Politie in stromenland: over nodes en netwerken
'Alles stroomt’ – Heraclitus De visienota Politie in Ontwikkeling (PiO) heeft de ‘nodale oriëntatie’ geïntroduceerd als aanvulling op de traditionele lokale oriëntatie van de Nederlandse politie. In politieland is ‘nodaal’ inmiddels een gevleugeld begrip geworden. Maar wat is nu precies nodaal? Tevergeefs zoekt men dit woord op in Van Dale. In het gebruik lijkt dit woord soms te verwateren tot iets wat innovatief of niet-lokaal is, terwijl het Latijnse woord nodus gewoon ‘knoop’ betekent. In dit artikel doet de auteur een poging om de terminologische knoop te ontwarren en vormt hij daarmee ook een bijdrage aan de positionering van nodaal ten opzichte van Nederland als stromenland (waarover PiO ook spreekt).
Als je de woorden nodus of het Engelse ‘node’ opzoekt, kom je vooral terecht in de medische en de technische wereld. Nodus blijkt een standaard medische term voor ‘knobbel, vermeerdering van weefsel’ te zijn. En node is voor techneuten een ‘processing location’ (bijvoorbeeld een computer of een printer) binnen een computernetwerk. Wanneer je op internet zoekt naar de combinatie nodal en police, dan kom je in eerste instantie uit in India, waar nodal police officer een staande uitdrukking lijkt te zijn. Naast deze ‘knooppuntagenten’ bestaat er ook een Indiase ‘nodal police agency’: het Central Bureau of Investigation (CBI). Qua takenpakket lijkt het CBI de werkterreinen van de Nederlandse organen AIVD, Rijksrecherche, FIOD en KLPD deels te combineren. Google zet ons ook op het spoor van de Zuid-Afrikaanse criminoloog Clifford Shearing. Hij publiceert over onderwerpen als ‘nodal security’ en ‘nodal governance’. In zijn vocabulaire lijkt een wijkagent de meest nodale politieambtenaar van allemaal te zijn, omdat hij of zij het knooppunt vormt in een netwerk van publieke en private instanties.
Beurzen, ministerraden en papavervelden
Na deze eerste verkenning is het nuttig om te kijken naar netwerken. Deze bestaan immers uit knooppunten (= nodes) en de verbindingen ertussen. PiO stelt op p. 85: ‘In de theorievorming over de informatiesamenleving ligt de nadruk op de overgang naar de netwerksamenleving.’ In dit verband wordt verwezen naar The Rise of the Network Society, deel 1 van het invloedrijke drieluik The Information Age: Economy, Society and Culture van Manuel Castells.2 In een interview met Warna Oosterbaan zegt deze Spaanse socioloog:3
Netwerken zijn voor de huidige tijd wat fabrieken voor de industriële revolutie waren. Eigenlijk zien we nu het omgekeerde proces: de decentralisatie en de desintegratie van grote verticale organisaties in zeer flexibele netwerken van kleine, verspreide eenheden: individuen, bedrijven en bedrijfjes die veranderlijk zijn en zich goed kunnen aanpassen aan gewijzigde omstandigheden. Zo'n netwerk kan vaak veel effectiever werken dan een grote onderneming.
De netwerkorganisatie is mogelijk geworden doordat we nu de beschikking hebben over informatietechnologie. Gecomputeriseerde gegevens die overal ter wereld zijn in te voeren en op te roepen. Die technologie stelt ons in staat te werken als een eenheid – terwijl we ons op verschillende plaatsen bevinden en vaak ook tot andere organisaties behoren.
Wat verstaat Castells nu onder een node? Hij zegt dat het gebruik ervan afhangt van de concrete netwerken. Hij noemt de volgende voorbeelden:
– aandelenbeurzen en de daarmee verbonden geavanceerde dienstverlening in het netwerk van mondiale financiële stromen;
– nationale ministerraden en de Europese Commissie in het politieke netwerk dat de EU bestuurt;
– coca- en papavervelden; clandestiene laboratoria; geheime vliegvelden; bendes en witwassende financiële instellingen in het netwerk van drugshandel dat economieën, maatschappijen en staten penetreert;
– televisiesystemen; de vermaakindustrie; de nieuwsteams; mobiele apparaten die signalen genereren, doorgeven en ontvangen, signalen die het mondiale netwerk vormen van de nieuwe media aan de bron van cultuuruitingen en de publieke opinie in het Informatietijdperk.4
Netwerken en nodes komen bij Castells dus voor in allerlei soorten en maten. Hij ziet een netwerk als een dynamische, open structuur, die gemakkelijk nieuwe nodes kan integreren, mits deze knooppunten in staat zijn met dit netwerk te communiceren. Een interessante observatie is dat macht zich in een netwerksamenleving verplaatst naar de schakelaars die verschillende netwerken verbinden (‘switchers are the power-holders'5): bijvoorbeeld financiële stromen die media-imperia in hun macht krijgen om politieke processen te beïnvloeden.
‘Infrastructuurpolitie’
Het beperkte aantal nodes dat PiO opsomt vormt een schril contrast met de hiervoor gepresenteerde rijkdom en weidse blik van Castells. PiO lijkt knooppunten slechts te zien als infrastructurele plaatsen buiten de steden, terwijl bij Castells bevolkingscentra juist nodes kunnen omvatten of zelf nodes kunnen zijn. PiO zegt op p. 90 het volgende:
De nodale oriëntatie (‘infrastructuurpolitie’) leidt tot toezicht houden op de infrastructuur. Of beter, op de stromen van mensen, goederen, geld en informatie die zich over de infrastructuur verplaatsen. Daartoe controleert de politie op de knooppunten van de netwerken (ringwegen rond steden, overslagpunten, havens, luchthavens) van uiteenlopende geografische schaal en van verschillende aard (stedelijk, interstedelijk, interstatelijk, virtueel).
Om recht te doen aan de specifieke problemen en mogelijkheden die de netwerksamenleving ons biedt, lijkt het zaak dat de Nederlandse politie zich qua netwerken en knooppunten niet beperkt tot alleen de infrastructuur. Voor een deel is dit natuurlijk ook niet het geval: al een aantal jaren worden financiële stromen in de bancaire knooppunten gemonitord en doorgegeven aan het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties.6 Ook is de Nederlandse politie niet naïef over de pogingen van de onderwereld de bovenwereld te beïnvloeden via media en politiek; de Dienst Nationale Recherche onderzoekt bijvoorbeeld ook de activiteiten van grote criminelen op dit gebied.
Uiteraard valt er nog veel meer te zeggen over wat het denken in netwerken de Nederlandse politie zou kunnen opleveren. In dit artikel beperk ik mij echter, net als PiO, voornamelijk tot de fysieke infrastructuur. Vooral hierover is namelijk het laatste woord nog niet gezegd. De eerste vraag is wat de knooppunten zijn: liggen deze in de wijken en de steden (havens, spoorwegstations, en dergelijke) of juist erbuiten (luchthavens, overslagpunten, en dergelijke)? In de publiciteit lijkt nodale oriëntatie zich vooral toe te spitsen op het controleren van de vervoerstromen vlak voordat zij bij de grote bevolkingscentra aankomen: de virtuele toegangspoorten (een moderne uitvoering van de middeleeuwse stadspoorten). Maar waarom alleen controleren vlakbij de grote steden? De stromen kunnen toch ook op meerdere punten in de gaten worden gehouden? Alvorens over knooppunten en stromen verder te gaan, volgt eerst een uitstapje naar de technologie.
Catch-ken en automatische kentekenherkenning
Castells kent een grote rol toe aan informatietechnologie in de groei van een netwerksamenleving.7 De mogelijkheden, geboden door technologische ontwikkelingen, spelen in de nodale oriëntatie ook een grote rol. PiO vervolgt het vorige citaat met de volgende uitwerking over de controlefunctie van de ‘infrastructuurpolitie’:
De controlefunctie is gericht op het opheffen van anonimiteit en onzichtbaarheid en het identificeren van ‘kwaad’ in de vorm van potentiële en actuele bedreigingen van de veiligheid. De controlefunctie is meer gericht op personen of groepen dan op delicten. (…) Naar verwachting zal de technologie hierbij een steeds belangrijker rol spelen. Dit betreft vooral de high tech toepassingen, zoals catch scan-technieken waarbij waarnemingen en registraties van personen en voertuigen worden vergeleken met uiteenlopende databestanden (bijvoorbeeld openstaande boetes, gestolen voertuigen, vermiste kentekenplaten, bekende verdachten). Hierdoor wordt het mogelijk ‘kwaad’ te identificeren en een halt toe te roepen. Daarmee wordt ook voorkomen dat onverdachte personen onnodig in hun privacy worden aangetast.
De genoemde ‘catch scan’-techniek is een verbastering van de naam Catch-ken: een kentekenleessysteem dat de KLPD in samenwerking met een Nederlands bedrijf heeft ontwikkeld.8 Dit technische hoogstandje zet zonder menselijke tussenkomst camerabeelden met kentekens razendsnel om in cijfers en letters en vergelijkt even snel de gelezen kentekens met bestanden van kentekens. Wanneer deze bestanden correct en up-to-date zijn (criminelen die regelmatig van auto wisselen kunnen anders toch anoniem blijven), is automatische controle mogelijk.
Catch-ken is een specifieke toepassing van ANPR (Automatic Number Plate Recognition), dat op zijn beurt een vorm is van OCR (Optical Character Recognition, bijvoorbeeld het omzetten van een geprint document naar een digitaal tekstbestand). ANPR wordt op dit moment bijvoorbeeld toegepast in Londen om automobilisten die deze stad binnenrijden automatisch te registreren in het kader van tolheffing (de London congestion charge); op vergelijkbare wijze zou zo eens de kilometerheffing in Nederland technisch mogelijk moeten worden.
De Nederlandse politie hoeft de inzet van Catch-ken niet te beperken tot enkel inzet op knooppunten (welke dat dan ook mogen zijn). In Groot-Brittannië, het land met de hoogste cameradichtheid ter wereld, heeft men dit allang bedacht. Als je met de auto door Engeland rijdt, lijkt aan vrijwel elk viaduct een camera te hangen die het verkeer in de gaten houdt. Het Britse project Laser beoogt de trajecten van voertuigen volledig vast te leggen door middel van het opslaan van miljoenen ‘captures’ (combinaties van kenteken, plaats en tijd). Dat dergelijke Big Brother-praktijken hun waarde hebben, bleek tijdens het onderzoek naar de recente bomaanslagen in Londen. De Britse politie kon namelijk aan de hand van opgenomen beelden de gang van de aanslagplegers door het openbaar-vervoernetwerk vrijwel volledig reconstrueren. Een ander voorbeeld van dergelijke, potentieel zeer waardevolle, informatie: een kinderverkrachter sloeg acht maal toe in verschillende Engelse plaatsen; men stelde vast dat, als gebruik was gemaakt van de informatie over autobewegingen en deze was gecombineerd met gegevens van het mobiele telefoonverkeer (ook een netwerk!), de politie de dader had kunnen inrekenen na drie misdaden in plaats van na acht. Voordat we Nederland volhangen met camera’s, is uiteraard een stevige discussie over privacybescherming versus misdaadbestrijding op zijn plaats.
Network-centric warfare en informatieknooppunten
Camera’s zijn niet het enige middel waarmee men criminelen (en burgers) kan bespioneren. Ook met behulp van andere sensors, zoals verkeerslussen, is het mogelijk om stromen in de gaten te houden. Een belangrijke ontwikkeling op het gebied van detectietechnologie is RFID (Radio Frequency Identification). Mensen en goederen die zijn voorzien van minuscule, embedded chips kan men hiermee permanent volgen. En wat te denken van intelligent robots, computerprogramma’s die in de virtuele informatiestromen surveilleren? Technologisch is nu al veel mogelijk.
Afgezien van de juridische en ethische vraagstukken, is de slimme inzet van technologie vooral een organisatorisch probleem. Prof. Victor Bekkers geeft in dit opzicht als voorwaarden (1) het vermogen om een zeer geavanceerde en robuuste ICT-infrastructuur op te zetten en (2) de bereidheid om kennis te delen.9
In het versnipperde politiebestel van Nederland is dit laatste, zoals bijvoorbeeld vastgesteld door de Algemene Rekenkamer in 2003, een probleem. De invoering van Informatie Gestuurde Politie (IGP) vormt een belangrijke stap voorwaarts, maar er moet nog veel meer gebeuren om de informatie te laten stromen naar elk ‘RIK’ (Regionaal Informatie Knooppunt), het ‘NIK’ (het Nationaal Informatie Knooppunt) en andere knooppunten.10 Als wenkend perspectief volgen hier de voordelen van network-centric warfare, zoals geschetst door Bekkers:
– On-line samenwerking ter plekke omdat informatie kan worden gedeeld, ongeacht waar iemand zich bevindt
– Er ontstaat een gedeeld beeld, omdat informatie ‘real time’ ter beschikking komt.
– Men kan dit beeld visualiseren waardoor men sneller kan reageren.
Zijn de verschillende onderdelen van de Nederlandse politie bereid om ten behoeve van deze voordelen informatie in te winnen en door te geven aan knooppunten, zodat hier analyse en coördinatie kunnen plaatshebben? Misschien helpt het om te bedenken dat het hier niet gaat om macht: een analist en een meldkamer worden immers beschouwd als ondersteunend. Als men liever niet verder kijkt dan zijn of haar eilandje, dan zou de nodale oriëntatie van de Nederlandse politie nog wel eens beperkt kunnen blijven tot het efficiënter controleren wie er over de brug naar je eilandje komt.
Inderdaad, het is erg mooi dat de technologie ons nu in staat stelt om de deeltjes van een stroom te identificeren: wie rijdt er nu door je toegangspoort? Maar deze verbetering van de informatiepositie is niet het enige winstpunt, want op het gebied van analyse en intelligence wordt steeds meer mogelijk. Men kan namelijk ook abstraheren van de individuele deeltjes en kijken naar de stroom als stroom: waarvandaan stroomt hij, wanneer neemt hij toe, wat gebeurt er als ik hem op dit punt tegenhoud, kiest hij dan een andere bedding,11 enzovoort? Vergelijk het met het duale karakter van licht: voor natuurkundigen is het enerzijds een verzameling afzonderlijke fotonen, anderzijds is het een stroom met alle wetmatigheden die daarbij horen. Juist analisten kunnen met een zekere afstandelijkheid naar de stromen kijken en wellicht patronen herkennen.
Een van de aanjagers van Catch-ken, Ron Boelsma van de KLPD, zag in dat het verzamelen van veel gegevens al snel leidt tot information overload en dat men dus intelligent moet filteren om goed te kunnen ‘waken’. Onlangs ontvangt hij de Politie innovatie aanmoedigingsprijs (PiP) voor zijn voorstel Meerdimensionale Modellen. Inmiddels is het project Kennisontwikkeling In Modellen (KIM) van start gegaan. Dit project vormt een onderdeel van het programma Veiligheidsverbetering door Information Awareness (VIA), dat wordt uitgevoerd door NCTb, AIVD, NFI en KLPD.
Tot besluit van dit uitstapje naar de technologische en organisatorische facetten keer ik weer terug naar de vraag wat een knooppunt is. Er bestaat namelijk het gevaar dat de term node verwatert tot elk punt waar zich een sensor bevindt. Maar is een mobiele camera langs de weg ook een knooppunt? Nog dynamischer zijn de Volvo’s van de KLPD die worden uitgerust met Catch-ken camera’s en dus onderweg automatisch controles kunnen uitvoeren. Om spraakverwarring te voorkomen, lijkt het beter om de term node te reserveren voor grote, statische knooppunten van netwerken. Sensors zoals camera’s houden toezicht op bijvoorbeeld een spoorwegstation (knooppunt à la Castells), een ringweg (knooppunt à la PiO) of een snelweg (stroom tussen knooppunten) en een dergelijke sensor kan eventueel als virtuele toegangspoort fungeren.
‘Denkend aan Holland zie ik breede rivieren …’
PiO verwijst naar Castells begrip space of flows (vertaald als ‘stromenland’), waarbinnen ‘de dominante processen in onze samenleving zich steeds meer afspelen’.12 Voor een niet-ingewijde is Castells definitie (‘the material organization of time-sharing social practices that work through flows’) en uitleg misschien niet direct duidelijk.13 Men is geneigd te zeggen dat Nederland juist van oudsher al een land van stromen is. Niet alleen van waterstromen, maar ook als handelsland en transitland vormt ons land de bedding van goederen- en mensenstromen. Dit karakter wordt versterkt door relatief nieuwe ontwikkelingen als ontgrenzing en verhoogde mobiliteit. (Inter)nationale bendes trekken zich niets aan van onze (politieregio)grenzen. Een louter gebiedsgebonden politie ziet alleen wat er gebeurt op haar stukje grond, maar heeft geen totaalbeeld van de verschillende stromen. En voor die stromen is Nederland slechts een knooppuntje binnen het mondiale netwerk. Terecht stelt PiO: ‘Een succesvolle aanpak van terrorisme is ondenkbaar zonder de koppeling van plaatsgebonden handelen (signalering in de wijk) met relevante, soms wereldwijde, stromen van mensen, goederen, geld en informatie.’14
Het lijkt daarom een beetje schraal als PiO vervolgens het toezicht op stromenland beperkt tot de ‘knooppunten van infrastructurele netwerken.’ Stromenland vormt namelijk in veel opzichten een eigen wereld met eigen wetmatigheden, beperkingen en mogelijkheden. Zoals eerder gezegd kan men stromen niet alleen in de knooppunten, maar ook ertussen monitoren en eventueel aanpakken. Neem bijvoorbeeld de Spoorwegpolitie: deze verzorgt voor een deel dezelfde basispolitiezorg als in de regio, maar er zijn ook verschillen in werkaanbod, manier van optreden, en dergelijke. Juist op dit moment is de Spoorwegpolitie bezig om, in aanvulling op de aanwezigheid bij de treinstations, steeds actiever te zijn op de stromen (dat wil zeggen de spoorlijnen). Langs de snelweg vormt een benzinepomphouder als ‘vaste bewoner´ een bron van waardevolle informatie over wat passanten allemaal uitspoken als zij zich anoniem en onbespied wanen. De Dienst Verkeerspolitie beoogt door middel van het project PAVLOV15 (naast andere doelen) deze informatie te oogsten; haar regelmatig overleg met bijvoorbeeld werkgeversorganisatie Koninklijk Nederlands Vervoer en Les Routiers Européens zou men een vorm van community policing (‘kennen en gekend worden’16) in stromenland kunnen noemen.
Economische belangen en transport security
Een belangrijk kenmerk dat het spoor deelt met de stromen weg, water, web (internet) en lucht is het volgende: voor het economisch overleven van Nederland is het van belang dat de stromen blijven stromen. Een lokale weg of straat kun je nog zonder veel schade afsluiten, vooral omdat de verkeerstroom vaak redelijk gemakkelijk kan worden omgeleid. Het stilleggen van een van de grote verkeersassen heeft echter direct grote gevolgen. Rijkswaterstaat klaagt niet voor niets over de gevolgen van grootschalige politiecontroles. In 2001 werden tunnels rond Amsterdam en Rotterdam afgesloten, terwijl zwaarbewapende soldaten in bivakmutsen uitkeken naar een auto gevuld met explosieven. Voor het publiek was het waarschijnlijk geruststellend dat de overheid waakzaam was; de economische schade in verloren werkuren liep echter in de miljoenen. Een tweetal vrome moslims, gekleed in djabella en reizend in een internationale trein, werd in 2005 ten onrechte aangezien voor terroristen; deze inschattingsfout zorgde voor veel oponthoud en consternatie. Kan de Nederlandse politie adequaat op dit soort situaties reageren, zonder direct de ‘stroom uit te schakelen’?
Vandaar dat het thema transport security binnen de KLPD, het politiekorps dat bij uitstek actief is in stromenland, de komende jaren hoog op de agenda staat. Transportveiligheid verdient speciale aandacht; terroristen verbergen zich graag in stromenland en slaan daar ook vaak toe. In Groot-Brittannië, dat op politieel gebied voor Nederland vaak een lichtend voorbeeld is, bestaat zelfs een speciale Transport Police. Natuurlijk betreft transport security niet alleen het landelijke politiekorps; regiokorpsen hebben met hun metro-, tram- en busverbindingen vergelijkbare uitdagingen. In regionale meldkamers bestaat veel ervaring met het afwegen van veiligheids- en economische belangen in het geval van een bommelding. Bundeling en ontwikkeling van kennis en ervaring op dit gebied zijn geboden, juist in stromenland Nederland. Idealiter pakken we een terrorist ver voor het moment dat hij of zij voor de stadspoort staat. Vermeldenswaard is in dit opzicht dat een arrestatieteam bij voorkeur een verdachte niet in een bank (‘lokaal’) of op een plein (‘nodaal’) pakt, maar juist als hij zich in de verkeersstroom bevindt: plotsklaps wordt hij klemgereden, zijn ruitje wordt ingetikt, hij krijgt een zak over zijn hoofd en enkele tellen later ligt hij geboeid op straat.
Oriëntatie op stromenland en andere toevoegingen op PiO
In aanvulling op de lokale en nodale oriëntatie, genoemd in PiO, zou ik daarom willen pleiten voor speciale aandacht voor de stromen tussen de knooppunten: de oriëntatie op stromenland.17 Dit is nodig om recht te doen aan het bijzondere karakter dat Nederland van oudsher al heeft en dat alleen maar versterkt is door de komst van de netwerksamenleving. Van de politiediensten die actief zijn in stromenland (dit betreft in de eerste plaats het Korps landelijke politiediensten) vergt dit een blik en manier van optreden die voor een deel verschilt van de benadering van de regiokorpsen. Vanuit economisch oogpunt is het cruciaal dat de stromen blijven stromen en vanuit veiligheidsoogpunt is het belangrijk om ‘het kwaad’ zo vroeg mogelijk te identificeren en eventueel uit de stroom te lichten.
Dankzij moderne technologie en een goede organisatie kan de politie steeds meer en beter waarnemen. Dit plaatst haar direct ook voor een keuzeprobleem, want zij kan niet alles aanpakken. Bovendien moet zij snel en gefundeerd kunnen kiezen voor doorlaten of tegenhouden. Want als je al het kwaad direct de kop indrukt, vang je waarschijnlijk alleen de kleine vissen. Op die manier kun je ook geen goede informatiepositie opbouwen. Sinds de IRT-affaire is doorlaten echter een besmette term. Dit onderwerp verdient echter een aparte behandeling, net als een aanvulling op punt 10 van PiO (de Europese politiesamenwerking) en internationalisering in het algemeen. Nederland vormt enerzijds een knooppunt in een mondiaal netwerk, anderzijds is ons land vaak slechts de bedding voor een stroom die elders zijn herkomst en elders zijn bestemming heeft. Heeft de Nederlandse politie een goed netwerk om samen met haar buitenlandse collega’s internationaal opererende criminele netwerken te bestrijden? Op het ‘eenvoudige’ gebied van de handhaving van de Arbeidstijdenwet heeft de Nederlandse politie het voortouw genomen tot een succesvolle samenwerking met Spaanse, Oostenrijkse, Duitse en Franse collega’s. Door inzet van Catch-ken in het buitenland kan men internationaal personen- en goederenverkeer nu veel gerichter controleren. Op internationaal politieel gebied is nog veel meer mogelijk.
Epiloog
Dit artikel vormt een bijdrage aan de dialoog over wat ‘nodaal’ is en wat dit begrip voor de Nederlandse politie kan betekenen. ‘Nodaal’ is een vruchtbare toevoeging aan het politiejargon, maar ook een woord met vele facetten. Dit blijkt als men bijvoorbeeld het werk van de reeds genoemde Shearing leest.18 Zoals gesteld in de inleiding, lijkt in zijn gebruik van dit begrip de wijkagent/buurtregisseur de nodale politieagent bij uitstek te zijn: hij of zij vormt een knooppunt in een netwerk van overheids- en niet-overheidsinstanties. Heldere definities van ‘node’ en ‘nodaal’ zijn daarom nodig, want anders dreigt een Babylonische spraakverwarring te ontstaan. Met een open discussie over dit onderwerp kan de Nederlandse politie laten zien dat zij niet alleen een uitvoerder is van de taken handhaving, opsporing en noodhulp. Zoals PiO stelt, wil zij namelijk ook een volwaardige gesprekspartner zijn op het gebied van signalering & advisering met eigen ideeën over hoe zij haar functie wil invullen.
Noten
1 Politie in ontwikkeling, Visie op de politiefunctie, RHC/NPI, Den Haag, 2005.
2 2000 (second edition), Oxford/Malden, MA: Blackwell.
3 ‘Wij hebben een machine gemaakt die door niemand beheerst wordt’, op NRC webpagina van 8 november 1997.
4 Castells: p. 501.
5 Castells: p. 502.
6 Per 2006 onderdeel in de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland).
7 Castells 2000: 508: ‘This is why information is the key ingredient of our social organization and why flows of messages and images between networks constitute the basic thread of our social structure.’
8 Het project Invoering Catch-Ken is uitgevoerd door een samenwerkingsverband van het KLPD en de regiokorpsen Amsterdam-Amstelland, Rotterdam-Rijnmond, Zuid-Holland-Zuid en het Concern Informatiemanagement Politie, onder auspiciën van de board Opsporing van de Raad van Hoofdcommissarissen en gefinancierd vanuit het Ministerie van Justitie. Ik houd me wat betreft de spelling van Catch-ken aan de schrijfwijze gehanteerd door de Board Handhaving van de RHC.
9 Tijdens een diner pensant gewijd aan ‘De nodale politie’ aan de School van Politie Leiderschap (op 23 mei 2005).
10 Zie het rapport Landelijke coördinatie en uitwisseling van politie-informatie van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (december 2004).
11 Toegepast op stromenland: als de politie de weg goed in de gaten houdt, switcht een crimineel dan van vervoersmodaliteit, dat wil zeggen: neemt hij in zo’n geval bijvoorbeeld de boot?
12 Op p. 85.
13 Zie Castells: p. 442-445.
14 PiO, op p. 86
15 Probleemgerichte Aanpak Voor de verbetering van de veiligheid en Leefbaarheid Op Verzorgingsplaatsen: zie Jaarverslag 2005 van het KLPD (pp. 30-33).
16 Zie PiO, op p. 16: punt 6 (“De Nederlandse politie zet in op policing of communities”)
17 Men zou dit eventueel ‘internodale oriëntatie’ kunnen noemen.
18 Zie bijvoorbeeld ‘Nodal Governance, Democracy, and the New ‘Denizens’, door Clifford Shearing en Jennifer Wood in Journal of Law and Society, volume 30, number 3 (2003): pp. 400-419.

Reageer op dit artikel