Openbaar Ministerie ook van belang bij veiligheidsregio
Er is het afgelopen decennium mede door een aantal grote rampen een toenemende aandacht voor het vergroten van de veiligheid Landelijk moeten er 25 veiligheidsregio's worden gevormd, waarbinnen de hulpverleningsdiensten nauw met elkaar moeten samenwerken. De eenheden van deze diensten worden – op termijn – vanuit een meldkamer per veiligheidsregio aangestuurd. Deze meldkamer opereert op basis van gezamenlijke ICT-systemen en schept de voorwaarden voor een intensieve samenwerking tussen de hulpverleningsdiensten om zodoende nog sneller en zorgvuldiger in te kunnen spelen op de hulpvraag van de in nood verkerende burger.
Het landelijk beleid concentreert zich voornamelijk rond territoriale congruentie van de veiligheidsregio's, de implementatie van nieuwe ICT en het doorvoeren van organisatorische en personeelstechnische verbeteringen op meldkamers en colokaties van de meldkamers. In de regio Rotterdam-Rijnmond is de wens uitgesproken om verder te gaan dan colokaties door de meldkamers te integreren. Geconstateerd moet worden dat het Openbaar Ministerie op geen enkele wijze betrokken is bij het vaststellen van de kwaliteitseisen van het informatiebeheer.
In het verlengde van Enschede en Volendam is er een sterke druk ontstaan om steeds meer zaken in multidisciplinair verband op te pakken. Kortheidshalve dient bijvoorbeeld verwezen te worden naar projecten en ontwikkelingen zoals Maatramp en Operationele Prestaties, gecolokeerde/geïntegreerde meldkamers, de extra impuls op het gebied van het multidisciplinair ontwikkelen van rampenbestrijdings- en de multidisciplinaire beheersplannen.
Het ontwerp van de nieuwe wet Kwaliteitsbevordering rampenbestrijding (samenvoeging brandweerwet 1985, de Wet Rampen en Zware ongevallen, de Wet GHOR en de Wet Ambulancezorg) kenmerkt zich eveneens door multidisciplinaire planvorming, risico-inventarisaties, de aanscherping van het toezichtregime van de provincie en de Inspectie OOV. Geconstateerd moet worden dat aan (de rol van) het Openbaar Ministerie in 'rampenwet- en regelgeving' nauwelijks aandacht besteed wordt.
Rol OM bij crises
Kort na de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001, werd Rotterdam opgeschikt door bommeldingen in de Benelux- en Botlektunnel. Bij de laatste gebeurtenis was er een duidelijke rol voor het OM weggelegd. Beide gebeurtenissen waren aanleiding voor het Openbaar Ministerie Rotterdam om een Operationele Staf Parket (OSP) in het leven te roepen. Deze slapende OM-organisatie wordt geactiveerd zodra er zich een ramp- of crisissituatie voordoet. Het OM neemt dan direct zitting in de Veiligheidsstaf. De Veiligheidsstaf in de regio Rotterdam ontwikkelde via het Regionaal Beleidsoverleg Rampenbestrijding (RegBOR) een multidisciplinair plan 911 waarin vrijwel alle denkbare scenario's om adequaat te kunnen reageren op rampen en/of andersoortige crises doordacht waren.
Het OM Rotterdam heeft na de genoemde crisissituaties nadrukkelijker dan voorheen aansluiting gezocht bij dit overlegorgaan. Het OM-draaiboek kenmerkt zich door een systematische aanpak, waarin de verantwoordelijkheden en alarmering van OM-personeel scherp is aangegeven. Daarbij is aansluiting gezocht bij de door de hulpdiensten gehanteerde opschalingsystematiek.
Taken OM bij rampenbestrijding
Zodra er zich een ramp of crisis voordoet, draagt het OM de leiding over het strafrechtelijk onderzoek. Zij stuurt de politie en andere opsporingsambtenaren (bijv. Inspectie RWS) aan. Strafrechtelijk onderzoek naar veroorzaker(s) van een ramp en het veiligstellen van bewijslast is bij iedere ramp of crisis aan de orde.
In relevante wetgeving over rampenbestrijding en crisisbeheersing komen de arrondissementsparketten vreemd genoeg niet expliciet voor. De enige voorziening die er in het kader van de strafrechtelijke handhaving is getroffen, is het driehoeksoverleg (art. 14 Politiewet). Dit overleg is echter niet formeel ingebed in de rampenbestrijdingsorganisatie.
Ter illustratie van het ontbreken van het OM in relevante wet- en regelgeving kan verwezen worden naar de Wet Rampen en Zware Ongevallen 1985 (WRZO). Deze wet verplicht bestuursorganen drie soorten plannen op te stellen :
n iedere gemeente dient te beschikken over een door de gemeenteraad vast te stellen rampenplan;
n de burgemeester moet voor elke ramp waarvan plaats, aard en gevolgen voorzienbaar zijn een rampenbestrijdingsplan vaststellen;
n de CdK moet ten behoeve van de uitoefening van zijn bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding een provinciaal coördinatieplan vaststellen.
Vastgesteld dient te worden dat de in inhoud van deze plannen geen aandacht aan het OM geschonken wordt. Evenals andere relevante wet- en regelgeving beperkt de WRZO zich tot de openbare orde en veiligheidsaspecten en gaat niet in op strafrechtrechtelijke aspecten. Dit staat haaks op de feitelijke situatie aangezien het OM in dergelijke situaties te allen tijde met een ramp te maken krijgt, ingevolge haar onderzoekende en strafvorderlijke taak.
Betrokkenheid OM
Het OM heeft een formele positie in de rampenbestrijding. Blijkens een onlangs gehouden landelijke quick-scan zijn de arrondissementsparketten over het algemeen slechts in de zijlijn betrokken bij de totstandkoming van rampenplannen en de rampen- en crisisbestrijding. Het vermoeden bestaat dat de meeste arrondissementsparketten eveneens minimaal betrokken zijn bij de totstandkoming van de Veiligheidsregio.
Geconstateerd wordt dat dit geen goede gang van zaken is, aangezien overleg over de uitvoering(smogelijkheden) met andere partners in de rampenbestrijding en crisisbeheersing in het recente verleden noodzakelijk is gebleken (zie bijv. het onderzoek naar de Bijlmerramp). De rol van het Openbaar Ministerie Rotterdam bij de veiligheidsregio is in elk geval minimaal. Zo is het Openbaar Ministerie Rotterdam niet bij de ontwikkeling van de veiligheidsregio geconsulteerd. Wel is er een indirecte – zij het marginale – relatie met de beheersdriehoek, aangezien de veiligheidsregio hierin – via een korte presentatie over de ontwikkelingen – eenmaal per jaar aandacht krijgt.
Aansluiting OM bij veiligheidsregio
Het feit dat het OM niet betrokken wordt bij de veiligheidsregio is een slechte zaak temeer omdat het OM Rotterdam wel – via het RegBOR en de Veiligheidsstaf – een directe rol en aansluiting bij de rampen- en crisisorganisatie in de regio Rotterdam heeft. Daarnaast is het OM Rotterdam nadrukkelijk betrokken bij de actualisatieslag van de rampenplannen en de gemeentelijke deelplannen van de gemeente Rotterdam (of beter crisisplan zoals de nieuwe naam gaat luiden). Dit onder meer naar aanleiding van aanbevelingen uit de CMI-evaluatie waarin destijds naar voren is gekomen dat er in plaats van een rampenbestrijdings- een crisisbestrijdingsorganisatie zou moeten komen. Deze organisatie richt zich in brede zin niet alleen op de 'klassieke rampen', maar ook op de voorbereiding van 'moderne' risico's zoals BSE, MKZ en bioterreur.
De directe betrokkenheid van het OM bij de veiligheidsregiodiscussie is daarnaast vanuit een tweetal andere perspectieven noodzakelijk.
Ten eerste wil het Openbaar Ministerie Rotterdam betrokken zijn bij het vaststellen van de kwaliteitsvereisten ten aanzien van informatiebeheer (overdracht en opslag van informatie via vastgestelde procedures). Het Openbaar Ministerie wil hier bij betrokken zijn aangezien veelal op/via de meldkamer de start van opsporingsonderzoeken plaatsvindt. Het Openbaar Ministerie wil dat de meldkamer via eenduidige procedures met name gericht op informatiebeheer de meldingen verwerkt.
Ten tweede kan het verwachte (landelijke?) financieringstekort van de Veiligheidsregio – indirect – nadelige gevolgen hebben voor het Openbaar Ministerie. Belangrijkste gevolg zou kunnen zijn dat het financieringstekort van de veiligheidsregio ten koste gaat van de Rotterdamse regiopolitiebegroting en daarmee een onacceptabel korting op executieve politieformatie (w.o. recherche en wijkpolitie) kan veroorzaken.
Conclusies/aanbevelingen
Op basis van het vorenstaande zou ik de volgende drie aanbevelingen willen doen:
n Op langere termijn verdient vastlegging van procedures met betrekking tot de rol van het Openbaar Ministerie bij de rampenbestrijding, crisisbeheersing en de Veiligheidsregio in nationale plannen en -wetgeving de sterke voorkeur;
n Het Openbaar Ministerie dient betrokken te worden bij de kwaliteitsvereisten rondom informatiebeheer op en door de meldkamer;
n Het (landelijke?) financieringstekort van de Veiligheidsrisico kan en mag niet ten koste gaan van de begroting van de 25 regionale politiekorpsen. Dit tekort dient dan ook op rijksniveau op een andere wijze te worden gedicht.
1 Deze tekst is ontleend aan: Nederlandse Wetgeving. Editie Schuurman & Jordens, deel 187, 1999 (4e druk)
2 Overigens geeft art. 4 WRZO een gedetailleerd overzicht van hetgeen gemeenten in rampenplannen vast dienen te leggen
3 Onderzoek (quick-sqan) M. Schoonderwoerdt en L.J. Gebben, oktober 2002 t.b.v. artikel Binnenlands Bestuur

Reageer op dit artikel