Samenwerkingsverband Bureau Jeugdzorg en politie werpt vruchten af

Er zijn afspraken gemaakt tussen de Raad van Hoofdcommissarissen en de Bureaus Jeugdzorg (verenigd in de MOGroep). Afspraken over een betere samenwerking aangaande vroegsignaleren en doorverwijzen. De afgelopen jaren zijn regionaal al diverse samenwerkingsverbanden tussen de politie en de jeugdhulpverlening opgezet, alleen waren de verschillen soms erg groot. Niet alleen per regio, maar zelfs per district of vestiging konden er verschillende werkwijzen op nagehouden worden. Door de landelijke afspraken zal meer eenduidigheid komen. In dit artikel worden de verschillende taken in die samenwerking besproken, maar ook de mogelijke obstakels in die samenwerking en de oplossingen daarvoor.


De politie levert een bijdrage aan veiligheid. Binnen de politiële jeugdtaak wordt dat vertaald in de aanpak van jeugdcriminaliteit en overlast van jeugd in de openbare ruimte. Naast deze ‘repressie’ bestaat de politiële jeugdtaak uit nog twee andere onderdelen, die door de Raad van Hoofdcommissarissen zijn gedefinieerd. Het gaat hierbij om ‘preventie’ en ‘vroegsignaleren en doorverwijzen’. Met name dit laatste taakveld heeft de afgelopen jaren een sterke ontwikkeling doorgemaakt.

De politie draagt de verantwoordelijkheid om in actie te komen, wanneer zij het vermoeden heeft dat een kind in een zorgwekkende situatie zit. Dat is een situatie die mogelijk op een of andere manier de ontwikkeling en/of opvoeding van het kind kan bedreigen. De politie verwijst in deze situatie door naar Bureau Jeugdzorg. Deze verantwoordelijkheid van vroegsignaleren blijft niet alleen beperkt tot de publieke ruimte, maar strekt zich uit, net zoals bij huiselijk geweld, tot achter de voordeur. Bureau Jeugdzorg is, sinds de Wet op de jeugdzorg, de ‘voordeur’ voor de (geïndiceerde) jeugdhulpverlening. Zij onderzoekt de zorgmelding van de politie. Blijkt er inderdaad een zorgwekkende situatie te zijn, dan zorgt zij ervoor dat het kind en/of de ouders de juiste hulp krijgen.

In 2006 kwamen de Raad van Hoofdcommissarissen en de Bureaus Jeugdzorg (verenigd in de MOGroep) tot gezamenlijke afspraken over hoe zij, ieder vanuit de eigen taak, deze samenwerking het beste konden gaan vormgeven. In deze samenwerking zorgt de politie voor een professionele vroegsignalering en doorverwijzen en Bureau Jeugdzorg voor het professioneel taxeren en regisseren.
Formeel kan er een onderscheid gemaakt worden tussen ‘vroegsignaleren’ en ‘signaleren’. Bij ‘vroegsignaleren’ gaat het om het vroegtijdig herkennen van risicojongeren die (nog) niet vanwege een strafbaar feit met de politie in aanraking zijn geweest. Bij ‘signaleren’ gaat het om het signaleren van jongeren die in een ‘zorgelijke situatie’ verkeren. Maar deze jongeren zijn wel, vanwege een strafbaar feit, met de politie in aanraking gekomen. Voor de politiepraktijk is dit onderscheid niet direct van belang.
 

De taken van de politie

Vroegsignaleren
Vroegsignaleren is een generale taakstelling binnen de politie. Iedere politiefunctionaris heeft een signaleringsfunctie. Op het moment dat hij (hij = ook zij!) iets ziet of hoort dat niet ‘normaal’ is, dan wordt er van hem verwacht dat hij de ‘zorgwekkende situatie’ verkent, om in te kunnen schatten of de zorgen ‘mogelijk’ terecht zijn. Dit globale onderzoek kan gedaan worden in een gesprek met de jongere en/of ouders, door de bedrijfsprocessensystemen van de politie te raadplegen en door de jeugdspecialisten te bevragen.
Blijkt na de verkenning dat de zorgen onterecht zijn, dan wordt de zaak afgesloten met een mutatie in het bedrijfsprocessensysteem van de politie. Zodra blijkt dat de zorgen mogelijk toch terecht zijn, wordt een zorgmelding gedaan. Dit wordt met behulp van een zogenaamd zorgformulier gedaan. Dit formulier is op landelijk niveau door de politie ontwikkeld, in samenwerking met de Bureaus Jeugdzorg. Naast gegevens over de jongere(n) en dergelijke wordt op dit formulier ook een korte beschrijving gegeven van de gesignaleerde situatie.

 

Doorverwijzen
Doorverwijzen gebeurt altijd in openheid. Er is misschien één belangrijke uitzondering en dat is wanneer er sterke vermoedens zijn dat die openheid direct het kind in gevaar brengt. Meestal gaat het dan om ernstige vormen van kindermishandeling. In die gevallen is er altijd overleg met Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming.
Er worden geen meldingen achter de rug van de mensen om gedaan. Een dergelijke handelwijze heeft nadelige gevolgen voor het opstarten van hulp. Mensen kunnen zich belazerd voelen en niet meer gemotiveerd zijn om hulp te aanvaarden.
Daarom dat bij voorkeur in een gesprek met de jongere en/of ouders de redenen van de verwijzing worden uitgelegd. Een zorgvuldige communicatie tussen politie, jongere, ouders en hulpverlening is namelijk van groot belang wil de hulp op gang kunnen komen en kans van slagen hebben. Daar waar mogelijk wordt geprobeerd om in het gesprek ouders en/of jongere te activeren of te motiveren om zelf ook contact op te nemen met Bureau Jeugdzorg.
Dit soort gesprekken zit vaak vol gevoelige onderwerpen. Ouders kunnen het gevoel hebben dat ze hebben gefaald of dat ze aangevallen worden en beschuldigd worden van slecht ouderschap. Maar ook een jongere kan denken: ‘Ik naar Bureau Jeugdzorg? Bekijk het maar! Ik ben toch niet gek!’ In die gesprekken spelen allerlei zaken die een goede doorverwijzing kunnen dwarsbomen. Het kan dan van nut zijn om gebruik te maken van een collega die kennis heeft van de ontwikkeling van kinderen, vaardigheden heeft om problemen bespreekbaar te maken en jongeren en/of ouders eventueel kan motiveren.
 

Taken van Bureau Jeugdzorg

Taxeren, regisseren en terugkoppelen
Bij een proces als doorverwijzen is het belangrijk dat er een terugkoppeling plaatsvindt. Daarom meldt Bureau Jeugdzorg direct na binnenkomst aan de politie dat zij het zorgformulier hebben ontvangen. De medewerker kan dan ook eventueel de politie om een korte toelichting vragen. Blijkt na de taxatie dat de zorgen terecht zijn en dat hulp inderdaad noodzakelijk is, dan zorgt Bureau Jeugdzorg in ieder geval voor twee dingen. Ten eerste voor een terugkoppeling naar de politie en ten tweede dat de betrokkene(n) bij de juiste hulpverleningsorganisatie terechtkomen.
Met de komst van de Wet op de jeugdzorg heeft Bureau Jeugdzorg de wettelijke verplichting gekregen om te reageren op ‘signalen van derden’. De melding van de politie is een dergelijk signaal. De melding wordt zo snel mogelijk in behandeling genomen. Blijkt uit de gegevens van de zorgmelding dat het nodig is om actief op de ouders en/of jongeren af te stappen, dan wordt er binnen vijf dagen contact met de ‘cliënt’ opgenomen. Dit ‘outreachend’ werken zorgt bij de meeste Bureaus Jeugdzorg voor een grote verandering in hun werkwijze. Daar waar vroeger Bureau Jeugdzorg wachtte totdat de cliënt vrijwillig over de drempel binnenstapte, gaat men nu actief naar de mensen toe. Tal van Bureaus Jeugdzorg zijn dan ook begonnen of staan op het punt te beginnen met het trainen van hun personeel in deze nieuwe manier van werken.
 

Mogelijke obstakels in de samenwerking
Voor een goede samenwerking tussen politie en Bureau Jeugdzorg zijn duidelijke afspraken onmisbaar. Maar voor een goede samenwerking blijkt toch meer nodig te zijn. Dat hebben Bureau Jeugdzorg en de politie in de regio Zaanstreek-Waterland de afgelopen jaren mogen ervaren.
In 1998 begon de samenwerking tussen deze twee organisaties. Op dat moment was trouwens het Bureau Jeugdzorg in die regio al aardig conform de huidige wettelijke richtlijnen georganiseerd. Het is dan ook misschien niet verrassend om te constateren dat de nieuwe landelijke afspraken sterk lijken op de wijze waarop al jaren in Zaanstreek-Waterland wordt samengewerkt.
Bureau Jeugdzorg en de politie mogen dan wel een gezamenlijk doel hebben – ‘de veiligheid en het welzijn van kinderen/jongeren’ – maar hun onderlinge verschillen zijn groot. Beide organisaties hebben andere doelstellingen, taken en verplichtingen. Overeenkomstig daarmee werken er ook andere disciplines, met andere (werk)ervaringen en opleidingen. Zij hebben daardoor een andere kijk en andere ideeën over hoe bepaalde zaken het best aangepakt kunnen worden. Deze verschillen hebben invloed op de samenwerking. Net zoals de cultuurverschillen. Binnen Bureau Jeugdzorg gaat men, over het algemeen, toch op een andere wijze met elkaar om dan binnen de politie. Het is niet moeilijk om voor te stellen dat een politieagent(e) van 53 jaar, door de wol geverfd, heel anders een misverstand of onduidelijkheid in de samenwerking ter sprake brengt, dan een hulpverlener/hulpverleenster van 26 jaar. Dit heeft in het begin wel geleid tot botsingen en irritaties. Net zoals door de onbekendheid met elkaars werk, de (on)mogelijkheden en de wettelijke verplichtingen waar aan voldaan moeten worden. Maar óók de wijze waarop men met jongeren werkt. Zo blijken sommige hulpverleners een beeld te hebben over hoé de verhoren met de minderjarigen gaan dat niet strookt met de werkelijkheid. Zo zouden de gesprekken van de politie zeer zaakgericht zijn met weinig aandacht voor sociale aspecten. De politie zou jongeren eerder doorsturen dan doorverwijzen. Politiemensen daarentegen hebben soms geen idee waar hulpverleners tegenaan lopen bij het op gang brengen van hulpverlening. Door deze onbekendheid kunnen over en weer verkeerde verwachtingen ontstaan.
Dat een misverstand in een klein hoekje zit, laat het volgende voorbeeld zien.
 

Een voorbeeld
Een jeugdrechercheur krijgt een telefoontje van Bureau Jeugdzorg; afdeling voogdij. Ze zijn bezig met een uithuisplaatsing, maar de situatie escaleert. De voogd vraagt of de politie met spoed naar de woning van het kind wil komen. Zij zouden ook op weg daarnaar toe zijn. De jeugdrechercheur laat onmiddellijk al haar werk vallen, vraagt de uniformdienst om direct naar het desbetreffende adres te gaan. Zelf grist zij ergens autosleutels vandaan om met een onopvallende dienstauto te volgen. Ter plaatse aangekomen treft de politie niemand aan. Enigszins geïrriteerd wordt er met de voogdij gebeld met de vraag waar ze nu blijven. De voogd reageert verbouwereerd: hij is nog op het bureau.
Daar waar ‘spoed’ bij de politie betekent ‘nu, direct! Iedere seconde telt!’ betekent het bij de voogdij ‘vandaag’.
 

Tips voor een goede samenwerking
Goede samenwerking vergt dus, naast goede afspraken, ook zaken zoals bekendheid met elkaars werkwijze, (on)mogelijkheden en taalgebruik. Je denkt dat je elkaar begrijpt, maar op de meest ongelukkige momenten blijkt er spraakverwarring. Duidelijkheid in de communicatie is dus van groot belang. En niet te vergeten: vertrouwen in elkaars deskundigheid. Er zijn verschillende manieren om daarmee bekend te raken.
Een eerste mogelijkheid is om vaste contactpersonen bij de politie en Bureau Jeugdzorg aan te stellen. Door ze regelmatig met elkaar samen te laten werken raken ze op den duur op elkaar ingespeeld. Ze kunnen de deskundigheid van de ander beter inschatten. Vroeger was het zo dat Bureau Jeugdzorg enigszins voorzichtig was met het ‘aannemen’ van een zaak die door de politie zeer urgent werd genoemd. Nu weten ze dat als de contactpersoon zegt dat het een zeer zorgelijke situatie is dat het dan zeer waarschijnlijk ook zo is.
Een andere mogelijkheid is om een korte stage bij elkaar te lopen. Door bij elkaar in de keuken te kijken wordt soms direct duidelijk waarom de politie of de hulpverlening werkt zoals ze werkt. Vragen, opmerkingen of verzoeken die voorheen ‘raadselachtig’ waren, blijken plotseling heel logisch te zijn.
Het is ook mogelijk om gezamenlijk trainingsdagen te organiseren. In Zaanstreek-Waterland is dat in het verleden al een aantal keren gebeurd. De vaste contactpersonen van de politie en Bureau Jeugdzorg werkten een gehele dag samen rondom een bepaald thema. Meestal had dat (in)direct te maken met de samenwerking.
 

Meer tips
Een boek dat gebruikt wordt om de professionaliteit van de politiemensen aangaande het vroegsignaleren en doorverwijzen verder te ontwikkelen is Politiële Jeugdtaak; basiskennis over ontwikkeling en opvoeding. Het is een boek met informatie over de ontwikkeling en belevingswereld van kinderen en jongeren. Kennis die voor een goede vroegsignalering en doorverwijzing noodzakelijk is. Het kan politiemensen helpen beter met jeugd om te gaan, probleemgedrag in een vroegstadium te herkennen en hun verhoormethode meer toe te spitsen op het individuele kind.
Wat kan je aan gedrag verwachten bij een kind van twaalf jaar? In hoeverre verschilt dat van het gedrag van een zeventienjarige? En wanneer is er sprake van probleemgedrag? Er zijn verschillende manieren waarop naar gedrag gekeken kan worden. Dit kan in de praktijk leiden tot meningsverschillen over de juiste aanpak. Het boek biedt handvatten voor een ieder die in het werk veel met jeugd in aanraking komt. Basiskennis over de normale ontwikkeling en bijbehorend gedrag is daarbij onmisbaar. Niet zelden worden bij kinderen echter psychische en/of gedragsstoornissen gezien, zoals adhd, pdd-nos en borderline. Maar wat zijn dat eigenlijk voor stoornissen? Wat voor consequenties heeft dat voor de manier waarop de politie met de jongere in gesprek moet gaan?
Het boek geeft informatie over de normale ontwikkeling en de verschillende theorieën, maar ook inzicht in stoornissen. Deze kennis kan politiemensen helpen om hun omgang met jongeren te verbeteren, probleemgedrag in een vroegstadium te signaleren en hun verhoormethode meer toe te spitsen op het individuele kind.

Politiële Jeugdtaak; basiskennis over ontwikkeling en opvoeding is full color vormgegeven, beslaat 50 pagina’s en is voor € 24,- te bestellen bij de auteur (robert.buis@politie.zaanstreek.nl).

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2007, jrg. 69, nr. 4, p. 11-13

3 reacties

interressant artikel met name het item taken van de politie. Wij zijn zelf in aanraking gekomen met de politie aangaande een melding gedaan door de buurman.Wij werden ingelicht over de melding en kreeg bij navraag op het politie bureau te horen dat ons geval was aangemeld bij bureau jeugdzorg,zonder ook maar naar ons te informeren over hoe en wat.Er staat bij de taken van de politie duidelijk vermeld over de te voeren procedure.Wat mij nog het meeste verbaast is dat de complete zorgmelding pas bij bureau jeudzorg mij werd voorgelegd.Een gevraagde copie van de complete zorgmelding werd mij geweigerd. graag uw reactie hierop vr groeten A.J VENEMA
Ik heb een klacht over deze reactiea.j. venema op 10 januari 2012 22:43 uur
Bij ons precies hetzelfde geval geweest, politie heeft niet geinformeerd dat er een melding zou worden gedaan naar bureau jeugdzorg, en vandaag plotseling krijg je een brief! Je schrikt je een apelaseres, en bel je ze op niemand te bereiken erg jammer! Maar ze vergeten dat het ook onterecht kan zijn en dat ze mensen hier enorm veel pijn en verdriet mee doen!
Ik heb een klacht over deze reactieM v Bergen op 10 februari 2012 23:50 uur
Exact hetzelfde meegemaakt, de gevolgen van een "zorgmelding" zijn vele malen groter als dat het lijkt. Onvoorstelbaar dat dit mag zeg!
Ik heb een klacht over deze reactieSuza op 04 april 2012 18:09 uur

Reageer op dit artikel