Mariëtte Christophe over de Amsterdamse politieacademie: Nieuwlichterij in Mokum

Door Peter Klerks, 01 mei 2003 10:27 uur0 Waardering:

Het korps Amsterdam-Amstelland meent dat de landelijk aangeboden politieopleidingen niet alles bieden dat voor het werk in een grote stad nodig is. Amsterdam kent daarom sinds kort een eigen politieacademie. Het Tijdschrift voor de Politie sprak met verantwoordelijk commissaris Christophe over de beweegredenen en ambities. Gaat Amsterdam Apeldoorn naar de kroon steken?

Er heerst hoogspanning in de 'Gouden gang' van het Amsterdamse hoofdbureau, waar een zware delegatie van het parket voor overleg wordt verwacht. De stad staat aan de vooravond van wat opnieuw een roerige periode in haar geschiedenis kan worden. Deze week nog wordt de aanval op Irak verwacht, en er zijn signalen dat een voor het weekend aangekondigde demonstratie niet zonder problemen zal verlopen. Amsterdam moet kunnen rekenen op de professionaliteit van haar politie, niet alleen bij het in goede banen leiden van demonstraties, maar vooral bij het tijdig aanvoelen van signalen in de buurten. Het netwerk van bijna tweehonderd buurtregisseurs is daarbij onmisbaar: die zijn dan ook extra bijgepraat op het signaleren van extremistisch geweld en terrorisme.
De buurtregisseurs zijn op hbo-niveau geschoolde en zeer ervaren gebiedsgerichte politiemensen, die het korps zelf heeft opgeleid. 'Een opleiding op maat, gericht op wat in de grote stad nodig is. Daarvoor bestond nog geen cursus'. Vanuit haar werkkamer in het hoofdbureau aan de Amsterdamse Elandsgracht geeft commissaris Mariëtte Christophe leiding aan een ingrijpende hervorming van wat in andere korpsen gewoon 'Bureau opleidingen' heet. Het resultaat is de eigen Academie Politie Amsterdam-Amstelland (APAA). Het zoveelste staaltje kapsones uit Mokum?
 

Eigenzinnig
De basis voor de APAA ligt in het begin van de jaren negentig, zo legt de commissaris uit. In Amsterdam drong het besef door dat het politievak toe was aan verdieping en verbreding. 'Het ging niet alleen om het leren van leiderschap aan het nieuwe kader. We wilden ook naar een verrijking van het vak toe. De samenleving wordt steeds complexer, en daarom moet een groot deel van onze organisatie van lbo- naar hbo-niveau worden gebracht. Er is een gedifferentieerde en resultaatgerichte politie nodig'. Amsterdam-Amstelland pakte dat op eigenzinnige wijze aan en kon zich als groot korps ook het een en ander veroorloven. 'Vanaf 1996 stuurden we grote klassen van twintig tot soms wel vijftig mensen naar de Politieacademie in Apeldoorn. Afgestudeerden daarvan kunnen vrijwel overal als inspecteur aan de slag, maar in Amsterdam worden ze hoofdagent. Na de NPA krijgen ze drie tot vijf jaar de tijd om te laten zien waar hun talenten liggen. Ze krijgen in ons korps het politievak aangereikt.' De 'nieuwkomers' kunnen doorgroeien, maar niet iedereen wordt automatisch leidinggevende. 'Talent kan doorgroeien naar een gekwalificeerde functie, bijvoorbeeld in de gebiedsgebonden politiezorg of bij de recherche. En een deel wordt leidinggevend', zo geeft Christophe aan. 'We investeren heel veel in onze mensen: eigenlijk komen ze na negen jaar pas op hun beginplek in de organisatie. Voor sommigen blijkt dat traject te lang: die kunnen elders sneller groeien en kiezen tussentijds voor een ander korps. Maar de meest gemotiveerden blijven over.' Binnen het korps spreekt men voor deze opleidingsperiode niet over een 'MD-traject', want het gaat om meer dan management alleen. 'Het zijn trainees, wij noemen ze 'LOT’ers', voor Loopbaan Ontwikkelings Trajecten', zo zegt Christophe.
 

Structuur
Het grootste regiokorps van Nederland telt onder haar 5800 medewerkers momenteel zo'n 900 studenten in het instroomtraject. Het grootste deel daarvan is 'generalist in opleiding' (GIO). Gedurende 5½ jaar, waarvan de eerste vier jaar in het landelijke Politieonderwijs 2002, worden zij klaargestoomd voor het algemene politiewerk. Mariëtte Christophe schetst de opbouw van de APAA.
'We constateerden in de jaren negentig dat het landelijk politieonderwijs niet altijd aansloot bij de behoeften van ons grootstedelijke korps. Dat noodzaakte tot eigen investeringen, en ons Bureau Opleidingen werd enige tijd geleden al omgevormd tot het Cluster Professionalisering. Gaandeweg werden de verwachtingen en ambities groter. De basisopleiding is ingrijpend veranderd, en er kwamen geheel nieuwe opleidingen voor buurtregisseurs, de 'wijkagenten-nieuwe-stijl' op hbo-niveau, en voor wijkteamchefs', zo verduidelijkt Christophe. Leergangen die overigens samen met het LSOP werden ontwikkeld. 'Om aan te geven hoe serieus we dit menen, brengen we nu de Academie Politie Amsterdam-Amstelland tot stand, waar op den duur zo'n honderdvijftig mensen zullen gaan werken. De academie gaat vrijwel alles omvatten wat er binnen het korps aan opleidingen gebeurt. Maar daar blijft het niet bij. Vanuit de APAA wordt ook gewerkt aan de ontwikkeling van het politievak en van de korpsidentiteit.'
Directeur van de APAA is commissaris Ton Koenders, die binnen zijn organisatie vier vakgroepen heeft: Basisontwikkeling (VBO), Individuele ontwikkeling (VIO), Vakontwikkeling (VVO) en Korpsidentiteitsontwikkeling (VKIO). Christophe: 'Wij gaan met de academie uit van de drie kernaspecten 'mens', 'vak' en 'identiteit'. Daarop spreken we de collega's aan, en daarop willen we ons verder ontwikkelen. Dat gaat op een doordachte manier, op basis van een masterplan. Daarin worden ook alle bestaande zinvolle activiteiten ondergebracht. Daar kunnen we vervolgens op sturen, en we meten ook de kwaliteitsverbetering. Om de aansluiting met de werkomgeving van de politieorganisatie te waarborgen, wordt een curatorium opgericht, waarvoor vooraanstaande personen uit wetenschap en samenleving worden uitgenodigd.'
 

GIO's
Elk van de vier vakgroepen kent een eigen aandachtsveld. De vakgroep Basisontwikkeling richt zich met name op de nieuwkomers in het korps. Hierbij is de duale filosofie van afwisselend leren en werken leidend, die sinds 1999 in het korps wordt toegepast en die model heeft gestaan voor het landelijk politieonderwijs in 2002. Op den duur moeten er permanent zo'n 500 studenten binnen de vakgroep worden opgeleid. Die worden per groep van vijftig inhoudelijk gecoached door een trajectbegeleider, die tevens hun lijnchef is. Deze vakgroep telt ongeveer 27 IBT-docenten, tien inhoudsdeskundigen, vijf onderwijskundigen en enkele coördinatoren en ondersteunend personeel. Christophe zet de contouren van dit traject uiteen. 'We leiden surveillanten in opleiding op, en professionals en projectleiders in opleiding. Maar een groot deel van de cursisten in de opleidingsfase is generalist in opleiding (GIO). Dit zijn hoofdagenten, die in een flexibele pool zitten en zodoende kunnen worden ingezet waar de behoefte het grootst is: een versterking dus van de wijkteams. In de wijkteams-nieuwe-stijl is er een permanente kern van medewerkers voor de noodhulp en zijn er natuurlijk de buurtregisseurs, terwijl operationeel assistenten zorgen voor zaken als baliedienst, arrestantenverzorging, rechercheassistentie en dergelijke. De GIO's die in 1999 zijn begonnen, hebben eerst vijf maanden opleiding gehad, gevolgd door tien maanden praktijkwerk. Daarna draaien ze telkens drie maanden diensten bij de verkeersdienst, de vreemdelingendienst enzovoorts. Nu zit die lichting inmiddels in fase 3, waarbij ze dertig maanden ervaring opdoen in de noodhulp. Om die mensen wordt gevochten bij de wijkteams: dat zijn heel bijzondere dienders, die echt wat kunnen en van aanpakken weten. Die groep krijgt nu overigens de mogelijkheid om een diploma-equivalentie te halen, maar daarvoor moeten ze nog een tijd op een ROC meedraaien. En dat levert wat cultuurproblemen op: zo'n klas jonge dienders temidden van de hedendaagse schooljeugd in Amsterdam-West.
 

Persoonlijk budget
De vakgroep Individuele ontwikkeling zorgt voor de voortgezette kennisontwikkeling van de medewerkers. Daarbij wordt er stevig in mensen geïnvesteerd. 'In het kader van de noodzakelijk geachte permanente educatie krijgt ieder korpslid de beschikking over een persoonlijk jaarbudget van 80 uur, waarvan 32 uur moet worden besteed aan de wettelijk voorgeschreven training in integrale beroepsvaardigheden (IBT). Door het aanbod aan cursussen individueel af te stemmen op hetgeen voor de functie nodig is wordt het mogelijk om met competentieprofielen te gaan werken. In het verlengde daarvan komt er een systeem van loopbaanplanning voor iedere medewerker', legt Christophe uit. Binnen deze vakgroep is onder meer de opleiding voor buurtregie ondergebracht.
 

Vakontwikkeling
De vakgroep Vakontwikkeling heeft de verbetering en vernieuwing van het politievak als oogmerk. Daartoe wordt gewerkt met zestien vakgebieden (zie kader). De vakgroep haalt op gestructureerde wijze kennis uit de organisatie en stelt deze beschikbaar waar dat nodig is. Voor deze taak zijn de regionale projectcoördinatoren binnen het korps van grote betekenis. Die zijn verantwoordelijk voor het doorgronden van bepaalde prioritaire probleemvelden als straatroof, inbraken, jeugdcriminaliteit en dergelijke, en zorgen er door intensief netwerken zowel binnen als buiten het korps voor dat bruikbare inzichten en werkwijzen worden verzameld en benut. Aanvullend aan deze projectcoördinatoren is het de bedoeling dat ook kennismakelaars een schakelfunctie gaan vervullen in het ontdekken en beschikbaar stellen van nuttige kennis.
 

Burgeracademie
De vierde vakgroep – Korpsidentiteitsontwikkeling – zorgt voor de dialoog met de burgers: wat wordt er van de politie verwacht? De VKIO werkt – samen met communicatiedeskundigen – aan de corporate identity van het korps. 'Een "moresprogramma" gaat over wie en wat we zijn en wat we willen zijn. Dat heeft ook betrekking op integriteit: gebruik van ecstasy in de vrije tijd, of de houding tegenover collega's van Arabische herkomst in tijden van spanning', legt Christophe uit. Door klachten over politiemedewerkers te analyseren, tracht de vakgroep bij te dragen aan een verdere professionalisering van bejegening en dienstverlening. Een andere manier om met de burgerij in gesprek te komen is via een 'burgeracademie'. Hierin krijgen politiemensen van burgers te horen wat er leeft, en kunnen burgers kennismaken met het werk van de politie. Het uit Seattle afkomstige idee werd in Nederland geïntroduceerd door het korps Gelderland-Midden. Amsterdam-Amstelland begint waarschijnlijk nog dit jaar met de burgeracademie. Ook de politievrijwilligers, de circa negentig 'volontairs' die nu al minimaal twee dagdelen per week ondersteuning leveren, kunnen hier aan de slag. Het 'van buiten naar binnen' denken heeft duidelijke consequenties voor de opstelling van het korps. Met universiteiten wordt in toenemende mate structureel samengewerkt om bijvoorbeeld stagiaires en promovendi binnen het korps voor enige tijd aan het werk te zetten, zoals binnen het Amazoneteam, dat jeugdige veelplegers op de voet volgt. De medewerkers van de APAA moeten zelf ook streetwise zijn: 'de politiedocenten moeten half-time in de praktijk werken, zodat ze weten wat er speelt', zo verklaart Christophe.
 

Concurrentie
De commissaris onderkent dat het aan tijd ontbreekt om de nieuw verworven inzichten ook landelijk uit te zetten. 'Het korps is rusteloos, dat zit zelfs in het motto dat op onze gevel staat. We geven alle aandacht aan het proces zelf.' Medewerkers van andere korpsen zullen dan ook niet kunnen deelnemen aan de cursussen van Amsterdam-Amstelland. 'We nemen wel steeds meer deel aan landelijke overleggen, onder meer in het nieuwe rechercheonderwijs. We leveren ook aan Politie Kennis Net. Maar cursusaanbod aan externen is nu niet haalbaar' stelt Mariëtte Christophe. Amsterdam-Amstelland blijft gebruikmaken van het onderwijsaanbod van het LSOP, en in bescheiden mate ook van het post-initieel onderwijs. Christophe wijst er evenwel op dat het LSOP scherp op de kwaliteit moet letten. 'Voor een deel kun je nergens anders terecht, maar als cursussen ook op de vrije markt worden aangeboden, moet het LSOP concurrerend zijn in prijs en kwaliteit. Wij werken graag samen om dat te bereiken: zo ligt er een verzoek bij het ICR om tien procent van onze rechercheurs op hbo-niveau te brengen. Om zo'n leergang te ontwikkelen, werken we samen. De oude, delictgerichte aanpak moet voor een deel worden aangevuld met een dadergerichte benadering. Veelplegers en leden van de harde kern-jeugd krijgen in de toekomst daderrechercheurs achter hun broek, die niet zozeer één zaak oplossen, maar alle wegen gebruiken en alle netwerken inschakelen om figuren voor enige tijd uit het sociaal verkeer te halen. Dat vraagt om een heel andere aanpak.'
Nieuwe politieconcepten vragen om innovatieve manieren van werken, ook bij de verkeerspolitie. Het idee om in het kader van 'tegenhouden' van criminaliteit personen met een verhoogd risicoprofiel selectiever te volgen, vraagt om het stelselmatig monitoren van verkeer binnen de stedelijke infrastructuur. 'Van de Belastingdienst krijg je extra aandacht als je eenmaal betrapt bent op een onjuiste aangifte. Dat kunnen wij straks ook: meer aandacht voor mensen met een bepaalde levenswandel die herhaaldelijk in de fout gaan. Daarvoor moeten mensen van de Verkeersdienst met zeer geavanceerde apparatuur leren omgaan.'
De ambities wat betreft scholing en het gebruiken van kennis liggen hoog in het korps Amsterdam-Amstelland, en worden voor een deel ook al verwezenlijkt. Men stelt zich vooralsnog bescheiden op en wil op den duur de resultaten voor zichzelf laten spreken. Dat pleit voor een vervolginterview met dienders die hun opleiding in Amsterdam voltooid hebben: in een toekomstig nummer van dit tijdschrift.

[Kader]
De zestien vakgebieden
Justitiële politiezorg (recherche)
Verkeer
Vreemdelingenzaken
Generale (basis)politiezorg
Grootschalig optreden
Bestuurlijke politiezorg
Onderzoek en ontwikkeling
Personeel
Financiën en economie
Logistiek
Informatievoorziening/automatisering
Onderwijs
Juridische zaken
(mens)Management en leiderschap
Administratie en secretariaat
Facilitaire dienstverlening

Mw. M.H.V.C. (Mariëtte) Christophe is hoofd Professionalisering en Innovatie. Zij is sinds 1997 lid van de korpsleiding van Regiopolitie Amsterdam-Amstelland.

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2003, jrg. 65, nr. 5, p. 20-22

0 reacties

Reageer op dit artikel