Problemen rond Antillianen in Den Helder
In september 2003 werd op het stationsplein van Den Helder een Antilliaanse jongen van 17 jaar doodgestoken. De dader was eveneens van Antilliaanse komaf. Ongeveer acht maanden later werd als wraak zijn broer doodgeschoten, ook op het stationsplein. Er zou een dodenlijst circuleren. In opdracht van de gemeente onderzocht de Onderzoeksgroep van de Politieacademie in samenwerking met de Erasmus Universiteit welke problemen er spelen rond de Antillianen in Den Helder.
In diverse Nederlandse steden zijn er problemen rond Antillianen. In Den Helder, een stad met rond de 60.000 inwoners, spitsen deze problemen zich toe op een relatief kleine groep. De Antilliaanse gemeenschap telt ruim 1300 mensen, van wie er ongeveer honderd in HKS v(Voluit?NEE, is bekend) voorkomen.2 Van alle bevolkingsgroepen komen Antillianen echter naar verhouding het meest voor in de politieregistraties. Ook in andere steden met een grote Antilliaanse gemeenschap is dit een bekend gegeven. In Den Helder wonen relatief veel jonge Antillianen, vooral de groep tot 18 jaar.3 Dit kan een belangrijk gegeven zijn in relatie tot overlast en criminaliteit, omdat vooral jongeren dergelijk gedrag vertonen. Los van de oververtegenwoordiging in de politiestatistieken laten de in HKS geregistreerde Antillianen een weinig opvallend criminaliteitspatroon zien. Dat geldt voor zowel het aantal als de aard van de delicten. Surinamers in Den Helder staan bijvoorbeeld voor gemiddeld meer delicten geregistreerd dan Antillianen. Ook in vergelijking met andere 'Antillianensteden' neemt Den Helder een tussenpositie in.
De problemen strekken zich echter verder uit dat het plegen van delicten. Antillianen in Den Helder kennen relatief de meeste eenoudergezinnen, ze verkeren vaak in een uitkeringspositie en kampen met soms grote financiële problemen. Sommige respondenten spreken van armoede. Gezinnen worden afgesloten van gas, licht en water omdat ze de lasten niet meer (kunnen) betalen. Ook vinden uithuiszettingen plaats. De verleiding kan dan groot zijn om op alternatieve manieren aan geld te komen.
Uitkering en criminaliteit
Het hebben van een bijstandsuitkering is volgens het onderzoek van grote invloed op het hebben van een registratie in HKS, los van het gegeven of het om Antillianen gaat. Een kleine groep die een uitkering krijgt, staat in het HKS geregistreerd. Deze groep bestaat uit 241 personen – ongeveer 0,4 procent van de totale Helderse bevolking – en is verantwoordelijk voor bijna de helft van geregistreerde strafbare feiten in het onderzoeksjaar. Voor een deel betreft het Antillianen, voor een groter deel gaat het om niet-Antillianen. Overigens heeft ruim de helft van de in HKS geregistreerde Antillianen een uitkering (gehad) in het onderzoeksjaar. Naast het hebben (gehad) van een uitkering blijken ook geslacht (man) en leeftijd (jong) samen te hangen met een HKS-registratie.
Mobiliteit
In een eerder vergelijkbaar onderzoek in Nijmegen kwam naar voren dat er een groep Antillianen is die zich niet inschrijven INSCHRIJFT? bij de gemeente en van stad naar stad 'hoppen'.4 Zij doen dat onder andere om hun criminele activiteiten te camoufleren. Ook in Den Helder is dit een bekend fenomeen. Het bleek niet mogelijk om exacte aantallen te achterhalen. De schattingen lopen uiteen van enkele tientallen tot honderden Antillianen die zich niet inschrijven. Dat wil nog niet zeggen dat ze zich allemaal schuldig maken aan strafbare feiten, er zijn diverse verklaringen voor. Het kan bijvoorbeeld te maken hebben met een korting op de uitkering van degene bij wie ze inwonen. We hebben op basis van HKS-registraties wel bekeken hoeveel Antillianen die in Den Helder zijn ingeschreven, daarbuiten delicten plegen ('exportcriminaliteit') en vice versa ('importcriminaliteit'). Het blijkt dat de exportcriminaliteit van beide het grootst is, maar ook dat Antillianen zich hierin niet onderscheiden van de overige bevolkingsgroepen in Den Helder. Afgaande op de geregistreerde gegevens lijkt sprake van een veelvoorkomend verschijnsel. Dit laat onverlet dat de mechanismen die eraan ten grondslag liggen en de motieven per bevolkingsgroep kunnen verschillen. Vooralsnog is daar geen zicht op, eenvoudigweg omdat het niet wordt geregistreerd.
Drugs en ripdeals
Zoals eerder gezegd, vallen Antillianen niet op in de politieregistraties, ook niet wat betreft drugsmisdrijven. Het is bekend dat er in werkelijkheid meer delicten worden gepleegd dan bij de politie bekend is. In het bijzonder bij drugsdelicten speelt het aspect van de verborgen criminaliteit. Antillianen laten zich op grote schaal in met de drugshandel (cocaïne). Uit het onderzoek komt naar voren dat er een crimineel samenwerkingsverband actief is dat (deels) uit Antillianen bestaat en zich bezighoudt met de handel in harddrugs. De indruk bestaat dat in Den Helder over het algemeen weinig grote drugshandelaren actief zijn. De handel speelt zich vooral af in de onderste regionen van de drugsmarkt. Er bestaat een harde kern van dealers die dagelijks op straat dealen. Daarnaast zijn er vooral jonge Antillianen die af en toe in drugs handelen, bijvoorbeeld om te kunnen uitgaan of kleding te kopen. De straatdealers verkopen in het algemeen kleine hoeveelheden (bolletjes). Er heerst veel concurrentie, het aantal dealers is volgens sommigen te groot voor de drugsmarkt. Hoewel de straatdealers soms in groepjes opereren, is de tendens dat elke dealer voor zichzelf handelt en een eigen klantenkring probeert op te bouwen.
Een klein aantal dealers handelt wel in grotere hoeveelheden, die uit Rotterdam of Amsterdam worden gehaald.5 Kenmerkend voor deze dealers is dat ze proberen niet op te vallen. De meesten hebben een reguliere baan en wonen in een huurhuis. Ze hoeden zich ervoor met veel uiterlijk vertoon blijk te geven van hun inkomsten. Een reden hiervoor is het reduceren van de pakkansde angst voor beroving door andere Antillianen, een andere is de angst voor beroving door andere Antillianen het reduceren van de pakkans. Beide redenen omdraaien, sluit dan beter aan op volgende zin Deze ripdeals komen volgens respondenten regelmatig voor. Van aangifte doen is uiteraard geen sprake; dat lost men onderling op. Een van de respondenten zat een jarenlange gevangenisstraf uit omdat hij iemand had neergeschoten die hem eerder had beroofd. Dat gebeurde in het openbaar zodat iedereen er getuige van was.
Rivaliteit en status
Veel problemen rond Antillianen hangen samen met onderlinge rivaliteit en concurrentie en het verwerven c.q. behouden van een status. Het feit dat een schietpartij in het openbaar gebeurt, heeft hier alles mee te maken. Het eerder genoemde slachtoffer van de ripdeal werd door zijn omgeving aangezien voor loser omdat hij eerdere berovingen over zijn kant had laten gaan. De laatste beroving was de bekende druppel: zijn aanzien en respect waren in het geding. De druk om een daad te stellen, kan erg groot zijn. Deze dader stond bekend als een aardig en zacht iemand, zonder een geweldshistorie. Die 'sociaal-psychologische' druk is grotendeels het gevolg van het gegeven dat de Antilliaanse gemeenschap in Den Helder betrekkelijk klein is. Men kent elkaar en – misschien nog belangrijker – men praat (lees: roddelt) over elkaar.
Een centraal thema in het onderzoek is het onderlinge wantrouwen, de jaloezie en het over elkaar roddelen. Antillianen van bepaalde families komen bijvoorbeeld niet in het (voormalige) Antilliaanse buurthuis, omdat ze zich daar niet welkom voelen. Enkele respondenten suggereren dat die rivaliteit samenhangt met de wijk van herkomst op Curaçao. Uiteraard geeft ook de concurrentie op de krappe drugsmarkt aanleiding tot geweld, bedreigingen, intimidatie et cetera. Het feit dat een dealer goede zaken doet of in een mooie auto rijdt, kan al genoeg reden zijn voor een reactie. Het kennelijk vrij voorhanden hebben van wapens kan bijdragen aan escalatie met ernstige gevolgen, zeker als de betreffende personen 'korte lontjes' hebben. In het onderzoek kwam meer dan eens naar voren dat een geringe aanleiding voldoende kan zijn voor een geweldsexplosie. De schiet- en steekpartijen op het stationsplein in 2003 en 2004 illustreren dit. De aanleiding was onenigheid tussen twee groepen jongeren, kennelijk over een vriendinnetje. Een aantal jongeren uit beide groepen treft elkaar op het stationsplein, een van de jongens maakt een opmerking, de ander geeft een klap en er ontstaat een vechtpartij. Een van de jongens wordt neergestoken en overlijdt aan zijn verwondingen. Acht maanden later, nagenoeg op dezelfde plaats, staat de broer van de dader van de steekpartij met een aantal jongeren op het stationsplein. Ze worden gewaarschuwd door een vriendin. Ze zegt dat ze daar weg moeten omdat er groepsleden van de concurrerende groep in de buurt zijn, vrienden van de doodgestoken Antilliaan. De broer van de dader wordt even later dodelijk getroffen door twee kogels. De incidenten hebben de Antilliaanse gemeenschap lang beziggehouden. Er zou sprake zijn van intimidatie, pesterijen en het bedreigen van getuigen. Inmiddels lijken de gemoederen enigszins bedaard.
Aanpak
In Den Helder houden diverse instanties zich bezig met de aanpak van de problematiek rond Antillianen. Uit een inventarisatie van de gemeente komen 24 projecten en interventies naar voren, variërend van een kinderhuiskamer en buitenschoolse opvang tot een buurtcentrum. Sommige voorzieningen richten zich specifiek op Antillianen, de meeste hebben een generieke strekking. Mede als gevolg van het ontbreken van meetbare criteria en nulmetingen blijkt het moeilijk om te bepalen of het aanbod aansluit op de vraag, en wat de effecten van bepaalde interventies zijn.
Verbeterpunten in de aanpak hebben onder meer betrekking op een goede borging, samenwerking en communicatie. Een knelpunt is de bureaucratie, waarmee niet alleen de Antillianen te maken hebben, maar ook de uitvoerders van beleid. Het gevolg is dat men ad hoc afspraken met elkaar maakt. Het sluiten van samenwerkingsconvenanten, zoals onlangs in Den Helder is gebeurd, kan versnippering van de aanpak voorkomen. Een belangrijk aandachtspunt is het slagvaardig kunnen optreden van instanties, die daarin zo min mogelijk belemmeringen moeten ondervinden. Een van de aanbevelingen is dan ook om een multidisciplinair interventieteam samen te stellen dat dwars door de betrokken instanties snel en adequaat kan optreden en – afhankelijk van de aard en urgentie van de problemen – gericht actie kan ondernemen.
Vorig jaar heeft het ministerie van Justitie bestuurlijke arrangementen met de Antillianengemeenten gesloten. Kern is dat er een meetbare reductie moet komen van schooluitval, werkloosheid en criminaliteit rond Antillianen. Dit onderzoek maakt duidelijk dat louter een kwantitatieve benadering van de (aanpak van de) problemen tekortdoet aan de werkelijkheid. Het gegeven dat veel criminaliteit verborgen blijft en continu verandert, rechtvaardigt een – bij voorkeur periodieke – inventarisatie, waarbij zoveel mogelijk bronnen worden geraadpleegd. Hierbij zou ook de Antilliaanse gemeenschap betrokken moeten worden. Enerzijds vanwege de goede informatiepositie en anderzijds voor het draagvlak voor de te nemen maatregelen.
Uit een reconstructie van de dodelijke geweldsincidenten op het stationsplein blijkt dat een op het oog gering incident snel kan escaleren, met alle gevolgen van dien. Een van de aanbevelingen is om een mediator aan te stellen, die bij spanningen of conflicten binnen de Antilliaanse gemeenschap kan bemiddelen en zo nodig een voor de partijen bindende uitspraak te doen. Die mediator moet het vertrouwen van de Antillianen genieten en onafhankelijk zijn/haar werk kunnen doen. Mogelijk dat dreigende conflicten hiermee in de kiem zijn te smoren.
1 Wijk, A.Ph. van, M. van San, S.R.F. Mali & P.P.H.M. Klerks (2006). Grote conflicten binnen een kleine gemeenschap. Aard en omvang van de criminaliteit onder Antillianen in Den Helder. Apeldoorn, Politieacademie. Het rapport is op te vragen bij het secretariaat van de Onderzoeksgroep, tel. 055-539 23 47. Dank aan Bas Mali en Peter Klerks voor hun commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
2 Het gaat hier om het jaar 2004. Ter vergelijking hebben wij in het onderzoek ook naar het jaar 2000 gekeken.
3 Ook de groep 18-25-jarigen is bij de Antillianen naar verhouding groot.
4 Wijk, A.Ph. van, E. Bervoets & W.Ph. Stol (2003). 'Ik ben geen slechte jongen, ik doe alleen slechte dingen'. Een inventarisatie van de problemen rond Antillianen in Nijmegen. Den Haag, Elsevier.
5 Volgens schattingen zijn er ongeveer tien grotere dealers werkzaam in en om Den Helder.

Reageer op dit artikel