Ruime oriëntatie op jeugdstrafrecht

Door Henric Rebel, 01 mei 2009 11:30 uur0 Waardering:

Ido Weijers en Frank Imkamp (red.), Jeugdstrafrecht. In internationaal perspectief, Boom Juridische Uitgevers, 2008, 367 pag’s, ISBN 9789089740212

Hier is een nieuw en zeer bijzonder arbeidsveld voor de politie, waarbij zij nu al naar haar beste krachten helpt, maar waarop zij toch nog niet voldoende gespecialiseerd is. Hier is plaats voor de Kinderpolitie, een klein corps mannen, half politieman, half pedagoog, zedelijk hoogstaande en van alleszins voldoende intellectuele ontwikkeling, met liefde voor het bijzondere en tedere werk, dat hun opgedragen wordt onder superieure leiding, die hen weet te bezielen voor hun taak, die juist door haar preventieve werking van zo groot belang is voor de maatschappij.

Het is een citaat uit 1912 van de Rotterdamse hoofdcommissaris Roest van Limburg uit diens pleidooi voor het instellen van een aparte kinderbrigade bij de politie. In 1918 wordt het eerste bureau zeden- en kinderpolitie – inclusief enkele vrouwelijke medewerkers – opgericht in Rotterdam, al snel gevolgd door de andere grote steden.

Jeugdstrafrecht. In internationaal perspectief onder redactie van Ido Weijers en Frank Imkamp maakt onderdeel uit van een drieluik, wat inzoomt op jeugdcriminaliteit en (strafrechtelijke) reakties daarop. Aan bod komen diverse interventiestrategieën vanuit een brede orientatie, integrale benadering en waar mogelijk ook de nodige casuistiek. De drie delen zijn los van elkaar in elke volgorde te lezen. Voor u gelezen is nu deel 2 uit de serie, vanuit juridisch oogpunt de meest logische start. Deel I gaat over jeugdcriminologie, deel III richt zich specifiek op justitiele interventies.

Het tekent de opzet van het hele boek, dat is geschreven met veel aandacht voor de geschiedenis, grondslagen van het (jeugd)recht en internationale kaders en tendensen. De eerste hoofdstukken staan met name in dat teken waarna in de volgende hoofdstukken nader wordt ingegaan op de structuren van het jeugdstrafrecht in Nederland en de verschillende actoren die daarin een rol vervullen. Onvermijdelijk leidt dat ook tot korte uitstapjes naar het civiele recht, dat juist in jeugdzaken nog wel eens parallel loopt aan strafrechtelijke procedures. Denk bijvoorbeeld aan een procedure tot ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing van een jeugdige tegen wie ook een strafzaak loopt. Ook daaraan wordt de nodige aandacht besteed. Nadat bij de sancties en de rechtspositie van gedetineerde jeugdigen is stilgestaan, volgen een aantal wat los van elkaar staande hoofdstukken over de leeftijdsgrenzen in Nederland en elders, de rol van ouders, cultuurverweren en ‘mediation’. In die hoofdstukken zijn de auteurs ook minder beschrijvend en meer opiniërend. Dat mondt uit in het laatste hoofdstuk, ‘discussie’ genaamd, waarin ze een aantal prikkelende stellingen poneren. Zo wordt bijvoorbeeld kritisch gereflecteerd over de voorgenomen wetswijziging om ouders verplicht aanwezig te laten zijn bij de behandeling ter terechtzitting en wordt gepleit voor een verhoging van de in Nederland gehanteerde leeftijdsondergrens van 12 jaar naar 14 jaar. Het volgende citaat is een van de kernzinnen uit het slotgedeelte: Bezinning op het doel en de uitkomsten van het jeugdstrafrecht kan niet anders dan leiden tot een koers terug naar minimale interventie (…) Wij pleiten niet voor een overgang naar een jeugdbeschermingsrecht, maar wel voor een soepeler relatie tussen jeugdstrafrecht en civiel jeugdrecht. En ook hier is de blik weer ruim gericht en wordt ook gekeken naar de praktijk in andere Europese landen en bevindingen uit ontwikkelingspsychologisch onderzoek.

De keerzijde van die multidisciplinaire invalshoek is dat de juridische diepgang af en toe mist. Soms ontbreken vindplaatsen juist daar waar de juridische lezer de neiging bekruipt bepaalde details nog eens uit te zoeken. De (hoeveelheid) verwijzingen naar juridische bronnen verschilt ook weer per hoofdstuk. Mogelijk hangt dit samen met de diversiteit in onderwerpen en auteurs, maar eenheid in redactie leek op dat punt wat te ontbreken.
Desalniettemin maakt de ruime oriëntatie dit boek een erg interessante, goed leesbare en actuele inleiding in het jeugdstrafrecht. Die benadering maakt het boek tegelijk geschikt voor een ruime doelgroep.

 

 

 

Bron: het Tijdschrift voor de Politie, jrg.71, nr.5, 2009

0 reacties

Reageer op dit artikel