Je eer of je leven
J. Jansen, Je eer of je leven? Een verkenning van eerzaken voor politieambtenaren en andere professionals (tweede herziene druk), Stapel & De Koning 2008, ISBN9789035243026
‘In de loop van een mensenleven of tijdens de ontwikkeling van een samenleving kunnen eergevoelige thema’s zich wijzigen.. (…) De dynamiek van eer blijkt ook uit de geboorte van nieuwe erecodes. In dit verband kan gedacht worden aan de opkomst van de hedendaagse rapcultuur. Hier lijkt als het ware een nieuwe eercultuur te zijn ontstaan.’
Dit citaat roept associatie op met het verband dat onlangs door de Amsterdamse korpschef werd gelegd tussen de ‘bling bling’ cultuur onder sommige subgroepen in Amsterdam Zuid-Oost en het plegen van geweldsdelicten door en binnen diezelfde groepen. Een deel van het probleem, aldus Welten, was de geringe bereidheid om mee te werken aan het opsporingsonderzoek. In termen van het onderwerp van dit boek: blijkbaar is dat de eer van betrokkenen te na.
Het hier besproken boek is al de tweede druk, na het eerste verschijnen in 2006. Blijkbaar is er in de praktijk behoefte aan een dergelijk handvat. En dit boek voorziet daar op een goede manier in. Het is enerzijds beknopt en overzichtelijk (slechts 117 blz.). Anderzijds komen zowel verschillende verschijningsvormen van en theorieën rond eer aan bod als een aantal handreikingen om daar in de praktijk mee om te gaan. Die praktijkhandreikingen zijn voornamelijk gebaseerd op ervaringen van het korps Haaglanden van de afgelopen jaren. De auteur is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd geweld dat bij datzelfde korps is ondergebracht.
Ondanks de verschillende verschijningsvormen van eer die aan bod komen, ligt de nadruk op eergerelateerde zaken in relationeel verband binnen specifieke culturele contexten. In het eerste hoofdstuk van het boek wordt het belang van die invalshoek ook al onderstreept. In het derde hoofdstuk wordt dit thema verder uitgewerkt. Tegelijk blijkt uit het vierde hoofdstuk dat het erg lastig is om de omvang van deze problematiek scherp in kaart te brengen. Een eenduidige definitie ontbreekt ook, wat des te lastiger is. Bovendien kunnen bepaalde casus zo complex zijn dat wat op het eerste gezicht een eerzaak lijkt na verloop van tijd toch anders blijkt te liggen. Als voorbeeld beschrijft de auteur een casus waarin een jonge vrouw aangifte doet van verkrachting door een kennis. Uiteindelijk blijkt dat sprake is van vrijwillig seksueel contact en dat de vrouw alleen aangifte heeft gedaan uit angst dat haar familie erachter zou komen dat ze een verhouding had. Dit voorbeeld maakt meteen ook duidelijk hoe omzichtig dergelijke zaken voortdurend moeten worden benaderd.
Het vijfde en zesde hoofdstuk gaan nader in op het (h)erkennen van eerzaken en de omgang daarmee. Voor het herkennen daarvan is in het recente verleden al een aantal aanknopingspunten geformuleerd, maar ook daar blijkt de praktijk weerbarstig. In Haaglanden heeft men inmiddels wel een geautomatiseerde [cursief]query[\cursief] ontwikkeld die dagelijks uit de beschikbare politie-informatie eergerelateerde zaken naar boven moet halen. Daarnaast is een checklist ontwikkeld die kan dienen voor het benaderen en aanpakken van dergelijke zaken. De complexiteit van de materie zien we hierin terug, want die checklist is niet bepaald eenvoudig. Met name dit onderdeel riep de vraag op hoe de verdere verwerking met behulp van die checklist in de praktijk is vormgegeven: het lijkt bijna ondoenlijk om een heel genuanceerde en uigebreide checklist in handen te geven van ieder willekeurige politiemedewerker die belast is met het opnemen van aangiftes. Ter illustratie: er wordt bijvoorbeeld gewaarschuwd voor het inzetten van tolken (onder andere om te voorkomen dat wanneer die tolk bepaalde opvattingen uit een stroming binnen dezelfde etnische groep aanhangt, die opvattingen via diezelfde tolk het beeld van de zaak gaan beïnvloeden). Dat druist natuurlijk nogal tegen de gangbare werkwijze in. Het boek gaat op de praktijk jammer genoeg niet nader in.
Het boek sluit af met een korte blik in de toekomst. De auteur spreekt de hoop uit dat vooral gewelddadig eerherstel bij degenen die dat nu nog als eervol beschouwen op termijn het predikaat oneervol krijgt. Verdere integratie en assimilatie, onder meer via het onderwijs, moeten daaraan bijdragen. Geschonden eer en behoefte aan wraak zullen immers niet verdwijnen, het gaat om de wijze waarop die gevoelens tot uiting komen. Aldus de slotboodschap.

Reageer op dit artikel