Parelvisser Conferentie juni 2007
Politieleiders werden in een anekdote door een van de aanwezige hoofdcommissarissen vergeleken met mensen die tot aan hun nek in een moeras staan. Met man en macht wordt geprobeerd het moeras leeg te pompen om te kijken waar de politie staat en waar de politie naar toe wil. Tegelijkertijd echter vallen krokodillen de politieleiders aan. De krokodillen zijn politici, bestuurders, de media, georganiseerde criminelen, terroristen en burgers. De politie wordt 24/7 geconfronteerd met nimmer aflatende incidenten, hulpverzoeken, verstoringen van de publieke orde, criminaliteit, reorganisaties en vragen en prestatie-eisen van de (lokale) overheid.
Keer op keer moet worden gereageerd op steeds wisselende incidenten. Maar als we met enige afstand kijken naar veranderingen in de samenleving kunnen vragen worden gesteld als: waar staat de politie en waar wil de politie naar toe? Hoe ziet de bodem van het moeras eruit? Er is echter vaak te weinig voor reflectie op ontwikkelingen binnen de politie en in de samenleving die zij dient.
Is de huidige organisatie van de politie nog wel toegesneden op nieuwe veiligheidsvraagstukken? Dienen nieuwe visies op de rol van de politie te worden ontwikkeld? En, voldoen bestaande tactische en operationele strategieën eigenlijk nog wel?
Deze vragen vormden de kern van de Parelvisser conferentie in juni in Den Haag. Ruim dertig toonaangevende politieleiders en politiewetenschappers uit de hele wereld kwamen bijeen om van gedachten te wisselen over politie-innovaties en de toekomst van de politie. Volgend jaar wordt de 2e Parelvisser Conferentie gehouden in Den Haag.
Inspiratie
De inspiratie voor de Parelvisser Conferentie ligt onder andere in de Bilderberg Conferentie waar politici, ondernemers en wetenschappers elkaar jaarlijks treffen om ontwikkelingen in de wereldeconomie en het bestuur daarvan te bespreken. Ruim vijftig jaar geleden nam Prins Bernard het initiatief voor deze Bilderberg Conferenties. Hier gelden een aantal ‘spelregels’: het zijn kleine, informele, bijeenkomsten met maximaal 35 deelnemers die voltallig en in kleine groepen intensief met elkaar van gedachten wisselen. De presentatie zijn kort (zeven minuten) waardoor de nadruk ligt op discussie en inbreng van de deelnemers. De priemende ogen van de pers worden buiten de deur gehouden. De nadruk ligt op inhoud. Open discussies worden ook gestimuleerd doordat de zogenaamde Chatham House Rules van toepassing zijn. Dit betekent dat deelnemers vrij zijn om ideeën, meningen en informatie later te gebruiken mits geen verwijzing naar een organisatie of spreker plaatsvindt. Ook spreekt men voor zichzelf en valt niet de slagschaduw van de organisatie waarvoor men werkt steevast over de spreker.
Deze ‘spelregels’ lagen ook ten grondslag aan de Parelvisser conferentie. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kondigde op het afsluitende diner aan dat zij Parelvisser conferentie van volgend jaar van harte steunt. Deze zal worden gehouden op 15 tot 17 juni 2008. Doelstelling is om – net als de Bilderberg Conferenties – jaarlijks een Politie Conferentie te beleggen waar invloedrijke politieleiders, bestuurders en wetenschappers elkaar treffen.
Normen en waarden
De conferentie is geopend door prof. Pieter van Vollenhoven. Hij zette daarmee de traditie van zijn schoonvader voort. De heer van Vollenhoven sprak de wens uit dat de gedachtewisselingen ook zouden gaan over universele waarden, normen en standaarden die moeten gelden in internationale politiesamenwerking.
In toenemende mate is sprake van internationalisering van politiewerk. De oprichting van het International Criminal Court (ICC) vormt een van de voorbeelden van nieuwe internationale organisaties waar – in dit geval – functionarissen uit 54 landen met elkaar zijn gaan samenwerken. Verschillende talen, rechtsgebieden en – culturen en operationele achtergronden moeten niet alleen intern hun weg vinden in het smeden van een nieuwe organisatie, maar ook worden onder moeilijke omstandigheden in Darfur, de Balkan en bijvoorbeeld Sierra Leone opsporingsonderzoeken gedaan. Hiervoor moeten relaties worden opgebouwd met lokale politie en justitie. Al deze uitdagingen zijn groot voor nieuwe organisaties als het ICC, maar ook voor Europol die wordt uitgebreid met nieuwe EU-landen of bijvoorbeeld Eurojust. In diverse discussies werd niet alleen gepraat over organisatievraagstukken en hoe operationele samenwerking van de grond komt, maar ook over de noodzaak om internationale normen en waarden voor grensoverschrijdende politiesamenwerking verder te ontwikkelen. De toon die de heer van Vollenhoven aan het begin zette liep als een rode draad door de conferentie. En, ‘norms and values’ is ook een van de vier thema’s die door de deelnemers zijn gekozen voor de Parelvisser Conferentie 2008.
‘Out-of-the-Box’
Politieontwikkelingen en –vraagstukken hebben in toenemende mate een internationaal karakter, maar onze focus is toch in belangrijke mate nog altij nationaal. Dit was ook een van de conclusies van de Academic Pre-Conference waar politie-onderzoekers uit de hele wereld onderzoekthema’s voor de toekomst bespraken. Het woord ‘under researched’ viel vele malen. Wat weten we van grensoverschrijdende politiesamenwerking, de wijze waarop politiefunctionarissen in peacekeeping operations werken, het uitgebreide – en steeds groter wordende – netwerk van liaisons dat werelddekkend functioneert of bijvoorbeeld de Amerikaanse DEA. De laatste is een politie multinationaal die aanwezig is in 86 landen over de hele wereld. Veel wetenschappelijk politieonderzoek beperkt zich (nog) tot nationale politiesystemen en daarbinnen veelal tot de basispolitiezorg.
De Parelvisser Conferentie is dan ook bij uitstek een platform om weg te stappen van de gebaande weg en nieuwe paden te bewandelen. Het is deze dagen bon ton om lippendienst te bewijzen aan termen als ‘out-of-the-box’ denken en innovatie en creativiteit. Een van de deelnemers sprak in dit verband licht ironisch over het feit ‘dat we dan eerst zelf wel moeten weten in welke box we eigenlijk zitten’. Gedurende de conferentie kwam de uitspraak enkele malen terug omdat deze raakt aan het feit dat veel ‘politiedenken’ zich nog (te) veel ‘beperkt’ tot de eigen directe omgeving: een team, een district, een (regio)korps, een beleidsafdeling van een departement of een departement of een land. Feit is echter dat de Nederlandse politie onderdeel wordt van een grotere politiegemeenschap. Als in Denemarken satirische cartoons over de Islam worden gepubliceerd heeft dat mogelijk consequenties in Oud West in Amsterdam. De aanwezigheid – of optreden in een specifieke situatie - van Nederlandse militairen in Afghanistan kan gevolgen hebben voor radicalisering van Moslimjongeren in Tilburg. De Nationale Recherche opereert inmiddels voor 80% op basis van internationale rechtshulpverzoeken. ‘Glocal’ is het woord dat in verschillende lezingen en discussies terugkwam: de ‘box’ waarin we wellicht (nog) zitten is dat we politievraagstukken (nog) te veel vanuit de polder bezien.
Zoektocht naar nieuwe concepten
De Parelvisser Conferentie is dan een zoektocht naar nieuwe en overkoepelende en richtinggevende politievisies. We lijken uit de ‘box’ van lokale basispolitiezorg en nationale structuren te stappen en veel meer aandacht te hebben voor internationale samenwerking, opsporing in (inter)nationaal verband en de rol van nationale politieorganisaties in mondiale structuren en operaties.
Professor Chris Stone (Harvard) wees in dit verband op de crises die zich hebben voorgedaan in politiezorg in de jaren zeventig en tachtig in de Verenigde Staten. Vergelijk in Nederland zijn argument met de roerige periode in de late jaren zestig (Bouwvakrellen, Provo etc.). Er bestond wijdverbreide kritiek op het functioneren en de effectiviteit van de politie. De bureaucratie was te ver doorgeschoten en burgers waren ontevreden. De legitimiteit van de politie was in het geding.
In de VS en later ook in Nederland is het community policing concept ontwikkeld en ingevoerd als antwoord op deze problemen. Volgens Stone is nu opnieuw sprake van een overgangssituatie waarin de politie op zoek is naar nieuwe conceptuele raamwerken die – net als het community policing model – richtinggevend zijn voor de komende decennia. Zo ver zijn we echter nog niet. Stone stelt dat een deel van de bestaande strategieën en tactieken gewoonweg niet meer voldoen voor een veranderende wereld. In deze veranderende wereld wijst hij op het terugtrekken van de overheid, de toenemende kloof tussen arm en rijk, de angst bij een deel van de burgers voor ‘selectieve’ politiezorg (minderheden, allochtonen) waardoor spanningen ontstaan en de toenemende rol van nieuwe veiligheidsactoren waaronder de veiligheidsindustrie. Wat is de rol van de politie in dit veranderende krachtenveld? Stone zegt dat we hierop nog geen antwoord hebben: ‘we haven’t got a coherent picture yet’. Volgens Stone zijn we op zoek naar een ‘nieuwe taal voor veiligheid en politie’. Het is hierom dat wordt gehecht aan de Parelvisser formule: kunnen we blijvend mensen bij elkaar brengen om deze ‘nieuwe taal’ te ontwikkelen?
Een andere reden waarom de rol van de politie in de samenleving verandert is de ‘increasing reliance of governments on policing’. Verschillende sprekers wezen hierop. De afgelopen decennia kenmerkten zich – in ieder geval in westerse democratieën – door relatieve sociale rust. In deze context kon het community policing model tot ontwikkeling komen. Maar deze sociale context is veranderd. In de jaren negentig komt onveiligheid, criminaliteit en georganiseerde misdaad veel hoger op de maatschappelijke agenda te staan. Het leidt tot nieuwe ‘eisen’ aan het community policing model: grenzen worden gesteld aan tolerantie, polderen, pappen en nathouden. Er ontstaan maatschappelijke onvrede over veiligheid in de binnensteden en nieuwe ‘hardere’ elementen worden ingevoerd: operationele tactieken als ‘zero tolerance’, prestatie-eisen, Compstat en in Nederland prestatieconvenanten maar ook allerhande Public Management ideeën.
Weliswaar is ‘kennen en gekend’ worden een pilaar van de community policing gedachte, maar echt structureel aandacht voor intelligence led policing komt eerst schoorvoetend naar voren aan het einde van de jaren negentig. Deze processen worden versneld na 11 september.
De politieke en sociale context waarin politiezorg wordt uitgevoerd is dus veranderd en andere wensen, eisen en verlangens zijn ontstaan. Politiezorg worst uitgevoerd op vijf niveaus. Basispolitiezorg (community policing) wordt uitgevoerd op het eerste niveau. Op het tweede niveau functioneren gespecialiseerde diensten op regionaal niveau (recherches, ot’s en at’s, ME etc.). Op het derde niveau vinden we regio overschrijdende structuren en samenwerkingsverbanden (ME, BRT’s etc.). Op het vierde niveau zijn landelijke diensten werkzaam als de Nationale Recherche, de Kmar, het KLPD (DSRT,DKDB) en de DSI werkzaam. Tenslotte wordt op het vijfde niveau vorm gegeven aan internationale politiezaken (Dinpol).
In de afgelopen tien jaar vindt een herschikking plaats tussen en binnen deze niveaus. Als een rode draad door de conferentie liep de vraag wat dit betekent voor de toekomst van de basispolitiezorg die nog altijd uitgedrukt in sterkte de meest omvangrijke vorm van politiezorg is.
Noodzaak aan meer differentiatie
Professor Martha Huggings wees op de noodzaak – nu we meer en meer een internationaal en zelfs mondiaal perspectief hebben – om onderscheid te maken tussen politiezorg in westerse democratieën, zwakke staten (bijvoorbeeld Afrikaanse landen), landen in transitie (voormalig Oost-Europese landen) en dictatoriale regimes.
Discussies over de geleidelijke herdefiniëring van het community policing model in westerse landen is van een geheel andere orde dan de democratisering van politiesystemen in voormalige totalitaire landen (na de val van het communisme en Apartheid), of zwakke staten als Afghanistan of Darfur. Laat staan politiesystemen in dictatoriale regimes. We hoeven maar door een jaarrapport van Amnesty International te bladeren om te beseffen in hoeveel landen mensenrechtenschendingen door de politie eerder norm dan uitzondering zijn.
Dat brengt ons weer terug bij de norms and values die de heer van Vollenhoven aan het begin noemde. De toenemende internationalisering van politie betekent dat meer en meer wordt samengewerkt in landen die in andere normatieve contexten functioneren.
Leiderschap
Leiderschap was een weerkerend thema op de conferentie en is ook een van de vier centrale thema’s die door de deelnemers is gekozen voor de Parelvisser Conferentie 2008.
Een verrijking in de discussie over leiderschap waren bijdragen uit India en Singapore. Daar waar we in het Westen (nog) veel nadruk leggen op ‘harde’ sturing door middel van bijvoorbeeld Compstat of individuele prestatiecontracten bestaat in India een programma waarin de nadruk ligt op motivatie en stimulering van uitvoerende politiefunctionarissen. Dit betekent een breuk met de meer traditionele – veelal technocratische – managementbenaderingen. In de alternatieve benaderingen wordt veel meer gezocht naar betrokkenheid van uitvoerders bij de inrichting van hun werk. De verantwoordelijkheden worden gedelegeerd. In plaats van ‘blinde’ gehoorzaamheid wordt creativiteit en innovativiteit gestimuleerd. En, de nadruk in sturing en leiderschap die nogal eens eenzijdig is gericht op dingen die fout gaan (‘negativisme’) worden pleidooien gehouden om meer aandacht te hebben voor dingen die goed gaan (‘positivisme’). Met een duur woord hebben we het hier over ‘employee empowerment’. Uit onderzoek blijkt intrinsiek gemotiveerde functionarissen die positieve feedback krijgen beter presteren (plus 10%) en dat groepen die positieve sociale waardering krijgen beter presteren (plus 17%). Deze Indiase denkbeelden zijn deels herleidbaar tot spirituele principes, maar hebben ook een meer universele betekenis. Ook in westerse literatuur wordt gewezen op de noodzaak naast hiërarchische sturing(en leiderschap) de mens meer centraal te stellen (Covey, 1992 en 2002).
Als we praten over leiderschap en de toekomst daarvan is ook de selectie en opleiding van toekomstige leiders essentieel. Menselijk kapitaal is voor het leiderschapprogramma Singapore het meest waardevol. Op jonge leeftijd worden leerlingen in het middelbaar onderwijs al geselecteerd. Op basis van schoolresultaten, maar ook persoonlijkheidskenmerken. Deze groep wordt de mogelijkheid geboden om een of meer universitaire studies in het buitenland te volgen. Ook vervullen zij een dienstplicht periode. Onderdeel daarvan is een training in Nepal waarin de groep onder moeilijke omstandigheden opdrachten uit voeren. Tijdens de opleiding worden de studenten gecoached en staan persoonlijke ontwikkeling en leiderschapcompetenties centraal. Na de opleiding gaan de studenten werken bij de overheid of bedrijfsleven van Singapore, waaronder de politie. Er vindt roulatie plaats. Politiemensen gaan na een aantal jaar bij een andere overheidsdienst werken of het bedrijfsleven. Binnen de politie worden de leiders verder opgeleid. Hierbij is het richtinggevende principe dat men absoluut geen behoefte heeft aan ‘superstars’: de nadruk wordt gelegd op ‘collectief leiderschap’. Leiders zijn onderdeel van een groter geheel en zijn ook dienstbaar aan dit grotere geheel. Aan pingelaars heeft Singapore geen behoefte, wel aan spelverdelers.
Handel in illegale kleine vuurwapens
Het derde onderwerp dat volgend jaar op de Parelvisser Conferentie centraal staat is de handel in illegale kleine vuurwapens. De Verenigde Naties richt zich al jaren op deze vernietigende miljardenhandel die conflicten in stand houdt en daardoor de wederopbouw van fragiele landen tegenhoudt. In de afgelopen tien jaar is een wereldmarkt ontstaan. Uit archiefonderzoek blijkt dat de genocide in Rwanda in 1994, waar 800.000 Tutsi’s zijn vermoord, een netwerk van wapenhandelaars kleine vuurwapens leverden aan de Hutu’s. Internationaal opereren wapenhandelaren die vrijwel ongrijpbaar zijn. Tijdens de conferentie werd gewezen op de betrokkenheid van wapenproducerende landen als België, Groot-Brittannië, Albanië en Israel.
De Verenigde Naties schat dat wereldwijd 640 miljoen kleine vuurwapens in omloop zijn en dat 40 a 50% daarvan illegaal is. Tijdens de Parelvisser Conferentie werd gepraat over de noodzaak om de economische achtergronden van deze illegale wapenmarkt meer structureel aan te pakken. De opsporing en vervolging van oorlogsmisdadigers, bijvoorbeeld door het International Criminal Court, zou aangevuld moeten worden met het wegnemen van een aantal randcondities voor illegale wapenhandel. Een aantal internationale organisaties en wetenschappers gaan zich het komende jaar buigen over dit probleem en zullen hierover op de 2e Parelvisser Conferentie verslag doen.
Toekomstscenario’s
De beeldspraak van de moerassen en krokodillen waarmee wij begonnen kwam terug in het vierde thema voor de Parelvisser Conferentie 2008: toekomstverkenningen en scenario’s. Waar staat de politie en op welke maatschappelijke ontwikkelingen dient zij zich voor te bereiden?
‘In-the-Box’ praten we over lokale onveiligheidsproblematiek, ‘Hollandse netwerken’ en bijvoorbeeld radicalisering. ‘Out-of-the-Box’ werd tijdens de conferentie gepraat over de mogelijke rol van de politie in duurzame ontwikkeling. Nu de milieuproblematiek steeds hoger op de internationale politieke agenda wordt geplaatst kan de vraag worden gesteld of transnationale politie aandacht meer op milieucriminaliteit, de handel in bedreigde diersoorten en/of de bescherming van mondiale cultuurschatten (World Heritage List) moet gaan?
‘Out-of-the-Box’ kan ook de vraag worden gesteld of financieel-economische criminaliteit een groter speerpunt moet worden. En, als dit zo is dient er dan meer internationale samenwerking te worden gevonden tussen politie, douane, inspecties en bijzondere opsporingsdiensten?
Op de Parelvisser Conferentie 2008 zal aandacht worden besteed aan internationale toekomstverkenningen die relevant kunnen zijn voor de internationale politiegemeenschap. Een voorbeeld werd genoemd van een recent rapport over nationale veiligheid in de Verenigde Staten waarin een relatie werd gelegd met global warming. Als delen van de wereld onherbergzaam worden zullen grote mensenmassa’s in beweging komen die ‘sluipende crises’ in zich dragen: politieke instabiliteit, (georganiseerde) misdaad en vatbaarheid voor terrorisme/radicalisering. In feite zien we voortekenen hiervan al in de miljoenen burgers die op drift zijn in Afrika en Irak, of bijvoorbeeld de illegalen die vanuit Afrika de kusten van Europa proberen te bereiken.
‘Out-of-the-Box’ werd ook gewezen op de noodzaak meer aandacht te besteden aan technologische ontwikkelingen en de bruikbaarheid daarvan voor de internationale politiegemeenschap en de verschuivingen in de politiezorg door de aanhoudende groei van de particuliere veiligheidsindustrie.
Ten slotte
Aan het einde van dit jaar verschijnen twee boeken over de Parelvisser Conferentie. Er wordt een verslag gemaakt van de hoofdconferentie en een van de Academic Pre-Conference. Bij deze laatste hebben de lectoren van de Politieacademie een centrale rol gespeeld.
Deze boeken fungeren als een brug naar de Parelvisser Conferentie 2008.

Reageer op dit artikel