Partners voor de politie: NFI
‘Uit een klanttevredenheidsonderzoek waarvan we zeer recent de uitslagen hebben binnengekregen bleek dat onze klanten tevreden zijn’, stelt algemeen directeur Tjark Tjin-A-Tsoi. Dat was in het – recente - verleden nog wel eens anders, vooral waar het de doorlooptijd van zaken betrof. ‘Daar is twee jaar lang hard aan gewerkt’, aldus Tjin-A-Tsoi, ‘en het blijkt dat onze inspanningen hebben gewerkt.’ Het Nederlands Forensisch Instituut heeft sinds 2008 zijn levertijden met ruim 60 % terug gebracht.
Een belangrijke bijdrage aan die winst zijn de Service level agreements (SLA) die gemaakt worden met de klanten van het NFI. In de SLA spreekt het NFI af welke diensten het zal leveren en binnen welke tijd.
Maar is de politie niet een lastige klant die het nooit snel genoeg gaat? Tjin-A-Tsoi ontkent niet dat de politie soms veeleisend kan zijn. ‘Ik kom uit het bedrijfsleven, dus ik ben ‘lastige’ klanten gewend. Onze belangrijkste klanten – politie en OM – hebben een moeilijke taak en staan zelf voortdurend onder druk om te presteren. Dat vertaalt zich naar ons toe, dat is niet erg; “it’s all part of the game”. En het NFI vindt het een uitdaging om tegemoet te komen aan de wens van zijn klanten om nog sneller te leveren. ‘Sinds 1 januari hebben we een nieuwe productportefeuille ingevoerd, die heet Sprintportefeuille. Dat zijn supersnelle producten, die binnen enkele dagen geleverd worden. Vooral binnen de opsporing kan dat handig zijn’, aldus Tjin-A-Tsoi.
Een knelpunt is soms de taal die de verschillende partijen spreken. ‘De achtergrond van politiemensen is vaak een andere dan die van de mensen die hier werken, en dat geldt nog sterker voor de mensen bij het OM; dat zijn voornamelijk juristen, terwijl er hier over het algemeen hoog opgeleide bètamensen rondlopen. Communicatie is dus wel een aandachtspunt’, stelt Tjin-A-Tsoi. Het NFI heeft dat samen met politie en justitie opgepakt. Het resulteert er onder meer in dat de rapporten van het NFI grondig zijn aangepast.
Ook is de structuur van de politieorganisatie – de verdeling over 26 regio’s – er soms debet aan dat extra inspanningen geleverd moeten worden, ‘bijvoorbeeld als je structuurwijzigingen wilt doorvoeren’. Tjin-A-Tsoi vindt dit echter geen ‘issu’ voor het NFI. Van veel groter belang is het om de klanten goed te kunnen bedienen. ‘Interessant is het om te zien dat na jarenlang gewend te zijn aan het wat trage tempo van het NFI men nu moet wennen aan de snelheid waarmee sommige producten geleverd kunnen worden. Bij voorbeeld: duurde een DNA-analyse vroeger 9 tot 10 weken, tegenwoordig kan men binnen 72 uur een complete analyse – van plaats delict tot rapport – krijgen.’
Hét hete hangijzer van deze tijd – bezuinigingen – lijkt de NFI nog niet erg te raken. ‘Forensisch onderzoek is de laatste tien jaar zo in belang toegenomen, en de ontwikkelingen gaan zo snel dat het bijna onmogelijk is om er geen gebruik van te maken’ aldus Tjin-A-Tsoi. Én net als in de gezondheidszorg, als de mogelijkheden er zijn, zal men ze willen gebruiken.’

Reageer op dit artikel