NBC-terrorisme in perspectief

Bijna wereldwijd bestaat er grote angst voor terroristische aanslagen met NBC-wapens. Deze angst wordt in belangrijke mate gekleurd door onzekerheid: men weet niet precies wat de dreiging is. Hoe reëel is deze dreiging? De kans dat terroristische groeperingen gebruik willen en kunnen maken van NBC-wapens lijkt groter dan pakweg 15 jaar geleden, maar wat zegt dat over de impact van de aanslagen die we eventueel kunnen verwachten?

Al anderhalf jaar wordt de politieke agenda van Westerse naties gedomineerd door terrorisme. Na de aanslagen van 11 september 2001 werd het internationale terrorisme de oorlog verklaard. Het zwaartepunt van deze oorlog lag aanvankelijk in Afghanistan en werd vervolgens verlegd naar Irak. De reden voor de oorlog tegen Irak is voornamelijk terug te voeren op de wijdverbreide angst voor het internationale terrorisme en met name voor massavernietigingswapens. De retoriek van Amerikaanse en Britse bevelhebbers sluit hier naadloos op aan: Irak bezit of produceert nucleaire, biologische en chemische (NBC) wapens, deze wapens kunnen massavernietiging tot gevolg hebben, en het Irakese bewind zal ze zonder pardon ter beschikking stellen aan terroristische groeperingen.
De vraag of Irak werkelijk over deze wapens beschikt en ze ook verspreidt, valt buiten het bereik van dit artikel. Wat we constateren, is de grote angst die er bestaat voor het terroristisch gebruik van NBC-wapens voor massavernietiging. Niet alleen in de internationale politiek, maar zeker ook bij de media en de wereldbevolking wordt deze angst in belangrijke mate gekleurd door onzekerheid: men weet niet precies wat de dreiging is. Dit artikel heeft tot doel de dreiging van NBC-wapens in het juiste perspectief te plaatsen. Allereerst beschrijven we de kenmerken van nucleaire, biologische en chemische wapens en de barrières die het gebruik ervan belemmeren. Vervolgens vragen we aandacht voor enkele recente ontwikkelingen die van invloed zijn op de bereidheid en mogelijkheden van terroristen om deze wapens in te zetten bij aanslagen. Hieruit komt een tweeslachtig beeld naar voren. Aan de ene kant stellen we dat de reële dreiging kleiner is dan het gepercipieerde gevaar, aan de andere kant lijkt de kans dat terroristische groeperingen gebruik willen en kunnen maken van NBC-wapens de afgelopen 15 jaar toegenomen.
 

NBC staat niet gelijk aan WMD
De mogelijke gevolgen van de inzet van NBC-wapens lopen sterk uiteen. De veelgebruikte afkorting 'NBC' suggereert dat het vergelijkbare wapens betreft. Niets is minder waar. Het verkrijgen van de materialen, de ontwikkeling van het wapen, de verspreiding en de effecten van de inzet verschillen per wapen. Diverse terrorisme-experts schakelen NBC-wapens gelijk aan het begrip 'weapons of mass destruction' (WMD). Hoewel een aanval met bepaalde NBC-wapens in potentie dramatische consequenties kan hebben, zijn er verschillende barrières die de inzet van NBC-wapens als massavernietigingswapen bemoeilijken. De meeste NBC-wapens zullen in de praktijk bij inzet door terroristen individuele of kleine aantallen slachtoffers maken.
Om de dreiging van NBC-terrorisme vast te kunnen stellen, is het van belang te differentiëren tussen de verschillende soorten NBC-wapens. De onderscheidende kenmerken van nucleaire, biologische en chemische wapens maken het niet eenvoudig een algemeen oordeel over het mogelijk gebruik van NBC-wapens te geven. Derhalve worden de drie wapensoorten afzonderlijk besproken op de volgende punten: de verschillende verschijningsvormen, het ontwikkelingsproces en de kans dat ze daadwerkelijk worden ingezet.
 

Nucleaire wapens
Er zijn twee typen nucleaire wapens die terroristen zouden kunnen ontwikkelen. Tot de eerste categorie horen radiologische bommen: conventionele bommen gecombineerd met radioactief materiaal – ook wel 'vuile bommen' genoemd. , Een dergelijke bom kan radioactieve straling verspreiden. Dit soort bommen is tamelijk eenvoudig te produceren. Nucleaire bommen met een kern van splijtbaar materiaal horen tot de tweede categorie. Het optimale splijtbare materiaal voor een nucleair wapen is op dit moment plutonium-239 (Pu-239) of uranium-235 (U-235). Uranium-235 is beter bekend als hoogwaardig verrijkt uranium (HEU). Andere mogelijkheden zijn plutonium-240 (Pu-240) en minder hoogwaardig verrijkt uranium. Pu-240 is de voorloper van Pu-239 en is vanwege het gewicht niet eenvoudig te vervoeren.
Nucleaire wapens kunnen voor terroristen aantrekkelijk zijn vanwege de vernietigende kracht en de grote dreiging die ervan uitgaat. De ontwikkeling van een volwaardig kernwapen vergt echter zo veel tijd, apparatuur en geld dat terroristische groeperingen niet in staat worden geacht hier – onopgemerkt – in te slagen. Het maken van een 'vuile bom' door terroristen ligt meer voor de hand. Het gaat bij een dergelijk bom niet zozeer om de vernietigende kracht maar meer om de vrijkomende radioactieve straling. Minder 'sophisticated' radiologische wapens kunnen ook grote aantallen slachtoffers maken. Wanneer de drempel is genomen om aan nucleair materiaal te komen, is het mogelijk om in een technisch en industrieel toegeruste omgeving een geïmproviseerd nucleair wapen te fabriceren. Ook voor het maken van een vuile bom heb je echter ervaren en gespecialiseerd personeel en een zak met geld nodig. De algemene verwachting is dat ook de vuile bom niet zelfstandig door een terroristische organisatie geproduceerd kan worden. Dit in tegenstelling tot staten die weliswaar niet vooraanlopen in de nucleaire ontwikkeling, maar met behulp van de juiste materialen – zoals strontium of plutonium – mogelijk wel in staat zijn om effectieve radiologische wapens te ontwikkelen.
Er doen talrijke geruchten de ronde over de handel in en het toepassen van nucleair materiaal. Het Al Qaida-netwerk zou gepoogd hebben om nucleaire wapens te kopen in Oost-Europa. Pakistaanse kerngeleerden worden verdacht van contacten met Al Qaida. Bekend is verder dat Iran in het verleden heeft getracht nucleair materiaal te vergaren in de voormalige Sovjet Unie. De Aum-sekte zou in 1995 geprobeerd hebben een nucleaire kernkop te kopen op de Russische zwarte markt. In juni 2002 arresteerden de Amerikaanse autoriteiten een man die ervan verdacht werd een aanslag te willen plegen met een vuile bom.
Het enige gedocumenteerde voorval van nucleair terrorisme is de vondst van dertig pond radioactief cesium in Moskou in 1995. Deze vondst werd gedaan na aanwijzingen van de Tsjetsjeense rebellenleider Shamil Basayev. Hij waarschuwde dat het radioactieve afval slechts een fractie was van het materiaal voor de aanstaande nucleaire aanslag. Het bleef echter bij dit dreigement.
 

Biologische wapens
De drie voornaamste biologische organismen die in biologische wapens zouden kunnen worden gebruikt zijn virussen, bacteriën en rickettsia. Virussen zijn micro-organismen die het lichaam binnendringen, zich daarin vermenigvuldigen en cellen van het lichaam uiteindelijk vernietigen. Virussen met deze werking bij mensen zijn onder meer pokken, tyfus, ebola, cholera, pest, difterie, dysenterie. Voorbeelden van virussen bij dieren zijn hondsdolheid, mond- en klauwzeer en varkenspest. Bacteriën veroorzaken ziekten door het lichamelijk weefsel binnen te dringen en zichzelf te reproduceren of giffen af te scheiden. Bacteriële giffen zijn onder meer botulisme, ricine en tetanus. De ziekten die ze veroorzaken omvatten miltvuur, bruccelosis, cholera, tularemia of tyfus. Rickettsia zijn bacteriën die – evenals virussen – alleen leven in gastcellen. Insecten als luizen, teken en vlooien, maar ook muizen of duiven, kunnen drager zijn van rickettsia. Mensen kunnen bij besmetting tyfus, Q-koorts of psitaccose oplopen.
De technologie voor de productie van biologische wapens is tegenwoordig meer toegankelijk en minder kostbaar dan voorheen. Micro-organismen kunnen door iemand met een relevante universitaire opleiding en laboratoriumervaring worden ontwikkeld. Dit betekent niet dat er geen risico's aan de ontwikkeling zijn verbonden. Beschermende maatregelen rond de laboratoria zijn nodig. Voorbeelden zijn ontsmettingsdouches bij de ingangen van de laboratoria en het controleren van een lage luchtdruk om de pathogeen in de laboratoria te houden.
 

Kenmerken
De meest ideale agens heeft zes kenmerken: het is goedkoop en makkelijk te produceren; het kan vervluchtigen via verstuivers; het kan tegen zonlicht, droogte en warmte; het veroorzaakt een dodelijke of belemmerende ziekte; het is besmettelijk; en er is geen effectieve behandeling mogelijk. Het ontwikkelen van een biologisch wapen op basis van deze criteria is niet eenvoudig en wordt voor terroristische groeperingen op dit moment nagenoeg onmogelijk geacht. Het vergaren van kennis over biologische wapens en het verkrijgen van materialen om biologische wapens te maken zijn relatief eenvoudig vergeleken bij het daadwerkelijk ontwikkelen van een biologisch massavernietigingswapen. Een agens hoeft niet per definitie alle zes kenmerken te bezitten om gevaarlijk te zijn, maar wel om te kunnen worden gebruikt als massavernietigingswapen.
 

Barrières
Er doen zich diverse barrières voor om een biologisch massavernietigingswapen te maken. Een eerste grote drempel is het creëren van een zeer infectueuze en kwaadaardige cultuur. Een tweede barrière bij de ontwikkeling is de 'weaponization'. Het maken van een biologisch wapen in vloeibare vorm is relatief eenvoudig. Het tot poeder maken – hetgeen meer mogelijkheden biedt bij verspreiding – is een moeilijkere stap. Maar het tot wapen maken – anders dan het op een conventionele bom of raket monteren – blijkt een zeer ingewikkeld traject. Belangrijkste drempel is het verwerken van het biologische materiaal in een verstuiver. Om de infectie via de longwegen te laten plaatsvinden moeten de biologische deeltjes van microscopische omvang zijn (1 tot 5 duizendste millimeter). De Aum-sekte investeerde veel tijd en geld om verstuivers te ontwikkelen voor miltvuur, botulisme en Q-koorts, maar slaagde hier niet in. Een derde drempel is het genetisch manipuleren van biologische wapens om de werking van vaccins en antibiotica omzeilen. Door genetische manipulatie verandert de DNA-samenstelling van het biologisch materiaal. Vaccins en antibiotica werken daardoor minder en het biologische wapen is daardoor effectiever. Genetische manipulatie is op dit moment een barrière die nog niet door terroristen is genomen. Een vierde drempel is de afhankelijkheid van weersomstandigheden (warmte, wind, luchtvochtigheid). Alleen onder zeer stabiele weersomstandigheden zal een verstuivingswolk met biologische materialen laag bij de grond blijven hangen, zodat mensen het inademen. Daarnaast zijn de meeste micro-organismen gevoelig voor ultraviolette straling en kunnen niet langer dat dertig minuten tegen zonlicht. De miltvuurbacterie is één van de weinige uitzonderingen die enkele uren tegen zonlicht bestand is.
De vijf biologische pathogenen die op dit moment het meest in aanmerking komen om tot biologisch wapen te vervaardigen zijn: variola major (pokken), bacillus anthracis (miltvuur; antrax), yersinia pestis (pest), clostridium botulinum (botulisme) en francisella tularensis (tularemia). Hiervan vormen miltvuur en botulisme – vanwege hun relatief eenvoudige verkrijgbaarheid – de grootste dreiging. Bij gebruik van deze wapens door terroristen is het waarschijnlijk dat ze een niet-genetisch gemanipuleerde vorm van het biologische materiaal betreffen en via conventionele methoden worden verspreid.
 

Voorvallen
Drie voorvallen rond biologische wapens komen met regelmaat terug in de literatuur. In 1979 overlijden in Sverdlovsk, Sovjet Unie, door een ongeval in een wapenfabriek, 68 mensen door het inhaleren van miltvuur. In 1984 verspreidt de religieuze sekte Rajneeshees salmonella in een aantal restaurants in The Dalles, Oregon. Het doel was mensen ziek te maken en ze zo te verhinderen te gaan stemmen tijdens de lokale verkiezingen. 751 Mensen werden na besmetting ziek. Er vielen geen dodelijke slachtoffers. De Aum-sekte pleegde in 1995 de aanslag met het chemische wapen sarin, maar ontwikkelde in voorgaande jaren op kleine schaal biologische wapens. De sekte poogde in 1992 in Zaïre het ebolavirus te bemachtigen. Uiteindelijk lukte het de sekte niet om een biologisch wapen van hoogwaardige kwaliteit en in voldoende kwantiteit te maken.
Afgezien van terroristische aanslagen met biologische wapens ontstaan mensbedreigende epidemieën ook op natuurlijke wijze. De ongrijpbaarheid van dit soort ziekten versterkt de angst voor een mogelijke biologische aanslag. De huidige SARS-crisis laat zien dat deze angst niet altijd ongegrond is. Het is echter de vraag of terroristen in staat zijn een dergelijk virus te ontwikkelen en als massavernietigingswapen te gebruiken.
 

Chemische wapens
Chemische wapens zijn giffen die door mensen zijn vervaardigd. Verspreiding vindt plaats via gassen, verstuivers of in vloeibare vorm. Er zijn vier basisvormen van chemische wapens. De eerste richt zich op de longen. Het beschadigt het longweefsel, waardoor de longen vol vloeistof lopen. Het gevolg is verstikking. Voorbeelden van chemische materialen met deze werking zijn chlorine en phosgeen. Een tweede type chemische wapens richt zich op het bloed. Het verhindert het transport van zuurstof in het bloed waardoor vitale organen worden afgesloten. Voorbeelden zijn hydrogeen cyanide en cynanogeen chloride. Een derde vorm zorgt voor verbrandingen en blaren op de huid en in de longen (voorbeelden: mosterdgas en lewisiet). Het vierde type chemische wapens is gericht op het zenuwstelsel. Deze vorm is het meest dodelijk. Het schakelt cruciale enzymen in het zenuwstelsel uit. Voorbeelden van dit type chemische wapens zijn sarin, tabun, soman en VX.
Een aantal chemische wapens is eenvoudig te ontwikkelen. Hydrogeen cyanide is zelfs zeer eenvoudig te ontwikkelen. Vereisten zijn een goede kennis van organische chemie en toegang tot een laboratorium met de juiste apparatuur. Enkele chemische wapens zijn in een keuken of kelder te fabriceren. De productie is niet moeilijk en staat in diverse openbare bronnen beschreven. De benodigdheden bestaan uit reageerbuisjes, ventilatie en de relevante vrij verkrijgbare chemische materialen. De vrije toegang tot chemische materialen is het gevolg van de meervoudige toepassing ('dual use') van veel van deze stoffen. Met name de farmaceutische industrie gebruikt chemische middelen die in samenstelling dicht bij chemische wapens liggen. Een voorbeeld is de samenstelling van ballpointinkt, dat slechts één chemische stap afligt van sarin.
 

Barrières
Ondanks de eenvoud waarmee chemische wapens geproduceerd kunnen worden, zijn er hoge barrières om chemische wapens als massavernietigingswapen in te zetten. De productie van een kwalitatief hoogwaardig wapen is op dit moment alleen mogelijk in een laboratoriumomgeving. Dit heeft te maken met kwaliteit én kwantiteit van het product. Om chemische wapens als massavernietigingswapen te gebruiken, moet het wapen in de puurste vorm worden ontwikkeld. Dit vereist niet alleen een laboratoriumomgeving, maar ook ervaring en expertise. Een tweede drempel betreft de hoeveelheid. Om chemische wapens als massavernietigingswapen in te kunnen zetten, zijn grote hoeveelheden van het chemische materiaal nodig. Zo zijn – afhankelijk van de weersomstandigheden – bijvoorbeeld honderden kilo's sarin per vierkante kilometer nodig om grote aantallen mensen te besmetten. Het ombrengen van honderdduizend mensen in een druk bezocht stedelijk gebied vereist vier ton VX, verspreid met een verstuiver.
 

AUM-sekte
Een veelgenoemd – en tot op heden het enige bekende – voorbeeld van een niet-statelijke groepering die een grootschalig chemisch wapenprogramma opstart, is de Aum-sekte. Het zelf ontwikkelen van wapens was een 'gedwongen keuze', aangezien pogingen om chemische wapens van landen te kopen, mislukten. Vanaf 1993 investeert de sekte circa 30 miljoen euro in de ontwikkeling van onder meer sarin, mosterdgas, tabun, soman, hydrogen cyanide, phosgeen en VX. De sekte produceert deze stoffen, maar niet in aanzienlijke hoeveelheden. De aandacht richt zich vervolgens voornamelijk op de productie van sarin. Onder druk van de geestelijk leider van Aum, Shoko Asahara, werken de wetenschappers aan het wapen. In september 1993 en de lente van 1994 vinden testen plaats. Op 27 juni 1994 verspreidt de Aum-sekte in Matsumoto (Japan) vanuit een autobusje pure sarin dat in laboratoria is ontwikkeld. Het doelwit van de aanslag zijn enkele in Matsumoto wonende rechters. Sekteleden leggen de vloeibare vorm van het wapen op een kacheltje. Door een airconditioner te richten op het kacheltje wordt de sarin door het openstaande raam naar buiten geblazen. De gaswolk treft een gebied van 800 bij 570 meter. Er overlijden zeven mensen. Uiteindelijk worden 253 mensen aan ziekteverschijnselen behandeld. De rechters blijven door een voor hen gunstige windrichting ongedeerd. De Aum-sekte wordt aanvankelijk niet van de aanslag verdacht.
Op 20 maart 1995 past Aum sarin toe als massavernietigingswapen. Ze verspreiden het chemische wapen in de metro van Tokio. Hoewel het aantal slachtoffers groot is – twaalf doden, ruim duizend (merendeels licht)gewonden – mislukt de aanslag in haar doelstelling: het ombrengen van tienduizenden mensen. De sekte is er niet in geslaagd pure sarin in voldoende hoeveelheden te ontwikkelen. Uiteindelijk neemt leider Asahara genoegen met een minder pure vorm. Dit redt onbedoeld de levens van velen. Een groot deel van de pogingen tot aanslagen met chemische wapens voor 1995 is terug te voeren op de Aum-sekte. De wetenschappelijke literatuur wijst op totaal 41 voorvallen in de periode van 1990 tot 1999 waarbij chemische wapens een rol spelen. Dreigingen en onbevestigde informatie zijn in dit aantal meegerekend; zij vormen het overgrote deel van dit aantal.
 

Effectiviteit van conventionele wapens
Naast de mogelijkheden voor terroristen om NBC-wapens in te zetten bij aanslagen is het van belang de effectiviteit van dit type wapens onder de loep te nemen. Terroristen hanteren het liefst beproefde methoden. Het succes van aanslagen is immers van vitaal belang; falen ondermijnt de overlevingskansen van de terroristische groepering. Daarom boeken terroristen liever een bescheiden succes dan dat ze complexe, risicovolle operaties ondernemen Dit gegeven is van invloed op de selectie van methoden en wapens. Terroristische aanslagen met andere dan NBC-wapens hebben tot op heden meer desastreuze gevolgen gehad. De inzet van conventionele wapens – zoals bij de bomaanslagen op de Amerikaanse ambassades in Dar es Salaam en Nairobi op 7 augustus 1998 en op 12 oktober 2002 op Bali – eisten honderden slachtoffers. De passagiersvliegtuigen die op 11 september 2001 als bommen werden gebruikt, veroorzaakten duizenden dodelijke slachtoffers. De effectiviteit van conventionele wapens en methoden is hiermee herbevestigd. Er zijn daarentegen geen voorbeelden bekend waarin terroristisch gebruik van een NBC-wapen tot massavernietiging heeft geleid. Slechts één groepering – de Aum-sekte in 1995 – heeft met het verspreiden van sarin getracht grote aantallen dodelijke slachtoffers te maken. Hiervoor is reeds beschreven dat aan deze aanslag een jarenlang traject is voorafgegaan waarin de sekte steeds weer probeerde een volwaardig biologisch of chemisch wapen te ontwikkelen. Ondanks het vele geld en de expertise die Aum in de operatie heeft gestoken, is ze hierin niet geslaagd. Dit onderschrijft de complexiteit van het ontwikkelen, cultiveren en verspreiden van biologische en chemische wapens.
 

Recente ontwikkelingen: toenemende dreiging
Ondanks het feit dat het gebruik van NBC-wapens door terroristen lang niet zo waarschijnlijk is als wel wordt gedacht, hebben zich de afgelopen 15 jaar enkele ongunstige ontwikkelingen voorgedaan. We onderscheiden drie risicofactoren: proliferatie, 'nieuwe' motieven en massale ontwrichting.
 

Proliferatie
De afgelopen 15 jaar zijn de mogelijkheden voor niet-statelijke actoren om nucleaire, biologische of chemische wapens te produceren sterk toegenomen. Dat komt doordat de kennis die daarvoor nodig is, toegankelijker is geworden en doordat de materialen gemakkelijk te verkrijgen zijn. Het ineenstorten van de Sovjet Unie speelt bij beide factoren een belangrijk rol.
De Sovjet Unie onderhield omvangrijke NBC-wapenprogramma's. Door het uiteenvallen van de Sovjet Unie is de financiering van de meeste van deze projecten gestopt. Dit heeft ook gevolgen gehad voor de medewerkers van de projecten. Veel wetenschappers uit deze regio zijn werkloos, worden onderbetaald of ondergewaardeerd. Het is goed mogelijk dat een aantal van hen in dienst treedt van kwaadwillende groeperingen. Hierover is echter weinig bekend. Een andere reden van de snellere verbreiding van de kennis over NBC-wapens is het gebruik van internet. Veel informatie over het produceren van NBC-wapens is via dit medium vrij verkrijgbaar.
Gebruikers zullen echter al snel tegen de hiervoor genoemde barrières oplopen. Deze drempels zouden wel weer kunnen worden geslecht wanneer gebruik wordt gemaakt van de recente technologische ontwikkelingen. Met name de biotechnologie ontwikkelt zich op stormachtige wijze. Desalniettemin valt te betwijfelen of terroristische groeperingen (nu al) over deze kennis kunnen beschikken, laat staan of ze in staat zijn met deze kennis massavernietigingswapens te produceren.
Het ineenstorten van de Sovjet Unie heeft er ook voor gezorgd dat nucleair materiaal makkelijker is te verkrijgen. Het gaat daarbij met name om nucleaire afvalstoffen. Afgezien van het gevaar voor het milieu, kunnen deze afvalstoffen ook worden gebruikt voor de fabricatie van 'vuile bommen'. Vier factoren bevorderen de diefstal en mogelijke handel in nucleaire materialen in de voormalige Sovjet Unie. In de eerste plaats is niet precies bekend hoeveel nucleair materiaal er tijdens het Sovjettijdperk is geproduceerd. Schattingen hierover lopen uiteen, zodat er geen zicht is op de omvang van het probleem. In de tweede plaats zijn de controle en beveiliging bij de opslagplaatsen voor nucleair materiaal gebrekkig. Het nationaal belang van deze faciliteiten is afgenomen en geld om de beveiliging op orde te houden, ontbreekt. Corruptie en zwakke grenscontroles vergemakkelijken het vervoer van nucleair materiaal. In de derde plaats hebben verscheidene terroristische groeperingen interesse getoond in nucleair materiaal. Er is dus vraag naar. In de vierde plaats leggen enkele Russische criminele organisaties zich toe op zowel de aankoop, verkoop als diefstal van nucleair materiaal. Zij zien een onontgonnen markt met veel potentie. Een voorbeeld van de belangstelling van criminele organisaties voor de smokkel van nucleair materiaal is een Turkse bende die vroeger antiek smokkelde en zich nu op de zwarte markt voor nucleaire wapens begeeft. Sommige Oost-Europese landen die in een economische chaos verkeren – bijvoorbeeld de Oekraïne – zouden zich in de toekomst kunnen toeleggen op geheime deals met geïnteresseerde landen – bijvoorbeeld Iran of Noord Korea – of terroristische organisaties. In hoeverre er daadwerkelijk reeds sprake is van reguliere zwarte markt voor nucelaire materialen is echter de vraag. Er zijn veel geruchten over, maar zeer weinig openbare gedocumenteerde feiten.
Ten slotte valt het 'dual use'-karakter van veel nucleair, biologisch of chemisch materiaal op. Veel van deze stoffen (met name biologische en chemische stoffen) worden tevens voor alledaagse zaken gebruikt en zijn hierdoor gemakkelijk verkrijgbaar. De laatste 15 jaar lijkt dat op grond van de voortschrijdende wetenschappelijke ontwikkelingen en de toegenomen wereldhandel alleen maar eenvoudiger te zijn geworden.
 

Motieven voor het gebruik van NBC-wapens
Het klassieke uitgangspunt voor terrorisme is 'propaganda by deed'. Het doel van het plegen van een aanslag (of gijzeling) is aandacht vestigen op de zaak waar de terrorist voor strijdt; de aanslag vormt slechts een afgeleide van het hogere doel. Voor deze 'omweg' zijn de media van cruciaal belang. Zij belichten de gebeurtenissen en zijn in staat een massapubliek te bereiken. Via de media kan de terroristische groepering een boodschap uitdragen: 'terrorists want a lot of people watching and a lot of people listening, but not a lot of people dead'. Dit klassieke uitgangspunt voldoet niet meer voor alle terroristische groeperingen. Twee typen terroristische organisaties worden momenteel in staat geacht om catastrofale aanslagen te plegen met NBC-wapens: religieus fundamentalistische groepen (Al-Qaida) en religieuze sekten (Rajneeshees; Aum). Individuele fundamentalisten (Yigal Amir) of extreemrechts gemotiveerde individuen (Timothy McVeigh) lijken eveneens moreel bereid dergelijke aanslagen uit te voeren, maar zij zullen bij pogingen hoogstwaarschijnlijk stuiten op de praktische bezwaren van het ontwikkelen en toepassen van niet-conventionele massavernietigingswapens.
 

Religieus fundamentalisme
Afgezien het klassieke uitgangspunt 'propaganda by deed' zijn er voor bepaalde groeperingen een aantal redenen om géén gebruik van NBC-wapens te maken. Dit geldt met name voor politiek-geografisch (en niet of nauwelijks religieus) geïnspireerde terroristische groeperingen, bijvoorbeeld de ETA, IRA en PLO. Het gebruik van NBC-wapens zou namelijk ook hun eigen aanhangers kunnen treffen. Om dezelfde reden zullen ook een groot aantal terroristische groeperingen van radicaal religieuze signatuur afzien van het gebruik van NBC-wapens. Het gaat bijvoorbeeld om Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad. Vanuit hun motieven zullen zij echter niet afwijzend staan tegenover het gebruik van NBC-wapens voor massavernietiging. Dit geldt in bredere zin voor de meest extreme vorm van islamitisch fundamentalisme. Deze richt zich op een 'clash of civilizations', op een confrontatie tussen de radicale islam en het seculiere Westen. De bereidheid tot massale vernietiging is reeds bewezen door de aanslagen van 11 september 2001 door Al Qaida. Een ander voorbeeld is de door Jemaah Islamiya gepleegde bomaanslag op een discotheek op Bali (12 oktober 2002). Vermoed wordt dat deze groepering banden heeft met Al Qaida. Gezien de motieven en gedachtegang van dergelijke groeperingen is het gebruik van NBC-massavernietigingswapens niet ondenkbaar.
 

Religieus sektarisme
Het eerder aangehaalde voorbeeld van de Aum-sekte is uitgebreid in de literatuur over terrorisme vertegenwoordigd. De sekte meende dat het einde der tijden nabij was. Het einde zou zich aankondigen met een derde wereldoorlog, die zou leiden tot totale vernietiging door biologische, chemische en nucleaire wapens. Aum zou na dit Armageddon de leiding nemen over de nieuwe wereld. Deze boodschap werd uitgedragen en de aanhang van de sekte nam toe. In 1995 had Aum wereldwijd 40.000 volgelingen. De sekteleiders investeerden grote bedragen in de ontwikkeling en productie van biologische en chemische wapens om het einde van de wereld te bespoedigen. Op diverse momenten pleegden sekteleden aanslagen. De gevolgen hiervan waren in het algemeen beperkt. De uiteindelijke poging tot een Armageddon in 1995 mislukte – uit het oogpunt van Aum – jammerlijk.
Een andere vorm van terrorisme met sektarische eigenschappen is te vinden bij Amerikaanse extremistische groeperingen. Milities als Aryan Nation en The Covenant, the Sword and the Arm of the Lord (CSA) zijn extreemrechts georiënteerd en baseren hun ideologie op de bijbel en, meer specifiek, op de Christian Identity Movement. Zij achten de elementaire rechten van Amerikanen geschonden en trainen zichzelf om een mogelijke communistische invasie of andere samenzweringen tegen hen af te slaan. Hun apocalyptische retoriek roept op tot een 'final battle' tussen de krachten van het goede (in hun ogen zijzelf) en het door de joden en de duivel geleide kwaad. Het plegen van aanslagen in naam van de bijbel en de Christian Identity wordt gezien als legitiem middel in hun strijd. Diverse handboeken over onder meer het ontwikkelen van explosieven gaan rond binnen de milities. Timothy McVeigh ontleende zijn inspiratie voor de bomaanslag in Oklahoma City in 1995 aan de extreemrechtse denkbeelden van schrijver Andrew Macdonald. Deze legde zijn ideologie vast in The Turner Diaries: het handboek van veel Amerikaanse milities.
Sekten met de omvang van Aum zijn tot op heden zeldzaam. Extreemrechtse groeperingen met de organisatiegraad van Amerikaanse milities zijn in Europa eveneens zeldzaam. Beide soorten organisaties, hoewel verschillend van ideologie en doelstelling, lijken bereid om massavernietigingswapens in te zetten. Apocalyptische denkbeelden spelen hierbij een belangrijke rol: het doel heiligt alle middelen.
 

Maatschappelijke ontwrichting
Hoewel er morele en materiële barrières bestaan die het terroristisch gebruik van NBC-wapens bemoeilijken, kunnen deze wapens desondanks aantrekkelijk zijn voor terroristen. Het gebruik van NBC-wapens zal in de meeste gevallen slechts kleine hoeveelheden slachtoffers maken. De morele paniek en de daaruit voortvloeiende maatschappelijke ontwrichting die gepaard gaan met NBC-aanslagen kan echter vele malen groter zijn. Een zeer kleine hoeveelheid antrax-poeder – verstopt in brieven – leidde in oktober 2001 in de Verenigde Staten tot massale paniek. Hoffman stelt:

'(…) another lesson from last October's anthrax exposure incidents was that terrorists do not have to kill 3,000 people to create panic and foment fear and insecurity: five persons dying in mysterious circumstances is quite effective at unnerving an entire nation.' (Hoffman, 2002: 313)

Het dreigen met NBC-wapens kan een effectieve methode zijn om de vijand te intimideren of af te persen. Het genereert massale angst onder burgers en autoriteiten. Deze angst wordt met name ingegeven door het onbekende: men weet niet precies wat de dreiging is.
Terrorismedeskundigen constateren een toename van het aantal dreigementen met NBC-gebruik. Aan het einde van de jaren negentig is er sprake van een exponentiële groei, zo concluderen onder meer de FBI en het Monterrey Institute of International Studies. Deze groei wordt met name toegedicht aan het grote aantal ongefundeerde dreigementen met antrax, in de meeste gevallen door niet-terroristen. Vanwege de potentiële maatschappelijke ontwrichting is deze ontwikkeling toch zorgwekkend te noemen; vooral omdat terroristen imitatiegedrag vertonen. Het met succes dreigen met – of erger nog: het plegen van – een (kleinschalige) NBC-aanslag kan de 'trigger' zijn tot een reeks van incidenten.
Ook in Nederland hebben we dit ondervonden. Ten tijde van de antrax-brieven in de Verenigde Staten werden ook in Nederland veel 'poederbrieven' verstuurd. Geen enkele brief bevatte daadwerkelijk antrax. De dreiging zorgde echter wel voor een grote inzet van overheidshulpdiensten bij iedere melding. Omdat de duur van de dreiging achteraf bezien niet heel lang was, leidde dit uiteindelijk niet tot capaciteitstekorten. Desondanks geeft dit voorbeeld wel aan dat terroristische NBC-aanslagen of het dreigen daarmee gemakkelijk maatschappelijke ontwrichting kunnen veroorzaken. En dat legt vervolgens weer extra beslag op de overheidshulpdiensten. In die zin kunnen NBC-aanslagen een veel grotere impact hebben op politie, brandweer en GHOR/GGD dan conventionele aanslagen, hoewel er misschien minder slachtoffers vallen. In dit kader valt ook een vergelijking te trekken met de MKZ- en vogelpestcrisis. Deze crises vormen niet direct een bedreiging voor de fysieke veiligheid, maar leggen wel een groot beslag op de capaciteit van met name politie en de GHOR.1
 

Conclusie
Uit de voorgaande analyse komt een tweeslachtig beeld naar voren. Aan de ene kant blijkt dat de reële dreiging kleiner is dan het gepercipieerde gevaar. NBC-wapens maken in de meeste gevallen kleine aantallen slachtoffers. Er zijn zowel materiele als morele barrières. De inzet van NBC-wapens als massavernietigingswapens wordt beperkt door allerhande praktische problemen. Daarnaast passen massavernietigingswapens niet in de ideologie van een groot aantal terroristische groeperingen; een NBC-aanslag zou uiteindelijk contraproductief werken. Aan de andere kant lijkt de kans dat terroristische groeperingen gebruik willen en kunnen maken van NBC-wapens de afgelopen 15 jaar gegroeid. De toegankelijkheid van de benodigde grondstoffen is toegenomen en de technologie heeft zich in hoog tempo ontwikkeld. Daar komt bij dat twee typen terroristische groeperingen ontvankelijk zouden kunnen zijn voor de toepassing van NBC-wapens voor massale vernietiging: religieus geïnspireerde fundamentalisten en religieus sektarisme.
De conclusie lijkt ons echter gerechtvaardigd dat de angst zoals die leeft onder de wereldbevolking en die door de mediaberichtgeving wordt gevoed, niet overeenkomt met de realiteit. Het gevaar is groeiende, maar massale vernietiging door terroristen is zeker (nog) niet onontkoombaar. Wij verwachten dat de komende jaren eerder sprake zal zijn van 'chemo-' of 'biocriminaliteit' – relatief kleinschalige (individueel gerichte) aanslagen met chemische of biologische wapens – dan van de inzet van NBC-wapens voor massavernietiging. Een belangrijke reden hiervoor is dat kleinschalige – en dus relatief eenvoudige en goedkope – operaties grote maatschappelijke gevolgen kunnen hebben als gevolg van de massale angst die ze genereren. Het succes van dergelijke aanslagen lijkt gegarandeerd.

Dit artikel is grotendeels gebaseerd op de literatuurstudie die het COT verrichtte in opdracht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst; COT, Terroristisch gebruik van NBC-wapens: een analyse van wetenschappelijke literatuur, Den Haag, december 2001. Zie rapport voor annotatie.
 

Literatuur
– Brackett, D.W., Holy Terror. Armageddon in Tokyo, Weatherhill, New York, 1996.
– Cameron, G., Nuclear Terrorism. A Threat Assessment for the 21st Century, Macmillan Press, London/ New York, 1999.
– Chyba, Chr.F., Biological Terrorism, Emerging Diseases, and National Security, Project on World Security, Rockefeller Brothers Fund, New York, 1998.
– Falkenrath, R.A., R.D. Newman & B.A. Thayer, America's Achilles Heel: Nuclear, Biological and Chemical Terrorism and Covert Attack, MIT Press, Cambridge, Massachusetts/ London, 1998.
– Gurr, N. & B. Cole, The new face of terrorism: threats from weapons of mass destruction, I.B. Tauris Publishers, London/ New York, 2000.
– Hoffman, B., 'Rethinking Terrorism and Counterterrorism Since 9/11', in: Studies in Conflict & Terrorism, vol. 25, 2002.
– Hoffman, B. & D. Claridge, 'Illicit Traficking in Nuclear Materials', Conflict Studies, Research Institute for the Study of Conflict and Terrorism, nr. 305-316, 1998-1999.
– Inglesby, T.V., 'Bioterrorists Threats: What the Infectious Disease Community Should Know about Anthrax and Plague', in: Emerging Infections, 5, ASM Press, Washington D.C., 2001.
– Laqueur, W., The New Terrorism. Fanaticism and the arms of mass destruction, Oxford University Press, Oxford/ New York, 1999.
– Lavoy, P.R., S.D. Sagan & J.J. Wirtz, Planning the Unthinkable. How New Powers Will Use Nuclear, Biological, and Chemical Weapons, Cornell University, 2000.
–  Leeuwen, M. van, 'Catastrofaal terrorisme en niet-conventionele wapens', in: Internationale Spectator, vol. 56, nr. 1, 2002, pp. 3-7.
– Leeuwen, M. van, 'Terrorisme na 2000: trends en dwaalsporen', in: Internationale Spectator, vol. 54, nr. 1, 2000, pp. 16-19.
– Purver, R., 'Chemical and Biological Terrorism. New threat to public safety?', in: Conflict Studies, Research Institute for the Study of Conflict and Terrorism, nr. 293, 1997.
– Rapoport, D.C., 'Terrorism and Weapons of the Apocalypse', in: National Security Studies Quarterly, vol. 5, nr. 3, 1999.
– Tucker, J.B. (ed.), Toxic Terror. Assessing Terrorist Use of Chemical and Biological Weapons, MIT Press, Cambridge, Massachusetts, 2000.

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2003, jrg. 65, nr. 6, p. 18-23

1  Overigens is maatschappelijke ontwrichting ook mogelijk bij een conventionele dreiging. In Nederland blijkt dat bijvoorbeeld uit de politiecapaciteit die wordt ingezet bij de beveiliging van met name de Amerikaanse ambassade. En in de Verenigde Staten kan gewezen worden op de massale paniek en ontwrichting die ontstond door de ‘beltway sniper’ in oktober 2002. 

Voetnoten

0 reacties

Reageer op dit artikel