Kansen voor de politie in de virtuele wereld: Een pleidooi voor een transformatie naar een virtueel geïntegreerde politie

Door Drs. W. Broer, programmadirecteur IPEP, International Police Expertise Platform, 01 augustus 2009 09:30 uur0 Waardering:

Kansen voor de politie in de virtuele wereld: Een pleidooi voor een transformatie naar een virtueel geïntegreerde politie De informatierevolutie die zich dit decennium sluipenderwijs voltrekt heeft vergaande consequenties voor de politie en het politieonderwijs. Als de signalen tijdig worden onderkend en er goed op wordt gereageerd kan de politie sterker uit deze revolutie tevoorschijn komen. In dit artikel worden enkele relevante contexten geschetst, wordt een aantal paradoxen beschreven en er wordt een oplossingsrichting geformuleerd in het perspectief van een paradigmaverschuiving van de politiefunctie.

Aangezien er het komend decennium – ondanks de bezuinigingen – een zeer omvangrijke generatie nieuwe politiemensen instroomt, is er meer dan ooit tevoren een zware rol weggelegd voor de Politieacademie. Met elk van haar drie kernfuncties – selectie, onderwijs en kennis – zal er een onmisbare bijdrage dienen te worden geleverd om deze generatie de kans te bieden zich te ontwikkelen tot de ‘net generation’ die zich al volop in de samenleving manifesteert. Het rendement van de Politieacademie kan worden vergroot als er een continu leerproces kan worden bewerkstelligd door nog meer gebruik te maken van webtechnologie. Ofwel, een leven lang leren maar dan wel any time, any where en any how. Als de korpsen tegelijkertijd een bedding bieden om politiemensen daadwerkelijk te laten optreden als de informatiewerkers ‘pur sang’ die ze behoren te zijn, ontstaat er een wederkerig proces dat de professionalisering van het vak een krachtige impuls geeft. In een serie van twee artikelen zal ik een pleidooi houden om daarvoor een innovatief traject te doorlopen gericht op het (door)ontwikkelen van een dynamische leeromgeving die naadloos is verbonden met de frontlijn van het politiewerk.


De maatschappelijke context

Ontwikkelingen op het terrein van de informatieverwerking, zoals de opkomst van radio, televisie, telefoon, computer en internet, hebben een nieuwe dimensie toegevoegd aan de klassieke dimensies plaats en tijd.

De verandering die zich nu op het internet voltrekt is die van web 1.0 naar web 2.0, ofwel van een internet dat een onmetelijke verzameling van statische content te bieden heeft, naar een internet waarin interactie en dynamiek sleutelwoorden zijn. Met de doorontwikkeling van krachtige, multimediale webtools ontstaan er ongekende mogelijkheden die tot uiting komen in razendsnel groeiende sociale netwerken. De deelnemers aan deze netwerken maken gebruik van door vrijwilligers gebouwde software (open source) en vullen databanken die zich kunnen meten met de professionele, zakelijke toepassingen (de Wikipedia-aanpak). Niet alleen de omvang en veelzijdigheid nemen toe maar ook de aantrekkelijkheid en toegankelijkheid en tegelijkertijd de beslotenheid. Naast het publieke internet ontstaat er ook een onzichtbaar internet waarin hechte sociale groepen informatie en ervaringen met elkaar delen, collectieve belangen nastreven, acties voorbereiden en hun eigen spelregels ontwerpen.

Het is daarom niet allemaal rozengeur en maneschijn want waar nieuwe vormen van menselijk gedrag ontstaan, manifesteren zich ook nieuwe vormen van criminaliteit. Inmiddels vormen talloze vormen van cybercriminaliteit een forse bedreiging voor peilers waarop de nieuwe informatiesamenleving wordt gebouwd.
Deze ontwikkeling vraagt van politie en justitie een krachtige aanpak met een preventieve en repressieve dimensie. De repressieve dimensie heeft meer kans van slagen naarmate er meer internationaal wordt samengewerkt.
 

 

De organisatorische context

Gedurende het merendeel van de vorige eeuw gold het adagium dat een organisatie diende te beschikken over drie productiefactoren: land, arbeid en kapitaal. In de overgangsfase van de twintigste naar de eenentwintigste eeuw is een nieuw adagium ontstaan waarin wordt gesteld dat mensen, informatie en kennis de belangrijkste productiefactoren zijn. Dit geldt eens te meer voor de politieorganisatie. Natuurlijk zal een instituut als de politie zich ook blijven onderscheiden met haar formele geweldsmonopolie. Daar waar in de vorige eeuw nog kon worden gedacht dat de politie ook de beschikking had over een informatiemonopolie op het terrein van de veiligheidszorg, is die situatie al lang achterhaald.


Weliswaar staat de politie aan het begin van een aantal veiligheidsketens, waardoor ze binnen de overheid een heel bijzondere, zo niet de sterkste informatiepositie bezit, maar de informatierevolutie heeft tot gevolg dat deze positie onder druk staat. Deze ontwikkeling kan als kans en bedreiging worden gezien.
Het kan als kans worden gezien wanneer wordt ingespeeld op de vele initiatieven op het internet. Als burgers vanuit hun rol van aangever, getuige of indirectbetrokkene via het internet een bijdrage kunnen leveren aan de veiligheidszorg krijgt gemeenschappelijke veiligheidszorg een extra dimensie. In dat geval dient er echter een cultuuromslag plaats te vinden van need to know naar good to share en glad to get. Als professionals bereid zijn om gedoseerd te geven, wordt er meer ontvangen.


De individuele context

Als gevolg van de hiervoor beschreven technologische ontwikkelingen krijgen burgers en organisaties de beschikking over hulpmiddelen om informatie te raadplegen, maar ook zelf te produceren. Dit veroorzaakt een omkering van de visie op communicatie van organisaties. Immers, daar waar organisaties gewend waren informatie met een centrale regie te verstrekken, moeten ze nu constateren dat er buiten de organisatorische context een sterke beweging gaande is om informatie te produceren. De eigen beleving en interesse van de medewerkers staat daarin centraal. De Wikipedia-aanpak is daarvan het spreekwoordelijke voorbeeld en de ‘intelligence of the crowd’ het aansprekende resultaat. Een recent voorbeeld is het schoonmaken van vervuilde natuurgebieden van Estland, waar dankzij een internetcampagne het sterk vervuilde land op één dag werd schoongemaakt door 54.000 vrijwilligers.


Veiligheidszorg op het internet

Inmiddels zijn ook aansprekende voorbeelden te noemen op het terrein van de sociale veiligheid. Sommige heel bekend omdat ze veel media-aandacht gekregen hebben, andere meer onder de oppervlakte van de publieke bewustwording, maar daardoor niet minder betekenisvol. Zo heeft Maurice de Hond een campagne gevoerd om de Deventer-moordzaak te heropenen met gaandeweg meer succes.
De politie Utrecht is al enige tijd koploper op dit terrein. Dit blijkt onder andere uit de lancering van de site politieonderzoeken.nl. Deze site heeft veel bezoekers getrokken maar vraagt wel om een krachtige doorontwikkeling met nieuwe methoden om bezoekers te interesseren en te binden. Dat kan op den duur alleen lukken als het initiatief van een verlichte koploper wordt doorgezet in een professioneel opgezet team. Gelet op de kosten-batenbalans daarvan – zeker in een tijd van ingrijpende bezuinigingen – vraagt dat om een landelijke aanpak.

Ook zijn er talloze initiatieven genomen om de veiligheid in de wijk te bevorderen door lokale informatie en kennis te delen Het gaat veelal om initiatieven die van onderop ontstaan zijn en die inspelen op de behoefte om een aandeel te leveren in de leefbaarheid van de samenleving. Deze vormen van modern burgerschap gedijen bij de opkomst van social networking als een van de manifestaties van de web 2.0-ontwikkeling.
Nadat zich een groot aantal kleinere initiatieven ontwikkelde, manifesteerde de politie zich ook op nationaal niveau met een eigen initiatief. Zo biedt de website www.depolitiezoekt.nl de burger mogelijkheden om informatie met de diverse korpsen te delen. Om getuigen en slachtoffers aan te moedigen worden op deze site ook opgeloste zaken gepubliceerd en worden er ook foto’s van nog niet geïdentificeerde verdachten alsmede veroordeelde daders met naam en toenaam gepubliceerd.

Met de behandeling van de ontwikkelingen op de drie onderscheiden niveaus en het geven van enkele voorbeelden kan het beeld zijn ontstaan dat de informatierevolutie op een vanzelfsprekende manier leidt tot meerwaarde voor organisaties en professionals. Daar is echter geen sprake van omdat zich ook lastige paradoxen aandienen.
 

 

Enkele paradoxen

Informatie wordt pas kennis als er een relevante context is en het bezit van kennis garandeert nog geen optimale besluiten en daarop gebaseerd handelen. In een informatie-intensieve omgeving is sprake van de volgende zaken.

 

De informatieparadox
Naarmate het aanbod van informatie groter is stelt het gebruik hogere eisen aan het vinden, ontsluiten en gebruiken ervan.

 

De kennisparadox
Naarmate de beschikbaarheid van kennis groter is, stelt de toepassing ervan hogere eisen aan het nemen van beslissingen om de kennis op een juiste wijze toe te passen.

 

De technologieparadox
Naarmate de informatie- en communicatietechnologie zich sneller vernieuwt, zullen organisaties meer moeite hebben om innovaties in hun werkprocessen te implementeren en hun medewerkers continu bij te scholen.

 

De organisatieparadox
Naarmate er meer informatie en kennis beschikbaar is bij medewerkers stelt dat hogere eisen aan de sturing en het inspireren van de medewerkers door de organisatie.

 

Deze paradoxen leveren een beeld op dat in schril contrast staat met het dominante organisatieparadigma van de vorige eeuw: sturing vanuit de top en medewerkers die binnen de grenzen van de organisatie acteren. De moderne professional heeft vanaf zijn thuiswerkplek, zijn laptop of met zijn mobiele telefoon toegang tot zijn bedrijfsnetwerk en kan tegelijkertijd beschikken over geavanceerde vormen van dienstverlening.
De veelzijdigheid neemt toe omdat beeld en geluid de dominantie van de geschreven tekst zullen aantasten. Een beeld zegt meer dan duizend woorden en bewegend beeld zegt nog veel meer. Tegelijkertijd doet het mobiele internet zijn intrede.
Er ontstaat daardoor een wereld met veel aanbieders waarin de marktverhoudingen kantelen. Daar waar er in de klassieke informatiemarkt sprake was van enkele grote aanbieders (uitgevers, zendgemachtigden en overheden), worden de afnemers en de consumenten nu in potentie ook informatieproducent. Niet iedereen zal gaan ‘twitteren’, maar er zullen telkens nieuwe tools op de markt komen die groepen gebruikers aan zich binden.
De formele aanbieders zullen moeten concurreren met context en kwaliteit. Immers, rijkdom aan informatie leidt tot schaarste aan aandacht.


Een opkomend paradigma voor publieke organisaties

De historie van de politie als professionele organisatie in de westerse samenlevingen heeft zich in de negentiende en twintigste eeuw gekenmerkt door gestage institutionalisering met de toekenning van het geweldsmonopolie als kristallisatiepunt. Sinds het verschijnen van het rapport ‘Samenleving en Criminaliteit’ in de jaren tachtig van de vorige eeuw is er echter een kentering ontstaan. In eerste instantie ontstond er een verbreding van de aanpak door niet alleen de politie, maar ook door ketenpartners gezamenlijk te laten werken aan veiligheid. De aanvankelijk gebruikte term integrale veiligheid is inmiddels vervangen door gemeenschappelijke veiligheid.

In een samenleving waarin de informatievoorziening is geliberaliseerd dankzij de opkomst van interactieve media kunnen zelfbewuste burgers een krachtig aandeel leveren aan het bereiken van veiligheid. Naarmate de politie beter in staat is om deze beweging naar co-creatie van veiligheid te faciliteren, ontstaan er geheel nieuwe mogelijkheden. In het nieuwe paradigma is het uitgangspunt dat de beweging wederkerig en cyclisch is. Dat wil zeggen niet alleen van binnen naar buiten, maar ook van buiten naar binnen; niet eenmalig, maar voortdurend.


Transformatie
Aan de zijde van de politie veronderstelt voorgaande bewering vakkundige kenniswerkers. Deskundigheid is echter wel een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde om co-creatie te laten ontstaan. Het gaat vooral ook om een wijziging in de houding van politiemensen om het schijnbare informatiemonopolie los te laten ten gunste van vormen van ‘actieve wederkerigheid’. Dit veronderstelt het beschikbaar stellen van informatie en kennis door de politie ten gunste van virtuele sociale netwerken die er belang in stellen om de informatieposities aan te vullen en te verrijken. Dit kan in de vorm van een veiligheidsportal met goed toegankelijke kennisdiensten, met blogs geschreven door van tot de verbeelding sprekende experts en met RSS feeds, die toegang geven tot actualiteiten.

Om dergelijke vormen van samenwerking levensvatbaar te maken dient er een transparante verdeling van verantwoordelijkheden te worden overeengekomen. De politie zal in een dergelijk krachtenveld wel degelijk een cruciale rol van moderator dienen te spelen door informatie die wordt aangeleverd te modelleren en te valideren ten gunste van bestuurlijk en justitieel gebruik. Het voorspelbare gevolg van een dergelijke transformatie van werkwijzen is dat er ongekende capaciteiten zullen worden gemobiliseerd.


Actieve wederkerigheid

De politie heeft er in dit perspectief alle belang bij om opener en transparanter te worden waardoor de bereidwilligheid om de politie te helpen zal toenemen. Als de politie haar rol wil spelen en haar aandeel wil hebben in deze nieuwe krachtenvelden kan dat alleen succesvol zijn als aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan.
1 Een veelzijdige en transparante informatiepositie die optimaal uitnodigt om virtueel en analoog samen te werken met publieke en private veiligheidspartners in de diverse veiligheidsarena’s.
2 Een dynamisch onderwijsaanbod waarmee niet alleen proactief kan worden bijgedragen aan de professionele ontwikkeling van politiemensen in alle stadia van hun loopbaan, maar ook aan vormen van modern burgerschap.

 

De combinatie van beide voorwaarden kan leiden tot een krachtige leeromgeving alsmede tot een dynamisch partnerschap met de korpsen om in te spelen op behoeften op collectief en individueel niveau.

Voor wat betreft de informatiepositie van de korpsen zijn er enkele initiatieven in gang gezet, echter als men een bezoek brengt aan www.politie.nl krijgt men niet de indruk dat er sprake is van een gemeenschappelijke en uitdagende visie op de informatiesamenleving. Integendeel, het is nog steeds veel institutioneel eenrichtingsverkeer en er heerst een sfeer waarin elk korps zijn eigen gevel oppoetst.


Voor wat betreft de leeromgeving ligt er een uitdaging voor de Politieacademie. Die uitdaging wordt aangegrepen nu er een programma is gestart om te komen tot een ‘Virtuele Academie’. Het is echter ook van belang om een generiek vak als informatievaardigheden te ontwikkelen. Op het terrein van kennismanagement is al heel veel tot stand gebracht. Dit blijkt onder andere uit het recent vernieuwde PKN. Tegelijkertijd zijn er de afgelopen twee jaar in een internationale proeftuin (zie www.ipep.info) nieuwe diensten gelanceerd. Maar er zal meer moeten gebeuren. In een volgende bijdrage zal op deze uitdaging worden ingegaan door een toekomstbeeld te schetsen van een politie die zich dynamisch manifesteert in de virtuele wereld.

 

Bron: Het Tijdschrtift voor de Politie, jrg. 71, nr. 6, 2009

1 Met dank aan Frank Smilda van de regiopolitie Utrecht met wie ik een aantal keren van gedachten heb gewisseld naar aanleiding van zijn thesis in het kader van zijn masterstudie. Hij heeft als een van de eersten binnen de politie het belang onderkend van het feit dat er meer gebruikgemaakt kan worden van het internet in het kader van de opsporing. Daarnaast dank ik de deelnemers aan het ‘My Blue Space’-project voor hun inbreng om de politie bewuster te maken van de mogelijkheden van geavanceerde informatietechnologie.

Voetnoten

0 reacties

Reageer op dit artikel