Stripverhaal of managementboek?

Door Maarten Nacinovic, 01 december 2009 16:43 uur0 Waardering:

Frank Schaper (2009), Hoe je een geboren leider wordt. Rolmodellen, striphelden en wereldleiders, Scriptum, 223 pag., ISBN 978 90 5594 647 1

Een fraaiogend boek met een prikkelende titel… Frank Schapers hanteert met zijn boek ‘Hoe je een geboren leider wordt’ een bijzonder concept. Daar waar normaal gesproken een verhaal wordt begeleid door illustraties, wordt hier een verhaal verteld aan de hand van beelden. De auteur geeft het zelf aan: het boek is gebouwd rondom afbeeldingen als een stripverhaal. De afbeeldingen waren er eerder dan het verhaal; dit is later gemaakt als een storyboard. Hiermee krijgt het verhaal vaart, maar blijft het ook oppervlakkig.

Het boek kent twee delen. In deel 1 gaat de auteur zijn eigen leven na aan de hand van de voor hem meest belangrijke vorming: de stripboeken uit zijn jeugd. Hij ontdekt in de boeken een aantal kenmerken van de sterke karakters (helden of leiders). In een mengeling tussen verder ontdekken en logisch redeneren vindt hij die kenmerken terug bij zichzelf. In deel 2 ordent hij wereldleiders uit heden en verleden aan de hand van kenmerken; dezelfde kenmerken van leiderschap die hij in deel 1 via zijn eigen leven heeft gevonden. Deel 2 geeft een aardig en snel overzicht (in tekst en plaatjes) van grote leiders (o.a. Mao, Obama, Stalin, Hitler, Saddam Hoessein en George W. Bush) maar is minder verassend of verfrissend dan deel 1. De diepgang is beperkt en het verhaal is duidelijk om de plaatjes heen gebouwd. De selectie van goede plaatjes is tegelijk de beperking en zet zich meteen door in het verhaal en omgekeerd: als er geen goede afbeelding te vinden is, kan de daarbij behorende relevante tekst niet vermeld worden. Zie het als een fotoalbum: het geeft zeker de indruk van het leven van iemand maar in dat leven zijn ook veel zaken gepasseerd waarvan geen foto is. Zeker vroeger.

 

Min of meer toevallig komt Schaper erachter dat gebeurtenissen uit zijn eigen leven lijken op plaatjes uit stripboeken die hij verslond in zijn jeugd. Soms letterlijk voor wat betreft het visuele beeld: beelden uit stripboeken komen soms sterk overeen met foto’s van hemzelf. Soms tekstueel in de vorm van gehanteerde uitspraken. Dit brengt hem bij de stelling dat hij (en misschien wel eenieder) alles wat hij in zich opneemt (terug)spiegelt. We zijn steeds bezig met onbewust-wording (wording van alles wat we hebben opgenomen en waarin we ons herkennen of willen herkennen). Hierdoor getriggerd duikt hij in de materie en zijn leven en komt met een aantal kenmerken. Dit gaat wel met grote stappen en zoals bij een stripboek is de onderbouwing niet diepgaand. Wel geeft hij bij ieder kenmerk aan bij welke wetenschappelijke theorie het kenmerk past. De geïnteresseerde lezer kan dus verder graven. Voor de lijn van het verhaal is dat echter niet nodig.

 

De auteur is best overtuigd van zichzelf en het is niet verbazingwekkend dat ‘hoogmoed’ ook een gevonden kenmerk is. Hoogmoed in de nog net positieve overtreffende trap van zelfvertrouwen. Wanneer het misgaat (uiteraard alleen bij anderen, in deel 2 daarvan wat voorbeelden) is de hoogmoed hoogmoedswaan of zelfs hoogmoedswaanzin geworden. De zelfingenomenheid van de auteur is nog net niet storend. De gebeurtenissen in het boek zijn voldoende interessant.

Na lezing van het boek zijn op de titel vele antwoorden te geven: een leider wordt niet geboren, hoewel positieve of negatieve voorwaarden bij de geboorte al aanwezig kunnen zijn; een leider word je niet als je daartoe besluit, je had al voor je dit wilde de goede omgeving moeten hebben; een leider kent verschillende fases van geboorte en pas als het laatste stapje is gezet, is de echte leider geboren.
De auteur wekt wel nieuwsgierigheid op…. De nieuwsgierigheid om eens je eigen boekenkast (bij voorkeur de oude stripboeken) te inspecteren om te kijken of de verbazingwekkende overeenkomst ook bij jezelf aanwezig is.
Mocht dat niet het geval zijn, hoef je je dat niet persoonlijk aan te trekken.. Frank Schaper gaat namelijk voorbij aan een variant op het kip - ei-principe: word je wat je leest, of lees je zaken graag omdat je er (onbewust) al mee bezig was. Maar eigenlijk maakt het niet uit. Het boek is afwijkend van andere boeken en dat is verfrissend. De ietwat zelfingenomen stijl van de auteur doet daar wel wat aan af, maar is niet storend als het boek niet in één ruk wordt uitgelezen. Wat in ieder geval aandacht verdient, als de theorie van Schaper klopt… er moeten snel veel meer vrouwelijke striphelden opstaan, om het onbewust ingeprente rolpatroon te doorbreken!

 

 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, jrg. 71, 2009, nr 10

0 reacties

Reageer op dit artikel