Politie en het medium televisie: Een mix van opsporing, misdaad, preventie en humor

Door M. Rozenboom; Max Rozenboom is eindredacteur van dit tijdschrift, 01 november 2003 12:47 uur0 Waardering:

Op 7 oktober is het televisieprogramma Bureau Hengeveld van start gegaan; een regionale, Utrechtse variant op het programma Opsporing Verzocht. Het programma komt tot stand door samenwerking tussen RTV Utrecht, de regiopolitie Utrecht en het Utrechtse OM. Deze samenwerking is vastgelegd in een convenant waarin, naast een juridisch kader, staat dat de Utrechtse politie bepaalt –met nadrukkelijk akkoord van het OM – welke zaken er besproken kunnen worden. Hoe is het programma opgezet en vooral: waarom kiest de politie voor een medium als (regionale) televisie voor haar communicatie met de burger?

'Dit programma is multimediaal van opzet', zegt John Driedonks, programmaleider bij RTV Utrecht. Naast de gebruikelijke teletekstpagina's, werkt men ook samen met de Utrechtse Radio M en is er een speciale pagina op de RTV Utrecht-site, met links naar de site van de politie en het OM. Op deze sites kan men informatie over de zaak uitgebreid tot zich nemen. Ook zijn de sites een podium voor interactie met kijkers en luisteraars. 'Het programma biedt, naast het opsporingselement, ook "oral history" – oud-rechercheurs die vertellen over roemruchte zaken uit het verleden – en humor', aldus Driedonks. Voorbeeld van dat laatste is Tophond. In elke uitzending wordt een politiehond aan de kijkers 'voorgesteld'. De hond moet laten zien welke vaardigheden hij in huis heeft en de kijkers kunnen de hond via internet een cijfer geven.

Het programma is zeker niet het eerste regionale opsporingsprogramma, in bij voorbeeld Noord-Holland, Limburg, Drenthe en Noord-Brabant zijn al vergelijkbare programma's op de regionale buis (dit tijdschrift maakte in het oktobernummer in de rubriek Feiten en ontwikkelingen melding van het programma Bureau Brabant. Nu beperken criminele activiteiten zich meestal niet tot een bepaald gebied; wat zijn de mogelijkheden als men een zaak aan de orde laat komen die wel eens regio-overschrijdend zou kunnen zijn?
Driedonks: 'In voorkomende gevallen zou het mogelijk zijn samen te werken met andere regionale omroepen die een soortgelijk programma hebben; er bestaat al een soort samenwerkingsplatform genaamd ROOS. Maar eerst moeten we afwachten of dit programma een succes wordt…'
 

Rolverdeling
Het programma wordt gepresenteerd door twee mensen van de regionale omroep, in samenwerking met twee politiemensen.
Een van die politiemensen is Thomas Aling, mediavoorlichter bij de regio Utrecht. Samen met een collega – ze wisselen elkaar per aflevering af – geeft hij antwoord op de vragen die hem door de presentatoren worden gesteld. Aling is executief, is wijkagent geweest, heeft bij de APD gezeten, heeft rechercheonderzoeken gedraaid. Collega Bernhard Jens is voorlichter bij de politie regio Utrecht.

Wat is nou de verhouding tussen televisiepresentatoren en politiemensen bij dit programma; wie doet wat?
'Van tevoren wordt besproken wat de presentatoren gaan vragen, over welke zaken we het gaan hebben. We hebben een regionale mediacommissie ingesteld waarin politie en OM zitting hebben. Deze commissie bepaalt welke zaken er in de uitzending kunnen worden besproken, en welke vragen we daarover kunnen verwachten. De presentatoren kunnen wel van alles willen weten, maar bepaalde dingen kun je niet vertellen, in verband met privacy of omdat het rechercheonderzoeken zou kunnen schaden. Zij stellen vragen op en leggen die aan mij voor. Als dat akkoord is, dan kan het eruit, met de bijbehorende beelden.'

De politie is dus sturend; jullie bepalen wát er uitgezonden kan worden, de televisiemensen de manier waarop, en koppelen dat terug met de vraag of het zó eruit kan?
'Ja, je kijkt bij nieuwe zaken die binnenkomen of er goede beelden bij zitten, je schat in of er waardevolle tips op kunnen komen. Je moet er natuurlijk altijd op letten dat het geen zaken zijn waar we al volop mee bezig zijn. Onderzoeken die, als je er informatie over gaat geven, geschaad zouden kunnen worden. Daar zit ik dan ook voor in dat programma, om te bewaken dat dat niet gebeurt.'

Hoe past zo'n tv-programma in het mediabeleid van de regiopolitie Utrecht?
'Het past in het beeld van een transparante organisatie dat we naar buiten willen uitstralen. Iedere dag maken we persberichten die we op internet zetten, we proberen mediavragen zo goed mogelijk te beantwoorden, met het doel de opsporing te vergemakkelijken en de werkzaamheden van de politie meer onder de aandacht van de burgers te brengen. Met dit programma beogen we daarnaast dat getuigen van een voorval zich melden, dat we kunnen overbrengen hoe belangrijk preventie is, maar ook dat de successen van de politie onder de aandacht komen. Het belangrijkste is echter: getuigen genereren; zorgen dat getuigen van een voorval goede informatie krijgen zodat ze de politie willen/kunnen bellen om te helpen de zaak op te lossen. In die zin past dat ook weer in ons beleid; samen werken aan veiligheid.'
 

Meerwaarde
En wat is de meerwaarde van zo'n programma?
'Het is aanvullend op het onderzoek. Je moet niet denken dat we bij een rechercheonderzoek één rechercheur inzetten en vervolgens het programma inschakelen, zo werkt het niet. Als er een misdrijf is gepleegd, gaat de recherche die zaak onderzoeken: getuigen verhoren, passantenonderzoek, sporenonderzoek: al die zaken worden bij elkaar gehaald. Er wordt gekeken of er goede beelden bij zijn die in de uitzending kunnen worden getoond. In sommige zaken kan een reconstructie worden gemaakt. Het is altijd een aanvulling op, geen verkapte manier om meer zaken rond te krijgen met minder mensen. Maar het kan wel degelijk helpen, een zaak bij voorbeeld versnellen.'

Aan de andere kant moet het natuurlijk wel kijkers trekken; daar zal het de programmamakers voornamelijk om gaan. Bijt dat elkaar niet; zo'n doelstelling van de politie – de burger een veiliger gevoel willen geven – en een doelstelling van de televisiemakers – zoveel mogelijk kijkers scoren?
'Denk je daarbij dan aan iets als: laat maar genoeg bloed vloeien, dan krijg je wel kijkers? Je moet niet vergeten dat er een convenant is getekend waarin is afgesproken wat voor zaken we in het programma bespreken. Als we niet meer samen door één deur kunnen, betekent het dat we moeten stoppen. Er is afgesproken dat de politie de regierol heeft; wij dragen aan wat er besproken kan worden. Er zijn natuurlijk verschillende belangen; zij doen het voor een hoge kijkdichtheid, wij voor een hoog oplossingscijfer. Soms is er wel discussie over wat wel en niet kan, maar de eindbeslissing ligt te allen tijde bij het OM.'
 

Geheimhoudingsplicht
Er is sprake van een juridisch kader waarin de programma's worden gemaakt; wat houdt dat in?
'Dat houdt onder meer in dat de berichten die wij aan de programmamakers geven, geanonimiseerd zijn. Daar bovenop hebben de mensen die aan het programma meewerken, een geheimhoudingsplicht – je ontkomt er soms niet aan om extra informatie te geven als je wilt dat mensen een duidelijk beeld van een zaak krijgen. En ten slotte de erkenning dat het OM in feite de leider is. Zij hebben de eindverantwoordelijkheid, het vetorecht. Als zij zeggen: "dit komt er niet in", dan gebeurt dat ook niet.'

Het programma bestaat nog maar kort. Is er wel al een evaluatiemoment afgesproken?
'Na twaalf maanden wordt gekeken of het programma voldoet. Van beide kanten. Het is een duur programma voor de omroep; de politie levert menskracht voor de vragen, mijzelf dus, en levert de zaken. De rest wordt door de omroep geleverd. Als de kijkcijfers tegenvallen, zouden zij wel eens kunnen beslissen om het programma van de buis te halen, dan wordt het te duur. Van onze kant moet de tijd die we erin steken, worden gehonoreerd met tips. Als dat niet gebeurt of als we merken dat de burger de uitzendingen niet waardeert, kunnen wíj zeggen: "we stoppen ermee".
Overigens moet je waardering niet alleen meten aan het aantal tips dat je krijgt. Ook de waardering voor de manier waarop de politie haar werk verricht, is een element van belang waaraan het programma kan bijdragen. Zo werkt het en passant mee aan een gunstig imago voor de politie.'
 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2003, jrg. 65, nr. 11, p. 35-36

0 reacties

Reageer op dit artikel