Patseraanpak Amsterdam-West: De jacht op bling bling en snelle auto's

In Amsterdam-West loopt sinds een half jaar een patserpilot. Het gaat om een aanpak die buiten het strafrecht ligt; de 'patsers' voelen het voornamelijk in hun portemonnee. Sleutelfiguren in dit project zijn buurtregisseurs en financieel rechercheurs (bij de politie) en externe partners. Inmiddels zijn de eerste resultaten geboekt.

De districtsbrede patserpilot in West is in april van start gegaan. In de zoektocht naar alternatieve wegen om criminele en overlastgevende personen aan te pakken en tegen te houden, heeft de politie in Amsterdam-West een integrale aanpak ontwikkeld, die buiten het strafrecht ligt. Overigens wordt deze nieuwe werkwijze alleen gebruikt als een 'patser' niet strafrechtelijk kan worden aangepakt. Het idee is in Arnhem geboren en in Amsterdam tot ontwikkeling gebracht; met de overstap van commissaris Max Daniel van de regio Gelderland-Midden naar Amsterdam-Amstelland kwam namelijk ook de gedachte aan een multidisciplinaire patseraanpak naar de hoofdstad. Inmiddels heeft de politie in Amsterdam-West een dadergerichte aanpak ontwikkeld, die al resultaten heeft opgeleverd. In Amsterdam valt de patseraanpak onder de paraplu van veelplegers. Sleutelfiguren in de dadergerichte aanpak zijn de buurtregisseurs en financieel rechercheurs aan de kant van de politie, en externe partners. Omdat de politie ziet wie daadwerkelijk overlast geven en een negatieve uitstraling hebben op hun omgeving, ligt de regie in de patseraanpak daar (informatiegestuurde politie). Per individu wordt bekeken op welke wijze en door welke instantie(s) de patser het effectiefst (doorgaans financieel) kan worden aangepakt. Omdat de politie de oren en ogen van de externe partners moet zijn, vereist deze werkwijze een bredere manier van kijken.
Maar wie zijn nu eigenlijk patsers?
 

Patsers
Amsterdam-West kent een groot aantal jonge jongens die niet naar school gaan en niet werken, maar kennelijk wel over veel geld beschikken. Ze hebben namelijk dure auto's, een hoop 'bling bling', gouden sieraden, de nieuwste mobieltjes, meelopers en mooie meiden om zich heen en lak aan alle regels. Zij gedragen zich provocerend tegenover de politie en burgers, hetgeen door vrienden als 'stoer' wordt bestempeld. We hebben het hier over patsers. Onduidelijk blijft hoe deze patsers aan het vermogen komen om zo opzichtig te kunnen pronken. Hoewel de politie vermoedt dat zij niet op rechtmatige wijze aan hun geld komen, is het voor hen heel moeilijk hier een vinger achter te krijgen. Keer op keer blijkt het niet of nauwelijks mogelijk concrete aanwijzingen te krijgen om een strafrechtelijk onderzoek te starten. De patsers kunnen daardoor ongestoord doorgaan met het etaleren van hun op onverklaarbare wijze verkregen vermogen. Dit versterkt weer het imago van de patsers; wat is immers stoerder dan dat de politie je niets kan maken?
Het mag duidelijk zijn dat van deze patsers in een groep met leeftijdsgenoten een verkeerde voorbeeldwerking uitgaat. Aan hun boodschap dat misdaad loont en dat studie en regulier werk voor sukkels zijn, moet een eind komen. Dat kan alleen als je de patsers treft waar het zeer doet. En dat is dus door al hun statussymbolen af te pakken en geldstromen te stoppen, desnoods telkens weer.
 

Integrale aanpak
Ook maatschappelijk gezien is het zaak dat er een eind komt aan de signalen die een groep patsers afgeeft. Als binnen een maatschappij een groep mensen zich kan onttrekken aan de geldende samenlevingsregels (vrijplaatsen), stimuleert dit anderen niet om zich wél aan de regels te houden. In de patseraanpak hebben daarom diverse instanties de krachten gebundeld om deze tot nu toe onaantastbaar gebleven jongeren, die rijkelijk hun onverklaarbaar vermogen etaleren, effectief aan te pakken. District West heeft in de patseraanpak de krachten gebundeld met ketenpartners als de Belastingdienst (inclusief FIOD-ECD en Douane), gemeente Amsterdam, Openbaar Ministerie, Dienst Werk en Inkomen (DWI, voormalige Sociale Dienst), Dienst Persoonsgegevens (DPG), Uitvoeringsinstelling Werknemersverzekeringen (UWV), Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) en Informatie Beheer Groep (IBG, studiefinanciering).
 

Juridische hobbels
De pilot kent een lange voorgeschiedenis. Tijdens de ontwikkeling van de patseraanpak bleek namelijk dat er aanzienlijke juridische hindernissen dienden te worden genomen.
Patsers hebben, zoals gezegd, jarenlang de dans kunnen ontspringen, omdat de politie hen niet via de strafrechtelijke weg kon aanpakken. Het hebben van een dure auto sec is immers niet strafbaar en vaak bleef het voor de politie onduidelijk met welk concreet strafbaar feit het geld werd verdiend; de patsers waren de politie als het ware te slim af. Met de patseraanpak is nu voor het eerst een niet-strafrechtelijke aanpak ontwikkeld, waarbij de partners het  grootste (financiële) deel voor hun rekening nemen. Doordat de informatie van alle partners in het project bijeenkomt, kan de overheid slagvaardig en daadkrachtig optreden tegen personen die zich jarenlang onaantastbaar hebben gewaand. De politie is als regisseur van het project de beheerder van alle gegevens, die zijn opgeslagen in een 'register patseraanpak'. De huidige privacywetgeving staat onderlinge informatieverstrekking niet bij voorbaat toe wanneer buiten het strafrecht wordt geopereerd. Binnen het strafrecht daarentegen is onderlinge informatie-uitwisseling relatief eenvoudig via een machtiging van het Openbaar Ministerie te regelen. De afzonderlijke partners in de patseraanpak hebben zich daarom gecommitteerd om – via convenanten en ontheffingen geheimhoudingsplicht –  onderlinge informatie-uitwisseling mogelijk te maken, zodat zij rechtmatig informatie aan de politie kunnen verstrekken. De eerste mijlpaal hierin werd behaald met de ondertekening van het Amsterdamse vrijplaatsenconvenant eind 2004 (zie kader). Inmiddels hebben DWI, DPG en UWV dit voorbeeld gevolgd. Aan formalisatie van de samenwerking met IBG wordt gewerkt. Ook de politie heeft op 15 april jl. conform artikel 18 lid 5 Wet Politieregisters in de patseraanpak van de ministers Donner en Remkes ontheffing gekregen om politiegegevens aan de partners te verstrekken, ook wanneer geen strafrechtelijke verdenking aanwezig is.
Een ander probleem was dat het project door de samenwerking met externe partners kampte met cultuurverschillen, verschillende belangen en prioriteiten. Hieraan is vooral in de voorbereidingsfase veel aandacht besteed. Tijdens het project zijn de neuzen steeds meer één kant op komen te staan. Ook werden de participanten gaandeweg de samenwerking steeds 'slimmer'. Informatie waarvan aanvankelijk werd gedacht dat zij niet nuttig was, bleek bij nader inzien toch bruikbaar te zijn. Nog steeds valt op dit gebied veel winst te boeken.
 

Interne organisatie
De patseraanpak valt onder de paraplu van de veelplegersproblematiek. De aanpak is weggezet in de staande organisatiestructuur. Kandidaat-patsers worden door de collega's van de wijkteams via het meldformulier op intranet aangemeld bij het Bureau Opsporing van district West (districtsrecherche). Bij het aanleveren van kandidaat-patsers speelt de buurtregisseur een sleutelrol, maar ook andere collega's leveren tips en namen aan. Het aanmeldingsformulier bevat vragen, gebaseerd op de patsercriteria, die ook relevant zijn voor een succesvolle aanpak door partners. Ze gaan bijvoorbeeld over de woonsituatie (alleenwonend, thuiswonend of samenwonend), vermogensbestanddelen en de schoolopleiding. Van al deze lieden wordt door de documentalisten van het Bureau Opsporing een onderzoeksdossier aangelegd. Hierna gaat het dossier naar de financieel rechercheurs van het Bureau Opsporing van district West, die een eerste schifting maken aan de hand van de patsercriteria. Wanneer een kandidaat-patser aan de criteria voldoet, worden zijn personalia uitgezet bij de partners, die in hun organisatie nagaan wat over deze persoon bekend is. Vervolgens bundelt de politie de informatie in één bestand. In het casuïstiekenoverleg met de partners wordt besloten of, hoe en door welke instantie een patser het best kan worden aangepakt. Hierbij geldt dat, wanneer een strafrechtelijke aanpak tot de mogelijkheden behoort, deze in eerste instantie prevaleert boven een niet-strafrechtelijke aanpak door de partners. De projectleiders veelplegers op de wijkteams hebben in de patseraanpak de rol van aanjager en coördinator.
 

Eerste resultaten
Het doel dat bij de integrale patseraanpak vooropstaat, is het daadwerkelijk en zichtbaar aanpakken van individuele patsers. Hierdoor wil de politie de aanwas van nieuwe patsers een halt toeroepen; doordat het stoere imago afbrokkelt, wordt de patser minder interessant als rolmodel voor de jeugd. De politie wil samen met de partners proberen dit doel te bereiken door de onrechtmatige vermogensaanwas aan te pakken. Een middel daartoe is bij voorbeeld de patser aan laten tonen hoe hij aan zijn dure spullen of vermogen komt. Kan hij dat niet dan is hij de pineut. Doordat de patsers hun geld en status kwijtraken, verminderen de negatieve effecten die de samenleving van hun gedrag ondervindt. Het gaat hierbij om effecten op:
n de motivatie van jongeren om voor een legale toekomst te kiezen. We voorkomen dat de patser een (verdere) criminele carrière maakt;
n de houding van jongeren ten aanzien van de politie: geen respect voor gezag;
n het gelijkheidsbeginsel. We streven naar normalisatie, zodat patsers een behandeling krijgen als iedere andere burger en zij zich niet aan maatschappelijke afspraken kunnen onttrekken;
n de aanwas van nieuwe patsers (‘zonder geld ineens geen held’);
n veiligheid(sgevoel);
n rust en orde in het district;
n het vertrouwen van de burger in de overheid.

Inmiddels zijn de eerste resultaten geboekt. Enkele patsers bijvoorbeeld die een schuld hadden bij DWI, bleken elders over een aanzienlijk vermogen te beschikken. Deze schulden zijn inmiddels terugbetaald. Een ander voorbeeld is dat van een jongeman uit Amsterdam-West, die in een Duitse BMW X5 reed en wegens asociaal rijgedrag van de snelweg werd gehaald. Hij werd aangehouden met 15 kg hasj bij zich. De KLPD hield de man aan en nam de auto (waarde 70.000 euro) en de drugs in beslag. Samen met de Belastingdienst, DWI en Douane werd een onderzoek gestart.
Inmiddels heeft Z. de nodige vorderingen aan zijn broek hangen: een vordering achterstallige motorrijtuigenbelasting van ongeveer 2000 euro en een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2005 van ruim 40.000 euro op een geschat jaarinkomen van 100.000 euro. Bovendien gaat de douane een vordering BPM (invoerrechten) indienen van 45,2 procent van de aanschafwaarde van het voertuig. Dit komt neer op een bedrag van ca. 20.000 euro. Aan DWI heeft hij nog een schuld van ruim 2000 euro terug te betalen. In dit voorbeeld kreeg een strafrechtelijke aanpak, die altijd prevaleert, een vervolg in de patseraanpak.
 

Regionale aanpak
De pilotfase in Amsterdam-West wordt benut om de patseraanpak te testen en verbeteren, zodat in 2006 regiobreed een kwalitatief goede aanpak uitgerold kan worden. Andere regio's hebben inmiddels ook belangstelling voor de aanpak getoond; in 2006 zal ook hieraan meer aandacht worden besteed.

 

[kader]
Patsercriteria
(de criteria zijn niet cumulatief):
n leeftijdscategorie van 14 tot 26 jaar (indicatie);
n 'onverklaarbaar' vermogen: leeft zichtbaar boven zijn stand;
n pronkt met zijn (te dure) bezittingen, zoals voertuigen, geld, sieraden en/of kleding;
n negatieve prominente rol binnen een (jeugd)groep met ongewenste uitstraling naar omgeving;
n brutaal, provocerend gedrag tegenover politie en/of burgers in bijzijn van vrienden;
n heeft veelvuldig verschillende meisjes in bovengenoemde leeftijdscategorie om zich heen.

Op 3 juni 2004 heeft het ministerie van Financiën in een landelijk actieplan patserprojecten aangewezen als overheidsvrijplaats. Op 20 december 2004 hebben de korpschef, de burgemeester, de hoofdofficier van justitie en de staatssecretaris van Financiën in Amsterdam het plaatselijk vrijplaatsenconvenant ondertekend. De patseraanpak valt onder de werking van dit Amsterdamse vrijplaatsenconvenant, waarin politie, bestuur, justitie en Belastingdienst Amsterdam/FIOD-ECD/Douane West participeren. De vanwege dit convenant opgerichte Stuurgroep heeft op 18 maart 2005 groen licht gegeven voor de patseraanpak.
[einde kader]
 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2005, jrg. 67, nr. 11, p. 24-26

2 reacties

Naarlingen. Mijns inziens slechts een methode om financieel voordeel te onttrekken van 'de patsters' ten voordele van justitie. Immers zal het onrechtmatig vermogen van 'de patsers' bij justitie terecht komen. Ra ra wat daarmee gaat gebeuren...
Ik heb een klacht over deze reactieJavid op 17 februari 2014 10:23 uur
Goede zaak! Deze aanpak getuigt van zowel korte- als langetermijndenken. Er wordt zowel voorkomen als genezen. Deze jongeren luisteren alleen als je ze raakt waar het ze pijn doet: in hun portemonnee!
Ik heb een klacht over deze reactieGuido op 16 juni 2016 19:27 uur

Reageer op dit artikel