Peter Muijen: ik ben niet zwaar pro of zwaar contra privacy
Officier van Justitie Peter Muijen zit met de verse tekst van de Wet politiegegevens voor zich. Het privacyaspect in de wet heeft zijn speciale belangstelling. ‘Een uit de hand gelopen hobby’, noemt hij het zelf. Maar de wet is in meer opzichten interessant.
De wet op de politieregisters gaat over in de wet op de politiegegevens. Wanneer gaat het gebeuren.
De verwachting is dat de wet op 1 januari 2008 in werking treedt. Onzekere factor is de behandeling in de Eerste Kamer.
Het privacyaspect in de wet wordt vaak nadrukkelijk genoemd. Is de wet omstreden?
Niet echt, er is bij de behandeling in de Tweede Kamer wel wat discussie geweest, maar in het algemeen voelt men wel voor de Wet politiegegevens omdat het een vergroting van de mogelijkheden om gegevens te verstrekken, om vergelijkingen tussen gegevens te kunnen maken biedt. Daar is iedereen wel blij mee. Waar de Tweede Kamer wat gemakkelijk overheen is gegaan is het advies van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). De Eerste Kamer is daar wel stevig op ingegaan, heeft de minister daar dringend over ondervraagd. De vraag is of de minister die nu voldoende heeft beantwoord.
Wat zijn de lastige punten?
Het College is geen voorstander van de themaverwerkingen, waarbij van een grote groep onverdachte mensen gegevens verzameld en geanalyseerd kunnen worden. Vanuit een preventie- en opsporingsvisie is dat een goede mogelijkheid, maar vanuit een ander rechtstatelijk standpunt zou je daar bedenkingen over kunnen hebben. Een ander punt is de positie van de bijzondere opsporingsdiensten in relatie tot de WPG.
Wat is daarmee dan?
De vraag die hier speelt is, moet de opsporingsinformatie die bijzondere opsporingsdiensten verzamelen vallen onder de regels van de Wet politiegegevens of niet. Dit speelde overigens ook al onder de Wet politieregisters. Het CBP vindt dat die gegevens onder de Wet politiegegevens moet vallen. De minister is het daar niet mee eens.
Waarom niet?
Hij vindt die gegevens meer toezichtgerelateerd en minder te maken hebben met de brede politiële opsporingstaak. Buiten de CIE-gegevens vallen die gegevens nu onder de Wet bescherming persoonsgegevens. De minister wil dat vooralsnog zo laten.
Vooralsnog?
Daar zit inderdaad volgens mij een kleine opening. In de schriftelijke behandeling bij de 1e Kamer bespeur ik een minder grote stelligheid dan in de behandeling bij de 2e kamer. Bovendien treedt op 1 juli de wet op de bijzondere opsporingsdiensten in werking. De vier grote bijzondere opsporingsdiensten, FIOD/ECD, VROM Inspectie IOD, AID en SIOD, krijgen dan een formeel wettelijk kader, en algemene opsporingsbevoegdheid voor de strafrechtelijke handhaving van de ordeningswetgeving.. Als je deze beweging in bevoegdheden in ogenschouw neemt, moet je bijna wel concluderen dat het alleen een kwestie van tijd is dat de bijzondere opsporingsambtenaren zullen gaan vallen onder het regime van de wet politiegegevens.
Vind je dat de wet politiegegevens zorgt voor helderheid in de opsporingspraktijk?
Als je kijkt naar de structuur van de wet dan is dat zeker zo. Allereerst worden dezelfde algemene uitgangspunten gehanteerdvan de Wet bescherming persoonsgegevens. Dat had natuurlijk allang gemoeten. Dat geeft meer eenduidigheid.
Ook het verstrekkingenregime wordt duidelijker. Dat heeft meer betrekking op grootheden (politieambtenaren, gezagdragers, publiekrechtelijke diensten, burgers) en niet meer op specifieke gevallen zoals onder de Wet politieregisters. Dat maakt het een stuk overzichtelijker .
De wet zorgt dus voor meer transparantie?
Behalve als je gaat inzoomen. In deze wet zijn de doeleinden benoemd op grond waarvan de verwerking van politiegegevens mag plaatsvinden. In de Wet politieregisters was dat doel algemeen gehouden: In diverse modelreglementen kon je een doel dan specificeren. Dat reglement werd dan wel altijd getoetst door het College Bescherming Persoonsgegevens. In de huidige wet is dat niet meer, er zijn een beperkt aantal nauwkeurig omschreven doelen waaronder politiegegevens mogen worden verwerkt.
Heb je die op een rij?
De eerste is voor de handliggend: de algemene politietaak, rijp en groen, niet-gerichte verwerking heet dat dan. Hoe verder je komt hoe meer gebonden aan restricties, trouwens. Tweede doel is onderzoek naar de rechtsorde in een bepaald geval, denk hierbij aan de reguliere rechercheonderzoeken. Dat noemen ze de ‘gerichte verwerking’. Inzicht in de betrokkenheid van personen bij bepaalde ernstige bedreigingen van de rechtsorde is drie. Dit noemen ze de themaverwerkingen, daar is nogal discussie over. De vraag is of je gericht onderzoek mag doen naar mensen die niet direct verdacht worden van het plegen van een misdrijf. Ik kan me er in dit geval wel iets bij voorstellen. Het vierde doel: informanten. In de Wet politieregisters worden die niet expliciet genoemd Het verzoek om dit in de wet te verankeren komt echt uit de politiepraktijk. En tot slot mag je ook nog digitaal gegevens met elkaar vergelijken, dat is ook als doel benoemd. Nou kun je daar eigenlijk niets mee, als doel. Maar, zegt de wet dan, als je vergelijking een hit oplevert, een nieuw gegeven, dan mag je dat gebruiken bij een nieuwe, gerichte verwerking.
Is er ook niet iets vastgelegd over het bewaren van gegevens?
Inderdaad, en daarbij heeft de wetgever nadrukkelijk gekeken naar de politiepraktijk. Gegevens die bewaard worden mogen niet meer gebruikt worden. Maar als bij een onderzoekeen gerichte zoekopdracht wordt gegeven en je krijgt een hit in die bewaarde gegevens, dan mag je die gegevens toch weer gaan gebruiken. Dat heet dan een hernieuwde verwerking. Overigens is de bewaartermijn van gegevens, sommigen worden vijf jaar bewaard, een punt van kritiek voor het CBP. Die vindt sommige bewaartermijnen veel te lang.
Ben je het daarmee eens?
Ik vind het moeilijk om daar iets over te zeggen. Je kan van te voren natuurlijk niet bepalen hoe lang je gegevens nodig zult hebben. Er is trouwens nog een ander dilemma dat interessant is in het kader van de nieuwe wet, namelijk: wat leg je vast als gegeven. Als politie kom je in alle hoeken van de samenleving. Je ziet heel veel. De nieuwe wet geeft je de mogelijkheid zaken vast te leggen over personen die niet direct verdacht zijn van een misdrijf. Stel, jij bent getuige van een verkeersongeluk, ik bel je een paar keer op, je beantwoordt de telefoon niet, dus ik ga thuis bij je langs. Je nodigt me binnen en terwijl we het ongeval doornemen kijk ik naar je kamer. Aan de wand heb je een geweer hangen. Op de grond liggen een aantal dubieuze boekjes. Ik kan er niets aan verhelpen dat ik die dingen waarneem en daar mogelijke conclusies aan verbind. Maar moet ik dat ook noteren en opslaan in een systeem? Een aardig dilemma, waarin de nieuwe wet wel een handreiking geeft trouwens.
Je zei eerder dat de nieuwe wet het verstrekkingsregime duidelijker maakt. Is daarin een groot verschil met de wet politieregisters?
In de wet politieregisters is sprake van een gesloten verstrekking. Sommigen zeggen dat dit in de wet politiegegevens niet meer bestaat, maar dat is niet waar. In de uitvoeringspraktijk verschillen oude en nieuwe wet niet veel. Onder de Wet politieregisters had je convenanten waarin de politie participeerde. Daarin werd precies omschreven welke gegevens wel en niet mochten worden verstrekt. Toch werd in zo’n convenant vaak gebruik gemaakt van het geheimhoudingsplichtartikel, artikel 30, met de zogenaamde ventielfunctie, om toch bepaalde informatie te delen.
In de Wet politiegegevens is nog steeds omschreven met welke instellingen kan worden samengewerkt. In die zin is er dus nog steeds sprake van een gesloten verstrekking. Het is wel zo dat het verstrekkingenregiem heel breed is opgezet. Middels de formulering “zwaarwegend algemeen belang”kan in bijzondere gevallen door de korpsbeheerder worden besloten om informatie te verstrekken. Dat is echt pure winst voor de praktijk.
Wie is er overigens verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet?
Net als voorheen bij de Wpolr is dat de korpsbeheerder. Dat is dus onveranderd. Alleen wordt hij of zij meer nog dan in de WpolR verantwoordelijk voor het daadwerkelijk handhaven van de wet. De korpsbeheerder moet controleren of de wet correct wordt uitgevoerd via audits. Van die audits moet een afschrift naar het CBP. Het College krijgt ook meer gewicht in de Wpolr, kan zelfs in bepaalde gevallen bestuurlijke boetes opleggen aan de politie..
Welke invloed heeft de Wpr op samenwerking met de gemeente en gemeentelijke instellingen?
Op het gebied van openbare orde en veiligheid verandert er niets, de burgemeester kreeg in dat kader al gegevens van de politie. Voor het verstrekken van gegevens aan gemeentelijke instellingen zoals sociale dienst of GGZ moet er sprake zijn van zwaarwegend algemeen belang. Maar dat is een breed begrip. Stel dat je in de gemeente kampt met zwerversproblematiek, dan kan de politie daarvoor gegevens verstrekken. Zodra de politie dat doet gaan die gegevens over van de Wet politiegegevens naar het regime van de Wet bescherming persoonsgegevens.
Geef heel kort je eigen oordeel over de wet
Ik denk dat de wetgever er aardig in is geslaagd de politiepraktijk voor gegevensverstrekking in regels vast te leggen. Maar het blijft voor een buitenstaander ingewikkelde materie, Ik denk wel dat de politie er goed mee vooruit kan, en dan doel ik op de praktische gevolgen voor de uitvoering.

Reageer op dit artikel