Multiculturele politieorganisatie? Niet in 2005!

Als de politie een multiculturele organisatie wil worden, moet zij de problemen binnen de organisatie onderkennen. Zo sterven veel goedbedoelde projecten een stille dood voordat ze op de werkvloer zijn geland. En zolang het middenkader geen normen stelt, zullen minderheden zich niet welkom voelen.

Er zijn veel initiatieven op het gebied van diversiteit ontplooid, maar ik durf de stelling aan dat anno 2005 geen enkele politieorganisatie in Nederland zich multicultureel kan en mag noemen. Geen enkele regio is op dit moment een organisatie die volmondig en volledig culturele verschillen aanmoedigt en waardeert, pluralisme beoogt en diversiteit in alle rangen en standen laat zien.
In het januari/februarinummer van dit tijdschrift rapporteerde drs. E.T. Wilde, programmamanager prioritaire thema's, werkzaam bij de politieregio Amsterdam-Amstelland, over de multiculturele politieorganisatie. Hoewel ik van mening ben dat het theoretische kader van het artikel goed is onderbouwd en dat Wilde goed aangeeft waarom de politie een multiculturele organisatie zou moeten zijn, leg ik meer de nadruk op de noodzakelijke voorwaarde voor de politie om diversiteit te omarmen. Niet alleen in beleidsplannen, maar nu ook echt eens een keer in de uitwerking.

Urgentie

Wat ik niet goed tot uitdrukking vind komen in het artikel van drs. Wilde, is de cultuur binnen de Nederlandse politie. Ik deel dan ook zijn stelling niet helemaal. Wilde zegt in het artikel: 'Van de cultuur bij de politie kan niet (meer) worden gezegd dat deze diversiteit negeert of actief ontmoedigt'. Om dit te staven, geeft hij aan dat er cultuurprogramma's, wervingsprogramma's en research plaatsvinden. Naar mijn idee is het opnemen van diversiteit in beleidsstukken en 'ermee bezig zijn' zonder de urgentie ervan in te zien of er volledig achter te staan, onvoldoende waarborg voor het daadwerkelijk tot stand brengen van multiculturaliteit.
Zette de wet Stimulering arbeidsdeelname minderheden (Wet Samen) de politiekorpsen aanvankelijk nog op scherp om goede cijfers te halen ten aanzien van multiculturaliteit, per 1 januari 2004 is deze wet niet meer van kracht. Hoewel diversiteit nu een van de convenantafspraken is, zijn de streefwaarden voor de komende jaren nog niet voor alle korpsen bepaald. Op het niveau van landelijk beleid is er dus nog wel het een en ander te verbeteren, al red je het daar natuurlijk niet mee.
Wat je veel ziet in heel veel korpsen, zo niet in alle korpsen, is dat diversiteitsprojecten worden bekostigd met subsidiegelden van de rijksoverheid. Op momenten dat de subsidie stopt, worden dergelijke projecten het eerst geschrapt. En dan echt niet omdat de 'multiculturalisatie' binnen die regio een feit is!
In mijn ruim 15 jaar ervaring als leidinggevende binnen de politie heb ik in drie verschillende korpsen mogen werken. Ik zie keer op keer korpsen allerlei projecten uit de grond stampen, met echt goede bedoelingen. Helaas zie ik die projecten vaak ook weer een stille dood sterven, voordat deze op de werkvloer (waar het juist om gaat!) zijn geland.
 

Uitstroom
In het artikel mis ik tevens de stand van zaken ten aanzien van de uitstroom van allochtone politiemedewerkers uit korpsen. Er is helaas reden genoeg om hier aandacht aan te besteden. Alle projecten en goede bedoelingen ten spijt, is het percentage allochtone medewerkers in 2003 ten opzichte van het jaar daarvoor met 0,1 procent gedaald.
Ik vrees dat deze trend zich in negatieve zin zal doorzetten. Na de aanslagen van 11 september en allerlei naslepen en gebeurtenissen erna tot de recente moord op Theo van Gogh, voelen met name de moslimmedewerkers zich onveilig binnen de politieorganisaties. Tijdens een congres op 28 mei 2003, waarbij circa 70 politiemedewerkers aanwezig waren, werd duidelijk welke reacties dit soort incidenten binnen de politieorganisaties oproept. Discriminatie, racisme, tegenwerking bij doorstroom en uitsluitingsmechanismen binnen de Nederlandse politiecultuur zijn voor politiemedewerkers van allochtone afkomst de voornaamste redenen om de organisatie verlaten. Daarnaast wordt een bepaald soort expertise van deze medewerkers niet of nauwelijks benut: zij weten wat er echt leeft onder bepaalde groepen, kennen de taal, de cultuur en de omgangsvormen. Zeker in deze tijd van maatschappelijke spanningen is deze expertise onontbeerlijk: voor het tegengaan van racisme, het bestrijden van terrorisme en het begrijpen en vervolgens kunnen tegengaan van radicalisatie van bevolkings- en geloofsgroepen.
Ik ben overtuigd van het feit dat als de politieorganisatie echt een multiculturele organisatie wil worden, het noodzakelijk is dit alles te onderkennen en te willen veranderen. Met name het middenkader binnen de organisatie moet normstellend optreden en de grenzen aangeven. De leidinggevenden moeten in deze voorbeeldgedrag tonen en hun verantwoordelijkheid oppakken. Zolang dit niet gebeurt, zullen minderheden zich niet welkom voelen. De uitstroom zal blijven toenemen, terwijl de instroom van doelgroepen minimaal zal zijn.
 

Schaap met vijf poten
Ik ben mij er terdege van bewust dat mijn beschrijving van de cultuur binnen de Nederlandse politie generaliserend is. Ik wil hiermee geenszins aangeven of suggereren dat álle politiemedewerkers actief aan die cultuur bijdragen. Mijn persoonlijke ervaring is juist het tegenovergestelde, gelukkig maar. Maar de meeste minderheden in onze organisatie hebben het gevoel dat je een schaap met vijf poten moet zijn, wil je in de bestaande organisatiecultuur overleven. De tendens is dat de mondigheid van de minderheden afneemt, wat de verandering van de heersende cultuur en de positie van de minderheden niet ten goede komt.

Tot slot reageer ik kort op de opmerking van drs. Wilde aangaande de aanpassing van de dominante cultuur. Wilde draagt in zijn artikel een aantal negatieve zaken aan, juist om aan te geven dat het niet wenselijk is voor de dominante cultuur te veranderen. Als je het hebt over de verandering van het dominante cultuur en wenselijkheid, zouden wij niet in dit soort uitersten moeten belanden. Drs. Wilde moet als geen ander weten dat de voorbeelden die worden genoemd (gewelddadige jihad, onderdrukking van vrouwen, eerwraak als rechtvaardiging van een moord) in geen enkele cultuur als zo dominant worden ervaren, en zeker niet bij de mensen die bij de politie gaan. Het gaat erom dat je respect kunt opbrengen voor de normen en waarden van een ander en rekening houdt met je omgevingskenmerken. Pas dan kun je spreken van een politieorganisatie voor iedereen. Pas dan neemt het gezag van de politie toe en wordt 'de' politie erkend als 'mijn' politie. Het gaat er daarbij nogmaals om die waarden en normen, die niet tegen onze rechtstaat indruisen. Het is dan ook uitermate jammer dat besnijdenis in één adem wordt genoemd met andere cultuuruitingen, waardoor de meeste joden en moslims buiten spel worden gezet.

De Nederlandse politiekorpsen tonen hun goede wil met allerlei inspanningen op het gebied van multiculturaliteit. Voor 'tevreden achteroverhangen' is helaas geen aanleiding. De resultaten zijn té teleurstellend en té mager.

 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2005, jrg. 67, nr. 4, p. 32-33

0 reacties

Reageer op dit artikel