Internationale samenwerking bestrijding voetbalvandalisme

Door Henk Groenevelt; ISC Politie, Justitie en Veiligheid, 01 januari 2008 10:49 uur0 Waardering:

Internationale samenwerking bestrijding voetbalvandalisme Voetbalvandalisme in Nederland is een onderwerp dat hoog op de politieke agenda staat, al is het alleen maar omdat er vragen zijn over de politie-inzet bij voetbalwedstrijden in het betaalde voetbal. Het is een fenomeen dat al vele jaren bestaat en ook de komende jaren niet zal worden opgelost. Voetbalvandalisme beperkt zich echter niet alleen tot de eigen grenzen, maar is ook grensoverschrijdend. Voetbalvandalisme is inmiddels een Europees breed fenomeen dat ook door internationale samenwerking moet en zal worden aangepakt. Dit artikel tracht inzicht te geven in de ontwikkelingen van die Europese politiesamenwerking bij internationale voetbalwedstrijden. Met name de internationale taak en activiteiten van het CIV sinds EURO 2000 zullen in dit artikel aan de orde komen.

Naast Nederland kennen diverse andere Europese landen het probleem van voetbalvandalisme. Daarbij komt dat het ene land voetbalvandalisme meer ‘exporteert’ dan het andere land. In dit kader wordt vooral Engeland veelvuldig genoemd. Engeland heeft echter sinds 2000 een strenge wetgeving die er onder andere toe leidt dat voorkomen kan worden dat risicosupporters met een stadionverbod afreizen naar een land waar een toernooi wordt gespeeld. Deze regels hebben er mede toe bijgedragen dat bij het laatst gehouden EK in Portugal en WK in Duitsland er vrijwel geen grote incidenten zijn geweest met Engelse supporters.
Nederlandse clubsupporters laten zich overigens ook niet onbetuigd in het buitenland zoals uit het jaarverslag van het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV) over het seizoen 2006-2007 blijkt. Nederland heeft daarentegen geen mogelijkheid om risicosupporters te beletten het land uit te gaan.
De maatregelen van bijvoorbeeld Engeland werken niet als er niet nauw wordt samengewerkt met de andere landen.
 

Oprichting CIV en NFIP’s
Een centraal aanspreekpunt in de lidstaten van de EU is de basis van de internationale samenwerking. Nederland was het eerste land dat een dergelijk aanspreekpunt oprichtte.
In 1983 waren de problemen van het voetbalvandalisme in Nederland zodanig groot aan het worden dat in de Tweede Kamer werd gesproken over een geïntegreerde aanpak hiervan. Het bleek dat diverse organisaties die geconfronteerd werden met voetbalvandalisme, zoals de KNVB, de spoorwegpolitie, de clubs en de politie allemaal over de nodige informatie beschikten. Er was echter geen centraal punt waar die informatie bij elkaar kwam, waardoor er geen overzicht was over de feitelijke problematiek. Uiteindelijk werd besloten een centraal informatiepunt in het leven te roepen dat al die informatie zou gaan verzamelen, analyseren en verspreiden. Op 1 maart 1986 werd het huidige CIV opgericht. De toenmalige burgemeester van Utrecht was bereid personele invulling aan dit centrale punt geven, met als gevolg dat het werd ondergebracht bij de gemeentepolitie Utrecht. Het CIV is nog steeds ondergebracht bij de Politie Utrecht. Inhoudelijk wordt het aangestuurd door de portefeuillehouder Voetbal van de Raad van Hoofdcommissarissen.

[figuur 1]

 

De zeven hoofdtaken van het CIV zijn :
1 het verzamelen en uitwerken van informatie, het maken van analyses;
2 het ondersteunen van bij voetbal betrokken actoren;
3 het beheer van landelijke gegevensbestanden;
4 coördinatie en controll (onder andere op punten van het Beleidskader);
5 beleidsadvisering;
6 internationale informatie-uitwisseling en
7 inzet spotters bij het Nederlands elftal.

Het CIV blijkt het oudste centrale punt in Europa te zijn. In 1989 volgden de Engelsen en in 1992 de Duitsers.
Nederland en België organiseerden in 2000 het Europees kampioenschap voetbal, EURO 2000. Na EURO 2000 werd echter niet stilgezeten. België nam als voorzitter van de EU het initiatief om met de ervaringen van EURO 2000 het Handboek internationale samenwerking , waarover verderop meer, te actualiseren. Hierbij waren ook enkele andere landen, zoals Nederland, Duitsland, Engeland en Portugal betrokken.
België had bij hun activiteiten vastgesteld dat het van belang was dat in elke EU-lidstaat een centraal punt aanwezig zou moeten zijn om als internationaal contactpunt te fungeren. Een dergelijk contactpunt zou goed inzicht moeten hebben in de nationale problematiek van voetbalvandalisme. Het moet hierdoor in staat zijn betrouwbare informatie aan collega’s in het buitenland te kunnen uitwisselen. Uiteindelijk werd in april 2002 besloten dat elke lidstaat verplicht was een dergelijk punt, een Nationaal Football Information Point (NFIP), in te richten . De ervaren landen zoals Nederland en Engeland hebben de andere lidstaten op weg geholpen om hun eigen NFIP vorm te geven. Opvallend was dat door het op deze wijze ontstane netwerk ook niet-EU-lidstaten een NFIP gingen oprichten. Deze olievlekwerking heeft de samenwerking duidelijk bevorderd. Daarnaast werd onderlinge steun gegeven bij de oprichting en inrichting van een NFIP. Zo heeft het CIV Polen, Tsjechië, Slowakije, Oostenrijk, Estland en Griekenland een stuk op weg geholpen.
 

Handboek internationale politiesamenwerking
De samenwerking en de rol van de NFIP’s was niet geheel vrijblijvend. Basis van die samenwerking, met het accent op informatie-uitwisseling, is vastgelegd in het Handboek internationale samenwerking.
De internationale informatie-uitwisseling heeft vanaf 2000 een grote vlucht genomen. Bij de organisatie van EURO 2000 hechtte Binnenlandse Zaken, in de persoon van Nico Rop, veel waarde aan een goede organisatie en goede samenwerking. Mede naar aanleiding van ervaringen tijdens het WK 1998 in Frankrijk ontwikkelde hij een document op basis waarvan de samenwerking en de informatie-uitwisseling tijdens EURO 2000 zou moeten plaatsvinden. Met deskundige ondersteuning van onder andere Frankrijk, Duitsland en Engeland werd het eerste handboek, slechts enkele A4’tjes, eind 1999 binnen de EU geaccepteerd.

Zoals gesteld nam België het initiatief om de ervaringen van EURO 2000 te evalueren en het handboek aan te passen. De inspanningen werden beloond met de aanvaarding van de eerste update van het handboek eind 2001. Er waren gedetailleerde beschrijvingen van de soorten informatie in opgenomen, de verantwoordelijkheden en taken van de NFIP’s in de internationale informatie-uitwisseling naast nog enkele andere praktische richtlijnen.
Inmiddels is in december 2006 de tweede update binnen de EU vastgesteld. Hierin is onder andere vastgelegd welke formulieren bij de informatie-uitwisseling moeten worden gebruikt. Daarnaast is een Europees model identificatievest vastgesteld. Dit vest kan gebruikt worden bij internationale ondersteuning.
De plannen zijn om regelmatig updates uit brengen, gebaseerd op praktijkervaringen.

[figuur 2]


Informatie-uitwisseling
Informatie-uitwisseling over te spelen wedstrijden, of het nu een normale Europese competitie of een toernooi zoals een EK of een WK betreft, is de basis voor een goede samenwerking. Sinds jaar en dag wordt er vooraf aan een bepaalde wedstrijd tussen de landen informatie uitgewisseld over met name het aantal te verwachten supporters, het (te verwachten) gedrag van de supporters en de wijze van vervoer.
Theo Brekelmans, Nederlands projectleider van het politieproject EURO 2000, stelde hoge kwalitatieve eisen aan de informatie-uitwisseling voor en tijdens het toernooi. Het betrof niet alleen de nationale informatie-uitwisseling, maar ook de internationale informatie-uitwisseling, die tot dan toe weinig aandacht kreeg. Daarnaast werden enkele kwalitatieve eisen gesteld aan de personele ondersteuning van onder andere liaisons en spotters.
De eisen die Brekelmans stelde aan de kwaliteit, maar ook aan de snelheid van informatie-uitwisseling had tot gevolg dat voor Nederland het Voetbal Volg Systeem, het VVS, werd ontwikkeld. Op dit geautomatiseerde informatie-uitwisselingsysteem zouden naast de politie ook de clubs, de KNVB en het OM moeten worden aangesloten. Een van de uitgangspunten was dat de verslagen van alle wedstrijden, gegevens van aangehouden supporters, supporters met een stadionverbod en de politie-inzet in het VVS werden opgeslagen. Het VVS werd bij het CIV ondergebracht en blijkt tot nu toe nog steeds een uniek ketensysteem in Nederland, maar zeker ook in Europa en de wereld te zijn. Tijdens EURO 2000 werd ‘het land’ via VVS op de hoogte gehouden van hetgeen tijdens EURO 2000 was gebeurd.
Het VVS speelt ook in de internationale informatie-uitwisseling een belangrijke rol. Het CIV heeft in de loop van de jaren in vele landen het VVS gedemonstreerd. Iedereen was in feite jaloers op het systeem, echter de structuur in de meeste landen en de financiële middelen lieten niet toe het VVS over te nemen.

De internationale informatie-uitwisseling verliep min of meer ongestructureerd. Bij EURO 2000 werd een standaardformulier geïntroduceerd. Gezien de verscheidenheid van de uitwisseling bij de normale internationale wedstrijden is mede op initiatief van het CIV, de Engelse en Belgische NFIP, uiteindelijk besloten een drietal formulieren te ontwerpen. Hierdoor zou er binnen de EU een zekere mate van uniformiteit komen. Het betreft een formulier met strategische en operationele informatie, alsmede een evaluatieformulier, het zogenaamde wedstrijdverslag.
Als uitvloeisel van de afspraken bij de CL-meetings, waarover verderop meer, werden de wedstrijdverslagen via de e-mail naar het CIV gestuurd. Via kopiëren en plakken werden de gegevens uit de verslagen in het VVS gezet. Inmiddels is er een ‘internationale’ bak binnen het VVS gerealiseerd. Drie landen: Engeland, Ierland en Denemarken, zijn rechtstreeks op het VVS aangesloten zodat zij zelf 24 uur per dag en 7 dagen per week over deze informatie kunnen beschikken.

Binnen de ‘think tank’ van de EU werd gesproken over een elektronisch formulier. Het CIV heeft vervolgens een module binnen haar eigen website ontwikkeld met vooralsnog twee van de drie formulieren. Deze website, www.nfip.eu, wordt sinds september 2007 gebruikt voor de internationale informatie-uitwisseling. Het betreft tot nu toe alleen de operationele informatie voor een wedstrijd en de verslagen van de wedstrijden. Deze werkwijze heeft als voordeel dat er nu allerlei selecties kunnen worden toegepast waardoor een analyse eenvoudiger wordt.

Tevens beschikt de website over een soort bibliotheek waarin de aangesloten landen voetbalgerelateerde documenten kunnen plaatsen die mogelijk interessant kunnen zijn voor de collega’s. Deze documenten stonden voorheen op een Engelse website, maar de Engelse NFIP heeft deze website opgeheven en de informatie in de nieuwe NFIP-website laten opnemen. Er is nu voor de NFIP’s één loket voor internationale documentatie- en informatie-uitwisseling met betrekking tot voetbalvandalisme. Het  overzicht met de landen van Europa geeft aan welke landen inmiddels zijn aangesloten.

[figuur 3]


Champions League meeting
Zoals eerder is aangegeven bleek EURO 2000 een keerpunt te zijn in de internationale samenwerking en informatie-uitwisseling. Het handboek is de basis voor de samenwerking.
Echter, papier is geduldig. Het wachten was op de praktische aanpak. Gesteld kan worden dat het CIV in 2001 een grote stap heeft gezet om de internationale politiesamenwerking te stimuleren. In dat jaar organiseerde het CIV voor het eerst de zogenaamde Champions League meeting. Vlak voor het CL-seizoen werden de collega’s uit de landen die ook een NFIP hadden en de collega’s die verantwoordelijk waren voor de CL-wedstrijden in hun stad hiervoor uitgenodigd. Doel van die bijeenkomst was om van tevoren alle relevante informatie over de deelnemende clubs uit te wisselen en nader met elkaar kennis te maken. Het resultaat moest zijn dat de wedstrijdvoorbereiding werd verbeterd en men in een vroeg stadium kon inspelen op mogelijke problemen.

Het CIV heeft tijdens die eerste bijeenkomst het belang van het vastleggen van de wedstrijdervaringen benadrukt.

 

Opening CL-meeting 2007 door minister BZK

Men accepteerde zonder problemen dat vanaf dat seizoen van elke wedstrijd een verslag in het Engels zou worden gemaakt. Deze verslagen werden volgens een bepaalde procedure weer verspreid zodat men op de hoogte was van de vorige wedstrijd van de volgende tegenstanders(s). Alle verslagen zouden uiteindelijk naar het CIV worden gestuurd.
Die eerste keer waren er ruim 75 collega’s uit heel Europa.

Sinds 2001 heeft het CIV een database opgebouwd van meer dan tweeduizend internationale wedstrijdverslagen. Bijgevoegd overzicht geeft aan dat het resultaat, alleen al bij de CL-wedstrijden, goed te noemen is.

Seizoen     Gespeelde wedstrijden   Wedstrijdverslagen    %
2002-2003       157                                   140                89,2
2003-2004*      125                                   123                98,4
2004-2005       125                                   107                85,6
2005-2006       125                                   112                89,6
2006-2007       125                                   113                90,0
* Incl. wedstrijdinformatie UEFA

Probleem is het verkrijgen van informatie uit de niet-EU-landen, zoals Rusland en de Oekraïne. Neveneffect was dat de collega’s in Europa ook wedstrijdverslagen invulden van andere internationale wedstrijden, inclusief wedstrijden van het nationale elftal. Het CIV voorziet de Europese collega’s gevraagd en ongevraagd van deze historische informatie zodat men mede op basis van deze gegevens de wedstrijden kan voorbereiden.
Ontwikkeling samenwerking binnen de EU
Er kan worden gesteld dat de internationale politiesamenwerking bij de bestrijding van het voetbalvandalisme een voorbeeld is voor andere vormen van politiesamenwerking binnen Europa. Elk land heeft een eigen deskundig nationaal aanspreekpunt, een eis binnen de EU. Hierdoor bestaat, mede door de CL-meetings, een uitgebreid en intensief netwerk.
Binnen de EU bestaat een overleg waarin voorstellen worden gedaan ten aanzien van internationale politiesamenwerking in zijn algemeenheid, de Police Cooperation Working Party (PCWP). Onderwerpen ten aanzien van de samenwerking op het gebied van voetbalvandalisme worden in dit overleg besproken. Sinds enkele jaren is het de gewoonte dat elke voorzitter van de EU tijdens hun voorzitterschap binnen de PCWP minimaal één zogenaamde ‘expertmeeting’ voor de voetbalexperts organiseert. Voor deze expertmeeting worden de vertegenwoordigers van de NFIP’s en Binnenlandse Zaken uitgenodigd. Daar worden de nodige voorstellen besproken die dan later door de PCWP alsnog (kunnen) worden overgenomen om uiteindelijk via besluitvorming van de betrokken ministers van de lidstaten, Europees breed te worden geïmplementeerd. De voorstellen worden sinds enkele jaren voorbereid en ontwikkeld door een zogenaamde ‘think tank’. Dit is een kleine groep vertegenwoordigers uit de expertmeeting en bestaat uit experts uit de UK, Duitsland, België, Portugal, Finland en Nederland (CIV). De voorbereiding van de updates van het handboek is een belangrijk werkstuk. Belangrijkste en meest recente resultaat tot nu toe is echter de ontwikkeling van een zogenaamd ‘werkprogramma’ voor de ontwikkeling van verdere veiligheidsmaatregelen bij internationale voetbalwedstrijden. Het is een programma voor de komende drie à vier jaar.
 

Werkprogramma/verhoging deskundigheid binnen de EU
De bestrijding van voetbalvandalisme verschilt van land tot land. Een en ander heeft te maken met de eigen problematiek, cultuur en wetgeving, maar ook met de ‘deskundigheid’ en aanpak van de politie.
Binnen de expertgroep is geconstateerd dat voetbalvandalisme en verstoringen van de openbare orde bij voetbalwedstrijden een in Europa wijd verbreid fenomeen is. Er is echter ook een verscheidenheid aan grondwettelijke en wettelijke mogelijkheden en wijze van aanpakken van de clubs.
De problemen zijn ingewikkeld en veranderen continu. Er zijn derhalve geen supranationale oplossingen te vinden voor het probleem.
Het blijkt dat samenwerking tussen overheden en politieorganisaties binnen Europa in het algemeen goed zijn. Er is al veel bereikt met de CL-meeting en de informatie-uitwisseling en de operationele ondersteuning. Maar, stelde de ‘think tank’, wij kunnen niet achterover leunen en moeten steeds zoeken naar verbetering.
Een belangrijke stap naar verbetering van maatregelen rond de wedstrijdorganisatie zijn de zogenaamde peer reviews. Op initiatief van voorzitter Nederland is in 2005 het idee geboren om een soort internationale collegiale audit/consultatie te organiseren. Er is afgesproken een pilot op te zetten die in september 2008 zal aflopen. Professor dr. Otto Adang van de Nederlandse Politie Academie is verantwoordelijk voor de hele opzet en begeleidt de pilot min of meer wetenschappelijk. De audit wordt uitgevoerd door een team van enkele ervaren operationele commandanten uit de EU. Het CIV stelt deze teams samen en tracht uit elke lidstaat minimaal één vertegenwoordiger in het bestand te krijgen. Deze audit gebeurt op vrijwillige basis en op verzoek van de politie die een wedstrijd moet regelen. De audit wordt gebaseerd op concrete vragen van de lokale commandant. Er zijn inmiddels ruim veertien audits geweest.

Zoals hiervoor al is aangegeven, is er binnen de EU een werkprogramma voor de komende drie jaar opgesteld. De ‘think tank’ heeft na ruim twee jaar een voorstel in de expertmeeting en de PCWP gebracht. Medio december 2007 is het werkprogramma officieel goedgekeurd door de ministers van Binnenlandse zaken en Justitie van de EU. Die goedkeuring houdt ook in dat de EU enkele miljoenen beschikbaar gaat stellen om het programma te kunnen laten uitvoeren. De nadere uitwerking van het programma zal gebeuren door een ‘steering group’ waar het CIV ook deel van zal gaan uitmaken. De belangrijkste punten uit het werkprogramma zijn:
- Er komt een training voor de NFIP’s. In 2002 is er voor het laatst een dergelijke training geweest. De rol van de NFIP’s is een belangrijke: hij dient de politie die een thuiswedstrijd moet organiseren in staat te stellen dat te doen, mede op basis van actuele en betrouwbare informatie uit het bezoekende land. In dat kader is het van groot belang dat de NFIP’s opgeleid en toegerust worden om die taak naar behoren te kunnen vervullen. Het gebruik van de NFIP-website en de door het CIV georganiseerde CL-meeting maken deel uit van dit opleidingsprogramma.
- Er komt een training/opleiding voor de operationele politiecommandanten. Zij moeten in sommige gevallen onder tijdsdruk bepaalde beslissingen nemen. Internationale wedstrijden zijn vaak van een andere dimensie dan wedstrijden in een nationale competitie. Door een gemengde opleiding kan men van elkaar leren. De peer reviews zullen onderdeel gaan vormen van deze opleiding, theorie en praktijk.
- Last but not least zal er een training komen voor spotters. Ook hier is het streven om bepaalde eisen en vaardigheden aan spotters te gaan stellen om maximale effectiviteit te kunnen bereiken. Er zal een afstemming komen met de opleiding van de operationele commandanten, want een optimaal gebruik van spotters laat in de praktijk nog wel wat te wensen over.
 

Samenwerking UEFA
De overheid kan niet in haar eentje het probleem aanpakken. Samenwerking met andere partijen is cruciaal. Ondanks soms tegenstrijdige belangen weten de partijen in Nederland elkaar goed te vinden en is er een intensieve samenwerking. Zo is er een overleg met de lokale politie en de veiligheidscoördinatoren van de clubs, de gemeente en het Openbaar Ministerie. Op landelijk niveau is er regelmatig overleg met de KNVB, de politie en Binnenlandse Zaken. In het eerdergenoemde beleidskader staan de nodige afspraken. Hierin is de zogenaamde ketenbenadering benoemd. De samenwerking tussen de verschillende partijen bij de bestrijding van voetbalvandalisme in Nederland is voor veel landen een voorbeeld.

Internationaal is er nog geen sprake van een dergelijke samenwerking. Tijdens het voorzitterschap van Nederland van de EU enkele jaren geleden, heeft de UEFA reeds aangegeven nauwer met de EU te willen gaan samenwerken. Tot concrete afspraken was het echter niet gekomen (de EU-molen draait nu eenmaal niet zo snel). Begin 2007 gaf de nieuwe president van de UEFA, Michel Platini, aan dat er nauwer met de overheid in de EU moet worden samengewerkt om het voetbalvandalisme aan te pakken. Het CIV heeft kort daarna het initiatief genomen om de jaarlijkse CL-meeting, dit keer de zevende, samen met de UEFA te organiseren. Naast de gebruikelijke politiefunctionarissen werden ook de veiligheidsmensen van de in de CL spelende clubs uitgenodigd. De CL-wedstrijden in de eerste ronde konden in dit geval gezamenlijk, dus met de input en ervaring van zowel politie als clubs, worden voorbereid. In feite werd er internationaal een begin gemaakt met hetgeen waar wij in Nederland al ruim tien jaar mee werken.

Er wordt ook gedacht aan andere vormen van samenwerking, zoals informatie-uitwisseling en opleidingen. De UEFA beschikt over informatie die voor de politie van belang kan zijn voor de organisatie van internationale wedstrijden en andersom. Daarnaast heeft de UEFA enkele opleidingen voor veiligheidsfunctionarissen van de nationale bonden en clubs. Afstemming van deze opleidingen met de opleiding van onder andere operationele commandanten zou een verbetering van de afstemming van maatregelen kunnen inhouden.
 

Samenvatting/conclusies
Concluderend kan worden gesteld dat er de laatste jaren veel vooruitgang is geboekt in de internationale politiesamenwerking bij de bestrijding van voetbalvandalisme. Met name de informatie-uitwisseling is professioneler geworden hoewel er nog veel schort aan de kwaliteit. De grote database van internationale wedstrijden bij het CIV heeft inmiddels ook de belangstelling van enkele (internationale) onderzoekers.
Training van politiefunctionarissen die betrokken zijn bij internationale wedstrijden zal ter hand worden genomen om te kunnen komen tot een meer geïntegreerde een eenvormige aanpak.
Wat in Nederland op nationaal niveau al jarenlang gebruikelijk is, zal ook op Europees niveau verder worden opgepakt. Het initiatief van het CIV om de UEFA te betrekken bij de organisatie van de CL-meeting zal verder worden uitgewerkt.
Diverse initiatieven tot verbetering van de internationale samenwerking komen vanuit Nederland, van zowel Binnenlandse Zaken als het CIV. In de internationale informatie-uitwisseling heeft het CIV een duidelijk coördinerende en initiërende positie die ook door de Europese collega’s en zelfs de Europese Commissie wordt gewaardeerd.

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2008, jrg. 70, nr. 1-2, p. 30-35

1  Zie Beleidskader Bestrijding Voetbalvandalisme en Voetbalgeweld 2005.
Handboek met aanbevelingen voor internationale samenwerking en maatregelen ter voorkoming en bestrijding van geweld en ongeregeldheden rond voetbalwedstrijden met een internationale dimensie waarbij ten minste één lidstaat is betrokken.
Besluit van de Raad van 25 april 2002 inzake veiligheid van voetbalwedstrijden met een internationale dimensie (2002/348/JBZ).

Voetnoten

0 reacties

Reageer op dit artikel