Tien redenen om niet te nationaliseren

Bij verdergaande nationalisering van de politie dreigen lokale belangen in de knel te komen. Terwijl 'het buitenland' steeds meer gecharmeerd lijkt van het Hollandse model, houden de Nederlandse politieministers zich blind en doof voor geluiden uit de samenleving en de professie.

De twee 'politieministers' willen de politie in 2008 verder nationaliseren. Dit voorstel dient van tafel te worden geveegd. Er bestaan – behoudens (partij)politieke geloofsartikelen – geen grondslagen voor. De plannen negeren (inter)nationale wetenschappelijk politieonderzoek; zijn niet gebaseerd op een diep begrip van 'goede policie'; vertegenwoordigen een vorm van kapitaalvernietiging; ontkennen kwalitatieve politie-innovaties en zullen de lokale brede basispolitiezorg uithollen. Verdergaande nationalisering zal leiden tot demoralisering van de politie en ondermijning van de professionele autonomie van de politie.
Natuurlijk zijn er legitieme argumenten om onderdelen van het politiebestel – bijvoorbeeld de automatisering – te nationaliseren. Ook kan worden beargumenteerd dat de schaal van een aantal van de 25 politieregio's te klein is, maar de hoofdvraag is een andere. De hoofdvraag is: welke garanties biedt een nationaal politiesysteem voor lokale belangen en wat is de kwaliteit van de inzet op lokaal niveau? Wij hebben grote twijfels over deze garanties. Hiervoor hebben wij tien argumenten.
 

1 Nationalisering: tot hier en niet verder
Na de reorganisatie van het politiebestel in 1993 zijn 148 gemeentepolitiekorpsen en 17 Rijkspolitiedistricten geïntegreerd in 25 regionale korpsen en het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). Deze reorganisatie – de ingrijpendste in de geschiedenis van het openbaar bestuur – is, zeker gezien de complexiteit, opvallend goed verlopen.
In de jaren dat de regiokorpsen in de regio vorm kregen is de Koninklijke Marechausse (een landelijke politiedienst die valt onder de minister van Defensie) gegroeid van 2200 fte's in 1992 naar 6600 nu. De politie is op vitale taakonderdelen al 'genationaliseerd'.
 

2 Lokale belangen in de klem
Nu al wordt in de oostelijke regio's gezegd dat 'Den Haag' te weinig oog heeft voor de specifieke problematiek. Willen burgers werkelijk een nationale politie die bewust wordt gestuurd naar regio's en wijken waarmee zij geen enkele ervaring en affiniteit heeft? Onderzoek toont aan dat nationale politie in het beste geval ongevoelig is voor lokale omstandigheden, en in het slechtste geval repressief en arbitrair.
 

3 Cynisme neemt toe
Door jarenlange inspanning van veel politiemensen – van hoog tot laag in de organisatie – zijn innovaties in de bedrijfsvoering in gang gezet. Als deze nu weer )gedeeltelijk' worden afgebroken, zal het cynisme toenemen.
 

4 Democratisch gat
Hebben de politieministers de burgers gevraagd wat voor politie zij willen? De Britse hoofdcommissaris Ian Blair van de Metropolitan Police (BBC Richard Dimbelby Lecture) heeft dit wel gedaan. Elk onderzoek toont aan dat burgers een zichtbare, aanspreekbare en vertrouwde politie willen, een politie die serieus en competent reageert op plaatselijke problemen. Allochtone noch autochtone burgers kiezen voor een anonieme politie, die zij niet kennen en die hun buurten niet kent. Waar is het publieke forum, eventueel met inbreng van wereldvermaarde politie-experts? Waarom is er geen gefundeerd en onafhankelijk debat over de politiezorg?
 

5 Karikatuur
Het overgrote deel van de politiezorg in de regio wordt uitgevoerd door 'blauw op straat'. In politiek-ambtelijke kringen en in de massamedia bestaan vertekende beelden over de politie; de functie van crime fighter wordt uitvergroot. De politie is de enige overheidsorganisatie die 24 uur per dag, zeven dagen per week, het gezicht van de overheid vertegenwoordigt. De meeste politie-interventies hebben niets te maken met Derrick of Baantjer. Opsporing is slechts één onderdeel in een breed scala aan handelingsalternatieven. De politiewerkelijkheid is oneindig gevarieerd: van ME-optredens tot buurtbemiddeling, van doorverwijzen tot de ontruiming van een kroeg, van het voorkomen van levensgevaarlijke verkeerssituaties tot het beschermen van politici die bevolkingsgroepen tegen zich in het harnas jagen. Onderzoek wijst uit dat het geweldsmonopolie door de politie – indien nodig – ook consequent wordt toegepast. De gelijkschakeling van deze 'goede policie' met beelden als zou de politie te soft zijn, of is verworden tot een welzijnpolitie, is een karikatuur.
 

6 Verreikende bevoegdheden
Nationalisering van de politie zal leiden tot een verschraling van 'goede policie' door de opwaardering van de opsporing. Dit zal ten koste gaan van de huidige brede basispolitiezorg. Er bestaat een ongebreideld geloof in de toegevoegde waarde van opsporing in de daling van criminaliteit. De criminologische basis hiervoor is flinterdun. Bovendien wordt voorbijgegaan aan de onbedoelde effecten van meer repressie. Meer opsporing, met verreikende bevoegdheden die diep in ons persoonlijk leven kunnen ingrijpen, zal het gezicht van de overheid blijvend veranderen. Dit gezicht zal grimmige trekjes gaan vertonen.
 

7 Tegen de stroom in
Het Nederlandse 'nationaliseringsgeloof' staat haaks op politiehervormingen in grote delen van de wereld. Landen in transitie (zoals Zuid-Afrika, Noord-Ierland, voormalige Oostbloklanden) reorganiseren de in hoge mate gecentraliseerde politiesystemen in de richting van kleinschalige politiezorg. In de banlieus in Frankrijk wordt de wegbezuinigde wijkpolitie weer ingevoerd. De Britten gaan over tot 'reassurance policing': zichtbaarheid in de wijk, omdat de repressie zich uiteindelijk tegen de Britse politie keerde. Hoofdcommissaris Ian Blair verwerpt 'zero tolerance policing in favour of the Dutch approach'. Blair is zich niet bewust van de dreigende uitholling van het Nederlandse systeem. Omgekeerd hebben Nederlandse smaak- en beleidsmakers een tunnelvisie op (de toekomst van) de politie.
 

8 Einde van integrale veiligheidszorg
Verdergaande nationalisering zet de rem op twintig jaar investeren door de politie en alle relevante veiligheidspartners in het driehoeksoverleg, de ketensamenwerking, de integrale veiligheid en de samenwerking met zorg- en hulpverleningspartners. Wij zijn niet blind voor de bureaucratisering hier, maar wat is het alternatief? Toenemend wantrouwen tussen voormalige 'partners'? Substantieel meer afschuiven van problemen om de targets te halen? En daardoor nog meer ruimte voor repressie?
 

9 Big is not better
Een nationale politie zou ongeveer even groot zijn als de Metropolitan Police in Londen. De voordelen van schaalvergroting worden in een adem genoemd met de noodzaak van nationalisering. Maar is dat zo? In Londen zijn inwoners ontevreden over de politie. Respondenten willen, zelfs in de conflictueuze allochtone wijken, niet minder politie, maar een andere politie. De politie is te groot, te gecentraliseerd. Politiemanagers worden zo vaak overgeplaatst dat zij hun district en hun wijk niet echt leren kennen. Managers worden gehouden aan prestatiecontracten en investeren daarin. Dit gaat ten koste van de kwaliteit van politiezorg in de wijk. Het leidt tot verslechterende relaties met jonge allochtone mannen. Natuurlijk kan schaalvergroting leiden tot gezond management en 'goede policie', maar ervaring leert ons dat dit lang niet altijd het geval is. Londen is een waarschuwing voor een pathologisch geloof in schaalvergroting.
 

10 Geïnstitutionaliseerd wantrouwen
De nationaliseringplannen worden gevoed door onterecht wantrouwen jegens professionals. Er leeft een sluimerend gevoelen dat 'politiechefs weer terug in het hok' moeten. Niet de politiechefs, maar het gezag en beheer zijn de baas. Ook wij zien weleens verbale 'grensoverschrijdingen', maar we mogen niet vergeten dat politiemensen de grootste kenners zijn van hun eigen professie. Niet voor niets houdt de WRR pleidooien voor herstel van de professionals. Een actieve inbreng van hen is essentieel. De Nederlandse politie, zeker in een internationaal vergelijkend perspectief, is hoogopgeleid en heeft in de uitvoering de afgelopen tien jaar belangrijke professionaliseringslagen gemaakt. Er is een tastbaar nieuw elan bij een nieuwe generatie Blauwe Bazen. Maar in plaats van dit proces te stimuleren, voelt 'Den Haag' zich bedreigd. In tegenstelling tot collega Fijnaut (NJB, 2005) vrezen wij in het geheel geen 'verzelfstandiging' van de politie. Wel maken wij ons zorgen over de toenemende 'verkleutering' van professionals. Een vergeten onderwerp is ook dat een nationaal aangestuurde politie gebruik voor partijpolitieke belangen c.q. politieke inmenging in individuele zaken in zich draagt. Dit is onwenselijk.

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2006, jrg. 68, nr. 5, p. 13-15

0 reacties

Reageer op dit artikel