Oprecht streven naar een 'fatsoenlijke' politie: Naar een nietsverhullend gebruik van begrippen

Als het gaat om mensenrechten heerst binnen de Nederlandse politie de zelfgenoegzame overtuiging dat wij de zaken goed op orde hebben: mensenrechtenschendingen komen hier niet voor en met de integriteit van de politie zit het best goed. Het kan natuurlijk altijd beter, maar in principe kunnen we in Nederland trots zijn op een professionele politieorganisatie. In dit artikel zullen we de begrippen mensenrechten, integriteit en professionaliteit nader tegen het licht houden. Wij zullen betogen dat er sprake is van begripsverhulling, die de zelfgenoegzaamheid in stand helpt houden en de drang tot het opzetten van interventieprojecten minimaliseert.

De basis van mensenrechten betreft het respect voor leven en menselijke waardigheid, vastgelegd in internationale conventies en verdragen waarvan de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens wellicht de meest bekende is. 'Respect voor leven' en 'menselijke waardigheid' geven helder aan waar het om gaat, maar maken het terrein ook erg breed. Als een volk omkomt van de honger, is dat dan een mensenrechtenschending? Als vrouwen worden onderdrukt, zijn de mensenrechten dan in het geding? Als iemand wordt beroofd en daarna in elkaar geslagen, zijn de mensenrechten dan geschonden?
Onder mensenrechtenschendingen vatten wij schendingen die worden begaan door de staat jegens het individu, meer concreet gaat het in dit artikel om schendingen begaan door een politieambtenaar tijdens de uitoefening van zijn functie, jegens een burger. Als dus een burger een ander slaat, betreft het mishandeling, als een politieambtenaar dat in het verhoor doet, betreft het daarbovenop een mensenrechtenschending.

Grofweg komen mensenrechtenschendingen voort óf uit een bewuste strategie óf uit onwetendheid. In het eerste geval kan het gaan om meer of mindere systematische intimidatie van een staat jegens (een deel van) haar burgers om deze in toom te houden (bijv. Zimbabwe, Irak) maar ook om schendingen die plaatsvinden uit een totale respectloosheid voor de eigen bevolking (bijv. Liberia, Ruanda). Maar bewuste schendingen kunnen ook voortkomen uit machteloze woede, frustratie en persoonlijke ervaringen met bepaalde groeperingen in een land (bijv. Israël). In Nederland kennen wij gelukkig geen situatie van systematische respectloosheid voor de eigen bevolking. Noordwest-Europa heeft een lange democratische traditie waarin vrijheden van burgers zwaar wegen en hoog worden gewaardeerd. 'Verdwijningen' en martelingen, die categorieën mensenrechtenschendingen waaraan meestal als eerste wordt gedacht, komen (bij ons weten) in Nederland niet voor.
De tweede categorie redenen waarom mensenrechten kunnen worden geschonden, heeft te maken met onwetendheid; domweg niet weten hoe het anders kan. Als bijvoorbeeld een politieambtenaar niet weet hoe een professioneel verhoor uit te voeren, en hij wel onder druk staat snel met een verklaring te komen, is de kans aanwezig dat hij zijn toevlucht neemt tot het uitoefenen van 'ongeoorloofde druk'. In Nederland hoeven wij gelukkig niet gauw te vrezen voor schendingen die een gevolg zijn van gebrekkige opleidingen. Met de kennis en vaardigheden van de Nederlandse politieambtenaar is het over het algemeen redelijk goed gesteld.
Goede opleidingen en een democratische traditie: betekent dit dat er in Nederland nooit schendingen plaatsvinden? Hoe zit het dan met de incidentele schendingen, de schendingen die 'toevallig' plaatsvinden? Die schendingen die voortkomen uit een onprofessionele attitude, uit een actuele emotie, uit respectloosheid voor een bepaald deel van de bevolking?
Hoe zit het met die extra klap die wordt gegeven nadat de arrestant al in de boeien is geslagen, het schijnbaar moeiteloos burgers aanhouden bij internationale 'tops' op grond van artikelen die daarvoor niet bedoeld waren, het treiteren van allochtone burgers die hun recht komen halen op het bureau?

Het blijven misdragingen begaan door een politieambtenaar tijdens de uitoefening van zijn functie waarbij de waardigheid van het individu in het geding is. En dus zijn deze te kwalificeren als mensenrechtenschendingen. Wij zien de frons tussen de wenkbrauwen bij de lezer in gedachten ontstaan. 'Kom, kom', denkt deze, 'zo heet zal de soep toch niet gegeten worden?' 'Daarvoor hebben we nu juist die integriteitprojecten', denkt een ander. En inderdaad, natuurlijk, het zijn uitzonderingen, incidenten. Maar geeft uw huidige onbehagen niet precies aan waar het om draait? Door er het etiket mensenrechtenschending op te plakken, ontstaat er immers een heel andere reactie bij de toehoorder dan wanneer we het 'niet-integer gedrag' zouden hebben genoemd. Toch?
 

Integriteit
Net zoals 'mensenrechtenschendingen' heeft ook het concept politiële integriteit te kampen met het probleem van de definiëring. Dat komt omdat het begrip zoveel omvat. Alles wat 'niet netjes' is kan immers onder het begrip 'niet-integer' worden begrepen. Gevolg is dat vele auteurs die over het onderwerp schrijven, beginnen met het geven van een eigen definitie. Daarmee suggereren zij een oplossing die er niet werkelijk is. Dat doen wij dus niet.

Juridisch gezien beschikt de politieambtenaar vanuit zijn specifieke positie als rechtshandhaver over specifieke bevoegdheden en valt hij onder een extra normenstelsel dat is vastgelegd in het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp). In het Barp is in artikel 76 het plichtsverzuim omschreven. Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets, wat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen. In dat opzicht is plichtsverzuim te beschouwen als een synoniem voor gebrek aan politiële integriteit. Een brede definitie, een containerbegrip, waar het gaat om waarden, normen, formele en informele spelregels gerelateerd aan het politiewerk, het ambt of de persoon, waar bijna elke gedraging onder begrepen kan worden.
Net zoals bij mensenrechtenschendingen kunnen ook integriteitschendingen plaatsvinden uit een bewuste strategie, dan wel uit onwetendheid. Vaak wordt in dit verband gesproken van het principe van de 'glijdende schaal', wangedrag dat wellicht onbewust begint – omdat het zo klein is dat het geen aandacht behoeft – kan uiteindelijk uitmonden in consequent en bewust kiezen voor eigenbelang (in welke vorm dan ook) ten nadele van het maatschappelijk en organisatiebelang.

Dat het begaan van strafbare feiten, binnen of buiten diensttijd gepleegd, niet is toegestaan, is helder en biedt een duidelijke grens. Helaas is de werkelijkheid niet zwart-wit. Er zijn vaak situaties waarin men moet kiezen tussen twee kwaden of twee goeden; het zogenoemde grijze gebied. Het gaat dan om twee waarden die met elkaar strijden in een bepaalde situatie. Kiest men voor A, dan botst men met waarde B, en vice versa. In deze zogenoemde dilemmasituaties blijven eenduidige antwoorden per definitie uit (hoewel er soms gelukkig wel een handreiking vanuit de strafrechtelijke en bestuursrechtelijke jurisprudentie is).

Vormen deze dilemma's, zonder duidelijke eenduidige antwoorden, een probleem? Ja en nee. Het grijze gebied in politiewerk is misschien wel een probleem, maar dit is inherent aan de politiefunctie. Het nut en de te verwachten resultaten van het verder invullen en vastleggen van de grijze velden lijken beperkt. Politiewerk is nu eenmaal te complex om volledig in regels te kunnen vatten. Het openlijk bespreken van dit soort situaties om tot (wellicht gevalsspecifieke) oplossingen te komen, is hier het devies. Bijvoorbeeld met de leidinggevende, of met collega's.

Integriteit als containerbegrip vormt daarentegen wel een belemmering. Omdat onder integriteitschendingen zoveel kan worden begrepen (bijv. corruptie, fraude, onheus bejegenen van een burger, het mishandelen van een arrestant, discriminatie, en zelfs het stelen van plastic koffiebekertjes) lijkt hiervan een gelijke waarde uit te gaan. Ons inziens is dat niet terecht. De gevoelswaarde van een bepaalde misdraging is wezenlijk anders als deze benoemd wordt als mensenrechtenschending dan als niet-integer gedrag. Deze gevoelswaarde beïnvloedt vervolgens de drang tot veroordelen en ingrijpen. Het vertonen van niet-integer gedrag klinkt minder kwalijk dan het schenden van mensenrechten en daarmee wordt het voorkómen ervan wellicht minder urgent.
Anders gezegd; In plaats van misdragingen specifiek en concreet te benoemen, krijgen deze een masker op.  Een van de maskers die in de westerse wereld veel wordt gebruikt voor 'mensenrechten' is dat van de politiële ethiek, of integriteit. En in plaats van 'integriteit' wordt steeds vaker gebruikgemaakt van het masker 'professionaliteit'.
 

Professionaliteit als masker
Beleidsmakers, managers, politici, maar ook adviseurs, trainers en wetenschappers die voor het masker 'professionaliteit' kiezen doen dat vooral om pragmatische redenen. Zij menen dat praten over professionaliteit (of een professionele beroepshouding) minder weerstand op zou roepen dan praten over integriteit. Daarnaast gaan zij ervan uit dat een politieambtenaar die professioneel handelt, dan dus automatisch ook integer handelt en met respect voor de mensenrechten.

Om met dat laatste argument te beginnen: De aanname dat professionaliteit integriteit impliceert is naïef te noemen, zeker in de huidige politieke omgeving. De toenemende roep in de maatschappij om hardere handhaving en meer bevoegdheden voor de politie (wereldwijd als gevolg van 11 september, in Nederland kundig opgepakt door de LPF en andere politieke partijen) lijken te wijzen op een tendens om (subjectieve) veiligheid te willen 'kopen'. De prijs die men kennelijk bereid is te betalen zijn de burgerrechten. Met enig gevoel voor drama wordt wel gezegd dat de democratie van binnenuit bedreigd wordt.
Juist deze tendens geeft aan dat eenvoudigweg te vertrouwen op 'professionaliteit' geen afdoende bescherming biedt en bieden zal. De bescherming van de fundamentele rechten van burgers zal moeten komen van diegenen die ze mógen schenden. Daarvoor moeten zij echter deze dreiging van de democratie van binnenuit juist kunnen duiden en zich niet mee laten slepen in de emotie van status, macht en paternalisme. Dát is inderdaad professionele politiezorg. De redenering is dan echter andersom; om de mensenrechten te kunnen beschermen en integer te handelen, dient men daadwerkelijk te begrijpen wat dat inhoudt. Dat werkelijke begrip leidt vervolgens tot professionaliteit.
 

Preventie
Het begrip professionaliteit dreigt de vergaarbak te worden waarin alles wordt verzameld dat te maken heeft met de uitvoering van de (politie)taak. Daarmee is het begrip leeg geworden. Bovendien dreigen de termen integriteit en professionaliteit inwisselbaar te worden. Het zijn synoniemen geworden die men kan gebruiken om aan te geven dat het belangrijk is dat mensen hun werk goed doen zonder dat er hoeft te worden aangegeven wat dat dan precies inhoudt. Daarmee zijn beide begrippen 'kaltgestellt'.

Om wangedrag te voorkómen is het inderdaad verstandig voor een pragmatische aanpak te kiezen. Het zal gezien de hoge abstractie van de begrippen mensenrechten en integriteit lastig zijn om ambtenaren daarop aan te spreken. Aanspreken dient steeds concreet en specifiek te zijn. Man en paard noemen, zouden wij willen zeggen. Niet: 'Wat jij doet, is onprofessioneel' en ook niet 'wat jij doet is niet integer' maar wel 'je mag geen ongeoorloofde druk toepassen en wat jij doet is ongeoorloofde druk' en dus: 'wat jij doet, mag niet'.

Voor beleidsmakers zou het daarentegen wel goed zijn het onderscheid scherp te houden tussen mensenrechten, integriteit en professionaliteit. Daarmee wordt struisvogelpolitiek hopelijk voorkomen ('Dat soort dingen gebeurt hier niet') en kan een meer adequaat beleid gevoerd worden dat zich richt op de specifieke gedragingen waar het om gaat. De grote vergaarbak – zo groot dat het niet meer te vatten is en dus niets meer is – kan zo worden teruggebracht tot een aantal specifieke beleidsterreinen waarop gemonitord en geïntervenieerd kan worden, zonder dat bepaalde misdragingen over het hoofd worden gezien.
 

Tot slot
Politieambtenaren dienen te begrijpen wat hun politiefunctie inhoudt inzake mensenrechten, integriteit en professionaliteit. Dit betekent dat ze hun positie in het staatsbestel moeten kunnen duiden in relatie tot respect voor de mensenrechten. Ze dienen de implicaties en de consequenties hiervan te begrijpen en te internaliseren. Verder dienen ze de houding die hoort bij het begrip integriteit te omarmen. Dat betekent de bereidheid hebben verantwoording te nemen en verantwoordelijkheid af te leggen. Niet schrikken van de kwetsbaarheid die daarmee gepaard gaat maar deze een vanzelfsprekend gevolg vinden van de bevoegdheden en middelen die horen bij de politiefunctie.
Beide, respect voor mensenrechten en integer handelen, zijn voorwaarden voor professionaliteit, niet andersom. Maar professionaliteit omvat ook andere zaken. Professionaliteit heeft immers ook te maken met effectiviteit en efficiency, maar ook met kennis en vaardigheden.
Het is van belang deze termen uit elkaar te trekken en er navenant naar te handelen. Dit is belangrijk omdat het voor het morele oordeel nogal wat uitmaakt of een bepaalde gedraging als onprofessioneel, niet-integer, of als mensenrechtenschending bestempeld wordt. Naast het morele oordeel bepaalt het ook de sanctiemogelijkheden, zowel wat betreft instrumentarium als voor wat betreft het object van sanctionering. Waar bij een mensenrechtenschending het Europees Hof de staat ter verantwoording kan roepen uit wiens naam de ambtenaar de schending beging, zal onprofessioneel handelen meestal slechts leiden tot een indringend gesprek.
Door steeds maar weer, zogenaamd pragmatisch, te kiezen voor professionaliteit als kapstok, wordt de ware discussie ontweken en wordt wangedrag soms wel erg vriendelijk toegedekt. Hetzelfde geldt, zij het in mindere mate, door consequent te kiezen voor de integriteitterminologie.
Laten we helder zijn, wij leven in een land waar we overall een prima politieapparaat hebben. Maar professioneel tot op het bot?
Durft u uw handen in het vuur te steken voor de integriteit van uw korps?
Meent u werkelijk dat er in Nederland nooit een mensenrechtenschending plaatsvindt?
Als we de politie verder willen versterken, moeten we weten wat we willen aanpakken en welke aanpak daarvoor het meest geschikt is. Niet kunnen, willen of durven definiëren én duiden van de problematiek is op zijn zachtst gezegd zorgelijk.

 

Summary
In this article, the authors discuss the concepts of human rights, integrity and professionalism. It is demonstrated that the concepts of integrity and 'professionalism' are used as a repository for all inappropriate behaviour of police officers, and that the ideas are used as synonyms.

The authors disagree: respect for human rights and behaving with integrity are prerequisites for professionalism, but are not to be confused with it. This could lead to the suggestion that all transgression should receive the same moral judgement, while one feels that there is a great difference between calling something 'unprofessional', 'unethical' or a contravention of human rights.

The concepts of professionalism and integrity have also become so broad that it is unclear what is actually meant by them. The authors propose clear delimitation of these ideas in the context of preventative policy, and also propose that definitions of police misconduct should be made more concrete and specific.


 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2002, jrg. 64, nr. 10, p. 35-37

Overgenomen uit de openingsspeech van Piet van Reenen, hoogleraar Politie en Mensenrechten, bij de Masterclass Police & Human Rights, gehouden in 2000 te Warnsveld.

Voetnoten

1 reacties

Ik heb een klacht over deze reactieZerrathetab op 28 december 2011 02:40 uur

Reageer op dit artikel