaan wij in op de ontwikkelingen rond de aanstellingswijze van de burgemeesters en de (eventuele) discussies die daarover in de onderzochte landen gevoerd zijn, voorzover zij betrekking hebben op openbare orde, veiligheid en politie.
 

Duitsland
Tot enkele jaren geleden kende Duitsland een groot aantal verschillende lokale bestuursmodellen en dito invullingen van de burgemeestersrol. Tussen de Duitse deelstaten bestonden aanzienlijke verschillen in bevoegdheden van burgemeesters. De verschillen tussen de gemeentewetten van de deelstaten zijn vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw verkleind.  In grote lijnen komen de veranderingen neer op een ontwikkeling in de richting van meer democratie, in de vorm van de directe verkiezing van de burgemeester en de invoering van mogelijkheden voor volkspetities en referenda. In de praktijk wordt van deze laatste mogelijkheden in uiteenlopende mate gebruikgemaakt, terwijl de gekozen burgemeester overal een feit is. Verschillen in de inrichting van het binnenlands bestuur per deelstaat bestaan nog steeds, maar er is duidelijk sprake van convergentie. In concreto hebben de verschillende bestuursmodellen zich ontwikkeld in de richting van de 'Süddeutsche Ratsverfassung'. Kenmerkend voor dat model is de direct gekozen burgemeester met aanzienlijke bevoegdheden. In veel deelstaten kan de raad niet meer alleen, zonder de bevolking daarover te raadplegen, de burgemeester naar huis sturen. In veel gevallen is de direct gekozen burgemeester ook voorzitter van de raad. De directe verkiezing geeft de burgemeester een meer autonome positie binnen het lokale bestuur.

De zestien afzonderlijke deelstaten zijn in Duitsland volgens de Grondwet verantwoordelijk voor de politie. De politie is, vanuit de gemeente gezien, een relatief zelfstandige organisatie. Voor de deelstaat is het meer een onderdeel van het eigen apparaat. Wat de bevoegdheden over de reguliere politie betreft, geldt dat de burgemeester geen bevoegdheden heeft. Voorzover het actie en inzet van de politie betreft, zijn burgemeesters in Duitsland (dus) tamelijk machteloos.
De reguliere politie is primair een zaak van de deelstaat en voor enkele specialistische functies van de federale regering. In een aantal deelstaten compenseren burgemeesters hun machteloosheid door convenanten te sluiten met de reguliere politie, waarin ieders inzet (ook die van de gemeente) wordt vastgelegd.
Directe zeggenschap over de reguliere politie heeft de burgemeester nooit. Voorzover de burgemeester in Duitsland iets over politie te zeggen heeft, betreft dat de 'Ordnungspolizei', een soort dienst stadstoezicht. De burgemeester (of in grotere steden de 'Oberbürgermeister') heeft wel bevoegdheden op het terrein van openbare orde en veiligheid, brandweer, rampen en calamiteiten. Die bevoegdheden vloeien primair voort uit federale en vooral deelstaatwetgeving. In dit opzicht lijkt zijn positie op die van zijn Nederlandse collega. Voor zijn rol ten aanzien van de politie gaat de vergelijking echter geenszins op. De gemeenteraad heeft in veel van deze gevallen het recht geconsulteerd te worden maar geen beslissingsrecht. Daar is alleen sprake van, voorzover het raakt aan het budgetrecht.

De rol van de burgemeester inzake openbare orde, veiligheid en politie is geen onderwerp van publiek debat. Het is een taak naast alle andere, die er niet uitspringt naast andere taken. Uit ons onderzoek blijkt dat zich geen nieuwe ontwikkelingen voordoen op dit gebied. Daar bestaat ook geen behoefte aan. Wel zijn er in gemeenten in een aantal deelstaten aanzetten tot een (meer) integrale aanpak van onveiligheid. Het veiligheidsbeleid wordt als onderwerp lokaal steeds belangrijker. Op gemeentelijk niveau worden maatregelen ontwikkeld om de veiligheid te vergroten. Er ontstaan geleidelijk vormen van samenwerking tussen de 'Ordnungspolizei' en de 'Staatliche Polizei' in de vorm van 'Ordnungspartnerschaften' (convenanten). Hierin formuleren de gemeente en de politie gezamenlijk na te streven doelstellingen.
Veiligheid wordt wel meer een lokaal thema. De burgemeester krijgt zo een meer geprofileerde en meer zichtbare rol op het gebied van openbare orde en veiligheid. Dat wordt alleen maar sterker in geval van een gekozen burgemeester.
 

België
De wijze waarop in België de burgemeester aangewezen wordt, lijkt op die in Nederland, maar is toch een wezenlijk andere. De Belgische burgemeester komt voort uit de plaatselijke gemeenschap. Hij wordt verkozen als raadslid en is in de meeste gevallen de representant van de raadsmeerderheid. De Vlaamse deelregering heeft in juli 2002 een voorontwerp van een wetsvoorstel ingediend om de burgemeester per 2006 rechtstreeks door de bevolking te laten kiezen.
Het politiebestel in België is recent hervormd. Het zogenaamde 'Octopusakkoord' van 1998 leidde tot een radicale verandering van het Belgische politiebestel. Acht politieke partijen (vandaar de verwijzing naar octopus) kwamen overeen dat de afzonderlijk georganiseerde Rijkswacht, gerechtelijke politie en gemeentelijke politie werden opgeheven. Het Octopusakkoord legde de basis voor de noodzakelijke eenmaking van de politiediensten. Er zijn uitsluitend nog federale en lokale politie. Deze niveaus zijn autonoom. Het nieuwe stelsel is in twee fasen ingevoerd. Per 1 januari 2001 kwam de federale politie tot stand, een jaar later de zonale korpsen.
In de nieuwe politiestructuur is de gemeente niet langer de basis voor de organisatie van de lokale politie. Het grondgebied wordt ingedeeld in politiezones, met in elke zone een lokaal korps. Voor een aantal zones valt het grondgebied van de zone samen met dat van een gemeente, de andere overlappen twee of meer gemeenten. Toch blijft de lokale politie verankerd in de gemeenten. In elke gemeente van de meergemeentenzone komt minstens één politiepost.

De bevoegdheden van de Belgische burgemeester op het terrein van politie, openbare orde en veiligheid zijn ook na de politiereorganisatie in grote lijnen vergelijkbaar met die van zijn Nederlandse collega.
In ééngemeentezones behouden de burgemeester, het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad hun huidige bevoegdheden ten aanzien van het lokale korps. In meergemeentenzones nemen de politieraad en het politiecollege de bevoegdheden over van respectievelijk de raad en het college. De politieraad is evenredig samengesteld uit de leden van de gemeenteraden van de zonegemeenten. Het politiecollege wordt gevormd door de burgemeesters van de verschillende gemeenten van de meergemeentenzone.
De politie is in België meer een lokale aangelegenheid dan in Nederland. Dat is ook na de recente politiehervorming het geval. De burgemeester in België neemt ten aanzien van het gezag over de politie een stevige positie in, die in hoofdlijnen vergelijkbaar is met die van zijn Nederlandse collega. Sinds de politiereorganisatie is zijn bemoeienis met het beheer van de politie groter dan in ons land. Die beheersbevoegdheid deelt hij met zijn raad of het politiecollege omdat die organen bevoegd zijn tot het vaststellen van de politiële begroting. Gemeenten financieren de politie. Zij ontvangen daartoe van de federale regering een doeluitkering, waar minimale eisen aangaande de politiebegroting tegenover staan. De meeste gemeenten gaan veel verder dan dat en passen dat uit eigen zak bij.
In zeker opzicht is de positie van de Belgische burgemeester ten opzichte van de politie zelfs sterker geworden. Hij is verantwoordelijk voor het beheer van de politie, alleen of samen met de andere burgemeesters ten aanzien van de zonale korpsen.
Evenals in Nederland heeft de burgemeester in dringende gevallen waar de openbare orde in het geding is, een autonome bevoegdheid om op eigen gezag maatregelen te nemen en verordeningen uit te vaardigen, zonder vooraf de gemeenteraad te raadplegen. Een verschil met Nederland is dat niet de burgemeester maar het college van schepenen bevoegd is inzake de openbare orde bij openbare vertoningen (art. 130 NGW).
De Belgische burgemeester kan een deel van zijn taken ten aanzien van de politie overdragen aan een van zijn schepenen. Dat geldt niet voor zijn verordenende bevoegdheden. Op enkele plaatsen wordt geëxperimenteerd om de portefeuille veiligheid aan een schepen toe te wijzen.
De lokale overheden blijven de spil in het beleid en het beheer van het plaatselijke politiekorps. De burgemeester blijft de spil van het lokale veiligheidsbeleid, maar in meerzonegemeenten moet hij de macht delen.

De positie van de burgemeester in het beheer van politiële zaken is tijdens deze reorganisatie niet zwakker geworden. De positie van de burgemeester ten aanzien van de politie is ook niet in discussie nu de Vlaamse deelregering heeft voorgesteld de burgemeester per 2006 rechtstreeks door de bevolking te laten kiezen. De taken op het terrein van de politie maken van de discussie geen deel uit. De burgemeester wordt gezien als een lokale representant en minder als een vertegenwoordiger van het centrale gezag. De politietaak behoort tot die lokale aangelegenheden en is daarmee onomstreden. Ook in België valt op het politieterrein een oprukkende centrale overheid te constateren. Een belangrijk verschil is wel dat de federale regering de politie maar voor een deel betaalt.
 

Engeland
Het binnenlands bestuur in het Verenigd Koninkrijk is aan het veranderen. Dat geldt ook de politiek-bestuurlijke inrichting van de gemeenten. Een van de meer zichtbare wijzigingen in het binnenlands bestuur betreft de positie van de burgemeester. Hoewel gemeenten van oudsher vaak wel een ceremoniële 'Lord Mayor' kenden, is de burgemeesterspositie in Engeland wezenlijk anders dan in veel andere West-Europese landen.

De situatie in Engeland is divers. Sommige gemeenten kennen geen burgemeester of kennen een vergelijkbare functionaris die slechts een ceremoniële functie vervult. Andere gemeenten kennen direct gekozen burgemeesters (eind september 2002 zeven). Dat geldt ook voor het grootstedelijke (regionale) bestuur Groot-Londen. De gekozen burgemeester is in het Engels lokaal bestuur een relatief nieuwe figuur.
Engelse burgemeesters hebben niet of nauwelijks bevoegdheden ten aanzien van openbare orde en veiligheid en politie. De politie is een taak van de nationale overheid, met het Home Office als verantwoordelijk departement. Dit ministerie bepaalt elk jaar de belangrijkste prioriteiten voor de politie en controleert deze door een inspectie ('Her Majesty's Inspectorate of Constabulary'). De centralisatie wordt verder versterkt door de nadruk op prestatiemeting en de jaarlijkse publicatie van beleidsdoelstellingen (een algemene tendens in Engeland).
Engeland heeft, buiten Londen, in feite één politiekorps, een nationaal korps. Het is opgedeeld in politieregio's die vrijwel allemaal het grondgebied van een aantal gemeenten omvatten. Zij worden bestuurd door een zogenaamde 'Police Authority'. Deze bestaan uit zeventien leden, waarvan negen gemeenteraadsleden van inliggende gemeenten, drie leden van de magistratuur en vijf onafhankelijke leden
De belangrijkste taken van de 'Police Authority' zijn het vaststellen van het lokale politieplan, waarin de plannen voor het komende jaar vermeld staan en de financiële vertaling daarvan. Na elk jaar brengt de 'Police Authority' een jaarverslag uit. Ook benoemt de 'Police Authority' de hoogste functionarissen (onder goedkeuring van het Home Office). Daarnaast heeft zij de taak ervoor te zorgen, dat zij zicht krijgt op de opvattingen van de inwoners over het optreden van de politie. Vaak worden daartoe 'local liaison committees' opgericht. Daarin bespreken raadsleden, burgers en politiefunctionarissen kwesties die voor de politie van belang zijn. De overige taken van de politie liggen niet bij de Police Authority, maar bij de korpsleiding, de Chief Constable (of, in Londen, de Commissioner).
In Nederlandse ogen is het opmerkelijk dat in het Verenigd Koninkrijk raadsleden deel uitmaken van de regionale 'Police Authorities' en als zodanig meer te zeggen hebben over de politie dan burgemeesters, althans, op papier. Uitzondering vormt Groot-Londen omdat de burgemeester van die regionale bestuurslaag de omvang van het politiebudget vaststelt.

Burgemeesters, ook de direct gekozenen, hebben geen bevoegdheden op het gebied van openbare orde, veiligheid en politie. Dat geldt ook bij calamiteiten en rampenbestrijding. Sinds enkele jaren hebben gemeenten overigens wel de wettelijke verplichting om een lokaal veiligheidsplan op te stellen, een 'Crime and Disorder Reduction Plan'.
Uitzondering op dit alles is Groot-Londen. Groot-Londen heeft een eigen politiemacht, de Metropolitan Police. De bevoegdheden van het Home Office zijn voor een groot deel gedecentraliseerd naar de direct gekozen burgemeester. Het systeem is tripartiet, de belangrijkste actoren zijn het Home Office, de Chief Constable en de Police Authority. Maar langzamerhand begint zich een 'quadrapartiete' systeem te ontwikkelen, waarbij ook de gemeenten een rol gaan spelen en partnership het sleutelwoord is.

Gekozen burgemeesters manifesteren zich meer en meer op het terrein van openbare orde en veiligheid. Dat is deels een reactie op de zeer zelfstandige positie van de politie, deels een gevolg van de verplichting voor gemeenten te streven naar lokale samenwerkingsverbanden en de verplichting voor elke gemeente om een lokaal veiligheidsplan op te stellen. Minstens zo belangrijk is, dat enkele van de direct gekozenen uitdrukkelijk gekozen zijn op een programma waarin het veiligheidsvraagstuk centraal stond.
Burgemeesters zijn in de praktijk invloedrijker op dit terrein dan op basis van hun formele positie te verwachten is. Het direct verkiezen van burgemeesters gaat samen met meer aandacht voor openbare orde en veiligheid. De directe verkiezingen werken positief uit op de publieke en politieke aandacht voor dit vraagstuk. In het debat omtrent de invoering van de nieuwe lokale bestuursmodellen waren de bevoegdheden op het punt van openbare orde en veiligheid geen issue.
 

Spanje
In Spanje wordt vrijwel voortdurend gediscussieerd over de inrichting van het binnenlands bestuur en over de positie van de burgemeester. Momenteel maken de sociaal-democraten, die in de oppositie zijn, zich sterk voor een rechtstreeks gekozen burgemeester. Anders dan Nederland kent Spanje een pseudo-federale staatsinrichting. Het binnenlands bestuur bestaat uit de autonome gemeenschappen ('communidades autonomas') en het lokaal bestuur. Dat laatste omvat zowel de provincies als de gemeenten. Het lokaal bestuur heeft niet veel in de melk te brokken. Voorzover in Spanje sprake is van decentralisatie, draait die meestal om verschuiving van macht van het centrum naar de autonome gemeenschappen.

Spanje kent geen uniforme regeling voor de aanstelling van de burgemeester. In gemeenten met meer dan 250 inwoners kiest de gemeenteraad uit zijn midden de burgemeester. Om gekozen te worden tot burgemeester is een absolute meerderheid van stemmen vereist. Meestal wordt daardoor de leider van de meerderheidspartij de burgemeester.

In Spanje bestaan vele politiekorpsen. Naast twee nationale korpsen bestaan in enkele autonome gemeenschappen regionale politiekorpsen en, in gemeenten met meer dan 5.000 inwoners, gemeentelijke korpsen. De bevoegdheden zijn deels verschillend, deels overlappend.
De Spaanse burgemeesters hebben een beperkte taak op het terrein van openbare orde en veiligheid. In gemeenten met minder dan 5.000 inwoners hebben zij geen enkele zeggenschap over de politie. Zij dragen echter wel enige verantwoordelijkheid voor de openbare orde, maar ontberen de noodzakelijke middelen. Zij kunnen slechts de hulp inroepen van de Guardia Civil. Die is niet verplicht de steun te verlenen.
In gemeenten met meer dan 5.000 inwoners is de burgemeester verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid binnen de gemeente. Daarom staat hij aan het hoofd van het politiekorps en de brandweer. Het politiekorps heeft echter een beperkte taak, die in het bijzonder is gericht op verkeersbegeleiding en openbare orde. Naast het gemeentelijke korps opereert in de grotere gemeente het nationale politiekorps. Noch over de nationale politie, noch over de politie van de autonome gemeenschap (voorzover die een eigen politiekorps ingesteld heeft), hebben burgemeesters zeggenschap. In kleinere gemeenten zijn onderdelen van de Guardia Civil verantwoordelijk voor de politiezorg en het handhaven van de openbare orde en de veiligheid. Burgemeesters in die gemeenten hebben amper taken op dit terrein.
De burgemeester is verplicht de raad te informeren. Formeel kan hij deze taak delegeren aan elke persoon die hij daartoe geschikt acht. In de praktijk is het vaak een wethouder die deze taak in zijn portefeuille heeft. In grotere gemeenten gebeurt dat vaker dan in kleinere. Opvallend is, dat openbare orde, veiligheid en politie, 'slechts' taken zijn te midden van andere.

Het grootste probleem in de Spaanse situatie is het coördinatievraagstuk. Het bestaan van vier verschillende politiekorpsen met deels overlappende taken leidt tot onduidelijkheden. Die onduidelijkheden bestaan zowel in het besturen van de politieorganisatie als in de dagelijkse praktijk.

De tendens die wij waargenomen hebben, is dat de gemeenten meer en meer taken op het terrein van openbare orde en veiligheid beginnen over te nemen van het rijk. De gemeenten beginnen het gat te vullen dat de andere politieorganisaties laten vallen in de politiezorg.
Daarnaast wordt gesignaleerd, dat burgemeesters, ondanks hun beperkte taken op het terrein van openbare orde en veiligheid, de coördinatie aan zich beginnen te trekken. Formeel hebben zij ook een positie van waaruit zij dat kunnen doen: zij zijn formeel voorzitter van de lokale veiligheidsraden. Maar die colleges opereren niet in alle gemeenten even goed.

De verhouding tussen de bestuurslagen en tussen de bestuursorganen op lokaal niveau zijn al jarenlang onderwerp van bestuurlijke en politieke debatten. De positie van de burgemeester is bewust sterk gemaakt in de gemeentewet. Op geen enkel moment is daarbij de taak van de burgemeester op het terrein van openbare orde, veiligheid en politie aan de orde geweest. Enerzijds is er niet gesproken over de vraag of die taak wellicht uitgebreid zou moeten worden. Anderzijds is de positie van de burgemeester als hoofd van de plaatselijke politie ook geen onderwerp van discussie geweest. Anders gezegd, de relatie tussen aanstellingswijze en de taken is in Spanje geen thema, noch in de wetenschap noch in de bestuurspraktijk. Het feit dat burgemeesters in Spanje gekozen worden door de gemeenteraad en materieel in veel gevallen rechtstreeks gekozen zijn (de persoon van de lijsttrekker is bij gemeenteraadsverkiezingen belangrijk), is op geen enkele manier onderwerp van discussie als het om hun taken op het terrein van openbare orde en veiligheid gaat. Die aanstellingswijze is geen factor in de bepaling van de taakverdeling tussen de verschillende politieorganisaties. Zij is geen thema.
Een thema dat wel leeft, is het vergroten van de bevoegdheden van de burgemeester op het terrein van openbare orde en veiligheid. Door de Spaanse vereniging van gemeenten en provincies wordt daar sterk op aangedrongen, zeker waar het de grotere gemeenten betreft.
Spaanse burgemeesters beginnen meer taken te claimen op het terrein van openbare orde en veiligheid. Dat kan gezien worden als een reactie op een gebrekkige coördinatie tussen de verschillende politieorganisaties, maar ook als een gevolg van de stijging van veiligheidsvraagstukken op de lokale politieke agenda.
Op dit moment is een discussie gaande over de vraag, of burgemeesters wellicht meer bevoegdheden zouden moeten hebben. In Catalonië is al een wetsontwerp van die strekking ingediend. Deskundigen spreken de verwachting uit, dat die uitbreiding er zal komen. Zijn wijze van aanstelling is daarbij niet in discussie.
 

Vergelijking met de Nederlandse burgemeester
De Nederlandse burgemeester heeft een steviger positie op het terrein van politie, openbare orde en veiligheid dan zijn buitenlandse collega's, met uitzondering van de Belgische. In België hebben zowel de burgemeester als de gemeenteraad een steviger positie ten aanzien van de politie dan in Nederland. Die bijzondere positie van de Nederlandse burgemeester is overigens in de afgelopen decennia verminderd door de toegenomen bemoeienis van de raad (hoe weinig die in de praktijk vaak ook om het lijf heeft), de politiereorganisatie en de toegenomen invloed van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Terwijl in Nederland verantwoordelijkheden voor openbare orde en veiligheid enerzijds en voor politie anderzijds meestal gekoppeld zijn, zijn die in de door ons onderzochte landen dikwijls aan verschillende instanties toegekend. Zo zijn Duitse burgemeesters grotendeels verantwoordelijk voor de openbare orde, maar hebben zij geen zeggenschap over de politie. Ook in Engeland zijn gemeenten gehouden een lokaal veiligheidsplan te maken, maar is de politie een zelfstandige organisatie. In België zijn beide taken gekoppeld en aan de burgemeester opgedragen. In Spanje liggen beide verantwoordelijkheden verspreid over diverse politiediensten, waaronder de lokale.
In Nederland wordt een onderscheid gemaakt tussen beheer en gezag. Het is ons gebleken dat dit een strikt Nederlands onderscheid is. In de vier onderzochte landen zijn we dit onderscheid niet tegengekomen, wel taakverdelingen die daaraan doen denken.
 

Conclusies
In ons onderzoek komen zowel gekozen burgemeesters voor die weinig tot geen bevoegdheden hebben op dit terrein (de gekozen burgemeesters in Engeland) als gekozen burgemeesters met veel verantwoordelijkheden voor openbare orde en veiligheid (Duitsland). Datzelfde geldt voor door de raad benoemde burgemeesters. Daar waar de Spaanse burgemeesters een beperkte verantwoordelijkheid hebben, heeft de Belgische burgemeester (materieel door de raad gekozen) een taak die zelfs groter is dan die van de Nederlandse, benoemde burgemeester.
Vraagstukken van openbare orde en veiligheid spelen overal en zeker ook op lokaal niveau, ongeacht de bevoegdheden. Het rechtstreeks verkiezen van burgemeesters doet hieraan geen afbreuk.
In alle door ons onderzochte landen is de positie van de burgemeester ten aanzien van openbare orde, veiligheid en politie op geen enkele wijze een punt geweest in de discussie over verandering van hun aanstellingswijze, of verandering van het lokaal bestuur in het algemeen. De aanstellingswijze van burgemeesters is in de door ons bestudeerde landen ook geen factor in de omvang van hun verantwoordelijkheid voor openbare orde, veiligheid en politie.
Een discussie als in Nederland ten aanzien van de taken van de burgemeester op het terrein van politie, openbare orde en veiligheid doet zich in de door ons bestudeerde landen niet of nauwelijks voor. Voor zover die discussie al bestaat, kent zij minder krampachtigheid dan de Nederlandse.
Rechtstreekse verkiezing lijkt de attentiewaarde van het veiligheidsvraagstuk te vergroten. De directe verkiezing van burgemeesters lijkt bij te dragen aan een verhoging van de lokale aandacht voor veiligheidsvraagstukken. Deze conclusie geldt zowel in situaties met formeel direct gekozen burgemeesters (Duitsland en Engeland) als 'materieel' direct gekozenen (Spanje).

De resultaten van dit onderzoek geven geen aanleiding om wijzigingen aan te brengen in de bestaande taken van de burgmeesters op het gebied van openbare orde, veiligheid en politie, als hij rechtstreeks gekozen wordt.
Het lijkt hier te gaan om een typisch Nederlands probleem dat, in internationaal vergelijkend perspectief, snel verdampt. Er is geen reden te vrezen dat de gekozen burgemeester de politie zal misbruiken voor eigen politieke doeleinden. Wij hebben er geen aanwijzingen voor gevonden. De enige voorbeelden hebben te maken met uitzonderlijke situaties als in Baskenland. Er is op grond van de lessen uit het buitenland evenmin reden te veronderstellen dat een direct gekozen burgemeester zou moeten leiden tot een nationale politie.

Bestuurlijke drukte, wel beschouwd als een kenmerk van het Nederlandse stelsel van politie, doet zich in alle door ons bestudeerde landen voor. Die bestuurlijke drukte zou wel eens een gevolg kunnen zijn van de wijze waarop volwassen democratieën wensen om te gaan met een dergelijke taak: vele betrokkenen, veelvormige consultatie en overleg, spreiding van macht. 'Checks and balances' in plaats van machtsconcentratie en eenhoofdige zeggenschap.

In de huidige benadering van de politie ligt de nadruk tamelijk eenzijdig op meer centrale aansturing en een grotere rol van het departement van BZK en van de Commissarissen der Koningin (als de berichten daarover juist zijn). Dat zou de eenheid van het politiebeleid ten goede kunnen komen, hoewel dat nog maar de vraag is. Maar de coördinatie op lokaal niveau zal er niet eenvoudiger op worden. Immers, veiligheidsbeleid is meer dan alleen politiebeleid. Een goede lokale inbedding is belangrijk vanwege de raakvlakken met ander beleidsterreinen.Het aanscherpen van de centrale aansturing kan het einde betekenen van het integrale lokale veiligheidsbeleid.
Wij willen waarschuwen voor te veel nadruk op het verticaal vormgeven van 'checks and balances'. Ook horizontaal zijn er mogelijkheden, zo leren ervaringen in het buitenland. Versterking van de rol van het regionale college, een betere verantwoording aan de gemeenteraden en een grotere betrokkenheid van burgers zijn bijvoorbeeld enkele aanvullingen of zelfs alternatieven. Het is niet denkbeeldig, dat de 'checks and balances' alleen al sterker worden doordat de gekozen burgemeesters in het regionale college meer dan voorheen de belangen van hun gemeenten zullen bewaken. 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2003, jrg. 65, nr. 12, p. 4-8

1  A. Cachet, R.M. Noppe, A.B. Ringeling, L. Schaap en A. van Sluis, Buitenlandse Burgemeesters Bekeken-II, Centre for Local Democracy, Faculteit Sociale Wetenschappen, Erasmus Universiteit Rotterdam, 2002. ISBN 90-806487-6-0
2  In Duitsland heeft elke deelstaat zijn eigen gemeentewet

Voetnoten

0 reacties

Reageer op dit artikel