Nodale oriëntatie in relatie tot de controlefunctie van de politie: Niets nieuws onder de zon in stromenland!?

Is de nodale oriëntatie als politiefunctie nu echt zo nieuw? Is er sprake van een wezenlijke innovatie of verschuift slechts onze focus? In dit artikel beschrijf ik uit de losse pols mijn opvatting in relatie tot deze vragen. Mogelijk dat dit bijdraagt tot de ontmythologisering van het begrip nodale oriëntatie en het verhogen van de implementatiekansen waardoor de mensen die in de uitvoering er mee aan het werk moeten gaan snappen waar het om gaat.

 

Geschiedenis van “controleren” in het vrije gebied
Ik beoog geen uitvoerige geschiedkundige analyse te geven, maar beschrijf de geschiedenis van het controleren, in een hink-stap-sprong beweging. Ik doe dit om u de gelegenheid te geven om mij te volgen in mijn gedachtengang. Wanneer je de geschiedenisboeken over de rol van de overheid en de politie bij het controleren (toezicht houden op/nazien of iets in orde is/beheersen) van burgers er op naleest blijkt deze functie van alle tijden te zijn. Hans Schönfeld kan hierover mooie verhalen vertellen. Bel hem maar eens. Een korte beschrijving. Nederlanders zijn van nature niet defensief ingesteld en zeker als het op handel/werk aankomt zijn we bereid iedereen in ons land te ontvangen. Wel hechten we aan duidelijkheid over ons eigen land/gebied en het land/gebied van de ander. Ik denk dat mensen van nature gastvrij zijn en hun woongebied openstellen voor anderen. In Zweden is dit recht zelfs vastgelegd. Het gaat er dan wel om dat je iemand kent en ook vertrouwt. Dus de veiligheidsfunctie kon door mensen in deze context zelf worden uitgevoerd. Overigens zal hierbij wel een verschil van beleving van de werkelijkheid zijn tussen de boer, de koning en de ridder, maar ten behoeve van een heldere verhaallijn zal ik nu geen nuance aanbrengen. Vermoedelijk werd ook het gezamenlijke gebied (bv de wegen) gezamenlijk in de gaten gehouden. Het werd anders toen woon- en werkplek werden gescheiden en er meer (onbekende) mensen langs kwamen. Ergens in de geschiedenis wordt er voor gekozen om regels af te spreken over hoe men zich dient te gedragen in het vrije gebied. Het probleem was hierbij dat door grotere mobiliteit van mensen er anonimiteit ontstond. Je kende niet iedereen meer. Tevens werden sommige vrije gebieden private gebieden waarvoor bij overpad geld moest worden betaald. Een logische reactie hierop was het aanstellen van mensen die belast werden met de controle van de identiteit en naleving van de regels. Daarnaast werden hulpconstructies als stadswallen, bruggen, hekken en grachten gebouwd. Men zocht hierbij opnieuw de balans tussen veiligheid en vrijheid van bewegen/handelen. Deze zoektocht tussen sturing d.m.v. “trust” of “control” is ook van alle tijden. Doordat de intensiteit en snelheid van het “verkeer” (het zich verplaatsen, vervoer of omgang) toenam door de aanwas van inwoners van Nederland, door de toename in handel, door toename in mobiliteit en grenzenloosheid nam de anonimiteit nog verder toe. De regels werden wetgeving en de controleurs werden betaald door de overheid of door particulieren. Het vrije gebied was dus van “toezichthouders” en dus van ons allemaal en dus van niemand. Wie voelt zich verantwoordelijk voor dit gebied? Een natuurlijke reactie hierop, met name van de overheid, was het organiseren van nog betere identiteitsbewijzen en strengere controlemechanismen. Tot zover een korte historische beschouwing over het controleren.

 

Dus niets nieuws onder de zon?
Ergens in de geschiedenis doet de politie haar intrede. Dit vooral als vooruitgeschoven post van de overheid en dan met name in het vrije gebied (wat we nu noemen het publieke domein). Uit de recente geschiedenis kennen we nog de bloksurveillance, het ontstaan van de verkeerspolitie, inkijken en de controlerende rol die de politie uitvoert in het kader van diverse bijzondere wetten, al dan niet in samenwerking met andere overheidscontroleurs. De boeken van Cyril Fijnaut zijn in dit kader zeker het lezen waard. Het controleren, als onderdeel van het politievakgebied, is de vaardigheid/het vermogen om op basis van kennis, ervaring en intuïtie afwijkingen van het normale op te merken en het hierbij handelend op te treden, zonder dat er al sprake is van opsporen. Soms is hierbij sprake van selectie van de te controleren personen en soms van ad random of algemene controle. Controleren (= toezicht en handhaven, volgens het rapport politie in ontwikkeling(PIO)) is dus van oudsher een functie die de politie uitvoert. Het accent ligt op het toezicht houden op stromen van mensen, goederen, geld en informatie op de knooppunten van de infrastructuur (geografisch, functioneel en virtueel). Kortom: niets nieuws onder de zon als we het hebben over deze toezicht- en handhavende functie van de politie.

 

Was is wel nieuw?
De term nodale oriëntatie vind ik een mooie vondst. Laten we eerlijk zijn, wie was nou echt nog met controleren en de focus op de knooppunten bezig? De focus ligt in de afgelopen 25-30 jaar, sinds politie in verandering, toch op het buurt/wijkgericht werken. Dit betekent generale taakstelling, met een sociologische invalshoek gericht op geografische gebieden: de wijken/buurten. Nadrukkelijk met de opdracht om te kennen en gekend te worden. Het is een prachtige beweging waarvan ik vind dat we er trots op mogen zijn. De auteurs van PIO kozen bewust voor het verleggen van de focus en daarom ook voor een nieuwe (politiehistorisch gezien onbelaste) term. Immers volgens PIO is het gewenst om, onder andere, de aandacht te richten op het identificeren en het vroegtijdig pakken van mensen die de norm gaan overtreden in de gebieden buiten de wijken. Hierbij wordt opgemerkt dat door het schaalniveau van het gebied het toepassen van zwaardere bevoegdheden dan ook legitiem is. Dit aspect is op zich niet nieuw gezien de hoeveelheid flitspalen en controlemechanismen op de hoofdwegen en in het openbaar vervoer in de huidige situatie. Castells beschrijft heel beeldend het ontstaan van de netwerksamenleving en de hieraan verbonden stromen en knooppunten (nodes). Het is Auke van Dijk (lid PIO) geweest die met de introductie van de tem nodale oriëntatie aandacht vroeg voor met name de knooppunten in de stromen en hierdoor een relatie legde met politiefuncties. Nodale oriëntatie beschouw ik derhalve als een fenomeen, net als lokale oriëntatie. Dit betekent dat de nieuwe term, door ons, zelf mag worden ingevuld c.q. vorm mag worden gegeven. De vertaling van de term naar politiefuncties ligt dan ook bij ons zelf. Deze uitdaging is door velen opgepakt en dat is ook goed. Immers het vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken benaderen (analyse en reflectie) kan betekenen een grotere kans op effect (aanpak). Dus de term is wel nieuw maar de politiefunctie in zijn uitwerking in mijn beleving niet. Wel is nieuw dat er voor gekozen is om de nodale oriëntatie naast de lokale oriëntatie te implementeren. Gelukkig dus niet zoals in het verleden politiewijzigingen werden doorgevoerd: geen of – of (en gooi het kind maar met het badwater weg), maar: en – en (behoud het goede en zorg voor een noodzakelijke aanvulling). Complimenten aan de PIO-auteurs.

 

Het oude concept implementeren in de nieuwe werkelijkheid
De uitdaging is het focussen op:
1. het controleren met een breder doel (dus niet op basis van de huidige indeling: verkeer, milieu, etc.)
2. op de knooppunten in het “stromenland” en
3. met gebruikmaking van de huidige (ICT-)middelen en –mogelijkheden.
De verdere professionalisering van het,reeds in gang gezette, informatiegestuurde politie–traject, is hierbij cruciaal. Immers het (politiële-)menselijk geheugen heeft zijn grens en behoeft derhalve ondersteuning. Daarnaast geven huidige ICT mogelijkheden ons niet de ruimte om op dit vlak stil of aan de kant te zitten. Wij dienen de komende periode te zorgen voor daadwerkelijke implementatie. Het is mooi om te zien dat vanuit de wetenschap wij hierbij worden ondersteund. Kennelijk heeft CSI en grotere betrokkenheid van jongeren bij maatschappelijke vraagstukken er voor gezorgd dat de politie een interessant onderwerp is om te onderzoeken. Ook complimenten voor de jeugd! Ze helpen ons, maar volgen ons ook kritisch. De artikelen in de vakbladen en de congressen over het onderwerp nodale oriëntatie vallen momenteel over elkaar heen, maar dat is niet erg. Zoals ik reeds eerder aangaf helpt het in onze zoektocht om dit vraagstuk vanuit zo veel mogelijk invalshoeken te bekijken. Omdat ik nodale oriëntatie als een fenomeen beschouw geldt deze zoek tocht dus ook voor anderen. De roep om implementatie en richting (met name van de werkvloer) loopt hierbij wel parallel dus we zullen de komende periode samen een balans moeten zien te vinden tussen verdere analyse en momenten van implementatie. De manier waarop wij als politie Nederland met de catch-ken (ik heb maar één schrijfwijze gekozen) zijn omgegaan is een voorbeeld van implementatie die zorgt voor onduidelijkheid (zonder dat ik hierbij iemand op zijn tenen wil gaan staan). Geconstateerd kan worden dat uitproberen, effectmeting, acceptatiemeting, besluitvorming, standpuntbepaling bevoegd gezag en standpuntbepaling van de raad van HC’s in dit traject aardig door elkaar heen lopen c.q. hebben gelopen. Het zou mooi zijn wanneer politie Nederland ook bij de implementatie van de nodale oriëntatie optreedt als één concern met name in het licht van de verwachtingen van burgers van de overheid/politie zoals prachtig omschreven staat in het rapport actieve wederkerigheid.

 

Wat kunnen we samen doen?
Volgens mij kan het helpen om een aantal afspraken te maken. Laten we beginnen met het ontmythologiseren en concreet maken van het begrip nodale oriëntatie in relatie tot een aantal functies. Ik wil hierbij geen afbreuk doen aan de mooie analyses en beschrijvingen over het ontstaan van de netwerk-, informatie- of communicatiemaatschappij maar in mijn beleving moet voorkomen worden dat nodale oriëntatie een containerbegrip wordt. Hiermee verliest de term zijn kracht en kan het aan het lijstje: professioneel, kwaliteit en coaching worden toegevoegd. Het concreter maken zou kunnen aan de hand van gezamenlijk af te spreken implementatiesleutels gericht op bepaalde politiefuncties, zoals: doel, werkwijze/protocollen, bejegeningprofiel, informatiegebruik, etc. Vervolgens is het gewenst om de kunst van het controleren te herintroduceren in combinatie met de ICT-mogelijkheden en bejegeningsvereisten en –verwachtingen in de huidige context. Vanuit veranderoogpunt (aangeven dat er niet zo veel verandert verhoogt immers de veranderingsbereidheid) en vanuit acceptatieoogpunt is het gewenst om de functies welke een relatie hebben met de nodale oriëntatie zo concreet mogelijk te vertalen naar het werk op straat. Bob Hoogenboom benadrukt dit elke keer en ik deel zijn mening. Ik doe hierbij een voorzet. Laten we:
1) afspreken wat de definitie is van een knooppunt op de infrastructuur.
2) afspreken welke ICT-systemen en –bestanden ons kunnen helpen om onze geheugenfunctie te verlengen (indachtig wenkend perspectief).
3) het vak controlekunde weer upgraden, het gewenste gedrag meer standaardiseren (met name de bejegening) en hierin de Politie Academie het voortouw laten nemen.
4) afspraken maken over het definiëren van doelgroepen, de hieraan verbonden kennisregels en hierin het Openbaar Ministerie een beslissende stem geven.
5) Informatie (ook over benoemde knooppunten) en ervaringen met elkaar uitwisselen en hierin de proceseigenaren toezicht en handhaving de regierol laten invullen.
6) gezamenlijk per tijdsperiode vaststellen welke implementatiestappen kunnen worden gezet en dit dan ook in gezamenlijkheid doen.

 

Echt niets nieuws onder de zon?
Ik vind dat controleren een bestaande politiefunctie is. Door de introductie van het fenomeen nodale oriëntatie is er sprake van vernieuwde aandacht voor stromen en knooppunten. Het gaat om het verschuiven van de focus richting het vrije gebied, de verdere professionalisering van het informatieproces en de hernieuwde aandacht voor controlekunde. De training en vormgeving van controleren dient weer te worden opgepakt en integratie met de nieuwe (ICT-)middelen en -mogelijkheden in de huidige context dient plaats te vinden. Nieuw zou echt zijn als we dit doen naast de aandacht voor de lokale oriëntatie, gebruikmakend van de jonge en kritische wetenschappers en in onderlinge samenhang. Laten we ons verheugen op deze ontwikkeling en dit met samenwerking tot een succes maken. Dan zorgen we echt voor iets nieuws in stromenland waar we dan ook trots op mogen zijn.

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2007, jrg. 69, nr. 3, p. 26-29

0 reacties

Reageer op dit artikel