Partners van de politie: Reclassering Nederland
‘Er kan nog wel een tandje bij over en weer’, stelt Sjef van Gennip, algemeen directeur Reclassering Nederland. We hebben het dan over de samenwerking tussen zijn organisatie en de politie. Reclassering Nederland stelt in haar mission statement dat zij met hun werk een essentiële bijdrage willen leveren aan de veiligheid van de samenleving.. Een uitgangspunt dat zij delen met de Nederlandse politie. Reclassering Nederland ziet zich dan ook als partner in de veiligheidsketen. Alleen zijn de contacten met de andere ketenpartners, zoals OM, rechtbank, het gevangeniswezen en behandelinstellingen wat steviger dan die met de politie.
Van Gennip: ‘Er zijn wel convenanten met de politie, bijvoorbeeld op het vlak van toezicht op tbs’ers en zedendelinquenten. Hierin hebben we op papier gezet dat we elkaar over en weer informeren. Maar ik heb wel eens de indruk dat, als we niet oppassen, zoiets vooral een papieren overeenkomst is tussen leidinggevenden en dat men in de praktijk – zowel de agent als de reclasseringswerker op straat – daar nog geen concrete invulling aan geeft.’ Een niet zo positief beeld van de effecten van samenwerking. Is er een oorzaak aan te wijzen voor deze geringe praktische invulling van de overeenkomsten? Van Gennip kan wel een aantal mogelijke oorzaken noemen.
‘Het is maar de vraag of de overeenkomsten goed de organisaties zijn ingezet, of bij iedereen op de werkvloer duidelijk is geworden wat de bedoeling is. En als dat al zo is, is het maar de vraag of het begrip omtrent de afgesproken taken goed bijgehouden wordt. Zowel politie als Reclassering Nederland zijn dynamische organisaties. Mensen vertrekken, er komen nieuwe mensen bij, mensen krijgen andere taken…afspraken raken zo gemakkelijk in de vergetelheid als ze niet – of niet grondig – worden doorgegeven.
Een andere oorzaak zou volgens Van Gennip de grote druk op de politieorganisatie kunnen zijn. ‘Je hoort veel dat de politie met te weinig mensen te veel taken moet doen. Hierdoor is er mogelijk geen tijd en/of menskracht om in te spelen op de gezamenlijke toezichtsfunctie.’ Als derde mogelijke oorzaak noemt Van Gennip de relatieve onbekendheid van de politie met Reclassering Nederland. ‘Onbekend maakt onbemind, hier liggen op uitvoeringsniveau nog aardig wat uitdagingen, om duidelijk te maken wat je voor elkaar kunt betekenen. Volgens mij zijn er op het gebied van toezicht aardig wat taken waarin je complementair kunt zijn met elkaar.’
Vooral in de wijken ziet hij mogelijkheden tot intensievere samenwerking. ‘Ik ben eens bij een bijeenkomst, ik meen in Rotterdam, uitgenodigd, met wijkagenten en reclasseringswerkers. Over en weer vertelde men over zijn of haar werk waardoor duidelijk werd op welke punten men elkaar kon aanvullen en hoe men van betekenis kon zijn voor elkaars werk. Het was een heel inspirerende bijeenkomst. Ik zou best de uitdaging willen aangaan dit overal te stimuleren waar het nog niet gebeurd.’

Reageer op dit artikel