Met het gezicht naar de politieregio en de rug naar Brussel
'En dan verzin ik iets voor de politie', aldus de welwillende ambtenaar van een van de 'Justice and Home affairs'-afdelingen van de Europese Commissie in Brussel. Het zijn de letterlijke woorden van een EU-medewerker die in alle openheid de gang van zaken uitlegt aan een groep LIPO-deelnemers. Ondanks de vele overlegplatforms en expertgroepen is de inbreng van de politie in Brussel te verwaarlozen.
Het is dinsdagmorgen, vier minuten over zeven. De internationale trein vertrekt van station Hollands Spoor in Den Haag. In de trein veel ambtenaren van verschillende departementen. Allen onderweg naar Brussel, voor overleg. Hoeveel politieprofessionals bevinden zich onder de passagiers? Het antwoord is waarschijnlijk: bedroevend weinig. Waarom?
Hoeven politiemensen de trein naar Brussel helemaal niet te nemen omdat derde pijler-zaken in Brussel worden behandeld door ambtenaren van de ministeries van Buitenlandse Zaken, Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties? Een misvatting! Want zijn deze collega's van de ministeries eigenlijk wel voldoende op de hoogte van de wensen en belangen van het politieveld? Over de 'in en outs' van de implementatie van de besluiten die genomen worden. En hoe de 'state of the art' vakkennis, aanwezig binnen de Nederlandse politie, wordt ingebracht voor de Europese beleidsontwikkeling?.
Onzichtbaar
Of reizen we soms niet naar de Belgische hoofdstad af, omdat we daar al zo goed vertegenwoordigd zijn? Nee, dat is niet het geval. De vertegenwoordiging van de politie in Brussel blijft beperkt tot de functie van Ambassaderaad op de bilaterale ambassade. Dit in tegenstelling tot het ministerie van Defensie, dat met verscheidene mensen acte de présence geeft. Niet alleen op het NAVO-hoofdkwartier, maar ook op het knooppunt van alle relaties en informatie; de Permanente Vertegenwoordig (PV) aan de Herrmann Debrouxlaan 48. De defensievertegenwoordiging staat in schril contrast met de nauwelijks aanwezige politie. Een fysieke politieplek ten behoeve van informatie- en kennisuitwisseling ontbreekt in Brussel. Voor de belangenbehartiging en inbreng van de politie, die alleen op de PV plaatsvinden, zijn we afhankelijk van welwillende en gemotiveerde ambtenaar van ons vakdepartement. Niets ten nadele van deze individuele overheidsdienaar.1 Hij dient, net als wij. De vragen die ik hier opwerp, moeten worden gezien in de context van informatie- en kennisoverdracht, van ruis op (lange) lijnen, waardoor zo makkelijk vertekening en achterstand kan ontstaan, van verschillende belangen en meerdere werkelijkheden.
Misschien is het noodzakelijk dat als over vertegenwoordiging wordt gesproken, ook aandacht komt voor het tweerichtingsverkeer; hoe kan de Brusselse ambtenarij de weg naar de Nederlandse politie vinden als zij bijvoorbeeld vragen heeft over de uitwerking van EU-besluiten in onze operaties?
Kijk maar naar het werk van de Joint Investigation Teams (JIT's), de Europese 'arrest warrant' of in de nabije toekomst de 'evidence warrant'. Zijn wij binnen ons regionaal georganiseerde politiestelsel in staat Brussel een duidelijk herkenbaar loket te bieden? Het antwoord is simpel: nee. Ondanks alle inspanningen zijn we er niet in geslaagd een duidelijk herkenbare – en door alle partijen geaccepteerde – loketfunctie naar Brussel (en vice versa) vorm te geven. Laten we dus ook de hand in eigen (politie)boezem steken.
Internationale betrekkingen
Er is dus nog een andere reden voor het ontbreken van politiemensen in de trein naar Brussel. De Nederlandse politie heeft het eigen korps zo lang belangrijker gevonden dan de onbekende, 'ver van mijn bed'-bureaucratie in Brussel, dat noch leden van korpsleidingen, noch de regionale coördinatoren Internationale Betrekkingen (IB) er de weg weten. Laat staan dat ze zich regelmatig, gecoördineerd en met mandaat in de Brusselse wandelgangen begeven. De coördinatoren IB worden in een aantal korpsen onvoldoende gehoord (soms bestaan deze functies niet eens) en vaak hebben ze slechts een te marginale invloed op de (inter)regionale beleidsontwikkeling. Het risico is helaas nog steeds aanwezig dat de functie van coördinator IB het karakter heeft van 'de organisator van internationale uitwisselingen' en de 'spiegeltjes en de kraaltjes'. Ten slotte moeten we constateren dat concrete resultaatgebieden op het terrein van internationale politiesamenwerking niet zijn benoemd in de door de minister gewenste prestatiecontracten.
Culturele verschillen
Als het écht goed zou zijn, zegt de afwezigheid van de politiemens op de trein iets heel anders. Dan wijken we als politie juist af van het gebruikelijke patroon van de ambtelijke aanwezigheid van Nederland in de Brusselse besluitvorming. Dan zijn onze experts namelijk al op maandagavond naar ons buurland vertrokken en hebben ze die avond besteed aan een intensieve informatie-uitwisseling met andere politiecollega's. Hebben ze eventuele standpunten verkend en gekeken hoe ze steun konden organiseren voor Nederlandse, politiespecifieke belangen.
Als het écht goed zou zijn, hebben ze de voorgaande avond zicht gekregen op de verschillende uitgangspunten. Zodat ze op basis daarvan en in zeer nauwe samenwerking met de collega's van de vakdepartementen de nationale positie konden bepalen. Dan hebben ze bewust geïnvesteerd in internationale relaties en kennen ze het besluitvormingsspel. Ze beseffen terdege hoe belangrijk het is om te gaan met bestaande cultuurverschillen. In veel landen werkt het immers niet om met de eerste trein binnen te komen, een standpunt te verwoorden en de besluitvorming af te wachten. Nee, internationale politiesamenwerking vraagt juist om beïnvloeding vooraf en om veel onderling vertrouwen.
Actief bouwen
Hoe bouw je aan vertrouwen? Door elkaar te willen ontmoeten en beter te leren kennen. Door kennis en wetenswaardigheden over elkaars geschiedenis, politiestructuren, werkwijzen en strategische uitdagingen te delen. Dit actief bouwen aan relatienetwerken met politiecollega's en de Brusselse ambtenarij vraagt een grote inzet. Werken aan kennis van 'het spel', halen en brengen, luisteren en ontmoeten. Kortom, het vraagt een sterke wil om te investeren in het ons eigen maken van de zo noodzakelijke (taal-, interculturele- en diplomatieke) vaardigheden.
Hoe sterk zijn we op dit punt? Of laten we ons toch te veel leiden door de efficiencygedachte? Het is inderdaad goedkoper om pas op die bewuste dinsdagmorgen te vertrekken; een typisch Nederlandse overweging. Maar er ook andere eigenaardigheden zitten ons in de weg. Zoals onze directheid. De drang om onmiddellijk ons standpunt te willen presenteren. Enige missionarisdrang is ons niet vreemd!
Kortom: hoeveel investeren wij in het vergaren van kennis over internationale politiesamenwerking, de Brusselse besluitvorming en het aanleren van die zo noodzakelijke vaardigheden en competenties?
Positieve signalen
Gelukkig zijn ook veel positieve signalen op dit belangrijke beleidsterrein de moeite van het belichten waard. Kijk maar eens naar het nieuwe politieonderwijsstelsel, waar studenten niet alleen de nodige uren besteden aan competentieverwerving, maar ook daadwerkelijk stage lopen in een van onze buurlanden. Of naar het SPL Leerprogramma Internationale Politie Oriëntatie (LIPO) dat zeer in de belangstelling staat. Naar de scholing van de regionale coördinatoren Internationale Betrekkingen door het IPO van de Politieacademie.
En ook buiten het onderwijsveld zien we mooie ontwikkelingen. Wat te denken van de indrukwekkende mogelijkheden voor de politie om samen te werken en van aanpassingen in de wetgeving, zoals afgesproken door de landen van de Benelux? Of van de intensieve samenwerking die bijvoorbeeld de korpsen Limburg-Zuid en Twente hebben opgebouwd met hun buurlanden? Wat een schat aan kennis en ervaring is daar ondertussen opgebouwd! Ook het KLPD heeft binnen bijvoorbeeld TISPOL en bij operationele uitwisselingen een actieve en initiërende rol. NCIPS heeft met zijn landenprogramma's bijgedragen aan het doorontwikkelen van de politie in toetredende lidstaten en door onze deelname aan vredesoperaties staat ons land nu duidelijk op de kaart.
Ten slotte wijs ik op de werkgroep ONO, onder voorzitterschap van korpschef Piet Deelman. De werkgroep bezint zich op dit moment over een voorstel voor een nog effectievere organisatie van de internationale, operationele en niet-operationele politiesamenwerking binnen het Nederlandse bestel. Meer dan ooit is het van cruciaal belang dat we deze positieve initiatieven met nog meer elan doorontwikkelen.
Want ondanks deze positieve signalen is de kans bepaald niet ondenkbeeldig dat we de voorbijrazende internationale trein naar Brussel missen. We beschikken niet over directe informatiekanalen van en naar België, van fysieke vertegenwoordiging vanuit de professie is nauwelijks sprake en we beschikken nauwelijks over de middelen om op operationeel of strategisch niveau invloed uit te oefenen.
Haags programma
Waarom is juist de inbreng van onze professionele standpunten in Brussel zo belangrijk? Redenerend vanuit de historie, kunnen we stellen dat de aandacht voor derde pijler-vraagstukken toeneemt. Europa besluit steeds meer voor ons. Roept zaken over ons af. Ook op het derde pijler-domein. Het terrein had voorheen een zeer nadrukkelijk soeverein karakter, maar zal met de inwerkingtreding van de Europese grondwet steeds meer een communautair karakter krijgen. De Europese Commissie wordt nog invloedrijker. De ambtenaar uit het begin van dit artikel heeft dus nog meer ruimte zelf 'oplossingen' voor de politie te bedenken. Dit alles sluit aan op het huidige proces waarin landen steeds meer operationeel samenwerken, afstemmen en harmoniseren. De afspraken die in november 2004 tijdens ons Nederlandse EU-voorzitterschap zijn vastgelegd in het 'Haagse programma'2 versterken deze bewegingen. Dit vijfjarenprogramma (2005-2010) bouwt voort op de afspraken die in 1999 in het Finse Tampere zijn gemaakt.
Dit ambitieuze programma beschrijft niet alleen ver(der)gaande vormen van politiesamenwerking, er wordt ook gedacht aan betere en verdergaande informatie-uitwisseling en operationele samenwerking. Het rapport besteedt bijvoorbeeld veel aandacht aan de JIT's, aan diverse actiepunten rondom terrorismebestrijding, ratificatie van Europol-instrumenten (geen situatierapporten meer, maar dreigingsanalyses), de oprichting van een comité voor interne veiligheid, Europese instrumenten voor misdaadpreventie en nog veel meer.
Dankzij het Haagse programma ontstaan er nog meer mogelijkheden voor internationale politiesamenwerking. Professor dr. W. Bruggeman (Benelux Universiteit en LIPO leerprogramma coach) heeft deze modellen in een kader geplaatst.
Conclusie
Het kader met modellen voor Europese politiesamenwerking laat zien hoe snel het JBZ-terrein (derde pijler) binnen de korpsen (meer) betekenis zal krijgen. Maar zijn we er klaar voor? Hebben we nagedacht over prioriteitstelling en capaciteit om ons aandeel te kunnen leveren?
Om in de beeldspraak te blijven: de trein is vertrokken en is op volle snelheid. Blijven we op het perron staan? Onze aandacht is al te lang uitsluitend naar de eigen regio gegaan. Het is nog niet te laat; we kunnen nog op de rijdende trein springen. Alleen zo kunnen we onderzoeken op welke manier we de uitdagingen die in het Haagse programma zijn beschreven, kunnen aanpakken voordat anderen dat voor ons doen. Als we in versnelling komen, de trein alsnog halen, kunnen we onze professionele politievisie inzetten én nog intensiever samenwerken met de vakdepartementen. Gelukkig ondersteunt het onlangs gepresenteerde visierapport van de commissie-Welten de uitdaging om ons gezicht niet alleen naar de wijk te keren, maar ook naar de wereld om ons heen. 'Europa is het land geworden'.
Uitdagingen
Waar liggen de antwoorden op deze uitdagingen? Wat is in elk geval nodig?
Ik noem enkele zaken:
– directe, proactieve informatievoorziening, op relevantie bekeken, vanuit een bestuurlijke én 'politieprofessionele' dimensie;
– vertegenwoordiging en aanwezigheid van de beroepsgroep in Brussel op de Permanente Vertegenwoordiging én daarbuiten. De tijd is rijp voor een politieman of -vrouw op de PV;
– sterke betrokkenheid bij het beleidsdomein vanuit korpsleidingen, die daarbij worden gesteund door o.a. de coördinatoren Internationale Betrekkingen, en
– blijvende aandacht voor training en competentie ontwikkeling op dit uitdagende beleidsterrein. De Nederlandse en Europese Politie Academie (CEPOL) kunnen op dit terrein een belangrijke rol vervullen.
Ten slotte en bovenal zou de Nederlandse politie het voortouw moeten nemen in het creëren van een informatie-, uitwisselings- en ontmoetingskruispunt in het Brusselse, gesteund vanuit de professie. Een platform voor politievertegenwoordigers die ieder vanuit hun eigen PV handelen en voor de vele (politie)bezoekers. Een plaats, noem het een 'Politiehuis', waar politiemensen elkaar kunnen ontmoeten, informeel en in een ontspannen sfeer. Deze forumfunctie zal cultuurbevorderend werken, een aanleiding bieden voor persoonlijke contacten en de teamspirit op internationaal niveau bevorderen. Het platform biedt ten slotte ook een prima mogelijkheid voor tweerichtingsverkeer; de Brusselse ambtenarij vindt er een (land)neutrale, effectieve toegang tot het 'blauwe vak'.
Laten we het missen van de dinsdagochtendtrein opvatten als een uitdaging voor het halen en optimaal benutten van de volgende, en met Gilbert Keith Chesterton zeggen: 'De enige manier om een trein te halen is de trein ervóór te missen'.
Dit artikel is gebaseerd op ervaringen van de auteur en discussies met deelnemers en sprekers van het Leerprogramma Internationale Politie Oriëntatie (LIPO) van de SPL en Instituut Clingendael.
De titel verwijst naar de LIPO-publicatie Met het gezicht naar de wijk en de rug naar Europa4
[kader1]
Modellen voor Europese politiesamenwerking
Bi-trilaterale samenwerking
De intensivering van de samenwerking tussen verschillende landen kent diverse uitingsvormen, namelijk:
– harmonisering van wetgeving en beleid (zoals bijvoorbeeld in het eerder genoemde Benelux verdrag);
– echte operationele samenwerking (het uitwisselen van informatie en het geven van daadwerkelijke steun);
– coördinatie;
– communautarisering.
Extraterritoriaal optreden
Hiermee wordt bedoeld het daadwerkelijk uitvoeren van politieacties in een ander dan het eigen land. Nieuwe mogelijkheden daarvoor zijn:
– Schengen-wetgeving;
– Joint Investigation Teams (JIT's).
Samenwerking opleggen aan buitenland
Het betreffende land heeft weliswaar nog steeds de autonomie in de uitvoering maar er is sprake van verdergaande mogelijkheden. Voorbeelden hiervan zijn:
– het reeds lang bestaande rechtshulpverzoek;
– het Europees arrestatiebevel;
– de in aanmaak zijnde European evidence warrant.
Autonomie EU
In dit model ligt het initiatief niet langer bij de lidstaten maar in Brussel. Voorbeelden hiervan zijn:
– het Europees fraudebestrijdingsbureau OLAF. Opsporingsambtenaren kunnen ook nu al in Nederlandse politieregio's onderzoek uitvoeren;
– Europol, zodra de bevoegdheden op het gebied van fraude met de Euro wordt uitgebreid;
– grenspolitie, die de buitengrenzen van de EU moet gaan bewaken.
Optreden EU buiten eigen grondgebied
Vertegenwoordigers van Europese politiekorpsen treden buiten Europa als een eenheid op. Voorbeelden daarvan zijn reeds in de maak binnen de tweede pijler, waar de Police Unit de mogelijkheden voor peacekeeping-missies naar bijvoorbeeld Afrika en het Midden Oosten verkent.
1 Ik geef met deze vraagstelling geen kwalitatief oordeel over de werkwijze van de vakdepartementen, maar slechts de aandacht vestigen op de huidige, eenzijdige invulling waarin de vakdepartementen het primaat vervullen. De oproep in dit artikel is nadrukkelijk dat noch de vakdepartementen noch de blauwe professie (het politieveld) dominant moet zijn. Het streven naar een én ministeriële én politievertegenwoordiging wordt juist bepleit.
2 Verwoord in de conclusies van het Nederlands voorzitterschap, document Council of the European Union, nummer:14292, van 5 november 2004.
3 Frans Heeres en Dirk Vande Ryse, 'Met het gezicht naar de wijk en de rug naar Europa', in: Able and Willing, police leaders questioning international co-operation’. Op te vragen bij: spl@politieacademie.nl

Reageer op dit artikel