'Laten we oppassen dat we niet de politie van de bezittende klasse gaan worden!'
De politieorganisatie is al lang geen 'mannenorganisatie' meer. Tenminste, dat zou je zeggen als je de verhouding mannen/vrouwen op straat bekijkt. Aan de top valt het echter nog wat tegen. Lieke Sievers en Miriam Barendse hebben wél een aantal barrières geslecht. Een interview.
Lieke Sievers en Miriam Barendse werken in de korpsleiding van respectievelijk IJsselland en Utrecht. Lieke kwam in 1978 van de academie en ging naar Breda. Miriam is van de lichting van 1988 en begon bij de gemeentepolitie Utrecht. We informeren naar hun eerste periode als leidinggevende. Spelen zaken uit het begin van hun carrière nog steeds een rol? Maar ook: wat vinden ze van de komende bestelwijziging, hoe kijken ze aan tegen integriteit en wie moet de regie hebben in de aanpak van onveiligheid?
Hoe is het om als vrouw carrière te maken in de politieorganisatie?
Lieke: 'Het is een dubbel gevoel; je zet niet alleen in op het leren van het vak, maar ook op het afdwingen van respect voor de manier waarop jij de dingen aanpakt. Dat je niet klakkeloos in de sporen van je voorganger treedt – met één uitzondering altijd een man – maar je eigen aanpak, je eigen stijl hebt. Het is elke keer weer "pionieren", elke keer moet je weer je positie bevechten. Dat begon al op de academie. We waren met twee vrouwen in een groep van 37. Anderhalf jaar geleden kwam ik in IJsselland, daar kenden ze geen vrouwen in de korpsleiding. De hoogste positie van een vrouw was, op een vrouwelijke plv. DC na, leider van een wijkteam. Ik zoek het niet bewust op, maar vind het wel elke keer weer een uitdaging. En het maakt je steeds sterker.'
Miriam: 'Ik heb snel grote stappen gemaakt in mijn carrière. De combinatie: een zware functie en opgroeiende kinderen kostte veel meer energie dan het feit dat ik als vrouw een bijzondere positie zou hebben. In Utrecht ben je als vrouwelijke leidinggevende trouwens niet meer bijzonder. Bovendien waren er in Utrecht ook mannelijke rolmodellen. Dat ik over bepaalde onderwerpen soms andere ideeën heb dan mijn collega's, heeft volgens mij niet alleen te maken met het vrouwzijn maar is ook een generatiekwestie. Hoewel ik zeker geen barricadetype ben, zal ik altijd aandacht blijven vragen voor de rol van de vrouw binnen de politieorganisatie. Het thema "de rol van de vrouw" is nog steeds een thema van nu en is van levensbelang voor een organisatie.
Ik heb altijd geloofd in gemengde teams. Jong en oud, man en vrouw. Doordat je elkaar aanvult, word je sterker. Natuurlijk ervaar je verschillen. Ik sta elke keer er weer versteld van hoe mannen het spel spelen. Tijdens vergaderingen verschillen ze enorm van mening en trekken ze alles uit de kast om hun eigen gelijk te bewijzen, en een kwartier later staan ze samen aan de bar een biertje te drinken alsof er niets gebeurd is. Vrouwen drijven zaken minder snel op de spits, maar áls het gebeurt, blijft het veel langer hangen. Ik merk ook dat het mij altijd kracht heeft gegeven om als eerste vrouw een positie te bekleden.'
Jullie hebben allebei een gezin met (jonge) kinderen. Wat voor invloed heeft dat op je werk? Hoe kijkt je huidige werkomgeving naar je?
Lieke: 'Toen ik anderhalf jaar geleden in IJsselland kwam en aangaf dat ik woensdagmiddag vrij wilde zijn voor mijn jongste die nog op de basisschool zit, was men stomverbaasd: "wat gebeurt er hier!" Maar tegelijk slaakten velen een zucht van verlichting; "eindelijk een méns in de korpsleiding, die ook gezinsverplichtingen heeft". Het biedt namelijk meer mensen de mogelijkheid om het gezin een hogere prioriteit te geven.'
Miriam: 'Natuurlijk merk je dat er in eerste instantie verbaasd wordt gereageerd als je een keer vanwege je kinderen om vier uur weg moet. Aan de andere kant helpt het als je er open en duidelijk over bent. Je zal zelf de grens moeten aangeven, een ander doet dat in de regel niet voor je. Ik heb de afgelopen jaren wel gemerkt dat men bij vrouwen anders reageert dan bij mannen. Als je als vrouw vanwege een ziek kind thuisblijft, had iedereen wel "verwacht dat dat een keer zou gebeuren". Terwijl mijn man werd beschouwd als de vader van het jaar als hij daarvoor thuisbleef!'
Lieke: 'Ik zie voor vrouwelijke leidinggevenden een belangrijke rol weggelegd in het aanbrengen van samenhang en verbinding. Mannen "pieken" vaak op één of een paar punten, terwijl vrouwen vaker de verbanden aangeven. En hoewel ze aandacht en zorg hebben voor andere aspecten, kunnen ze toch ook veel zakelijker zijn dan mannen.'
Hoe kijken jullie aan tegen de ontwikkelingen in het politiebestel?
Ze zijn geen van beiden erg enthousiast over de op handen zijnde veranderingen. Lieke ziet op het vlak van de bedrijfsvoering, waar zij zich momenteel beweegt, nog wel winstpunten. 'Op het gebied van ICT en financiën kunnen heel wat dingen beter. Bij P&O wordt het al wat moeilijker, hoewel je ook daar meer zaken landelijk zou kunnen regelen. Eén rechtspositie zou bijvoorbeeld een hoop overleg schelen. Maar dan houdt het wel op. En ik ben bang dat het wél wat verder gaat...'
Volgens Miriam gaat het te snel. 'In tien à twaalf jaar zijn we van 144 gemeenten naar 25 regio's gegaan. De doorontwikkeling was vanzelf gekomen. Nu gaat het te geforceerd, terwijl er momenteel geen crisis is die zo'n markante ontwikkeling rechtvaardigt.'
Lieke beaamt: 'Die ontwikkeling had veel meer bottom-up moeten plaatsvinden.
Als er ergens op dit moment een crisis is, dan zit hij in de nationale politiek. De sturing vindt plaats door incidenten. Er is kortetermijnbeleid. De veranderingen zijn gericht op politiek indekken. Het is een machtsdiscussie, die niet op inhoud is gevoerd. Als het doorgaat, lopen we het risico dat vanwege incidenten die ergens plaatsvinden, van bovenaf onder andere wordt ingegrepen op sterkte. En elk incident zal gevolgd worden door steeds nieuwe regels.'
Miriam sluit aan: 'De eerste vraag had moeten luiden: "Wat wil je bereiken?". Dat is volgens mij dat Nederland veiliger moet worden. De huidige bestelwijziging is daar niet op gericht. Je vraagt je af voor welk probleem dit de oplossing is.'
En het rapport Politie in Ontwikkeling?
Lieke: 'In dat rapport staan een hoop goede analyses, het is knap en wetenschappelijk geschreven. Maar ik had verwacht dat er meer in zou staan over de eigen positie van de burger en de daarmee verbonden gezagsparadox. Ook zou zo'n rapport je passie voor het vak moeten versterken. Van mij had de kern van het rapport hebben mogen bestaan uit 4 à 5 A4-tjes over de essentie van de politieprofessie en onze bezieling voor de uitoefening daarvan.'
Miriam: 'Het is voor mij wel een verbindend stuk voor de regio's, met enkele mooie nieuwe noties. Het is goed dat de Raad van Hoofdcommissarissen zich over een dergelijk belangrijk rapport heeft uitgesproken. Ook had ik iets meer terug willen zien van de vraag: "hoe kijken we tegen de burger zelf en haar eigen verantwoordelijkheid aan?" De oorspronkelijke slogan: "u rust terwijl wij waken" is niet meer van deze tijd. Het gaat meer over begrippen als "actie" en "de politie die krachtig dingen doet" en de burger ondersteunt bij zijn veiligheid.'
Lieke: 'Voor mij gaat het om woorden als "vertrouwen en gedreven". Daarnaast geloof ik, zeker in deze tijd van polarisatie, in de functie van bruggenbouwer en onpartijdigheid. Ik zie een tweedeling ontstaan, een sociale onderklasse. Onze rol is, adequaat om te gaan met die polarisatie en de zwakkeren te beschermen. Wij moeten zorgen dat zij geen slachtoffer worden van de steeds strenger wordende overheid. We moeten oppassen dat we geen politie van de bezittende klasse worden. In dit dichtbevolkte landje moeten we als politie de vrede bewaren en zorgen voor een grote "lokale voeding". Die lokale verankering komt wel sterk terug in het rapport.'
De tendens is: de politie is niet alleen verantwoordelijk voor de maatschappelijke veiligheid. Maatschappelijke veiligheid is een verantwoordelijkheid van iedereen. Maar wie heeft de regie in de aanpak van onveiligheid?
Miriam ziet de politie als – informele – leider in de veiligheidsketen. 'Wij hebben daarin een traditie opgebouwd, we zijn vaak initiatiefnemers. Je ziet wel dat alle partners in de veiligheidsketen steeds meer worden aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid op het gebied van veiligheid. Maar wij zijn vaak de grootste organisatie in de regio, we zijn veel op straat, zien veel… ik vind dat je dan de verantwoordelijkheid hebt de boel aan te sturen, aan te jagen.'
Lieke: 'Je moet wel elkaars krachten benutten. Zo vind ik dat de gemeente veel sterker is in het bedenken en beschrijven van een integrale aanpak, terwijl de politie beter is in de uitvoering.'
Miriam verkeert in een dilemma. 'Waarom laten we de regie niet écht los? De enige reden die ik kan bedenken, is dat de gemeenten de laatste jaren al zoveel op hun bord hebben gekregen. Daarnaast marginaliseren ze hun eigen rol, onderschatten ze hun eigen mogelijkheden. Als de gemeente zou zeggen: "Dit is het probleem, dat gaan we eraan doen en wat is jullie inbreng?", dan zouden we er minder moeite mee hebben om de regie uit handen te geven.'
Als jullie een andere baan zouden mogen kiezen, ligt die dan in de politiek?
Lieke: 'Ik ben geen lid van een politieke partij. Je volgt het natuurlijk wel vanuit je werk, maar ik heb geen enkele politieke ambitie. Ik zou ook niet in een commercieel bedrijf willen werken. Er moet voor mij een sterke maatschappelijke relevantie aanwezig zijn.'
Miriam: 'Ik heb ook geen politieke ambities, maar ik zie wel dat een burgemeester een belangrijke rol kan spelen op het gebied van veiligheid en leefbaarheid. Een burgemeester heeft op dat gebied veel meer mogelijkheden tot zijn beschikking dan de politie. Ik zou – puur uit nieuwsgierigheid – weleens willen ervaren hoe het is om in een commercieel bedrijf te werken. Hoe het is om als leidinggevende door zulke sterke externe prikkels als omzet en winst te worden gedreven.'
Onlangs kwam de politie Rotterdam in het nieuws, door de tweehonderd agenten die in het Van Persie-dossier wilden snuffelen. Hoe staan jullie tegenover de integriteitdiscussie binnen de politie?
Miriam en Lieke storen zich een beetje aan dit soort berichtgeving. De Rotterdamse politie heeft naar hun mening adequaat en proportioneel gereageerd.
Op de vraag of er meer preventief getest moet worden op integriteit (zie artikel Pijl in TvdP nr. 11, pag. 4 e.v.) zegt Lieke:
'Het begint ermee dat je duidelijk bent in wat wel en niet mag. Thuis heb ik met mijn kinderen dezelfde discussies over hun msn- of google-gedrag. Laatst stond in de NRC een artikel over jongeren die voornamelijk communiceren via webcams, msn… en hoeveel moeite ze hebben met "normale" communicatie. Zo'n artikel laat ik ze dan lezen, en daar praten we over. Vervolgens vertrouw ik ze. Ik ga hun computers niet controleren. Als ik de kamer binnenkom en er worden snel pagina's weggedrukt, is het weer een goed moment om het onderwerp aan te snijden. En als ik het echt niet wil, moet ik bepaalde sites gewoon blokkeren. Zo kijk ik ook tegen de integriteitsdiscussie aan; het is een onderwerp dat voortdurend op de kaart moet worden gezet. Duidelijke afspraken en een brede set van maatregelen. Als daar allemaal aan is voldaan, is het voor mij ook bespreekbaar dat er preventief gecontroleerd wordt. Als het maar een onderdeel van een groter geheel is.'
Miriam vult aan: 'Als het een organisatie wordt van wantrouwen in plaats van vertrouwen, zou 't mijn organisatie niet meer zijn. Aan de andere kant moet je er natuurlijk ook niet te naïef inzitten. Louter reageren op incidenten vind ik naïef.'
Hoe kijken jullie tegen de prestatieconvenanten aan?
Miriam: 'De externe prikkel was goed en nodig. De nieuwe convenanten moeten wel weer over nieuwe onderwerpen gaan. Ik zou het belangrijk vinden als daarin afspraken staan voor de gehele strafrechtketen gericht op integrale samenwerking.'
Daarnaast moeten de convenanten altijd ruimte houden voor de menselijke maat en de couleur locale. Lieke beaamt: 'Samenhang en verbinding moet het motto zijn.'
Was dat nou net niet datgene waar vrouwen iets beter in zijn?!

Reageer op dit artikel